Spinoza en de medici

Op zoek naar informatie over een medicus en zijn eventuele relatie met Spinoza ontdekte ik dat het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde voorbije jaargangen gedigitaliseerd heeft. 

In de loop der tijden zijn diverse artikelen aan Spinoza gewijd, onder andere over zijn vele contacten met medici.

                

Ik heb uit het archief van het Ntvg de volgende artikelen en berichten m.b.t. medici en hun belangstelling voor Spinoza opgediept:

Ÿ Krul, R.: Dr. Cornelis Bontekoe. 1647-1685. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1882;26:617-23(Geschiedenis) [PDF]

Ÿ Baumann, E.D.: Cornelis Bontekoe (1640-1685), de theedoctor. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1949;93:1885(Media) [PDF]

Ÿ Fischer, I.: De geneesheeren onder Spinoza’s vrienden. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1921;65:1856-73(Geschiedenis)
[Heeft het over de “menschenschuwe kluizenaar van de Paviljoensgracht”] [PDF]

Ÿ Cohen, M.H.: Spinoza over meniscusglazen In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1921;65:915-6. (Ingezonden). [over brief aan Hudde over hol-bolle lenzen] [PDF]

Ÿ Bespreking door F.M.G. de Feijfer van Cohen, M.H.: Spinoza en de geneeskunde [Diss. J.H. de Bussy, Amsterdam, 1920]. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1921;65:1274-6(Media)
[Recensent betwijfelt of Spinoza meer dan gemiddelde belangstelling voor de medische wetenschap zou hebben gehad.] [PDF]

Ÿ Bespreking door R. de Josselin de Jong van W.G. van der Tak, Bento de Spinoza, zijn leven en gedachten over de wereld, den mensch en den staat [Nijhoff, Den Haag, 1928]. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1928;72:4542-3(Media) [PDF]

Ÿ Coert, H.J.: Mededeelingen van wege het Spinoza-huis. IV. Spinoza's betrekking tot de geneeskunde en haar beoefenaren. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1938;82:6033(Media) [PDF]

Ÿ Lankhout, J.: Algemeene grondbegrippen der hedendaagsche affect-physiologie bij Spinoza. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1939;83:523-9(Geschiedenis) [PDF]

Ÿ Loghem sr., J.J. van: Benedictus de Spinoza en de geneeskunde. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1966;110:741(Nieuws) [PDF] Dit korte berichtje hieronder:

 

De bovengenoemde M.H. Cohen schreef een dissertatie, Spinoza en de geneeskunde [1920. XII, 74 pp.], waarmee hij aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde.

_____________________________

 

Naar aanleiding van dit materiaal dat ik vandaag ontdekte probeerde ik Frank Mertens, de maker van de website over Franciscus van den Enden, te e-mailen, maar het e-mail-adres werd niet meer herkend. Ik post mijn berichtje daarom maar hier. Misschien komt het als een soort van flessenpost aan.

Beste Frank,
Lang geleden dat we elkaar gemaild hebben.
Vandaag kwam ik tegen in een artikel van Fischer, I.: De geneesheeren onder Spinoza’s vrienden. In: Ned Tijdschr Geneeskd. 1921;65:1856-73 [PDF]
dat Pieter van Rixtel zou hebben gedicht
Aan den Hooggeleerden Heer Franciskus van den Enden,
     Medicinae Doctor.
 
"Godts wesen, dat sigh selfs geheel in 't al besluyt"
"Begrijpt gij in uw Geest en leert het ons bekennen"
"Wat heyl uit wetenschap, wat ramp uit dwaesheydt spruyt,"
"Vertoont ge, om ons tot deught, door waerheydt te gewennen."
Ik kon dat op je website niet vinden. Wel andere teksten van Pieter van Rixtel, maar misschien heb ik niet goed genoeg gezocht.
Zo je het nog niet kende, vind je dit vast wel interessant genoeg om er de bron van te gaan vinden, want die geeft de schrijver van het artikel jammer genoeg niet.
Met vriendelijke groet, 

Stan Verdult
_______________________________________________________________
Aanvulling 24 mei 2011
Naar aanleiding van een mail-reactie van Frank Mertens, waaruit bleek dat deze "flessenpost" was overgekomen, het volgende:
De dichter was Pieter Rixtel (niet: van Rixtel zoals I. Fischer schreef)
Het is afkomstig van Rixtels Mengel-rymen (1669), p. 40
en het is hier te vinden op Frank Mertens' website over Franciscus van den Enden.

Reacties

Dit gedicht van Pieter Rixtel bevindt zich in Mekninger / Van Scutelen's en in Klever's boek over Van den Enden. Derhalve is het zeker bekend bij Mertens. Ook heb ik er een Engelse vertaling van gemaakt voor mijn Engelstalige Van den Enden. - Maar het is fijn, Stan, dat je het hebt herontdekt: het is een geweldig statement over Van den Enden's anticipatie van Spinoza. "Wat heyl uit wetenschap ... spruyt" / 'De mensheid zou altijd in superstitie blijven steken, ware het niet dat daar de MATHESIS was, die hem bevrijdt' (Vrij naar Ethica 1 / appendix.) - Dit punt wordt evenzo opgepikt (en uitgewerkt) door Hume in zijn posthuum gepubliceerde DIALOGUES. - Vandaag meldde de krant dat uitgeverij Klement een Nederlandse vertaling van Hume's NATURAL HISTORY OF RELIGION en zijn essay SUPERTITION AND ENTHUSIASM heeft uitgebracht, vertaald door Lemmens en Herck. Ben benieuwd of zij ook hebben ontdekt dat Hume daarin het boven genoemde appendix, alsmede de praefatio van de TTP parafraseert?

Toch nog wat geleerd uit je inventarisatie van Spinoza-artikelen in het oude tijdschrift voor geneeskunde, nl. dat hol-bolle glazen 'Meniscusglazen' moegen heten.Dit artikel van Cohen was mij niet bekende toen ik mijn INSIGNIS OPTICUS over Spinoza's optica schreef. Cohen maakt overigens een fout door te schrijven dat Spinoza 'grote lenzen' vervaardigde. Het waren juist kleine.

Ja, die merkwaardige tegenfeitelijke vermelding van 'grote lenzen' was mij ook opgevallen.

De uitgave van Hume, "De natuurlijke geschiedenis van de religie", zag ik van de week bij de boekhandel en besloot het niet aan te schaffen. Ik doe m'n best, maar deze eindige modus kan niet alles lezen.

Inderdaad. "Non omnia possumus omnes" (Vergilius): 'niemand kan alles' [kopen of lezen or whatever).

De "flessenpost" is aangekomen. Zie aanvulling aan het eind van het blog.