Over Spinoza's Latijn en over vita vitalis – leefbaar leven

De heer Fokke Akkerman had tijdens de VHS Spinozaweek in Barchem de eerste lezing zullen geven, maar hij had om gezondheidsredenen verstek moeten laten gaan. Nu gaf Piet Steenbakkers een paar zaken door die Akkerman had genoteerd over het Latijn van Spinoza.

Akkerman had zich enigszins geërgerd aan uitspraken van de Ethica-vertaler Corinna Vermeulen. In “Opmerkingen van de vertaler” had ze in een paragraafje over “Spinoza’s stijl en fouten” geschreven over “een ongepolijste, hoekige stijl en zondigt regelmatig tegen het Latijn; zijn zinnen lopen niet altijd en hij schrijft vaak simpel, bijna colloquiaal.” En in Trouw had Corinna Vermeulen het over “Spinoza's nogal slordige Latijn” en lezen we: “Vermeulen heeft wel eens op Spinoza's nonchalante Latijn zitten mopperen, zegt ze, "maar ik heb ook met heel veel plezier zijn hoekige stijl in het Nederlands weergegeven. Het kan dus gebeuren dat de lezer valt over een zin die niet goed loopt, een onelegante herhaling of iets wat uit de spreektaal komt, zulke dingen heb ik er expres in gelaten - zolang de helderheid maar niet in het gedrang kwam."

Daartegenover plaatste Akkerman de zienswijze van de classicus en dichter J.H. Leopold, die in “Ad Spinozae Opera Posthuma” (1902) schreef (in vertaling van Akkerman): “Spinoza schrijft in een eenvoudige, sobere en directe stijl, die past bij een auteur die, uitsluitend op de inhoud gericht, erop uit is zijn onderwerp te behandelen en niet de lezer aangenaam te verpozen, en die dus besloten heeft bij kortheid en helderheid al het andere ten achter te stellen. Dat hij naar kortheid streefde, heeft hij zelf op verschillende plaatsen in ronde woorden te kennen gegeven, en impliciet aangeduid wanneer hij klaagde over de omslachtigheid van de meetkundige methode. Hij schrijft dus in een enigszins gehaaste stijl, steeds zichzelf tot spoed aanzettend, voortsnellend naar de uitkomst van het betoog, en niet zelden midden in een uitweiding zichzelf tot de orde roepend.”

En tenslotte nog eens: “Zo betoont zich zijn stijl eenvoudig, onversierd en natuurlijk, een stijl die opschik en kunstgrepen allerminst zoekt, maar toch zijn eigen, om zo te zeggen naakte, gepolijste keurigheid bezit, die hier en daar oplicht door een bijzondere antithese of een gelukkig gekozen woord, en elders weer met een lichte geestigheid en charme wordt aangelengd, die soms een bewonderenswaardige sereniteit en een kalme gelijkmatigheid ademt en die, ten slotte, een enkele maal als de inhoud zelf de woorden meesleept, naar een schitterende verhevenheid oprijst.” (p. 35-37)

Overigens stelde Steenbakkers die ons dit alles (en het volgende) namens Akkerman vertelde, dat Corinna Vermeulen een goed classicus is; en hij zag als het voordeel van haar vertaling dat ze dicht bij de Latijnse tekst blijft. [Zie ook blog over haar Ethica-vertaling]

Vita vitalis

Hierna gaf hij als voorbeeld van zo'n "gelukkig gekozen woord” de passage die in het Vaticaanse handschrift van de Ethica IV, App. V luidt: Nulla igitur vita vitalis est sine intelligentiâ,… waarvan voor de Opera Posthuma (daar men die uitdrukking waarschijnlijk niet herkende) werd gemaakt:
Nulla igitur vita rationalis est sine intelligentiâ,…

Corinna Vermeulen vertaalde resp.
Geen enkel leven is dus vitaal zonder begrip … en
Geen enkel leven dus is rationeel/redelijk zonder begrip…

Dikwijls werd door classici neergekeken op het neo-Latijn van de 16 en 17e eeuw. Hét Latijn was dat van Cicero en tijdgenoten in het Klassieke Rome. Maar zie, hier greep Spinoza terug op een zegswijze van Cicero – en dat werd tot heden nog niet ontdekt. Eénmaal past Cicero de term “vita vitalis” toe, n.l. in Laelius, de amicitia - 22)

“Principio qui potest esse ‘vita vitalis', ut ait Ennius, quae non in amici mutua benevolentia conquiescit?”

“Allereerst, hoe kan een leven leefbaar zijn, zoals Ennius zegt, dat niet op wederzijdse welwillendheid van vrienden berust?”

Akkerman zou dan ook het liefst als vertaling van

          Nulla igitur vita vitalis est sine intelligentiâ,… zien

          Er is dus geen leefbaar leven zonder begrip…

Interessant is te zien dat De Nagelate Schriften dichter bij het Vaticaans handschrift staan dan bij de Opera Posthuma:

          “Dat leven, ’t welk zonder kennis is, kan geen leven genoemd worden.”

 

Reacties

Inderdaad, mooie bevestiging van Spinoza's vertrouwdheid met idioom van de klassieke letteren vanuit het Vaticaans Manuscript. Gezien vanuit de context is de inhoudelijke aanwinst echter minimaal. De tweede zin van 4/cp5 gebruikt immers gewoon het OP-woord (rationalis) voor dezelfde gedachte: "quae impediunt... quominus homo ... RATIONALI VITA frui possit (wat verhindert dat een mens een REDELIJK leven kan genieten...).

Er is alle reden iets positiever over de Vaticaanvondst op dit punt te zijn, Wim. Jij brengt het terug tot alleen illustratie van Spinoza's vertrouwdheid met Cicero, waardoor je de inhoudelijke betekenis in mijn ogen te makkelijk bagatelliseert. Ik zie inhoudelijke winst.
De tekst van 4/App5 luidt:
"Nulla igitur vita vitalis est sine intelligentiâ, et res eatenus tantum bonae sunt, quatenus hominem juvant, ut mentis vitâ fruatur, quae intelligentiâ definitur. Quae autem contra impediunt, quominus homo rationem perficere, et rationali vitâ frui possit, eas solummodo malas esse dicimus."
(vertaald m.b.t. Krop, Vermeulen en Klever:)
"Er is dus geen leefbaar leven zonder begrip en de dingen zijn alleen goed voor zover ze de mens helpen om een leven van de geest te leiden dat door begrip wordt gedefinieerd. De dingen die juist verhinderen dat de mens de rede vervolmaakt en een redelijk leven kan genieten zijn de enige dingen die we slecht noemen."

Er zit zeker inhoudelijke winst in de vondst, namelijk dat het laat zien hoe Spinoza in kort bestek een betoogje opzet: 1) een leefbaar leven vraagt begrip 2) goed is wat bijdraagt aan het komen tot begrip, 3) slecht is wat dat leven volgens de rede verhindert, 4) (impliziete conclusie) alleen een leven volgens de rede is dus een leefbaar leven.
Het ook aan het begin al van redelijk leven spreken, zoals de OP doet, haalt die opbouw eruit en maakt de bewering tautologisch. Dat is verdwenen en dat is dus de inhoudelijke winst.

Ja maar, dar staat tegenover dat de editores de uitdrukking 'vita vitalis' kennelijk verwierpen omdat het een rare, preklassieke uitdrukking is die eigenlijk niet goed mogelijk is in klassiek Latijn. Ennius schreef een primitief soort Latijn dat later niet meer getolereerd werd. Cicero apprecieert het kennelijk nog. We maken er nog iets van omdat we 'vitalis' dan gaan lezen als 'leefbaar', terwijl het letterlijk 'levend' betekent. Laten we het er op houden dat Ennius/ Cicero het begrepen als 'echt' (leven) , een accentuering dus van 'leven'. En zo zie ik 'rationalis' ook, dat verderop ook in die zin wordt gebruikt.

Het is mij altijd een raadsel geweest waarom Leopold, die zelf natuurlijk uitstekend Latijn schreef, zich geroepen voelde het voor Spinoza's Latijn op te nemen.
Leuk, die plaats bij Cicero, maar het kan natuurlijk heel goed toeval zijn.