Petrus van Balen (1643 – 1690) bekend met - ook bekende van Spinoza?

Doordat Henri Krop in de derde en laatste bijeenkomst over de TIE naar Petrus van Balen’s boekje “De verbetering der gedachten” verwees, heb ik antiquarisch de uitgave van de herontdekker M.J. van den Hoven aangeschaft (Ambo reeks: ‘Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland, Baarn, 1988).

Van den Hoven biedt daarin een informatieve inleiding over de stand van de uitgaven in de logica en wetenschapsleer in de 17e eeuw. Het werd me duidelijk dat Krop er – terecht – goed gebruik van had gemaakt bij zijn inleiding.

 

Ik had wel eerder over Van Balen gelezen in Jon. Israel’s Radicale Verlichting en in Mannen rond Spinoza van Wim Klever, waarin hoofdstuk 10 gaat over “Petrus van Balen over de sanering van ons denken.” Klever is heel enthousiast over de ontdekking van dit boekje van Van Balen in wie hij een 100% volgeling van Spinoza ziet die diens filosofie (en niet allen de TIE) heeft verwerkt en voor de gewone mensen heeft doorgegeven. Hij schreef zijn boekje in het Nederlands en met op het titelblad zijn eigen naam:

"De verbetering der gedachten omtrent waarheid en valsheid: Of Waare LOGICA Leerende, hoe elk alle dingen in klaarheit sal begrijpen, in sekerheit oordeelen, en met geluk onthouden; waar in 't Onderscheit van de Oude en Nieuwe Denkkonst, en de voortreffelijkheit van de laatste boven d'eerste is te sien. Samen-gestelt door Doctor Petrus à Balen. Tot Rotterdam, Gedrukt by Pieter Tonneman, Papier-verkoper, by den Doelen, Anno 1684."  [Zo luidde het titelblad van de eerste uitgave; hiernaast staat het titelblad van het eerste deel van de tweede uitgave).

Interessant vind ik de gedachte dat Van Balen Spinoza zelf in Den Haag zal hebben gekend toen hij er als predikant op het paleis Noordeinde voor Amalia van Solms werkte. Er bestaat geen snippertje bewijs voor, maar allerwaarschijnlijkst is het in mijn ogen wel (hoewel zijn 'orangisme' wellicht een contra-indicatie is; zie hierna). Mede ook daar Van Balen een beetje een buitenbeentje was en geen hardnekkig orthodoxe predikant zoals er velen in een dozijn gingen. Hij deed na zijn theologiestudie ook nog medicijnen en later ook nog eens een rechtenstudie. De sterkste aanwijzing voor die bekendheid met Spinoza is echter zijn boekje zelf, dat geheel in de geest van Spinoza geschreven is en als een globale compilatie van het Spinozisme gezien kan worden – en om die reden zeker aan te raden voor geïnteresseerden in Spinoza. Ik ben er nog in bezig, maar wil alvast nu dit blogje aan hem wijden.

Van Balen werd geboren in een goed bekend staande Utrechtse familie en studeerde in 1664 af in de theologie. In die tijd speelde zich in Utrecht de strijd om het cartesianisme af waarvan Voetius een felle tegenstander was. Van Balen zou ook colleges wiskunde en medicijnen (bij Regius) gevolgd hebben. Na zijn afstuderen werd hij door de Staten-Generaal per resolutie van 22 Juni 1664 als ambassade-predikant aangesteld bij de ambassadeur aan het Spaansche hof te Madrid, Hendrik van Reede van Renswoude. Daar had hij contact met de Jezuïeten, bezocht ook een katholieke mis en stond het syncretisme voor – een stroming die de scheiding der kerken trachtte ongedaan te maken. Hij werd n.a.v. een request van zijn vader door de Staten-Generaal teruggeroepen en had intussen zoveel argwaan gewekt (hij werd ervan verdacht zich in stilte bij de Roomsch-Katholieke Kerk te hebben aangesloten) dat hij bij de hervormde kerkelijke instanties niet meer aan de bak kwam. Hem werd aangeraden nog maar eens een jaartje theologie te studeren onder Coccejus en Heidanus in Leiden. In 1669 liet de laatste zich lovend over hem uit tegenover de Synode in Schoonhoven, wat niet veel meer opleverde dan dat Amalia van Solms, de grootmoeder van Willem III, hem in 1670 tot haar hofpredikant benoemde. En zo hield hij predicaties bij belangrijke gelegenheden in paleis Noordeinde. Zo hield hij in 1672 een predicatie over de zes eerste verzen van psalm XX een "Zegenwensch aan sijn Hoogheyt, Prince van Orange, &c als capitain-generaal van 't Vereenigd Nederland." Daarin  vergeleek hij Willem met David. Hiermee leek hij tot het Oranje-kamp te behoren, wat toch niet dat van Spinoza was. Matthijs Wieldraaijer omschrijft de preek als “example of Orangist propaganda par excellence.” *)

Maar goed, in deze vijf-jarige periode zal hij dus vermoedelijk toch Spinoza hebben leren kennen. Na Van Solms dood in 1675 werd hij predikant in Breda, waar hij overigens al in 1672 beroepen was, maar met behoud van zijn aanstelling als hofpredikant. Hij zou weer "roomsche neigingen" krijgen. Het jaar erop, 1676, liet hij zich inschrijven in Utrecht als student in de medicijnen. Hij promoveerde er en was in Breda naast predikant tevens geneesheer. In 1677, het jaar waarin “de doodt hem (Spinoza) te vroeg had weggerukt”, zoals hij later zou schrijven, ondernam Van Balen een studiereis naar Harderwijk waar hij de titel van doctor juris behaalde (misschien tegen betaling verwierf, zoals daar wel voorkwam). In 1678 vroeg hij ‘dimissie van sijn dienst’ maar was al uit Breda naar Gent vetrokken; en dat jaar werd hij in Breda 'gedemitteerd'. Kortom, hij leidde die jaren een nogal onrustig leven. Hij liet zich vervolgens als advocaat inschrijven bij het Hof van Holland in Den Haag. De Zuidhollandsche synoden bleven weigeren hem weer tot het predikambt toe te laten; tot 1683. In 1683 verhuisde hij naar Rotterdam, waar hij weer als predikant werkzaam werd. Of hij er contacten had met Johannes Bredenburg, Pierre Bayle of John Locke die daar toen ook verbleef, is niet bekend. Aldaar publiceerde hij in 1684 zijn genoemde boekje en werkte aan een tweede deel ervoor dat na zijn dood in 1691 samen met het eerste deel verscheen. Willem Deurhoff verwees in 1707 nog naar het boekje, maar het raakte in vergetelheid tot het in 1982 door Van Hoven werd herontdekt.

Van Balen schreef het in het Nederlands, publiceerde het onder eigen naam en durfde het aan om Spinoza te prijzen om zijn Hebreeuwse grammatica (alleen dat). Hij had als doel om gewone mensen op weg te helpen om kennis te nemen van, te verlichten over de moderne filosofie, in concreto in Spinoza’s stelsel, waarbij hij tevens nuttige achtergrond gaf, b.v. over de categorieën van Aristoteles.

De medische metafoor komt vele malen bij hem terug: zoals we de dokter nodig hebben voor de gezondheid van ons lichaam, hebben we hulp bij de verbetering van de gedachten nodig om gezond te denken. Het is inderdaad frappant hoeveel je bij het lezen (waarmee ik dus nog bezig ben) de leer van Spinoza toegelicht ziet worden.

Albuminscriptie / van Petrus van Balen (1643-1692), predikant, jurist en medicus, voor het album amicorum van Jacob Heyblocq (1623-1690), rector van de Latijnse school te Amsterdam [1662]  [van hier]

-----

*)

Matthijs Wieldraaijer: Good Government and Providential Delivery: Legitimations of the 1672 and 1688/89 Orangist Revolutions in Dutch Sermons. In: Dutch Crossing, Vol. 34 No. 1, March, 2010, 42–58 [PDF]

 

cf Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek (dat niets over de 'Spionoza-connectie' heeft)

M.J. van den Hoven. Petrus van Balen en Spinoza over de vebetering van het verstand. Mededelingen vanwege Het Spinozahuis nr 55.

VoorkantEsther Mijers, David Onnekink (Eds.): Redefining William III: the impact of the king-stadholder in international context. Politics and culture in north-western Europe, 1650-1720. Ashgate Publishing, Ltd., 2007

Curriculum Vitae, Publications and Activities M.J. (Jeroen) van den Hoven (1957) [PDF]