"Salvation through Spinoza" - op hoofdlijnen naverteld

Kees Bruijnes - net als ik "amateur filosoof" - stuurde mij een uittreksel toe van David J. Wertheim's Salvation through Spinoza. A Study of Jewish Culture in Weimar Germany [Brill, 2011 - cf. blog cf books.google]

Kees schreef erbij: "Was geraakt door de vreemde gedrevenheid van de Weimar joden voor Spinoza. Ongeveer eenzelfde vorm van omgang met Spinoza vond ik destijds in het dikke boek van Miriam van Reijen Het Argentijnse gezicht van Spinoza waar ook de Argentijnse Joden in moeilijke tijden op een vergelijkbare manier aan Spinoza kracht ontleenden. Ik heb er een uittreksel van gemaakt wat ik je hierbij stuur maar je zult het boek zelf ook wel al gelezen hebben."

Dat laatste klopt slechts voor een deel. Ik heb er voor sommige blogs wel eens informatie uit geput, maar het hele boek heb ik nooit van kaft tot kaft gelezen. Dat kan ook niet, want de vorm waarin ik het bezit, als ebook, ontbeert die kaften. Ik vind lezen met tablet niet zo prettig - en het boek zelf is mij veel te duur (toen ik het in 2011 signaleerde kostte het €99; vandaag ging ik eens kijken of het misschien goedkoper was geworden: nu kost het €105).
Ik had er graag even enthousiaste blogs aan willen wijden als aan dat van Daniel B. Schwartz, The First Modern Jew: Spinoza and the History of an Image [Princeton University Press, 2012]. Het kwam er niet van. Ik ben dus blij met deze bijdrage van Kees Bruijnes, die als navertelling met een enkele notitie de plaats mag innemen van een bespreking.
Hier volgt eerst de inhoudsopgave - de kortste samenvatting:

Content
Preface .......................................................................ix
Chapter One Celebrating Spinoza ........................................ 1
Chapter Two Jew and German ...........................................34
Chapter Three Integration and Authenticity ...........................86
Chapter Four Historicism and Messianism ........................... .137
Chapter Five Rejecting Spinoza’s Celebration ........................183
Chapter Six The Signature of the Era .................................. 205
Literature ...................................................................221
Index ........................................................................231 

Hierna volgt dus die redelijk gedegen en geïnteresseerde samenvatting door Kees Bruijnes.

Samenvatting van David Wertheim's Salvation through Spinoza
door Kees Bruijnes

Een studie naar de onwaarschijnlijke verering van Spinoza door de Joden van de Weimarrepubliek (1918-1933) in Duitsland. De Joden waren sinds 1750 bezig uit het getto te komen en op te gaan in de Duitse burgersamenleving. Ze deden dat heel goed, wilden zich bewijzen als goede burgers, gingen in de politiek, de letteren, de kunsten, de wetenschap en dienden in het leger. Rond 1900 hadden ze op allerlei terreinen veel succes.

Dat veroorzaakte jaloezie bij een deel van de Duitse burgers. En er was altijd de sluimerende Jodenhaat. Toen daar na 1920 een catastrofaal slecht draaiende economie met bijpassende grote werkloosheid en armoede bijkwam, richtte de dwaze volkswoede zich extreem tegen de Joden. De Joden hadden er alles aan gedaan om echte Duitse burgers te worden, waren geassimileerd ja zelfs christen geworden maar desondanks verweet het volk de Joden de oorzaak van alle ellende te zijn.

In die moeilijke tijden paste een herdenking van een legendarische Joodse filosoof als balsem op de wonde van de Joodse gemeenschap.

Het zou in 1927 250 jaar geleden zijn dat Spinoza stierf. En in 1932 zou het 300 jaar geleden zijn dat Spinoza werd geboren. Beide jaren werden gretig aangegrepen om Spinoza te gedenken en te vereren. Dat gebeurde op een manier die nu moeilijk te begrijpen is. Men haalde alles uit de kast om zichzelf en de Duitse burgers te bewijzen dat Joden wel degelijk zeer waardevol kunnen zijn voor de normale gemeenschap. Het denken van Spinoza was immers onderdeel van de Duitse gemeenschap geworden via niet-joden als Leibnitz, Goethe en Lessing. En zichzelf hield men voor dat Spinoza buiten het officiële Jodendom toch “Jood” was gebleven en zichzelf dus niet verloochend had. De seculiere Joden vonden in Spinoza een man die de Verlichting had opgestart, die niet religieus en wel rationeel was en die als eerste moderne niet gebonden seculiere burger kon worden geschouwd.

Zelfs de religieuze Joden vonden in hem iemand die zeker door zijn integere levensstijl, zijn humanisme, zijn verdediging van de vrije meningsuiting dan wel niet in naam religieus was maar toch wel als een modern soort Messias gezien kon worden. Tenslotte was Spinoza zelfs voor de Zionisten een held omdat hij in de TTP de terugkeer van de Joden naar Israël had “voorspeld”. Er werden in die jaren honderden artikelen in de Joodse pers en tientallen boeken aan Spinoza gewijd en bijna allemaal waren die zeer lovend tot ronduit lyrisch. Kortom het Duitse Jodendom trok zich op aan deze voor velen mythische figuur.

En hoewel er enkele geleerden waren die hem wél goed gelezen hadden zoals Hermann Cohen, Leo Strauss en Frans Rosenschweig en die de hele verering ontraadden en wezen op Spinoza’s “heidendom” en Bijbelkritiek, wilde de grote massa van de Joden daar niets van weten en omarmde hem als rolmodel dat aantoonde dat Joden wel degelijk konden functioneren in een niet Joodse omgeving. In 1933 kwam Hitler aan de macht.

Aantekeningen uit het boek.

Tot diep in de 18e eeuw stond rationalisme gelijk aan atheïsme. Rationalisme was Spinozisme was atheïsme en werd algemeen als verdacht gezien en dus fout. De Duitse niet Joodse filosoof Jacobi was dus, zoals bijna iedereen toen, tegenstanders van Spinoza. De Duitse filosoof Lessing was echter in het geheim aanhanger van Spinoza en vertelde dat op zijn sterfbed aan Jacobi (Dat beweerde Jacobi althans) Maar Lessing’s vriend, de Joodse filosoof Mozes Mendelssohn ontkende dat weer krachtig. Door die elkaar tegensprekende filosofen ontbrandde een felle discussie onder Duitse intellectuelen die jaren geduurd heeft en bekend werd onder de naam Pantheismusstreit. De mensen geloofden Jacobi op zijn woord maar mensen wisten ook dat Lessing een goed mens was geweest. Dat veranderde de algemene negatieve opvatting over Spinoza want men vond dat Spinoza in het verlengde van Lessing dan dus ook een goed mens moest zijn geweest. Dit was het begin van de romantiek rondom Spinoza. Goethe zei bijvoorbeeld: “Voll Religion war er und voll Heiligen Geister”. Vanaf 1832 begonnen mensen als Goethe, Heinrich Heine en Moses Mendelssohn, Spinoza te zien als Jood boven het Judaïsme verheven en aldus passend bij de emancipatie van Duitse Joden.

Issaac Deutscher: “Deze niet Joodse Jood verwijlt op de grenzen van verschillende beschavingen en van religieuze en nationale culturen” Joden vonden dus in Spinoza een voorbeeld van modern en verlicht jodendom en bewonderden en vereerden(1920-1935) hem daarom. Zijn filosofie kenden ze niet of onvoldoende. De Weimar joden bestonden uit verschillende groepen: ultra orthodoxe, gewoon orthodoxe, liberale, geassimileerde en Zionistische groepen. Spinoza promootte op rationele wijze een democratische staatsvorm zoals de Weimarrepubliek toen was, bracht tolerantie en scheiding tussen kerk en staat. Spinoza’s filosofie had sterk bijgedragen aan de Verlichting en aan de basisgedachten van de Europese cultuur. Spinoza werd via Goethe, Hegel, Herder, Schelling en Schleiermacher gezien als de starter van het Duitse “Dichter und Denker”

Zo was er een wedstrijd welk boek Spinoza’s invloed op de Duitse filosofie het beste weergaf. Dat bleek te zijn: “Wenn mann anfangt mit phylosophieren muss mann zuerst Spinozist sein” van Hegel. Verschillende niet Joodse Duitsers roemden Spinoza. Leibnitz bezocht ooit Spinoza en nam zijn filosofie deels over. Men had destijds vanuit Heidelberg gevraagd of Spinoza daar les wilde komen geven. Novalis noemde Spinoza “Ein gotttrunkener Mensch”. Goethe hield van Spinoza. Ook Bismarck hield van Spinoza en Nietzsche noemde zich “een nakomeling van Spinoza”. Al met al genoeg reden voor het Duitse jodendom om de Nederlander Spinoza als Duitser in te lijven. Tenslotte werd Nederland vaak als Nederduitsland beschouwd en achtte men de Nederlandse cultuur voor het gemak maar een deel van het grote Duitse cultuurgebied. En ook Rembrandt werd maar even ingelijfd bij dit Duitsland en werd tegelijkertijd “vriend van Spinoza” want, Spinoza was tenslotte verbannen op 27 juli 1656 en Rembrandt ging failliet op 28 juli van datzelfde jaar. Dat kon geen toeval zijn! (Al dit soort zaken vielen mij [KB] op als regelrechte geschiedvervalsing maar het was in die tijd de werkelijkheid onder het grootste deel van de Duitse Joden.)

Een zekere Rabbi Gelbhaus schrijft dat de Amor Dei Intellectualis door Spinoza uit de Kabbalah was afgeleid. Men beschouwde Spinoza ook als een typische mystieke denker en voor een zekere Simon uit de kring van Martin Buber was Spinoza in diepste wezen een Kabbalist die zich, vanwege de schok van de valse Messias Shabbatai Zwi, had verloren in een rationalistisch tegendeel: de Ethica.

Vooral Zionisten claimden Spinoza als één van hen. In 1927 spreekt de Zionist en Spinozakenner Klatskin in Den Haag voor de Internationale “Societas Spinozana”. Spinoza zou geleden hebben onder zijn christelijke uitleggers die zijn Jood-zijn niet begrepen en hem ook verder helemaal niet doorzagen. Klatskin vertaalt de Ethica in het Hebreeuws en vindt dat beter dan het Latijn van Spinoza omdat Spinoza helaas geprobeerd zou hebben typisch Hebreeuwse denkbeelden om te zetten in het Latijn. Iedereen moest voortaan beslist zijn Hebreeuwse tekst naast de Latijnse zetten. Frans Rosenschweig was het daar als geleerde totaal niet mee eens.

Men kan een driedeling maken in de Joden van die tijd: De integrationisten, die één met Duitsland wilden zijn (geassimileerden). De separatisten, die expliciet Joods wilden blijven binnen Duitsland. En de Zionisten die werkten aan een eigen op te richten Joodse staat.

De Joden zagen ook parallellen van hun strijd tegen het nazisme in de strijd van Spinoza tegen de gereformeerde dominees van zijn tijd. Weer een reden om Spinoza te eren.

Hét motief om Spinoza in 1927 te gedenken was dat zijn leven geheel in overeenstemming was met zijn filosofie. “Dat was nog belangrijker dan zijn filosofie zelf”. De Duitsers wilden in 1920-30 dat de Joden assimileerden en dat ze authentieke echte Duitsers zouden zijn. Vaak lieten Joden zich dopen of namen een Duitse naam aan. Dat hielp hen uiteindelijk allemaal niets en misschien daarom eerden ze Spinoza, want die was, vond men, zeer wezenlijk Joods gebleven, geen christen geworden, zeer 'modern' religieus, humanistisch, tolerant en ook nog een oorspronkelijk mens gebleven. Spinoza verenigde zo alle Joden behalve de orthodoxie. Voor de orthodoxie was zijn Bijbelkritiek en zijn ontkenning van een Bijbelse Messias een brug te ver. Anderen beschouwden hem dan weer als DE Messias want 1e hij stond boven het historisch establishment van de Joodse religie en dat schijnt een Messias zo te moeten doen. 2e “Alleen de Messias kan de Joodse wet opheffen” want de Messias zal de Rabbijnen confronteren met hun tekortkomingen.

Een zekere Theilhaber schreef een legendeverhaal: Een vrouw Sara, die echt geleefd heeft, en de bruid was geweest van de valse Messias Sabathai Zwi blijkt na het demasqué van Zwi, de bruid te worden van niemand minder dan Spinoza die daar in de Amsterdamse synagoge wordt aangewezen door Elia zoals het netjes in de Bijbel staat en zoals het hoort bij Messiassen. Maar Spinoza stort daarbij in en geeft bloed op als gevolg van zijn longziekte. Conclusie: De ware Messias was Spinoza.

De Spinoza celebratie wees op twee verschillende manieren naar de Messias: A. Via de veronderstelde verlossing naar een eigen onafhankelijk land. B. Via de verlossing van de hele mensheid én de Joden naar mondiale vrijheid. De Joodse ultra orthodoxie zag beide beweringen uiteraard als pure assimilatie.

Tegenstanders.

Een tegenstrever van Spinoza was Martin Buber. Hij vond dat Spinoza niet voldoende aandacht gaf aan de band tussen God en de mens. “Spinoza heeft de aanspreekbaarheid van God weggenomen.” Hij beweerde dat Spinoza door zijn sterke rationalisme en onpersoonlijke godsbeeld indirect de aanstichter was van de opkomst van het spirituele Chassidisme (De pijpekrullenjoden met bontmantels en streimels die vanaf 1700 met de figuur van de Baäl Sjem Tov ontstonden). Zie zijn boek: “Het Chassidisme als antwoord op Spinoza”. Buber’s echte helden waren dus de Chassieden. Toch vond ook Martin Buber Spinoza een grote Jood ja zelfs een Joods profeet.

Spinoza werd destijds ook vaak vergeleken met Jezus. Verreweg de meeste Joden vierden in 1932 wederom de herdenking van Spinoza. Alleen de ultra orthodoxen en enkele intellectuelen deden niet mee. Die intellectuelen waren o.a. Martin Buber, Leo Strauss, Hermann Cohen, Walter Benjamin, Frans Rosenschweig en Gershom Scholem. Hermann Cohen nam Spinoza kwalijk dat ie Mozes op een lagere Godsverhouding plaatste dan Jezus. “Mozes sprak met God van aangezicht tot aangezicht maar Jezus sprak met God van geest tot geest”. Verder verweet Cohen Spinoza dat hij impliciet het Jodendom antropomorfisme verweet terwijl het christendom dat evengoed deed, want vlgs het Nieuwe Testament was Christus één met de vader en was Christus rechtstreeks zichtbaar geweest na zijn opstanding. Ook zou Spinoza het Jodendom een particuliere godsdienst hebben gevonden terwijl het christendom universeel zou zijn. Vlgs Cohen geven de Thora en de profeten wel degelijk een universele boodschap. Niet voor niets immers namen christenen en moslims via Bijbel en Koran de Joodse verhalen over. Zo zijn ook de noachitische wetten duidelijk universeel evenals de tien geboden en vele andere leefregels. (Toch is de Joodse wet, dat complexe stelsel van leefregels wel puur Joods en dus niet universeel [KB]). Cohen gaat verder en verwijt Spinoza het Jodendom voorgesteld te hebben als een lokale tijdgebonden godsdienst en dus de oorzaak te zijn geweest van een verkeerde voorstelling van Joden aan protestanten en katholieken van zijn tijd. Hij was als nuchtere wetenschapper dan ook tegen de verering.

Nu begrepen die intellectuelen Spinoza veel beter dan de doorsnee Joden. Leo Strauss bijvoorbeeld zei: “Spinoza was niet één van ons, hij was geen Jood meer”. Hij was het ook niet eens met Spinoza’s Bijbelkritiek. Strauss vond het stellen van een rationele vraag over de Bijbel net zo dwaas als het confronteren van een mystieke bijbelgebeurtenis met de ratio. (Ongeveer op de manier zoals Spinoza zelf verklaarde dat Religie en Filosofie ieder op zichzelf bezien moesten worden.[KB]) Toch waren zelfs de tegenstanders Cohen, Rosenschweig en Strauss het erover eens dat Spinoza een sleutelfiguur is geweest voor de omslag naar een liberaler en modern Jodendom.

Al met al deden de Weimar joden exact het tegenovergestelde van wat de ban van Spinoza ooit beoogd had. Ze lazen en schreven volop over hem. Er waren vele artikelen in de Joodse bladen van die dagen en hij werd volop besproken. Spinoza, zou je kunnen zeggen, was nu een heiden die gevierd werd om zijn Jood zijn.

De Weimar republiek leek aanvankelijk, mede door de hulp van vele geëmancipeerde Joden de zegetocht van het liberalisme te worden, maar gleed om allerlei redenen al snel af naar een grote economische en sociale mislukking. De Joden moesten nu kiezen uit of enerzijds afstappen van hun liberalisme, hun emancipatie overboord gooien en de nazi’s gaan bevechten of anderzijds gewoon doorgaan op de ingeslagen weg. In die spanning zijn deze bijzondere vieringen van Spinoza met de ermee gepaard gaande afleiding, wel te verklaren. De vieringen verenigden de Duitse Joden in een tijd van opkomend gevaar.

Nawoord

In het nawoord beschrijft David Wertheim nog enkele recente opmerkingen van Yirmiyahu Yovel. “Spinoza gebruikte, en dat is typisch voor marranen, dubbelzinnige uitspraken”. Ook Pierre-François Moreau zou dat opgemerkt hebben en zei dat Spinoza in zijn leven vaak het tegenovergestelde deed van wat men zou verwachten. Ook Strauss zou iets dergelijks opgemerkt hebben. Moreau geeft als voorbeeld dat Spinoza, na het uitspreken van de ban, in het geheel niets deed om de ban ongedaan te krijgen of mensen op andere gedachten te brengen. (Ik persoonlijk [KB] ben van deze opmerkingen niet erg onder de indruk. Allereerst was Spinoza zelf geen marraan. En verder heeft hij wellicht ingezien dat er toch helemaal niets aan de ban te veranderen zou zijn geweest omdat Spinoza zelf ook bij zijn eigen opvattingen zou zijn gebleven en dat dus definitief weggaan uit de gemeenschap het enige haalbare was. Maar ik heb de betreffende passages uit de aangehaalde boeken van Yovel, Moreau en Strauss er niet zelf op nagelezen)

Verder schrijft David Wertheim dat ook een man als Gershom Scholem blijk geeft van tweeslachtigheid omdat hij in ’t algemeen een zuivere rationalist was totdat hij de Kabbalah en het Messianisme ging verdedigen. (Ikzelf [KB] heb ook vaak gehoord dat men Spinoza verwijt om naast een sterk rationele gerichtheid in boek vijf van de Ethica en in de christologie van de TTP een onverwachte mystieke toon aan te slaan. Een man als Steven Nadler echter, waarvan ik onlangs een interview las op de site van Stan Verdult, zegt dan dat men boek V van de Ethica dan pas goed kan begrijpen als men de Joodse filosofie van Maimonides en Nachmanides tot zich genomen heeft)

Kees Bruijnes. 27 februari 2014

Reacties

Telkens als ik deze boektitel zie (ik heb het boek ook zelf), mis-lees ik de titel als SALVATION FROM DESPAIR (1973) van mijn destijds al hoogbejaarde vriend Errol Harris, die ik van tijd tot tijd thuis ontving. Ook zijn boek is zeer de moeite waard, nog steeds.