Placate van 1678 tegen Spinoza’s Opera Posthuma

Nikolaas Wiltens (1662 - 1734) was “een proponent, werd in 1690 aangesteld tot predikant bij de Hollandsche ruiterij, die zich toen in Engeland bevond. Dit gaf aanleiding dat hij in het volgende jaar tot predikant bij de kapel van koning Willem III te St. James werd benoemd. In 1699 werd hij predikant te Voorhout, in 1704 te Uitgeest, in 1706 te 's Hertogenbosch, in 1710 te Amsterdam, waar hij den 4den April 1734 overleed.” Dit lezen we over hem in het Biographisch Woordenboek (Van der Aa) ook bij de DBNL.
Wiltens was een ijverig verzamelaar en heruitgever van plakaten. Van hem verscheen

  Nikolaas Wiltens, Kerkelyk Plakaat-boek. Behelzende de plakaaten, ordonnantien, ende resolutien, over de kerkelyke zaken. 's Gravenhage by Paulus en Isaac Scheltus, 1722

 

U kunt het voor € 200 aanschaffen bij antiquaar Wever Van Wijnen of gratis doorsnuffen op books.google dat het exemplaar van de KB heeft gedigitaliseerd, of op EarlyDutchBooksOnline waar een ander exemplaar nog fraaier is gedigitaliseerd.

Uit het Register: 

 

Daarin treffen we, zoals bovenstaande scan uit de index ("Register op de jaren en dagen volgens den tyd") laat zien,  op de bladzijden 450 en 451 de "Placate van de Staten van Hollandt ende van Vrieslandt tegen het Boeck geintituleert B. D. Spinosa Opera Posthuma Den 25. junii 1678. Gr. Pl. III. Deel f. 525 No 17."

Ik neem hierna deze tekst op – een fraaie samenvatting van hoe staatsgevaarlijk, ja zoals ze in de 17e eeuw graag zeiden: seditieus (oproerig, opstandig), de leer van Spinoza werd gevonden.  

                                                        * * *  

De uitgave van het Kerkelijk Plakaatboek werd na de dood van  Nikolaas Wiltens voortgezet

Op Delpher.nl krijgen we i.p.v. het eerste deel van het Kerkelyk plakaat-boek uit 1722 een vervolgdeel, n.l. het vierde deel uit 1793 voorgeschoteld.

Volgens Worldcat.org  zijn er tot 1807 delen verschenen. Verder worden daar nog de volgende werken van Wiltens vermeld:

  Nicolaas Wiltens, God's eigendom en schikkinge, voorgesteld op niewe-jaars-dag, 1695. in een' verhandelinge over de woorden Jobs 1.21. ter gelegenheid van 't afsterven van Maria, koninginne van Engeland, Schotland, Vrankryk en Ierland.  London : Tho. Chapman, 1695.

  Festus Hommius; Johannes Spiljardus; L v Broek; Nicolaas Wiltens, De leere der gereformeerde kerke, vervat in den Heydelbergzen catechismus, bevestigt met de getuigenissen der H. Schriftuur, en beknoptelyk voorgestelt in de tafelen van Festus Hommius, met der zelver toe-eigeningen van Johannes Spiljardus. Amsterda, Hendrik Bosch; Rotterdam, Philip Losel, en Middelburg, Michiel Schryver, 1725.

 

Reacties

Stan,
Het merkwaardige is dat de Opera Posthuma in de titel van het plakkaat van 1678 verboden wordt, maar dat de tekst van het plakkaat gaat over de inhoud van de TTP, een tekst die juist niet in de O.P. staat, maar in 1670 apart gepubliceerd werd. De TTP werd overigens alin 1674 verboden door de Staten van Holland, tezamen met Lodewijk Meijer's Philosophia S.S.I. en Hobbes' Leviathan. Ik heb de indruk dat De Staten voor hun verbod van de O.P. drie jaar later niet de moeite genomen hebben om de tekst van de daarin gepubliceerde Ethica door te nemen, want daarover wordt in de tekst met geen woord gerept. Blijkbaar onder het motto: als de auteur in het verleden één goddeloos boek gepubliceerd heeft dan zijn de andere publicaties van die auteur met hetzelfde sop overgoten.

Helemaal eens, Adrie, ze hebben zich er met een Jantje van Leyden van af gemaakt. Of ze hebben heel diep gegraven en beseft dat in de Ethica nóg fundamenteler de christelijke godsopvatting onderuit werd gehaald. Ook hebben ze e.e.a. kunnen begrijpen uit de correspondentie met Oldenburg die in de Opera Posthuma stond en waarin Oldenburg zich al zo ontsteld toonde.
Dat Spinoza "de Leere van de Menschwerdinge en Opstandinge Christi" niet aanhing konden ze alleen in die correspondentie lezen en niet in de TTP. Dus misschien hebben ze toch ook gegrasduind in de OP. Maar ik ben met je eens: hun houding was al in 1674 bepaald en kreeg door de OP bevestiging.