Pieter Balling overleed in 1664 (en niet in ca 1669)

In de mail waarin Margreet Brandes mij over haar aanstaande Amsterdamse Spinozawandelingen informeerde [cf. dit blog), schreef ze ook dat ze in het Amsterdamse Archief [ik neem aan in het door dat Archief online gezette begraafregister van vóór 1811, cf.] de sterfdata van Pieter Balling, zijn dochters en waarschijnlijk een tante heeft gevonden.

Pieter Balling, een van de vrienden in Spinoza's kring die ik bij bezoekers van dit blog bekend veronderstel,  overleed dus-later in hetzelfde jaar als zijn zoon, over wie Spinoza hem zo inlevend schreef (brief 17)  - zo wordt toch gezien de inhoud van Spinoza's antwoord i.h.a aangenomen.

Ik geef eerst de gegevens in de vorm waarin Margreet ze mij e-mailde:

Pieter Balling en dochters, alsmede wrsl. zijn tante.

Begr. 23-12-1664 Karth. Kerkhof Pieter Balling, op de N.Z. Achterburgwal (= Spuistraat), ‘over het Swaentje Brouwerij’. Laat 2 kinderen na. 1 baar 14 roef.

Via Lidmaten Doopsgezinden: 17-02-1669 gedoopt: Annetje Balling, dochter van wijlen onze broeder Pieter Balling (voorgesteld door onze ledematen: de moeder Annetje ……, en Roelof Soeten.

31-01-1672 gedoopt: Rebekka Balling, dochter van wijlen onze broeder Pieter Balling, voorgesteld door onze ledematen haar zuster Anneke Balling en Roelof Soeten.

Begr. 04-04-1674 Karth. Kerkh. Rabekka Ballingh, in de Slootstraat, 1 baar 16 roef.

Voorts nog een gegeven, mogelijk een tante van de voornoemde Pieter (diens vader zou dan Pieter Pietersz Ballingh zijn).

Begr. 21-07-1676 OK Trijntje Pieters Ballingh, wed. van Sweeres Sweeresz Glaa, uit de Goudsbloemstraat.

Uit de poorterboeken haal ik nog het volgende:

Pieter Balling, factoor (volgens woordenboek: zaakgelastigde, handelsagent, tussenpersoon of makelaar ?), van Harlingen, poorter 26-05-1656.

                                                * * *

Tot heden werd als datum van zijn dood aangegeven: vóór 1669 (Henri Krop in zijn Spinoza-icoonboek), In de reeks blogs die ik in 2012 over hem had gaf ik als zijn levensdata (? – ca 1669). Die ‘ca 1669’ is w.s. gebaseerd op de mededeling van Wiep van Bunge in het door hem geschreven lemma ”Balling, Pieter” in het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme [1978 - cf.]: "In 1669 wordt zijn echtgenote - datum en plaats van het huwelijk zijn niet bekend - een weduwe genoemd.”

Adrie Hoogendoorn ontleende voor zijn fraaie, aanbevelenswaardige tekst over die 17e brief in zijn cursusboek Spinoza’s Briefwisseling [via dit blog op internet gezet] aan het proefschrift van Peter Buijs, De eeuw van het geluk [Hilversum: Verloren, 2007] dat de sterfdatum 1669 was; maar uit dat boek wordt niet duidelijk waarop de auteur dat stellige gegeven baseerde.

En nu zie ik tot mijn verrassing dat in het blog “Hendrik van Bronckhorst (1636 - 1678) maakte deel uit van de kring rond Spinoza” dat in feite gebaseerd was op een tekst van Frank Martens, door hem bij “Pieter Cornelisz Balling (†1664)” dit sterfjaar al genoemd was. Tussen de vele informatie was me dat toen niet opgevallen. De mail van Margreet Brandes is voor mij aanleiding in dit blog even apart en luid en duidelijk aandacht te geven aan dit feit van de gevonden sterfdatum van Pieter Balling.  

Pieter Balling werd dus begraven op het Karthuizer Kerkhof dat zich bevond in de voormalige kloostertuinen van het Karthuizer Klooster. Dat kerkhof, dat tot 1612 ver buiten de bewoonde stad lag, is als begraafplaats in gebruik geweest van 1602 tot 1817. Tijdens de grote pestepidemie van 1664 zijn hier zo’n 7000 mensen begraven. We mogen aannemen dat zowel Pieter Balling, als eerder zijn zoon, in dat jaar beiden hoogst waarschijnlijk aan de pest gestorven zijn.

            [afb. van hier en hier, alwaar méér informatie]  

________________

Verbetering/aanvulling

Nog maar net heb ik bovenstaande gepubliceerd, of ik ontdek – bij toch nog even doorgezette zoekactie – dat Margaret Gullan-Wur de informatie over de datum van begrafenis al had in haar biografie: Within Reason: A Life of Spinoza (1998)

In een blog van Kevin von Duuglas-Ittu van 11 augustus 2008, “How Long was Peter Balling’s Son Dead?” citeert hij uit Margaret Gullan-Whur Spinozabiografie de volgende passage:  

Peter Balling’s omens could have concerned things other than his little boy’s death (which may not have been recent: the only record of the burial of a “child Peter Balling” is for 16 October 1661), since one “Pieter Balling”, living on the Burghwal opposite the Swan Brewery was buried  on 23 December 1664, in an emergency graveyard in the grounds of an old monastery, fourteen guilders being paid for the beir and boat-cover used for his brief obsequies (152).

Het gaat om de laatste alinea van het zesde hoofdstuk, die in de Nederlandse vertaling van 2000 luidt:

Pieters voortekenen kunnen van betrekking zijn geweest op iets anders dan het overlijden van zijn zoontje (dat mogelijk op dat moment niet recent had plaatsgevonden, omdat de enige registratie van de begrafenis van 'een kind van Pieter Balling' van 16 oktober 1661 is), want op 23 december 1664 werd een zekere 'Pieter Ballingh, wonende aan de Burghwal tegenover de brouwerij 'de Zwaan, begraven op een noodkerkhof op het terrein van een oud klooster. Voor de lijkbaar en het dekkleed van de boot die bij de korte begrafenisplechtigheid werden gebruikt, betaalde men veertien gulden.
[In eindnoten geeft ze de vindplaatsen in de div. archieven.]

Als het al om een voorgevoel van Pieter Balling over het overlijden van zijn zoon ging, dan was dat mogelijk niet een recent overlijden: Gullan-Whur  wijst op een overlijdensdatum van een zoon van enige jaren eerder. Het is uiteraard mogelijk dat het een zoon betrof wiens recentere overlijden (mogelijk i.v.m. de vele doden door de pestepidemie) niet in de archieven is terug te vinden. Maar zij lijkt te suggereren dat Pieter Balling misschien een voorgevoel van zijn eigen overlijden had gehad, hetgeen uiteraard niet echt past bij wat in Spinoza’s antwoord te lezen is. Het is haar manier van schrijven die maakt dat haar informatie niet echt overgekomen is als het sterfjaar van Pieter Balling.

Zo heeft Jonathan Israel dat nieuw gevonden sterfjaar niet opgepakt: Radical Enlightenment (2001) heeft in de index bij Balling, Pieter (d. 1669). 

______________________

Aanvulling zondag 2 oktober 2016

Frank Mertens was zo vriendelijk mij uit zijn vele naspeuringen de volgende (bepaald niet geringe) aanvullingen betreffende Balling toe te sturen, die ik graag aan het vorige toevoeg:

Pieter Cornelisz Balling (voor 1629 – 1664) was de zoon van Cornelis Balling (data onbekend), een wever en doopsgezind predikant o.a. te Rotterdam en Haarlem, en Annitgen Pietersdr (†1633). Ergens tussen 1633 en 1635 hertrouwde de vader met Lijsbet Pieters, over wie verder niets bekend is. Pieter Balling zelf huwde op 17 februari 1647 te Haarlem met Annetie Vervinck (†na 17 februari 1669), waarbij vermeld werd dat hij afkomstig was van Harlingen en de bruid van Haarlem. Dit echtpaar had nog ten minste twee dochters, naast de jong gestorven zoon wiens naam onbekend is en die wellicht reeds op 26 oktober 1663 begraven werd (die dag werd een niet genaamd kind van ‘Pieter Balin’ begraven). Anneken Pieters Balling (c.1648-1674) werd in 1669 gedoopt in de Vlaamse doopsgezinde gemeenschap van het Lam en huwde in 1668 met Willem Sarton (°ca. 1647). Rebecka Pieters Balling (voor 1655-1674) werd in 1672 gedoopt in de verenigde Vlaams-Waterlandse gemeente te Amsterdam en stierf wellicht ongehuwd.

Uit notariële akten in het archief te Rotterdam blijkt dat Pieter Balling in de loop van de jaren 1650 regelmatig naar Portugal en Spanje reisde (hij kon dus wellicht met Spinoza praten in diens moedertaal). Op 26 mei 1656 verwierf hij het burgerrecht te Amsterdam, waarbij eveneens opgegeven werd dat hij te Harlingen geboren was. Nauwelijks een week later, op 31 mei 1656, werd hij ingeschreven op de Amsterdamse naamlijst van makelaars en datzelfde jaar wordt zijn beroep ook als ‘factoor’ omschreven (ofwel een zaakgelastigde of handelsagent, ofwel iemand die actief is in de graanhandel). Volgens Lambour stierf hij op 20 december 1664, maar dat kon ik zelf nog niet verifiëren op basis van de originele bronnen (zie R. Lambour, "De Amsterdamse Collegiant Jacob Jansen Voogd", Doopsgezinde Bijdragen, 23 (1997), pp. 75-90, pp. 76-77, noot 16, een artikel waarin nog meer details over Ballings leven worden meegedeeld, steeds met bronvermelding).

Verder kon ik nog een aantal familieleden identificeren, al is de exacte band met Pieter Balling niet altijd met zekerheid te achterhalen. Witske Cornelis Balling, waarvan enkel de naam bekend is, was wellicht een zuster van Pieter. Trijntje Balling (data onbekend) was waarschijnlijk een tante: ze werd geboren te Rotterdam en huwde rond 1636 met Lucas Pietersz Schoonhoven (†1636-39) en in 1639 met Hendrick Gerritsz van Vreden (data onbekend). Pieter Balling (data onbekend) was vermoedelijk een oom en had ten minste twee dochters: Hillegond Pieters Balling, op 15 december 1652 gedoopt in de Waterlandse gemeente te Amsterdam, en Trijntje Pieters Balling (ca. 1611-1676), die in 1636 trouwde met Sweer Sweeres Glaa (ca.1597-1663), die daarvoor al ten minste tweemaal gehuwd was. Dit echtpaar had ten minste twee dochters, Hilletien en Geesken Sweeres, die beiden gedoopt werden in het Lam in december 1664.

Over de aangehuwde families kon ik helaas weinig vinden, maar het lijkt er alvast niet op dat Balling verwant was aan andere voor het Spinozaonderzoek interessante doopsgezinden, dit in tegenstelling tot bv. Jan Rieuwertsz, Hendrick van Bronckhorst, Jarich Jelles (Insma) en Simon Joosten de Vries die wel vaak door onderlinge huwelijksbanden met elkaar verwant waren.

Frank Mertens

Reacties

Vandaag nog vele gegevens vanuit een e-mail van Frank Mertens aan het blog toegevoegd. Zo wordt het biografisch plaatje van Pieter Balling flink nader ingekleurd.