Ruth Lydia Saw (1901 - 1986) was een kritische Spinoza scholar

Toen ik het blog over Leon Roth in de ‘Note’ bij de heruitgave van zijn Spinoza-boek die ik daar had overgenomen, de naam van Miss R.L. Saw en de titel van haar Spinoza-boek zag, realiseerde ik me ineens dat ik haar naam nooit eerder ergens was tegengekomen. Het maakte me nieuwsgierig en ik ging naar haar op zoek.

Ruth Lydia Saw werd in 1901 in Carshalton, Surrey, Engeland, geboren als dochter van Samuel James Saw en Matilda Louisa Homer. Haar zuster Grace werd wiskundige. Na de Country School for Girls in Walsingham, Surrey [niet Wallington, zoals in Wiki staat], behaalde Ruth Lydia haar B.A. in 1926 aan het Bedford College aan de University of London, waarna ze lid werd van de Aristotelian Society. Van 1927-1934 werd ze Lector filosofie aan het Smith College in Massachusetts, terwijl ze aan dat instituut haar Ph.D. behaalde, waarna ze terugkeerde naar Engeland en Lector filosofie werd aan het Bedford College in Londen wat ze bleef tot 1944 en tegelijk was ze van 1939 tot 1946 lector aan het Birbeck College, waarna ze er reader werd. Vanaf 1953 tot haar emeritaat in 1964 was ze Hoofd van de afdeling filosofie van het Birbeck College. Vanaf 1935 was ze actiever lid geworden van de Aristotelian Society en van 1946-1949 nam ze deel aan het Executive Committee ervan en werd in 1950 penningmeester wat ze bleef tot minstens 1962. In 1960 was ze medeoprichter en voorzitter van de Council of the British Society of Aesthetics. Van 1961 tot haar emeritaat in 1964 werd ze de eerste Professor of Aesthetics aan de University of London. [cf. 1) & wiki]

Van de werken die ze publiceerde, noem ik naast haar boek in de Penguinreeks over Leibniz (1954) -dezelfde reeks waarin als eerste in 1951 het boek van Stuart Hampshire over Spinoza was verschenen - hier uiteraard vooral haar werk over Spinoza:

• Ruth Lydia Saw, Vindication of Metaphysics: A Study in the Philosophy of Spinoza. London/New York: Macmillan, 1951 - 173 p. Zie hierna méér over dit boek.

• Ruth Lydia Saw, Lemma “Spinoza, Benedict de (1632–77)” in: The Concise Encyclopedia of Western Philosophy. Edited by Jonathan Rée and J.Oson. London/New York: Routledge [Taylor & Francis Group], 1e 1960 [cf. volgend blog waarin ik dit lemma overneem]

• Ruth Lydia Saw (1969). "Personal identity in Spinoza". Inquiry 12 (1-4):1 – 14.
Opgenomen in: Kashap, S. Paul (ed.): Studies in Spinoza : critical and interpretive essays (1972): 86-100 [op internet te lezen, cf.
blog]

• Ruth Lydia Saw, The task of metaphysics for Spinoza. In: The Monist 55, 4 (1971), 660-667
Opgenomen in: Spinoza : Essays in Interpretation / ed. by Eugen Freeman & Maurice Mandelbaum. - La Salle, Ill.: Open Court, 1975: (235)-243 [cf.
blog]

Over haar Vindication of Metaphysics: A Study in the Philosophy of Spinoza (1951) schreef W.L. van der Tak in: Verslag omtrent de lotgevallen der Vereeniging Het Spinozahuis van 3 juni 1950 tot 26 mei 1951. Leiden: Brill, 1951 [books.google]:

Een oorspronkelijk en verfrisschend geschrift! Het toelichten van wijsgeerige en meer nog psychologische uiteenzettingen met voorbeelden aan de wereldliteratuur ontleend, is niet ongewoon en vaak zeer doeltreffend; doch wanneer, zooals in de onderhavige studie, daartoe behalve figuren en situaties uit Dickens' werken, waarin ieder beschaafd Engelschman nog steeds geacht wordt thuis te zijn, en die hij meestal ook inderdaad kent, alsmede uit Charlotte Brontë’s Villette, waarmede dit misschien niet in dezelfde mate het geval zal zijn, ter adstructie van de thesis, dat God noodwendig bestaat, een uitspraak van Sherlock Holmes wordt aangehaald, en later de betrekking van Spinoza's definitie van God of de Substantie tot diens omschrijving van den God der Openbaring verduidelijkt wordt met behulp van een passage uit een detective story van Agatha Christie, dan moet zulks wel verrassend modern voorkomen.

Men meene echter niet, dat deze opmerking in malam partem gemaakt is. Integendeel; we begroeten Miss Saw's studie met groote ingenomenheid: veel toch, dat daarin wordt betoogd, is ons uit het hart gegrepen. De schrijfster zegt haar werk bestemd te hebben voor beoefenaars der wijsbegeerte, die, uitsluitend vertrouwd met een modern idioom, zich in de taal van Spinoza niet meer kunnen thuis gevoelen, doch voor wie, naar haar oordeel, Spinoza nochtans immer iets te zeggen heeft. Het komt ons evenwel voor, dat om de onderwerpelijke studie met vrucht te lezen, eenige bekendheid met Spinoza's gedachten en zijn wijze van uitdrukken wel vereischt worden. Er werd hier toch geen eigenlijke inleiding tot de Spinozistische wijsbegeerte gegeven, maar een onzes inziens alleszins geslaagde poging ondernomen om belangstellenden, na een oppervlakkige kennismaking met de Ethica, een gewenschte en noodige orientatie te verschaffen. Deze komt dan in hoofdzaak hierop neer, dat tegenover de voorstanders eener empiristische philosophie het goed recht van een metaphysica wordt opgeëischt en verdedigd, alsmede betoogd wordt, hoe Spinoza's wijsbegeerte theologisch van opzet en rationalistisch van karakter is. En de Ethica is de practische uitwerking van zijn onderzoek naar de waarheid, waarbij wordt aangetoond en bevestigd, dat een gelukzalig leven slechts te bereiken is langs den weg van het verstandelijk inzicht, gebaseerd op de gedachte, niet, dat God zou bestaan, maar dat Hij noodwendig bestaat.

Belangrijk bovenal schijnt ons toe Miss Saw's hoofdstuk over Spinoza's theorie der moraal. […]-

Kortom, Van der Tak, de secretaris van de VHS, was redelijk tevreden over het boek. Anders was dat met H.F. Hallett die een lang kritisch review schreef over Ruth Lydia Saw’s Vindication of Metaphysics [in: Philosophy, Vol. 27, No. 101 (Apr., 1952), pp. 172-178]. Het begint aldus:

“Miss Saw subentitles her book A Study in the Philosophy of Spinoza, which is not quite the same thing as a study of it, and her aim is not so much to expound the doctrine of Spinoza for its own sake as "to make Spinoza 'say something' to ears accustomed to the modern idiom." For she finds that present-day students of philosophy "can make nothing of the language of Spinoza"; and though she thinks this to be "natural enough" it seems to me that it suggests something seriously wrong with the current teaching of "history of philosophy" (which still finds a place in curricula), seeing that Spinoza's language is clear and forceful, and nothing is required in order to construe it but close attention to his leading concepts, unbiased by more recent but less critical ways of thinking.” En dit demonstreert de toon van een behoorlijk kritisch artikel.

Zoals de titel al aangaf ging het haar in sterke mate om een “rechtvaardiging van metafysica”. Net als Hampshire verdedigde zij de studie van Spinoza’s metafysica tegen Russell en Ayer. Zo is te lezen bij Mary Ellen Waithe 1):

Despite her regularly critical approach to Spinoza, it is clear from Saw's account that she is not trying to impose a twentieth century account of the desideratum of any sound metaphysics upon a theory designed for an earlier time. Indeed, she attempts to take Spinoza on his own grounds, showing what is particularly elegant in his ideas (compared, say, to those of Descartes or Newton), and what remains particularly interesting for contemporary philosophy. The introduction and appraisal chapters which frame the book clearly show her attempt to defend her subject against the concerns and objections of Russell and Ayer, among others. Yet, she wants most of all to be Spinoza's mouthpiece, summing up and making sense out of what would otherwise be dense, impos-sible passages. For example, on his epistemology, she says:

To sum up this account of knowledge, truth and error. Knowledge is the healthy activity of the mind, truth is the property of the ideas which the mind forms when it is thinking well, and it is immediately recognised. A mind in error is a mind thinking confusedly, connecting things that happened to occur together as though they belonged of necessity, and as a consequence, behaving inappropriately towards external objects. This is one consequence which Spinoza takes to be of fundamental importance. It is knowledge and clear thinking that enable men to live together well, so that the search for a satisfactory metaphysics is a search of great practical importance.

Haar God was niet die van Spinoza
Altijd nuttig om te weten: ze was haar hele leven lid van de Anglicaanse kerk, "but readers of her book on Spinoza will know that her conviction anout that was strongly sustained by philisophical reflection. Her God was clearly no tyrant in the sky but a reasonable and fair-minded participant who cared about the lives of the ordinary people with whom he was involved." [Lemma SAW, Ruth Lydia (1901-86)
2) p. 927 – 28]

 

___________________

Noten

1) Mary Ellen Waithe, A History of Women Philosophers, Volume 4 Contemporary Women Philosophers, 1900-Today. Springer Science & Business Media, 1995 books.google & books.google

2) Stuart Brown (Ed.), Dictionary of Twentieth-Century British Philosophers: 2 Volumes. Thoemmes Continuum, 2005,– books.google

en.wikipedia.org/wiki/Ruth_L._Saw

cover via abebooks