Rampjaar 1672

Luc Panhuysen, Rampjaar 1672. Hoe de republiek aan de ondergang ontsnapte. Atlas, Amsterdam, 2009, ISBN 9789045013282.

Ik begon dit boek te lezen in de hoop daarmee iets meer van de tijd waarin Spinoza leefde te kunnen proeven. Uiteraard verwachtte ik niet dat er ook maar iets van of rond Spinoza meegedeeld zou worden, maar misschien hielp het om iets meer van zijn achtergrond en zijn levensomstandigheden in die tijd te weten te komen.

Het was werkelijk een ramp die de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden [Friesland, Gelderland, Groningen, Holland, Overijssel, Utrecht en Zeeland] overkwam toen ze van drie kanten werd aangevallen door de legers van de Franse koning en de bisschoppen van Münster en Keulen en de vloot van de Engelse koning. Toen waren het nog de soevereine vorsten die oorlogen begonnen.

In de binnenlandse politiek leidde de oorlog tot een afrekening van prins Willem III van Oranje met Johan de Witt, de raadpensionaris. De Witt die meer aandacht voor versterking van de vloot dan van het landleger had gehad, werd door zijn tegenstanders verantwoordelijk gehouden voor de inval. Willem III werd door hen als redder in de nood naar voren gehaald. De Witt trad af. Enkele maanden later, op 20 augustus 1672 werden hij en zijn broer Cornelis door een woedende menigte beestachtig vermoord.

Elke spinozist weet van Spinoza´s woede hierover en van zijn tekst ´ultimi barbarorum´ waarmee hij naar de plaats des onheils had zullen gaan, had zijn huisbaas Henderyck van der Spyck hem van deze risicovolle daad niet weerhouden. Maar zulke voorvallen passen niet in de opzet van dit boek.

Het was een goede greep van Panhuysen om zijn boek op te bouwen rondom de lotgevallen van een paar mensen, het kleine Bekijk de afbeelding op ware groottegezin van Godard Adriaan baron van Reede, heer van Amerongen (1621-1691), zijn vrouw Margaretha Turnor (1613-1700) en hun zoon Godar, heer van Ginkel (1644-1703). Doordat de eerste als ambassadeur van de Republiek, overwegend in Berlijn, meestal van huis was en de zoon als jong officier en commandant in het staatse leger dienst deed, was er regelmatige correspondentie, waarmee vooral Margaretha het gezin op afstand bijeen hield; brieven die door Godard Adriaan keurig waren bewaard. Daarmee krijgen we inkijkjes in de diplomatieke en de militaire en de hogere burgerlijke of liever adellijke werelden; zo het misnoegen van Margaretha over het onbehouwen en redeloze grauw. Zo is er veel aandacht voor de ondervonden zorgen en angsten, voor de geruchten, de nieuwsvoorzieningen en pamflettencultuur. Door deze gekozen invalshoek worden er aspecten overbelicht (de poging van het Franse leger om de bevroren waterlinie over te steken krijgt veel aandacht) tegenover gebeurtenissen die onderbelicht blijven (zoals de aanval op en bezetting van Maastricht door de troepen van Lodewijk XIVe in 1673 - die het boek z´n coverplaat bezorgde).

De oorlog werd onder leiding van Willem III, die tot Kapitein Generaal was benoemd, tot een goed einde gebracht. Via een Haags verbond van de Republiek, Spanje en het Duitse Keizerrijk werd de vijand deels door terugveroveren (van Naarden o.a.) en voorts via de vrede van Nijmegen teruggedreven.

Dit boek laat heel sterk meevoelen wat een ellende, ongemak en angst oorlog brengt. Door dit boek besef ik nog eens sterker hoe belabberd de Republiek er voor stond door de gevolgen van dit méér dan een jaar durende rampaar, waar het méér dan de rest van die eeuw voor nodig had om er weer bovenop te komen. En hoe belachelijk het eigenlijk was van historici van de 19e eeuw (was het geen verzinsel van Busken Huet?) om de XVIIe eeuw als een Gouden Eeuw aan te duiden. Als we aannemen dat de bloeitijd van de Republiek begon in het jaar 1609, bij het begin van het Twaalfjarig Bestand, dan was die in 1672 wel beëindigd.

We hebben hier, kortom, een boeiend en zeer informatief boek over een Rampjaar van zeventien maanden in een Gouden eeuw van hooguit 63 jaar!

Door de uitvoerig beschreven angst van de bevolking van het niet door muren en wallen beschermde Den Haag voor een invasie vanaf de Engelse vloot en het oversteken van de Fransen van de waterlinie, alsmede de dagelijkse moeilijkheden om aan voedsel en brandstof te komen, is het moeilijk te begrijpen dat een wijsgeer daar aan de Paviljoensgracht ongestoord zou hebben kunnen nadenken over en schrijven aan zijn Ethica. Nog moeilijker is door het lezen van dit boek te begrijpen dat en hoe Spinoza een bezoek heeft kunnen brengen aan het door de Fransen bezette Utrecht.

Lezen van dit boek helpt nauwelijks om meer te weten te komen over en te begrijpen van de achtergronden van het leven van Spinoza in deze tijd.

Kasteel Amerongen voor de brand in 1672.

 

Boven het door de Fransen verwoeste kasteel Amerongen. Onder de nieuwbouw van Huize Amerongen werd reeds in 1678 voltooid - illustraties van hier en hier. Méér over de geschiedenis van kasteel Amerongen hier en hier.

Zie recensie van Jos Palm in Trouw van 13 juni 2009

Gesprek met Luc Panhuysen in VPRO De Avonden van 26 mei 2009

Programma met Luc Panhysen over Rampjaar 1672 in RKK rubriek Verum Bonum Pulchrum van 21 juni 2009