Schitterend en geloofwaardig boek over een passionele Spinoza


                          selfie van recensent met Spinoza in Love

Wat is dit een geweldig mooie roman. Werkelijk schitterend. Ik heb er zeer van genoten. Een heel onverwachte, aparte, maar echt geslaagde en geloofwaardige roman over - ja - het tot nu toe onbekende leven van Spinoza: deze Spinoza in Love van Martin Skogsbeck [cf. blog]

Van alle romans die ik ken, waarin op een of andere manier Spinoza voorkomt, acht ik deze ontegenzeggelijk de fraaiste! De schrijver ervan wil het gat opvullen van alles wat we niet weten van Spinoza’s biografie en dan met name z´n werkelijke, intiemste persoonlijke leven. En hij doet dat zo, dat we een beeld krijgen dat Spinoza werkelijk ook gelééfd heeft en er niet alleen rationeel over heeft gedácht – dat hij niet, zoals Dionijs Burger in het midden van de 19e eeuw schreef: “dood was voor het werkelijke leven.”

Skogsbeck laat de verteller van het verhaal, de intieme vriend die Spinoza gehad zou hebben, op het eind van zijn herinneringen over hun leven schrijven: “How can anybody aspire to grasp Benito’s ideas without a notion of who he was as a person? In his texts you will discover his wit and rigour, granted. But not his humanity, the passion and the courage.” (p. 350). En die passie krijgen we in dit knap geconstrueerde boek aangereikt. En niet zo’n beetje.

Een probleem voor een recensie in een geval als dit is dat je het meeste, ook de grote lijn van het boek, fatsoenshalve niet kunt navertellen, want dan verknal je een groot deel van het plezier van degenen die, mogelijk wellicht door de bespreking ervan, het boek zelf willen gaan lezen. Het aantrekkelijke zit hem namelijk in het onverwachte en verrassende dat je voorgezet krijgt. Toch zal ik iets moeten prijsgeven om te bereiken dat het boek wellicht vele lezers krijgt. Juist bezoekers van een blog als dit, die al flink met Spinoza vertrouwd zijn, zullen ervan kunnen genieten en het, met mij, weten te waarderen. Vooral ook daar je grote, essentiële delen van zijn leer uitgelegd krijgt via de notities die zijn vriend in zijn dagboek maakte. Die dagboekdelen heeft hij gekoesterd als een waardevol bezit, ze fraai laten inbinden. En daaruit schrijft hij aan het eind van zijn leven zijn memoires over zijn erotische vriendschap met Spinoza.  

Want dat mag ik misschien wel verklappen, daar de cover zoiets ook al een beetje aanduidt: het gaat om een hartstochtelijke mannenliefde. Hoe fraai wordt de lezer ernaar toe geleid en hoe plots en onverwacht toch openbaart die zich. Spinoza een koele, afstandelijke, rationele waarnemer van het leven en z’n aardse liefde? Niets daarvan: dit boek onthult “he was truly passionate when freed from all inhibition.” (p. 168). En het doet de liefhebber van Spinoza deugd mee te maken, hoe intens zijn held het leven zelf heeft genoten.

Anders dan in Goce Smilevski's Het web van Spinoza [cf. blog], wordt Spinoza niet bekritiseerd dat hij de aardse liefde veronachtzaamd zou hebben, maar wordt eenvoudig getoond dat hij die wel degelijk gekend heeft – in deze vorm.

Ingenieus is het kader, het raam waarin in de proloog verteld wordt hoe deze memoires uit het begin van de achttiende eeuw, ruim drie eeuwen verborgen en dus onbekend konden blijven en pas in 2010 boven water kwamen. Dat op zich is al een aardig verhaal. De eigenlijke memoires spelen dus in de 17e eeuw en het is een mooie prestatie van de schrijver hoe hij allerlei wetenswaardigheden in zijn verhaal heeft verweven op een wijze die geloofwaardig maakt dat het door een tijdgenoot van Spinoza is geschreven voor wie allerlei dingen dus vanzelfsprekend zijn. Bijvoorbeeld dat in de Republiek de trekschuiten zo’n strakke dienstregeling hadden: de schipper vertrok op de voorgeschreven tijd – wie nog niet ingestapt was had het nakijken.

Frappant is hoe op heel geloofwaardige wijze allerlei wel bekende feiten uit het leven van Spinoza op natuurlijke wijze in het verhaal vervlochten werden. Zo bijvoorbeeld, ook dat mag ik wel verklappen, is de verteller getuige van de executie van Franciscus van den Enden, daar hij zgn. als hulpje van de toeziende arts bij hem die op het schavot kon komen, waarbij Franciscus hem vraagt om de groeten aan Benedictus te doen. Allerlei dingen komen heel dichtbij, alsof je echt een geheel nieuw ooggetuigenverslag uit de 17e eeuw voorgezet krijgt.

We krijgen extra motieven waarom Spinoza zo’n 'outcast philosopher' was (p. 260). We krijgen een nieuwe mogelijke oorzaak van de Herem (seksueel kindermisbruik). We krijgen scènes uit de school van Van den Enden, waarop ook de fictieve verteller, Christiaan van Ermelhoven, zat. Op die school hebben ze elkaar leren kennen, de verteller en de enige jaren oudere Spinoza. In café De Zwarte Zwaan leren ze elkaar nader kennen en hebben ze gesprekken over Descartes waar Spinoza in die tijd erg enthousiast over was. Bij Christiaan thuis die in een chique huis aan de Singel woont, leert Spinoza met een vork eten die toen nieuw was. Aantrekkelijk is ook om wat Spinoza dacht en in geometrische vorm opschreef, hier in spreektaal te lezen te krijgen. We krijgen een prachtige reconstructie van een gesprek over determinisme en noodzakelijkheid in de boekwinkel met het uithangbord "Het Martelaarsboek" van Jan Rieuwertsz. En daar ook een mooie uitleg over Spinoza’s kernbegrippen substantie, attributen en modi. De betreffende passage vind ik zo’n fraaie verduidelijking geven over thema’s die we op dit weblog uitvoerig bediscussieerden, dat ik die in een volgend blog als een treffende illustratie breng.

We krijgen uitvoerige informatie over hoe Spinoza het lenzenslijpen leerde. Een we krijgen een goed-spinozistische ‘verdediging’ van het natuurlijke van de homoseksuele liefde (p. 106-107). Maar ook krijgen we een zeer onspinozistisch zinnetje te lezen in Spinoza’s afscheidsbrief: “See not to understand, but to forget.” Waarover echter later toch weer alles te begrijpen blijkt te zijn.

Het verhaal wordt tamelijk recht toe recht aan in chronologische volgorde verteld, met sporadisch eens een flashback, zonder modernistische fratsen. Het doet nog het meest denken aan een grote 19e eeuwse roman, maar dan zonder de ellenlange uitweidingen en omgevings- en natuurbeschrijvingen, maar dus wel met passionele, het extatische benaderende en toch ingehouden beschrijvingen van de ‘transiënte liefde’.

Als een soort verzoek om clementie aan de recensent lezen we op blz. 87 van de verteller:  “I am the first one to recognise that my ardour for writing is far greater than the talent by which it is guided.” En hoewel ik mij met mijn bescheiden kennis van het Engels niet de deskundige weet om hierover te oordelen, kan ik wel zeggen dat het met dat schrijftalent best meevalt; misschien niet zozeer in het poëtische, maar wel in het weten hoe je een verhaal goed opbouwt en helder vertelt. Dat zit wel goed. Kortom, het verhaal klopt. En de weergave van flinke stukken uit Spinoza’s filosofie klopt. Behalve de al genoemde aspecten, komt regelmatig de tendens tot behoud van het leven (de conatus) aan bod en op het eind uitgebreid de politieke theorie van Spinoza (het is misschien vooral voor dat gedeelte dat aan het eind o.a. Marin Terpstra wordt bedankt, maar er staat méér: “[he] provided insight and advise on the interpretation of Spinoza’s philosophy as wel as on the plausibility of the book’s fictional content.”) Zoals uit mijn bespreking mag blijken, vind ook ik dat het daarmee wel goed zit. [Tussen haakjes, de lezersrecensie van Terpstra die een dag na mijn signalement op 23 september 2014 op Amazon verscheen, is vermoedelijk van zijn hand]

Ik vind echt dat Martin Skogsbeck met Spinoza in Love een meesterstuk  heeft afgeleverd.

Ik betrapte de buitengewoon goed geïnformeerde auteur op slechts een paar foutjes, die ik tot slot toch even vermeld:

  Het optreden der Remonstranten was niet zestig maar veertig jaar voor de beschreven situatie in 1659 (p. 131);
  Johannes Casearius wordt telkens Casaerius genoemd (p. 244 en elders);
  Heinrich Künraht zou de gefingeerde schrijver i.p.v. uitgever van de TTP geweest zijn (p. 316);
  Niet zozeer een fout, maar wel vreemd is dat Spinoza in zijn verhaal aan zijn vriend alleen zijn vaders graf noemt op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel en niet dat van zijn moeder (en eventueel dat van zijn zus).

Het zijn kleinigheden die ook even gemeld mogen worden, maar die verder uiteraard niets afdoen aan het bijzonder interessante boek dat Martin Skogsbeck hiermee, vooral aan liefhebbers van Spinoza, heeft geleverd. Hoevelen hebben er in de loop der tijd niet op gewezen dat Spinoza veel te rationalistisch en cerebraal naar de mens zou hebben gekeken – ik noemde Goce Smilevski al. Om er nog slechts één te noemen: George Santayana die vond dat Spinoza te weinig waardering had voor en ruimte liet aan het passionele bij de mens [cf. blog]. Wel, al diegenen die dat vonden, krijgen hier het antwoord:  hier wordt ons een zeer passionele Spinoza voorgezet – een Spinoza die uiteindelijk aan zijn vriend ook toegaf dat hij in de relatie met hem het belangrijke van de tussenmenselijke liefde (en niet alleen de amor Dei intellectualis) voor de mens had leren inzien. Hij zegt, wanneer ze na een lange scheiding weer verenigd zijn: “I never stopped loving you, Christiaan. Being without you for so long made me understand that there are also worthy passions. And that anyone can have them, including me.” (p. 307)

                                                                                             Stan Verdult

_____________

Het vorige boek van Martin Skogsbeck was z´n debuut Destructive Interference - het heeft een eigen website en diverse sociale media, iets dat Spinoza in love nog niet heeft.

Zijn  foto is van hier, waar veel over hem, z´n debuutroman én z´n marketing-strategie  te vinden is.

Hier zijn twitter-pagina