Maakt Yoram Hazony (bepaald geen Spinoza-fan) een eind aan de strijd tussen Athene en Jerusalem?

Eerder al had ik een blog over Yoram Hazony n.a.v. het toen aanstaande boek, dat er inmiddels is en al vele besprekingen kreeg. En zie daar:

Een nieuwe grote profeet die beschikt over een gigantische verbeelding is in Israel  opgestaan. Yoram Hazony schreef The Philosophy of Hebrew Scripture [Cambridge University Press, 2012] waarin hij profeteert dat de God van de Bijbel niet gehoorzaamheid, maar juist graag ongehoorzaamheid zag. Waar Spinoza profeten zag, ziet Hazony filosofen. Hij laat dat zien aan zijn geheel eigen andere interpretatie van Bijbelse verhalen als over Kain en Abel (het is speels samengevat in onderstaande YouTubevideo) en andere teksten.

Hij ziet de Bijbel als méér dan een openbaringsboek of een boek over ethiek. Voor hem is het een briljant boek van de ratio! Kortom, er is een politieke filosofie in de H. Schrift te ontdekken, volgens Yoram Hazony. Laat ik hem zichzelf even voorstellen:

“My name's Yoram Hazony. I'm an Orthodox Jew from Jerusalem. I went to Princeton and majored in Japanese and was North American debate champion. I have a Ph.D. in political philosophy. And I've devoted the last twenty-five years to trying to understand why reading the Bible in a satisfying way is so incredibly hard for people to do, and what we can do to change that.” [yoramhazony.org/phs/]

Het is werkelijk opvallend hoe vergaand Hazony Spinoza negeert, juist ook als hij het over de (vooral politieke) filosofie van de Bijbel wil hebben.

Yoram Hazony schreef eerder al een uitgebreid voorwoord in Aaron B. Wildavsky, Moses As Political Leader dat door het door hem opgerichte instituut werd heruitgegeven, nl Shalem Press, 2005  (herdruk van 1984)
[books.google]

Hij noemt het het eerste hedendaagse boek over het politieke denken van de Bijbel. Hij wijst erop dat in universitaire cursus over het politieke denken zelden of nooit de Bijbel tot de lesstof hoort. Het begint bij de pre-Socratici, loopt via Plato en Aristoteles, de kerkvaders, Thomas Aquinas, en tenslotte auteurs als Hobbes, Locke, en Rousseau. Hij heeft dan Machiavelli niet genoemd en wellicht nóg opvallender: Spinoza niet. Nu kan dat in een schets van de dominante praktijk nog kloppen, waarin de Bijbel niet bijdraagt aan het politieke denken. Dat is een historische fallacy daar moderne auteurs als Bodin, Cunaeus, Grotius, Selden, Milton, Hobbes, Harrington, en Locke, wier werk de basis van de moderne staat vormden, en zelfs Rousseau regelmatig naar de Bijbel verwezen. Hij ziet er geen echo van in de moderne politieke ideeën, terwijl toch alle thema’s waar het in de politiek om gaat aan bod komen: oorlog en vrede, rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, regeerders en geregeerden, gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid, macht en recht, individu en staat, overheersing en anarchie. Behalve een historisch is er ook een filosofische valkuil bij het beantwoorden van de vraag wat als legitieme bronnen voor politieke en morele waarheid kunnen worden beschouwd. Dan lijkt de Bijbel alleen bij te dragen aan theologisch, niet aan politieke ideeën. Dit zal samenhangen met de algemene devaluatie van de Bijbel, “a trend associated with Spinoza and the more radical wing of the Enlightenment,” samen met de sinds de Scholastiek dominante scheiding tussen openbaring enerzijds en rede anderzijds. Maar waar de middeleeuwse denkers nog dachten beide tot één waarheid te zien komen, is sinds de Verlichting alleen de rede tot waarheid geschikt. Zo werd Plato’s Republiek als een werk van de rede en het bijbelboek Rechters als behorend tot openbaring gewaardeerd.

Zelfs als openbaring als onbestaanbaar werd gezien en alle bijbelboeken als werk van de menselijke geest, worden die boeken toch niet als nuttige kennisbron, daar de auteurs ervan nu eenmaal sterk Godvrezend waren. Hij acht dat onverantwoorde bevooroordeeldheid waar werkelijke belangstellende humanisten overal zou kijken waar wijsheid en inzichten te vinden zijn. Maar hij zag in Aaron Wildavsky’s Moses as Political Leader (1984), en in Michael Walzer’s Exodus and Revolution (1985) een kentering. En hij wist uiteraard toen al dat hij zelf ooit met zo’n werk zou komen.

Eén keer slechts een negatieve sneer naar Spinoza! That's all. En ook in zijn in dit voorjaar verschenen boek is dat het geval.

Eric Schliesser die als hij over Hazony’s boek schrijft (wat hij al viermaal deed) steeds netjes vertelt dat hij ooit samen met hem iets over Hume schreef (dus zijn kritiek is bescheiden), laat n.a.v. dit boek weten: “Hazony is no fan of Spinoza (who is mentioned just once in critical context).” Schliesser over Hazony I, II, III, IV.

Dat gaat om net zo’n opmerking als in zijn 2005-voorwoord: “This way of looking at the Hebrew Scriptures appears to begin with Spinoza, who argues that the word of God is faulty, mutilated, tampered with, and inconsistent...” (p. 279). Je krijgt daardoor niet de indruk dat hij ooit de moeite heeft genomen tijd en aandacht te besteden aan het bestuderen van Spinoza.

_________

Aanvulling 11 december 2013.

Daniel Johnson met Rabbijn Lord Jonathan Sacks en Yoram Hazony op 14 oktober 2012 in The Natural History Museum te Londen over: Is the Bible a Work of Philosophy or A book of Ideas?