Max Scheler (1874-1928) sprak hij bij een herdenking van Spinoza’s 250e sterfdag?

In aansluiting op het vorige blog, waarin ik vele Spinoza-herdenkingen n.a.v. diens 250e sterfdag verzamelde, nu dan over Max Scheler. In het blog waarin ik het boek Het Argentijnse gezicht van Spinoza. Passies en politiek van Miriam van Reijen besprak, schreef ik over Carlos Astrada (1894-1970) die een lezing vertaalde die Max Scheler op 21 februari 1927 bij de herdenking in Den Haag van Spinoza’s 250e sterfdag had zullen houden, maar die nooit gehouden zou zijn. Waarom niet? Ik ben naar verdere gegevens op zoek gegaan en vermeld in dit blog wat ik over Max Scheler vond.

Max Scheler was een Duits filosoof, met een joodse moeder, maar RK gedoopt; in z’n jonge jaren was hij fel katholiek. Hij werd vooral bekend vanwege zijn fenomenologie en wijsgerige antropologie. Hij werd de voortzetter van Edmund Husserl’s fenomenologisch filosofische methode. Nu is Max Scheler praktisch vergeten – je hoort niet veel meer over hem (en mist hem in het grote filosofie-lemma in wiki), maar volgens Heidegger waren alle filosofen van zijn tijd schatplichtig aan Scheler, die hij de krachtigste toenmalige filosoof vond. De nazi’s verboden zijn werk en het merendeel ervan is pas na de Tweede Wereldoorlog uitgegeven. Zijn enige eigen publicatie over filosofische antropologie is Die Stellung des Menschen im Kosmos, dat een paar weken voor zijn dood gereed kwam.

Zijn verhouding tot Spinoza? Stond deze filosoof voor wie het persoons- en vooral het waardebegrip zo centraal stond, niet te ver van Spinoza af? Hij gebruikte op ’t eind wel termen die hij bij Spinoza weg haalde (substantie, attributen, natura naturans) maar die bij hem heel andere betekenissen kregen. De Argentijnse Dujovne was niet al te positief over Schelers Spinozabeeld. Een ook een artikel van Horst Kramer met de volgende titel klinkt niet veelbelovend positief: Kramer, Horst: Scheler contra Spinoza - Kritische Anmerkungen zu Max Schelers Spinoza-Bild [in: Wissenschaftliche Zeitschrift der Karl-Marx-Universität Leipzig 26 (1977), 77-81].

Maar goed hoe zat het nou met die redevoering bij de 250e sterfdagherdenking?

Een bibliografisch getuige

In de Spinoza Bibliografie van de Deutsche Spinoza Gesellschaft zijn de volgende werken van en over Max Scheler i.v.m. Spinoza opgenomen.

Ÿ  Scheler, Max: Spinoza. In: Kölnische Zeitung 20./22.2.1927: Kommentar deutsch: Rede, gehalten in Amsterdam zum 250 Todestag Spinozas am 21.2.1927. Autopsie: ja.

Het gaat dus om een redevoering die door Max Scheler tijdens een herdenking van Spinoza’s sterfdag op 21 februari 1927 in Amsterdam is gehouden en die gepubliceerd is in de Kölnische Zeitung van 20/22 februari 1927. En degene die dit bibliografische berichtje heeft opgesteld zegt dat hij die krant met die afgedrukte rede zelf heeft gezien.

De tekst van die rede is vervolgens opnieuw opgenomen in:

Ÿ  Scheler, Max: Philosophische Weltanschauung. Bonn, Cohen, 1929. - 158 pp. [Enthaltene Werke: Spinoza: 124-139, 153-154. Ferner/further: 17, 18, 24, 73, 81, 116, 141, 150.]

En de tekst van die rede is uiteraard ook terecht gekomen in zijn verzamelde werken.

Al enige jaren eerder had Scheler het volgende geschreven:

Ÿ  Scheler, Max: Spinozas Ethik: Eine Einleitung. In: Almanach der Rupprechtpresse auf die Jahre neunzehnhundertdreiundzwanzig-fünfundzwanzig 1923: 30-38.

Wikipedia als getuige

De Duitse Wikipedia heeft in het lemma over Max Scheler: “Auf einer Gedenkfeier zum 250. Todestag von Spinoza hielt er eine Rede, die zeigte, dass er sich inzwischen dem Neuspinozismus der Goethezeit und den Ideen Nietzsches zugewandt hatte.“

Van een dergelijke mededeling zou men (als daar aanleiding voor is) kunnen vermoeden dat die zich mogelijk alleen baseert op een wel gepubliceerde tekst van een redevoering die mogelijk niet is doorgegaan. Maar anders lijkt het toch te liggen bij de volgende tekst. Overigens, voor de aanname dat die bijeenkomst niet is doorgegaan moet men enige evidentie hebben; maar die is er niet. Alleen lijkt vooralsnog elk spoor van die herdenkingsbijeenkomst  onvindbaar.

C.E.M. Struyker Boudier & R.H.A. Corbey als getuige

In „Bericht: Zur Scheler-Rezeption in den Niederlanden und in Belgien.“ Von C.E.M. Struyker Boudier und R.H.A. Corbey, Nijmegen [in een PDF waaruit niet duidelijk blijkt waarin dit gepubliceerd of voor welke gelegenheid dit geschreven is], schrijven zij over de contacten die Buytendijk en Scheler met elkaar hadden. Daar lezen we het volgende [voor de noten verwijs ik naar de PDF]: „Ein Jahr vor seinem Tod kommt Scheler zum lezten Mal in die Niederlande, zur Feier des 250. Todestages von Baruch de Spinoza in Amsterdam. Scheler vertritt zu diesem Zeitpunkt schon seit einigen Jahren seine metaphysische Spätposition, die nicht nur eine Annäherung an die irrationalistische Metaphysik des 19. Jahrhunderts, sondern auch eine Annäherung an die Metaphysik dieses von ihm bewunderten Denkers darstellt. Am 21 Februar 1927 hält Scheler einen inspirierten Vortrag.2 "Aus aller Welt erscholl Spinozas Preis, und Liebe und Verehrung erwärmten das Bild, das Grab, das Häuschen dieses in seinem Leben so unsagbar armen Menschen", schreibt er am 9. März 1927 seiner zweiten Frau, Märit Furtwängler. "Seine Unabhängigkeit, seine ruhige Geborgenheit in Gott, sein stolzes souveränes Leben - seine Liebe zur Wahrheit - erschüttern mich und sind mir ein Vorbild."3 Ein Vorbild - Scheler dachte tief über "Vorbilder und Führer".4 Und wir wissen u.a. aus seiner Korrespondenz mit seiner zweiten Frau, wie sehr Scheler in den letzten Jahren seines Lebens mit Gefühlen der Einsamkeit kämpfte.

Mijn conclusie is dus 1) dat er op 21 februari of wellicht later in 1927 ook in Amsterdam een herdenkingsbijeenkomst geweest moet zijn en 2) dat Max Scheler daar heeft gesproken en 3) dat die tekst zowel in de Kölnische Zeitung (1927) is gepubliceerd als in zijn Philosophische Weltanschauung (1929) en zijn Verzamelde werken.

Van wie die herdenkingsbijeenkomst in Amsterdam uitging is mij niet bekend, maar in het vorige blog kon ik laten zien dat de Vereniging voor Wijsbegeerte in Amsterdam in de aula der universiteit op 3 Maart 1927 een herdenkingsbijeenkomst had. Maar misschien had de Universiteit van Amsterdam op 21 februari zo’n bijeenkomst gehad waarvoor wellicht Max Scheler als spreker is uitgenodigd. Ook dat komt nog wel eens boven tafel.

_____________

Tot slot noteer ik uit die bibliografie om het vast te houden ook nog even het volgende:

Ÿ   Kramer, Horst: Scheler contra Spinoza - Kritische Anmerkungen zu Max Schelers Spinoza-Bild. In: Wissenschaftliche Zeitschrift der Karl-Marx-Universität Leipzig 26 (1977), 77-81

Ÿ  Vucht Tijssen, B. E. van: Uit de ban van de rede. Een confrontatie tussen cultuur- en kennissociologische visies van Max Scheler en Max Weber. Proefschrift sept.1985 ( promotor prof.dr.A.C.Zijderveld & prof.dr.A.de Ruijter ), uitgave door ICAU mededelingen no.22 ( vakgroep Culturele Antropologie Utrecht ), 401 blz.

Ÿ  Vucht Tijssen, B. E. van: Tussen cultuurkritiek en metafysica : De intellectuele omzwervingen van Max Scheler. In: Tijdschrift voor sociale wetenschappen 29 (1984), 189-211 Spinoza-Erwähnung: 189, 207

Ÿ  Ein deutscher Philosoph: Zum Gedächtnis Max Scheler. In: Kölnische Zeitung: mit Wirtschafts- u. Handelsblatt [Köln]  Date: 1928-05-22