Peter de Graeve, Gilles Deleuze en Spinoza

Bezoeker van dit weblog Jan Snel gaf mij de tip: “Heb je het boek van de Graeve al eens bekeken? Met ook veel Spinoza.” Ik neem aan dat hij dat deed n.a.v. het recente blog over Simon Duffy over wiens boek The Logic of Expression (2006) Caroline Williams schreef: “For a careful comparison of his [Pierre Macherey’s] and Deleuze's interpretation of Spinoza, readers may find Duffy (2006) helpful.” Of misschien n.a.v. het blog over de conferentie mei volgend jaar over Deleuze und Spinoza. Hoe het ook zij...

... gezien de dingen waarmee ik bezig ben, vrees ik dat ik niet snel zal toekomen aan het gehoor geven aan deze tip en daarom volsta ik met deze hier door te geven. Misschien hebben anderen er iets aan. Het gaat om:

Peter de Graeve, Gilles Deleuze en het materialisme. Klement ☼ Pelckmans, 2012

 

Ger Groot zei in een bespreking in NRC Handelsblad van de vertaling van Gilles Deleuze’s Verschil en Herhaling ook e.e.a. over dit boek van De Graeve:

 

“De Vlaamse filosoof Peter de Graeve maakt zich in zijn zojuist verschenen boek Gilles Deleuze en het materialisme al even weinig zorgen over dat verwijt [van charlatanerie]. ‘Alle insinuaties als zou de filosofie van Deleuze niets anders zijn dan wetenschappelijke charlatanerie, zijn correct,’ zo schrijft hij. Maar, zo voegt hij daar onmiddellijk aan toe, over de filosofische waarde van diens denken zegt dat nog niets. Het is immers maar zeer de vraag of filosofische inzichten per se moeten beantwoorden aan een eenheidsmodel van wetenschappelijke kennis.”

En verderop voegt hij eraan toe: “Peter de Graeve noemt Deleuze in zijn boek ‘binnen de Franse naoorlogse wijsbegeerte veruit de origineelste denker’ en hij weet diens ideeën op een aanstekelijke manier tot leven te brengen. Enigszins onderbelicht blijft bij hem wel het boek dat Deleuze in 1972 beroemd maakte: de studie Anti-Oedipus die hij schreef samen met de psychiater Félix Guattari en die in die jaren na mei-68 een ware cult-status kreeg. Verwonderlijk was dat niet. Wat Deleuze in Verschil en herhaling met de filosofische grondbegrippen had gedaan, deed hij nu met de ideeën van de psychoanalyse. Niet van bovenaf maar van onderaf moest de menselijke psyche worden geanalyseerd. Dat wil zeggen: niet vanuit een ordelijk en beheerst zelfbewustzijn, maar vanuit de baaierd van het ‘aardse’ onbewuste met zijn driften.” [Hier]

Dat Spinoza veel erin voorkomt kan men zien aan zijn blog, waarin Jan van Duppen veel passages uit dat boek van Peter de Graeve citeert, waarin 10x de naam van Spinoza voorkomt. Uiteraard kun je het over Gilles Deleuze niet hebben zonder het ook over Spinoza te hebben.