Spinoza en de mercator sapiens

prof. dr. Wiep van BungeVan Miriam van Reijen ontving ik de tip dat in M & O, tijdschrift voor organisatiekunde en sociaal beleid, van maart-april van dit jaar een artikel staat van Wiep van Bunge, getiteld: Spinoza en de mercator sapiens. De praktijk van de filosofie.

Ik heb het in de bibliotheek opgezocht en  geef deze informatie hierbij graag door voor andere geïnteresseerden. Ik zelf vind het altijd leuk om te lezen hoe iemand in kort bestek enige basisnoties van Spinoza’s filosofie overdraagt aan hen die geacht worden daarvan niets of nauwelijks iets te weten.

Van Bunge slaagt daar redelijk goed in. Het is duidelijk dat hij zich heeft ingeleefd in leidinggevende businessmensen. Hij begint bij de fabelachtige winsten die Hollandse kooplui in de Gouden Eeuw maakten, hoe de Republiek daarmee economisch, militair en ook cultureel de andere westerse mogendheden een tijdlang overvleugelde. Zijn camera gaat dan naar Caspar Barlaeus die bij de oprichting van de Amsterdamse ‘Illustere school’ (in Spinoza's geboortejaar) sprak over de mercator sapiens, de wijze koopman, voor welke hij morele vereisten formuleerde: hoe fundamenteel vertrouwen is, je aan afspraken houden, aan je verlichtingen voldoen, de waarheid spreken e.d. Hij zoemt vervolgens in op Spinoza’s familie die ook uit kooplui bestond en vermeldt dat ook Spinoza zelf aan de beurs stond. Maar hoe daar door de ban van 1656 een einde aan kwam en Spinoza zich aan filosofie ging wijden. Hij vergist zich met te zeggen dat Spinoza toen 22 jaar was (hij was 23), maar heeft waarschijnlijk wel gelijk dat dit vooral een eigen keus van Spinoza was, wat hij ontleent aan de openingszinnen van de TIE: “Nadat de ervaring mij geleerd had…”

Maar een leven aan filosofie wijden stond bij Spinoza niet gelijk aan een contemplatief leven, integendeel, het ging hem om de praktijk van het actieve leven. Hij wijst dan even op Spinoza’s loflied (in de TTP) op de vrijheid en de vrije handel  die een staat sterk maakt en alleen een sterke staat is in staat de burgers in vrijheid te laten leven. Vrijheid is ook een voorwaarde voor het verrichten van wetenschap en filosofisch onderzoek. Dan wijst Van Bunge erop dat ook Spinoza’s abstracte metafysica een praktisch doel dient. Spinoza begint de Ethica met de algemene wetten van de natuur, waarvan de mens een onderdeeltje is, een reagerend voortbrengsel (zonder vrije wil). En dan geeft hij in wat hoofdlijnen een samenvatting. Op een in mijn ogen wat te dualistische manier van beschrijven van de modi van uitgebreidheid en denken, waarbij mensen een combinatie vormen van lichaam en geest, alsof we toch uit twee dingen bestaan of zijn samengesteld: een 'product van twee attributen', zoals hij het noemt. Het is een beetje de Angelsaksische manier van Spinoza uitleggen, waarbij het lijkt dat het met onze taal bijna onmogelijkheid is hier op een niet-dualistische manier over te schrijven.
Dan benadrukt hij dat een ‘ik’, een zelfbewustzijn, een wil en een ‘rede’ niet in de werkelijkheid (ontologisch) bestaan, maar gevolgen zijn van het zich verhouden van een complex lichaam in de wereld met de andere modi – een onderdeeltje van een oneindig netwerk van causale relaties. Spinoza’s belofte is dat inzicht hierin geluk brengt. Volgens van Bunge’s uitleg van Spinoza kunnen wij - ondanks het vorige - toch de regie in handen nemen van onze reacties op wat op ons afkomt. Kennis, inzien waarom wij reageren zoals we doen, biedt een remedie. Onze redding schuilt in inzicht -  rationaliteit leidt tot ‘heil’. Via dat inzicht kun je je echter niet uit dit proces terugtrekken – je kunt niet niet-aangedaan worden. Alleen je manier van reageren op aangedaan worden kun je beïnvloeden. Ik kan me in deze uitleg, zoals uit recente blogs blijkt, goed vinden.

Hij eindigt dan zijn artikel met erop te wijzen dat mensen die verantwoordelijk zijn voor het gedrag van organisaties t.o.v. de buitenwereld gebaat zouden kunnen zijn met een coherente theorie over wat handelen eigenlijk is en over relaties tussen het eigen handelen en dat van de rest van de wereld.

Ik vind het een knappe poging om in zo’n kort bestek Spinoza voor managers uit te leggen. Maar enigszins merkwaardig vind ik het dat hij hen juist niet op de sociale (en politieke) aspecten van Spinoza’s leer attendeert: dat de conatus bij Spinoza niet tot egoïsme leidt, maar via inzicht juist tot willen delen met andere mensen – hoe samenwerking in een verband met anderen (niet alleen van de staat) voor de mens belangrijk is. Niets is belangrijker voor een mens dan andere mensen. Dat zou ik die managers hebben laten horen. Maar ach, een kleinigheid?

Reacties

Beste Stan,
Weet jij hoe ik aan het volgende artikel van Wiep van Bunge kan komen ?
Spinoza en de mercator sapiens
Bunge, L. van
M & O: tijdschrift voor organisatiekunde en sociaal beleid 63/2, p28-37 (2009)
2009-01-01
Article

Met dank en groet,
Jan Hein

Precies zoals je zelf aangeeft: zoeken in of via bibliotheek naar
M & O: tijdschrift voor organisatiekunde en sociaal beleid 63/2, p28-37 (2009)