Morgen horen hoe we Spinoza hier tussen kunnen krijgen

Soms denk ik wel eens dat we het wat overdrijven - als ik zo'n  boekentafel als deze zie. Spinoza kom je in die boeken over de brains niet tegen, ook niet als het om interpretatie gaat.

Morgen, tijdens de jaarvergadering van de Vereniging Het Spinozahuis gaan we van Miriam van Reijen horen over "Spinoza’s bijdrage aan een actueel debat: Bestaat de vrije wil? En zo niet, hoe erg is dat?"

Je kunt je ook afvragen: als over Spinoza niets of weinig te horen is in het actuele debat over de vrije wil, hoe erg is dat?

En dan staan er ook nog boeken in de schappen... 

Ik haal hier de samenvatting van haar toespraak dit blog binnen. 

Miriam van Reijen - Spinoza’s bijdrage aan een actueel debat: Bestaat de vrije wil? En zo niet, hoe erg is dat?

Door de eeuwen heen zijn er door filosofen verschillende opvattingen over de relatie tussen lichaam en geest en over het al of niet bestaan van een vrije wil verkondigd. Spinoza schrijft dat het, ‘…omdat elkeen zich beelden vormt naar gelang de toestand van zijn eigen lichaam… ook niet te verwonderen is dat er onder de wijsgeren…zoveel verschillen van mening zijn gerezen.’ (Ethica, II, st. 40, opm.1) Momenteel zijn het de hersenwetenschap­pers die het debat hierover aansturen, en de meningen blijven even verdeeld. Spinoza schreef ook dat ‘…niemand tot dusver heeft uitgemaakt wat het lichaam wel vermag…’ en dat ‘…diegenen, die beweren dat deze of gene handeling van het lichaam voortspruit uit de geest, die heerschappij over het lichaam zou hebben, niet weten wat zij zeggen en niets anders doen dan met schoonschijnende woorden toegeven dat zij de ware oorzaak van die handeling niet kennen…’ (Ethica, III, st. 2, opm.) Worden die ware oorzaken nu door de neurowetenschappen blootgelegd? En welke praktische consequenties kan dat hebben? Getuige een aantal recente populaire publicaties en de discussie in de media, lijkt het belangrijkste obstakel voor het accepteren van neurowetenschappelijke onderzoeksresulta­ten de aanname van een vrije wil te zijn. Maar trekken de hersenwetenschappers niet te snel conclusies?

In deze lezing worden de begrippen en de argumenten die in het debat over de vrije wil worden gebruikt ontward en kritisch bekeken. De ‘argumenten’ blijken vooral de vermeende ingrijpende consequenties te betreffen van het niet aannemen van een vrije wil.

Spinoza heeft filosofische argumenten gegeven tegen het bestaan van een vrije wil, bijvoorbeeld in zijn brief aan G.H. Schuller. Daarnaast heeft hij ook de vermeende consequenties voor het alledaagse individuele en sociale leven al gepareerd, bijvoorbeeld in zijn briefwisseling met Van Blijenbergh.

Omdat de inbreng van Spinoza node wordt gemist in het actuele debat, worden in de lezing zijn opvattingen over de wil, de vrije wil en (in)determinisme gepresenteerd als een tot nu toe onderbelichte, maar zinvolle filosofische bijdrage aan deze actuele kwestie. Betoogd wordt dat de empirische resultaten van de hersenwetenschap op dit moment nog niets aan het licht hebben gebracht dat overtuigender is dan wat Spinoza via zijn conceptuele analyse en logisch redeneren bewees.

                                                        * * *

Bij de Afdeling Actueel stond Jan Knol's hertaling van Spinoza's Korte Verhandeling naast "De vele gedaantes van Maria". Alles kan.

Foto's vandaag door mij genomen in Selexyz Dominikanen te Maastricht.

Reacties

De vrije wil. Ik ben niet erg thuis in het debat over de vrije wil. Ik lees wel dat met enige berustende ergernis wordt vastgesteld dat Spinoza niet betrokken wordt in dit debat. Wat ik me afvraag: was Spinoza de eerste die het bestaan van de vrije wil ontkende? Het lijkt me zo'n revolutionaire, stoutmoedige gedachte (voor die tijd), getuigend van een ongekend revolutionair en diep inzicht. Spinoza moet haast wel de eerste zijn geweest.

Maar misschien is het ook "gewoon" een logisch uitvloeisel van zijn 'natuurkundige' kijk op het menselijk gebeuren.

Henk,
In ieder geval Luther was eerder, uiteraard niet vanuit het naturalistische determinisme à la Spinoza, maar wel vanuit het supernatuurlijk-goddelijke determinisme (predestinatie). Nadat Erasmus, mede n.a.v. uitspraken van Luther, zijn ‘Verhandeling over de vrije wil’ (De libero arbitrio, Bazel, 1524) had geschreven, reageerde Luther, gepassioneerd, met ‘De slafelijke wil’ (De servo arbitrio, 1526). Daarbij ging het om de vraag van de uitverkiezing (kan de mens zelf daaraan iets doen; kan hij uit vrije wil iets aan z'n heil doen - niet dus volgens Luther: God kiest).
Het thema vrijheid versus noodzakelijkheid was al zo oud als de filosofie, maar het onderwerp "vrije wil" is eigenlijk een religieuze uitvinding van Augustinus

Wat betreft het determisme, dat natuurlijk samenhangt met de kwestie van de vrije wil, zijn de Stoa wellicht van enige invloed geweest op Spinoza. Er is aardig wat literatuur over te vinden. we lezen echter in the Continuum Companion to Spinoza dat '[...] it seems more likely that he independently formulated a philosophical system that is astonishingly Stoical.' (p. 83) Natuurlijk is er ook Klevers' Spinoza Classicus waarin de invloed van Seneca op Spinoza volgens mij iets ruimer wordt gezien. Wel zo handig om alvast te noemen, want Wim Klever - zo schijnt mij toe - is op zijn plaats 'natuurlijk' gedetermineerd om de bovenstaande pointe te weerleggen.

Daar hoef ik alleen aan toe te voegen:
1) dat 'Stoa' geen meervoudsvorm is, en
2) dat afwijzing van menselijke vrijheid reeds de les van de hele pre-sokratische filosofie is.
Maar verder laat ik mij voor dit onderwerp niet meer uit mijn tent lokken wanneer men niet wil begrijpen wat de pointe is van Spinoza's vergelijking van de vermeende menselijke vrijheid met de verrmeend vrije vlucht van het projectiel.

Welnu beste Wim, het was geenszins de bedoeling om je uit de tent te lokken. Voor mij was deze praktische excercitie van determinisme vooral een - ik geef het toe - nogal flauwe en wellicht misplaatste vorm van humor. 'De Stoa' gebruikte ik overigens niet als persoonsvorm (i.e.: 'de Stoïcijnen) maar als verwijzing naar 'het Stoïcisme'. Erg belangrijk!