Spinoza en de politiek van wantrouwen

We zouden kunnen bezien of met Spinoza iets te zeggen is over de regering van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV die deze partijen in elkaar pogen te steken en waarover behoorlijk wat te doen is. Maar het gaat hier over het laatste nummer van het tijdschrift Filosofie.

Wat zou na het artikel van dr. Evert van der Zweerde, “Politieke filosofie of filosofie van de polikiek” in nummer 20/4 van Filosofie, een artikel over de politieke filosofie van Spinoza goed hebben gestaan. Vanuit de Tractatus Theologico-Politicus en de onvoltooide Tractatus Politicus van Spinoza zou volmaakt te illustreren zijn hoe hetgeen Van der Zweerde schrijft over de feitelijke functie van politieke filosofie klopt wat Spinoza betreft. Samengevat stelt van der Zweerde dat politiek en filosofie intrinsiek met elkaar verbonden zijn. Politieke filosofie is altijd ook praktisch-normatief. Theorievorming is niet alleen analyse van (niet alleen ´zuivere theorie´), maar ook theoretische praxis: theorie voor de vrije en rechtvaardige samenleving. Kortom politieke filosofie is zelf politiek en daarmee potentieel subversief. De schrijver verwijst naar Plato, Hegel, Spinoza en Arendt, maar van de laatste twee valt alleen de naam.  

Nogmaals, wat zou een artikel over de politieke filosofie van Spinoza in den breedte hier een goede illustratie bij vormen. Zo’n artikel is er niet. Maar het artikel van dr. Wim Klever behandelt een uiterst belangrijk aspect uit die praktische politieke filosofie: “Het koppelingsbeginsel. Politiek realisme van de Hollandse Verlichting.” Volgens hem zag Spinoza dat, in het voetspoor van anderen, als hét centrale mechanisme, dé hefboom van de praktische politiek (de ars).

Het koppelingsbeginsel gaat uit van het feitelijke, naturalistische gegeven dat ieder wezen in z’n bestaan wil volharden en daarom op de eerste plaats en altijd z’n eigen belangen dient. Een realistische politiek zorgt voor een institutionele ordening van de samenleving, waarbij daarvan wordt uitgegaan en niet van hooggestemde normatieve idealen (vertrouwen b.v.) of ideologische verhullingen. Het koppelingsbeginsel zoekt naar zodanige vormen van bestuur waarin het streven naar voldoen aan hun eigenbelang alleen maar kan, als bestuurders het publieke belang bevorderen; en dat als zij het publieke belang schaden, zij automatisch hun eigen belangen schaden. Het vergt uiteraard nogal wat samenwerkende intelligentie om zulke constructies uit te vinden.

Ik vraag me af of Klevers samenvatting van het beginsel wel voldoende scherp is. Hij schrijft: "Het Leitmotiv is steeds dat men bij alle politieke ordeningen boven alles moet uitgaan van de menselijke gemoedsaandoeningen en het erop moet aanleggen, dat men de zaken zo in elkaar steekt, dat de deelnemers aan het politieke spel hoe dan ook recht en wet boven persoonlijke belangen laten prevaleren.” Ik meende dat het er nu juist om ging dat recht en wet institutioneel zó in elkaar werden gestoken dat je met het je houden aan recht en wet tegelijk je persoonlijke belang dient. Je schaadt je persoonlijk belang als je je niet aan de wet houdt (anders heeft zo’n wet geen zin). Dit komt overigens weer goed als hij Spinoza citeert (uit TP 7/4): “Aangezien het met de menselijke natuur zo is gesteld, dat ieder zijn eigen voordeel met de hoogste intensiteit nastreeft, en die wetten het meest rechtvaardig acht, die hem onontbeerlijk lijken voor het behoud en de uitbreiding van zijn zaak, en andermans zaak slechts in zoverre verdedigt als hij zijn eigen zaak daarmede meent te kunnen versterken, volgt hieruit dat het noodzakelijk is om mannen in de raad te kiezen, wier private belangen en voordeel afhangen van het algemeen belang van allen en de vrede.” Deugdzaamheid doet er niet toe en ‘goede bedoelingen’ en ‘goede trouw’ moeten we wantrouwen.

Klever schetst in zijn artikel hoe dit praktische inzicht is geformuleerd en verder ontwikkeld door de gebroeders Johan en Pieter de la Court (“eygen gaat altijd voor” – “eygen voordeel niet dan door het gemeen”), Franciscus van den Enden (“de ordinaire zwakheid der menschelyke Natuur, maakt dat de liefde altijd van zichzelf eerst begint.”), Spinoza en Bayle,  Locke, Mandeville en Hume. De laatste drie haalt hij uiteraard sterk naar voren, daar hij recent aan alle drie monografieën wijdde, waarin hij aantoont hoe zij schatplichtig waren aan Spinoza. Ik kon echter uit wat hij in dit artikel over Locke schetst niet iets van een koppelingsbeginsel bij hem ontdekken.

Interessant is dat Klever de verwantschap laat zien tussen de paradoxale formule van Bayle, “malus homo bonus civis” en Mandevilles “Private Vices, Publick Benefits.” Toch vraag ik mij af of dit niet te snel en gemakkelijk gaat en of hier niet een zekere verschuiving is opgetreden. De burgerlijke staat houdt met dwang (vrees voor straf) de burgers in het gareel. Inderdaad kun je dan binnen in de goede burger een ‘slecht mens’ zien schuilen, zoals Bayle het typeert. Maar Spinoza zou díe typering nooit voor z’n rekening nemen: er is immers niets slechts aan het streven in je bestaan te volharden, pas door de maatschappij ontstaan goed en kwaad, mijn en dijn. De bedoeling van Spinoza en van het koppelingsbeginsel is juist om ondeugden, té sterk egoïstisch eigenbelang, overdreven vormen van zelfverrijking etc. tegen te gaan door alleen dát gedrag maatschappelijk te belonen dat het algemeen belang bevordert (gemenebest is). Dat is dan geen slecht gedrag (meer). Dit schuift nog verderop bij de satirische Mandeville die juist uit ‘slecht’ gedrag een goed draaiende samenleving ziet ontstaan. Dit is m.i. dan toch wel ver verwijderd van Spinoza. Voor Klever lijkt het allemaal één pot nat. Het verbaasde mij dat hij zo weinig naar Jonathan Israel verwijst, maar dat kan ermee te maken hebben dat het artikel een bewerking en aanvulling is van een artikel uit 1988, dus van vóór het magnum opus van Israel. Ronduit storend vind ik dat Klever beweert dat Locke met zijn Epistola de Tolerantia niets anders deed dan de lijn van Spinoza´s TTP doortrekken. Alsof er geen grandioos verschil bestond tussen de tolerantieopvatting van Locke en de veel ruimere van Spinoza. Jonathan Israel is niet de enige die op dat verschil gewezen heeft, maar hij heeft daar juist veel werk van gemaakt.

Maar tolerantie is uiteraard een ander onderwerp dat buiten dit artikel valt. Het is goed dat Klever nog eens uitvoerig dit typisch-hollandse koppelings-(van-private-aan-algemene-belangen-)beginsel heeft behandeld.

Waarom werd er in de politiek-economische praktijk niet meer gedaan met dat zo verstandig klinkende koppelingsbeginsel? Dat is een vraag die niet meer echt aan de orde komt en waarover alleen wordt gemopperd.

Zou het koppelingsbeginsel weer actueel kunnen worden?
Vandaag heeft de opiniepagina van Trouw het eerste deel van een reeks van drie artikelen waarin Rob van Wijk stelt: “Het Westen moet zichzelf opnieuw uitvinden. Welvaart en democratie staan onder druk, terwijl de groei achterblijft.” Daarin is de erkenning te lezen: “Want de burger redeneert niet vanuit landsbelang, maar vanuit eigenbelang.” En aan het eind: "Het decadente Westen is verliezer omdat opkomende machten doen wat het westen ook deed: eerst aan zichzelf denken. Het Westen moet zichzelf uit het moeras trekken. Dit begint met erkenning van die realiteit en met leiders die meer gewicht aan analyses dan aan meningen geven en daarvoor alle beschikbare denkvermogen mobiliseren.”

Ik ben benieuwd of hij in komende artikelen uitkomt bij een nieuw “Interest van Holland” of eventueel "Interest van Europa" en daarbij het koppelingsbeginsel (her)introduceert.

Reacties

Je verwacht natuurlijk, Stan, dat ik reageer op je kritiek. Bij deze dan, maar heel kort. Het is mij natuurlijk bekend dat Israel een flinke tegenstelling ziet tussen Locke's EPISTOLA DE TOLERANTIA en Spinoza's TTP. Ik was zelf aanwezig toen hij die lezing daarover gaf in de KNAW. Ik ben het evenwel geheel oneens met zijn beschrijving van de verhouding en heb dit uitvoerig (met teksten) betoogd in sectie 49 van mijn JOHN LOCKE. VERMOMDE EN MISKENDE SPINOZIST (2E DR. 2010). Daarin gaat het met name over wie bedoeld zijn met de personen waarvoor de tolerantie in een staat niet zou moeten gelden. Het zou me te ver voeren om die argumenten hier te herhalen. Laat ik alleen dit zeggen dat 'atheisten' in Locke's EN spinoza's spraakgebruik andere personen zijn dan in ons hedendaaags spraakgebruik.

Inderhaast (ik was de digitalisering van mijn TV aan het installeren) had ik gisteren alleen een weerwoord op je laatste kritische opmerking geformuleerd, Stan. Maar ik wil nog meer opmerken. Dat in mijn artikel niets te vinden is van 'een practisch-normatieve politieke filosofie' zoals die van Evert van de Zweerde zou je niet moeten betreuren. Een dergelijk type werpt Spinoza ver van zich af in de eerste regel van het eerste artikel van de TP en is ook in strijd met zijn hele opzet. Aan Hegel en Ahrend, mocht hij die hebben gekend, zou hij evenmin een boodschap hebben als aan Hobbes en Plato, tegen wie hij zich expliciet kon keren, omdat hij die kende. Ik behandel in mijn stuk, dat allerminst een detail levert zoals je suggereerde en suggereert, geen politieke FILOSOFIE, maar wetenschappelijke politieke THEORIE, die overigens TOTALITER een uitwerking is van het door alle POLITICI begrepen en gehanteerde koppelingsbeginsel. Ik heb daar een paar kleine voorbeelden van gegeven, maar de hele structuur van de door hem ontworpen monarchie en aristocratie is daar een hoogst indrukwekkende bevestiging van, d.w.z. een oplossing voor het kapitale vraagstuk hoe je passionele wezens in het gareel krijgt ter realisatie van recht en naastenliefde voor allen en vrede in de maatschappij.
Niettemin heb je wel een paar rake opmerkingen gemaakt. Je hebt volkomen gelijk met de opmerking dat mijn zin, waarin het woord LEITMOTIV voorkomt niet scherp is. Zeg maar gerust 'fout' want verkeerd geformuleerd. Er had moeten staatn dat de zaken zo in elkaar worden gestoken "dat in feite recht en wet in het persoonlijk belang van de burgers is". Ook heb je terecht geconstateerd dat ik geen voorbeeld geef van Locke's aanvaarding van het koppelingsbeginsel. Dat is in zijn tekst niet te vinden. Ik heb echter toch gemeend dat ik hem in het rijte van mijn 'goederentrein' moest opnemen omdat hij daar in zijn teksten dicht tegenaan schurkt gezien zijn 'consent' - principe. Maar ten slotte leg je weer wel zout op een slak, wanneer je je afvraagt of Bayle's 'malus homo' wel overeenkomt met Spinoza's mensbeeld. Zoals er volgens Spinoza niets slecht is in en aan het menselijk streven, is dat beslist ook bij Bayle zo. Ook hier geldt, wat ik je al eerder heb gezegd: dit is een soort 'shorthand' voor de algemeen verbreide be/veroordelingen van het menselijk gedrag. In een pakkende formule (dat geldt ook voor die van Newton en Einstein) kun je nooit genuanceerd zijn.

Wim,
Op je eerste reactie, over de tolerantie bij Locke en Spinoza, kom ik in een apart blog terug.
Wat je tweede reactie betreft het volgende

[1] je eerste opmerking schiet ernaast en vind ik een beetje flauw. Je valt over de term 'normatief', maar wat ik uit het artikel van Evert van de Zweerde naar voren haalde is dat politieke filosofie PRAKTISCHE filosofie is - zelfs zelf al politiek bedrijven is. Ook Spinoza gaat het erom invloed te hebben op de politieke situatie. Hij komt met vele praktische tips voor het betere inrichten van de staat. En dan mag je zijn aanbevelingen wat mij betreft ook normatief noemen: Spinoza komt met de 'normen' van de rede. Dit in tegenstelling tot 'normatief' als komend van een 'hogere instantie'. In ieder geval is zijn politieke leer een verdomd praktische. En daar ging het mij om.

[2] Het koppelingsbeginsel is maar een stuk (wel een belangrijk stuk) van de PRAKTISCHE politieke theorie (wat is er tegen het benadrukken van dat praktische; dat doet Spinoza ook door te verwijzen naar de politici die de politieke PRAKTIJK kenden). Daar verwijs jij ook naar. We zitten op hetzelfde spoor, waarom kun jij dat niet erkennen? Maar ik had graag naast jouw artikel nog een artikel gezien over het vele dat er verder nog over Spinoza politieke filosofie te zeggen is.

[3] Het ging mij niet om het woord LEITMOTIV dat in het origineel al schuin gedrukt stond - het ging mij om de passage "recht en wet boven persoonlijke belangen laten prevaleren." Mijn punt is juist dat als het koppelingsbeginsel goed in wetten en instituties ondergebracht is, er een transformatie plaats heeft van wat DAARNA nog de persoonlijke belangen zijn. Er valt dan niks te 'prevaleren': men volgt vanzelf zijn geherdefinieerde belangen. Dat wilde ik benadrukken. En zo schrijf jij nu "dat in feite recht en wet in het persoonlijk belang van de burgers is". Kortom, ook hier zijn we het eens.

[4] Akkoord. In een korte formule kun je nooit genuanceerd zijn. Maar ik mag dan toch even op een gebrekje aan nuance in die formule wijzen? Degene die regelmatig flinke potten zout hanteert, verwijt een ander dat hij ook eens een beetje zout op een slakje strooit?

Nog korter:
Ad 1: het ging er mij vooral om duidelijk te stellen dat Spinoza zich keert tegen (de) 'politieke filosofie', die, voor zover bekend, in plaats van de praktijk (usus) te beschrijven (en daar lessen uit te trekken) normen voor ... uit de hoge hoed van de rede tovert.
Ad 2: het koppelingsbeginsel - ik herhaal dit punt - is niet maar 'een stuk'' van de TP, maar vormt de kern ervan. Het is daarom dat ik zo'n lange aanloop nam en ook de invloed ervan op volgelingen naliep. Om dit te ontdekken, moet men wel een grondige studie van de TP maken, hetgeen in Nederland nog niets is gbeurd; wel bv. in het werk van Atilano Dominguez. De TP is sowieso ondergewaardeerd en daarom grotendeels verwaarloosd in de Nederlandse kring van Spinoza-vrienden.
Ad 3: Stan, ik heb toch gezegd dat mijn formulering van die zin, waarin het woord Leitmotiv voorkomt, fout is. Uiteraard niet vanwege dat woord. Ik zou je willen aanraden mijn 'herstel' nog eens te lezen. Ik geef toe dat mijn herformulering alsnog verkeerd kan worden opgevat. Mijn bedoeling zal toch uit de contest duidelijk moeten zijn. De politieke instellingen zouden zodanig gestructureerd moeten zijn, dat het handelen van magistraten, vanwege hun wezenlijke winstbejag etc, vanzelf leidt tot het algemeen belang omdat hun behoeften en lusten niet anders kunnen worden bevredigd dan juist door dit algemene belang te dienen. Ik had het woord 'prevaleren' niet moeten gebruiken.
Ad 4. Daarover sluiten wij dan vrede.
Dan hebben we nu alles uitgesproken en kunnen we rustig gaan slapen.
Ad 3

Wim,
1. Na twee keer overlezen van dit blog is het koppelingsbeginsel mij niet geheel duidelijk. Als ik je goed begrijp dient een ieders conatus tot zijn recht te komen in de best staatsinrichting, en de wetgeving zodanig te zijn dat de conatus van de een niet overheerst op de ander.
2. Maar in Stan's blog over het artikel van Tom de Kok heb ik juist betoogd dat conatus een weinig bruikbaar begrip is in Spinoza's politieke theorie, en vertaald dient te worden in macht, en recht = macht.
3. Er is dan op het niveau van de maatschappij niet zo zeer sprake van een koppelingsbeginsel, als van een verdelingsbeginsel, namelijk hoe de macht zó verdeeld kan worden dat er een stabiele en duurzame monarchie, aristocratie, democratie ontstaat, hèt onderwerp van de TP.