Salomon Suskovich (1906 – 1990) liet wel erg weinig van Spinoza heel

In haar boek Het Argentijnse gezicht van Spinoza (zie mijn leesverslag in dit blog) bespreekt Miriam van Reijen o.a. het werk van Salomon Suskovich. Ik maak in dit blog graag overvloedig gebruik van haar tekst, daar ik deze Suskovich wel een intrigerende persoon vind. Hij is duidelijk gefascineerd geraakt door Spinoza, en moet veel studie van hem gemaakt hebben. Maar hij hield uiteindelijk toch sterk vast aan het geloof waarin hij was grootgebracht, zodat hij de meeste denkbeelden van Spinoza, evaluerend tegen zijn eigen geloof, tenslotte afwees. Hij was uiteindelijk toch een bestrijder van Spinoza, dunkt me, zij het een fatsoenlijke.

Suskovich werd geboren in een dorpje in de buurt van Vilnius, nu de hoofdstad van Litouwen. In 1924 emigreerde hij naar Argentinië. Hij publiceerde literaire en filosofische artikelen, en richtte in 1949 het filosofische tijdschrift Davka op, waarin hij joodse en andere denkers bespreekt - ‘universele’ denkers noemt hij ze. Vijfentwintig jaar lang (78 nummers) was hij hoofdredacteur van Davka (Alleen), het enige Jiddische filosofie tijdschrift dat verscheen onder auspiciën van het World Jewish Congress. Het blad werd in zekere zin voortgezet met het populaire Jewish Library dat publiceert over grote figuren en gebeurtenissen in de joodse geschiedenis.

In 1977 verscheen bij de Smuszkowicz Biblioteca Popular Judia del Congreso Judio latino-americano, een afdeling van het Congreso Judio Mundial, van Salomon Suskovich (Smuszkowicz) in het Jiddisch een boekje over Spinoza: Likh un shon in Spinozas lebn un shafn in shayn fun haynikòn vòisn (1977). In 1983 bracht zijn vrouw een vertaling in het Spaans en werd de titel Spinoza. Luz y sombras (148 p.). Op het omslag van het boek staat het Spinoza portret van een onbekende Duitse graveur uit 1725.

Ondanks de ban zou Spinoza zich nooit van ’t jodendom verwijderd hebben

Het eerste hoofdstuk over het leven van Spinoza besluit Suskovich met een beschouwing over de ban en Spinoza’s houding tegenover de Joden. De oorzaak van de ban lag volgens hem niet in Spinoza’s ideeën, die waren immers nog niet gepubliceerd. En dan nog boden ze niet voldoende motief om hem te verstoten. Zijn ideeën waren niet veel anders dan de opvattingen van Maimonides en van anderen. Volgens Suskovich vormde het belangrijkste motief zijn vriendschap met de collegianten, die als revolutionairen werden beschouwd. De joodse gemeenschap wilde Spinoza kwijt, omdat ze bang was dat hij hen in diskrediet zou brengen bij de autoriteiten. De ban deed Spinoza overigens niet veel, omdat hij al vervreemd was van de joodse gemeenschap en van zijn familie. Suskovich vindt dat Spinoza in het Theologisch–politiek traktaat neerbuigend over ‘die Joden’ en ‘dat volk’ schrijft. Ook verklaart hij ook niet waarom hij Christus en de apostelen hoger aanslaat dan de joodse profeten. Maar Spinoza vergeet zijn afkomst nooit en als het toen al mogelijk was geweest een jood te zijn zonder religie zou hij zich nooit van het jodendom hebben verwijderd, meent Suskovich.

Naturalisme zou geen moraal bieden

De zes hoofdstukken hierna beschrijven steeds een ander aspect van de filosofie van Spinoza. Suskovich laat in elk van deze de lichte (luz) en de schaduwkant (sombra) zien, ofwel datgene waarin hij Spinoza gelijk geeft en datgene waar hij het niet mee eens is. Wat betreft zijn wereldbeeld of kosmologie is de positieve kant dat Spinoza een voorstelling geeft van geluk en heil, als ware het ‘t verloren paradijs. De schaduwkant is echter dat hij alles als noodzakelijk ziet, en zo is er geen plaats meer voor moraal. Spinoza’s monisme is vervolgens weer een lichtpunt, maar de schaduwzijde is dat als alles natuur is, dat opnieuw een argument tegen het bestaan van een moraal levert. Wat betreft Spinoza’s antropologie lijken er voor Suskovich alleen maar schaduwkanten te zijn. De mens heeft geen speciale positie in het universum, hij heeft geen vrije wil, is uit op eigenbelang en bekommert zich niet om anderen. Spinoza gelooft niet in moraal en in recht, alleen in macht. In Spinoza’s kenleer ziet Suskovich een overeenkomst van de scientia intuitiva met wat Bergson de emotieve intuïtie noemt. Daarmee ontsnapt Bergson aan het logische discours, en dat is volgens Suskovich een voordeel boven Spinoza, die altijd intellectueel blijft.

Vele contradicties bij Spinoza

Maar het grootste probleem is dat Spinoza materie en geest, lichaam en denken als een eenheid ziet, in bijvoorbeeld Ethica II, st. 2: De Uitgebreidheid is een attribuut van god, ofwel god is iets uitgebreids. Spinoza vergiste zich ook met het gelijkschakelen van god en natuur, want god is niet deelbaar zoals de materie. En nogmaals: zijn absolute determinisme, dat Suskovich gelijkstelt aan fatalisme, wordt niet meer erkend door de moderne wetenschap, bijvoorbeeld door Heisenberg. In het hoofdstuk over de metafysica van Spinoza bespreekt Suskovich de opvattingen over eeuwigheid, onsterfelijkheid, oneindigheid en essentie. Hij ziet hier vele contradicties bij Spinoza, omdat hij zelf die begrippen bij Spinoza niet adequaat opvat. Hij legt bijvoorbeeld Spinoza in de mond dat ‘wij eeuwig zijn omdat god eeuwig is’. Suskovich wijdt een apart hoofdstukje aan het nominalisme van Spinoza, en schrijft dat daar de lichte kanten en de schaduwkanten bij uitstek zichtbaar zijn. Aan de ene kant de heldere en kritische taalanalyse van abstracte universele begrippen, die hij evenals Maimonides ‘denkdingen’ noemt, en aan de andere kant het gebruik van algemene termen alsof het substanties zijn. Van dit laatste geeft Suskovich helaas geen voorbeelden. En tegen het eerste verzet hij zich, omdat de wereld dan wel erg pover wordt. Hij stelt de opvatting van Spinoza dat abstracte universele begrippen geen werkelijk bestaan hebben en louter ‘denkdingen’ zijn gelijk aan de opvatting dat alleen dat werkelijk bestaat wat onze zintuigen waarnemen. Voor Suskovich is wel duidelijk dat Spinoza erg ver af staat van alle mystieke ideologie en daarom op geen enkele manier met de Kabbala in verband kan worden gebracht, zoals sommige commentatoren proberen. Hij staat volgens hem dichter bij het behaviorisme van Pavlov.

Theofanie, geen pantheïsme

Het laatste hoofdstuk gaat over de ‘teofania’ van Spinoza, het verschijnen van god aan de mens. Volgens Suskovich is Spinoza’s filosofie geen pantheïsme, maar een ‘theofanie’, omdat hij god niet reduceert tot de dingen, maar meent dat god onder ons is. Theoretisch gelooft Spinoza in een god die de oneindige substantie is, waarvan wij twee attributen kennen. In de praktijk is er echter meer. Als immanente oorzaak van de dingen, als natura naturans, is Hij onderscheiden van de dingen. Dat betekent dat er een absolute kosmische god is, die zich buiten de dingen bevindt, die eeuwig is, ook als de dingen vergaan, en die volgens Suskovich de persoonlijke god is waar Spinoza nooit van loskwam. Met Maimonides verzette Spinoza zich tegen een antropomorfe god. Maar daar er in de natuur niets wijzer en subliemer is dan de mens,  kunnen we ons god niet beter voorstellen dan naar het beeld van de mens, zoals in Genesis staat. Zelfs de atheïst die het woord god uitspreekt, bedoelt daarmee de joodse antropomorfe god. De amor Dei intellectualis bij Spinoza legt Suskovich uit als de liefde tot god waarmee Spinoza alle tegenspraken overstijgt, en waardoor de mens zich bevrijdt van het onderworpen zijn aan de natuur en bevrijdt van zijn passies. Zo brengt Spinoza de mens terug in het verloren paradijs. De god van Spinoza is het rationele fundament van de schepping, en hij is niet ver, maar in ons. God is de wet die alles beschermt opdat niets verloren gaat. Hij zorgt ervoor dat het zaad in de aarde valt en noodzakelijk vruchten draagt. De grote vraag voor Suskovich blijft: hoe zit het dan met de morele wet? De geschiedenis laat zien dat de morele wet en de natuur niet samenvallen zoals Spinoza beweert. Alleen de morele wet verleent waardigheid aan de mens.

Evaluatie

Het zal duidelijk zijn, schrijft Miriam van Reijen, dat we met Suskovich’s interpretatie wel erg ver van Spinoza verwijderd zijn. Atilano Domínguez besprak het boek in Studia Spinozana. Hij veronderstelt dat Suskovich’ bedoeling was om voor de Biblioteca Popular Judía eens het resultaat samen te vatten van al zijn eigen studies van grote joodse denkers, die in het Jiddisch verschenen waren in het tijdschrift Davke. Veel van hun namen komen in het boek over Spinoza voor, naast nog de namen van een groot aantal klassieke en moderne westerse filosofen en vooral ook van veel wetenschappers. Domínguez vermoedt dat het misschien Suskovich’ enige opzet was om te laten zien dat Spinoza een grote joodse filosoof was, wiens ideeën door de moderne wetenschap niet zijn weerlegd, en in veel opzichten juist zijn bevestigd.

Mijn eigen evaluatie heb ik in de kop van dit blog geplaatst.

Bronnen

Miriam van Reijen: Het Argentijnse gezicht van Spinoza. Passies en politiek. Klement, Kampen, 2010, (444 blz.), p. 216 – 219

Salomon Suskovich'sterfdatum was moeilijk te vinden, maar die trof ik op deze site aan waarin de arabische cijfers de enige waren die ik kon lezen...

Afbeelding boek via deze site.