Spinoza en de scheiding van kerk en staat

Was Spinoza voorstander van en voerde hij nu wel of niet een pleidooi voor de scheiding van kerk en staat?  

Eén ding is zeker, niet alleen in onze cursusbijeenkomst van afgelopen vrijdag, maar wel vaker hoor je Spinoza bijna automatisch in verband gebracht worden met het uit de Verlichting voortgekomen beginsel van scheiding van kerk en staat.
Bepaald niet ten onrechte, maar Spinoza's positie wat dat aangaat moet nog nader begrepen worden. Louter stellen dat hij voorstander was van de scheiding van kerk en staat, klinkt te ongenuanceerd. Maar het wordt wel vaak zo gezegd.
Ik noem enige voorbeelden:

In Trouw besprak Marinus de Baar twee boeken over geloof en ongeloof in Barok en Verlichting. Bij dat artikel was in een kader wat nadere informatie geplaatst, waaronder:

Spinoza (1632-1677): grootste Nederlandse filosoof, van Portugees-joodse afkomst. Schreef 'Theologisch-politiek traktaat' (1670) waarin hij de scheiding van kerk en staat propageerde, en de 'Ethica' (1677). [Hier]

In het in augustus van dit jaar verschenen schitterende boek van filosofe en schrijfster Rebecca Goldstein, De onbekende Spinoza, lezen we op drie plaatsen, zonder nadere toelichting (ze stelt namelijk vooral de Ethica aan de orde):
"Het boek (Tractatus Theologico-Politicus) bevat een van de meest bezielde betogen voor een vrije democratische staat in de hele geschiedenis van de politieke theorie en is een eloquent pleidooi voor de scheiding van kerk en staat." (p. 9)
"Al even relevant voor ons nu, vooral in Amerika, is Spinoza's fundamentele keuze voor de scheiding van kerk en staat." (p. 14)
Over Locke: was "erg ontvankelijk voor Spinoza's denken, in het bijzonder voor het grondig doordachte pleidooi van deze rationalist voor politieke en religieuze verdraagzaamheid en de noodzaak van een scheiding van kerk en staat." (p. 242-3)

Ook bij Roger Scruton in zijn zéér gedegen boekje Spinoza in de reeks Kopstukken filosofie, lezen we op blz. 20 dat in zijn Tractatus theologici-politicus Spinoza "krachtig pleitte voor de scheiding van kerk en staat en voor een constitutioneel staatsbestel."

Meer nuance die m.i. dichter bij een juiste weergave van Spinoza's positie komt, vinden we in de volgende twee citaten:

Katholiek Nederland heeft een encyclopedie op z'n website. Daarin een lemma Politieke theologie. Wel interessant om en passant mee te nemen wat daaronder te verstaan:
"Politieke theologie is de verzamelnaam voor een grote verscheidenheid aan denkbeelden en studies betreffende het onderscheid en de samenhang tussen religie en politiek, geestelijke macht en wereldlijke macht, kerk en staat.
De term 'politieke theologie' stamt uit de antieke Grieks-Romeinse wereld: de theologia politikè verwijst naar de religieuze rituelen die in staatsverband werden voltrokken, de staatscultus. Men zou dat tegenwoordig civil religion noemen."
(vette druk van mij, SV)

Dat lemma bevat de volgende alinea:

Spinoza: religie privé-zaak
In de vroegmoderne tijd (de periode vanaf de Reformatie tot aan de Franse Revolutie) komt de middeleeuwse erfenis onder vuur te liggen. Het sterker worden van de staten en de godsdiensttwisten zorgen voor een herverkaveling van de macht. In zijn Tractatus Theologico-Politicus (Theologisch-politiek traktaat) van 1670 brengt de Hollandse filosoof Spinoza de nieuwe toestand onder woorden. Niet alleen onderscheidt hij theologie en filosofie (wetenschap) zeer scherp, maar ook godsdienst en staat zijn volgens hem gescheiden domeinen. Naast tolerantie wat betreft godsdienstige denkbeelden pleit Spinoza ook voor een strikte scheiding van kerk en staat. Godsdienst is volgens hem iets van de enkeling: een privé-zaak. Voorzover godsdienst zich publiek manifesteert valt ze onder het gezag van de staat. Niettemin blijft ook Spinoza nog uitgaan van het bestaan van God en trekt hij daaruit politieke conclusies. [Hier]

Rob Hartmans zegt in zijn artikel " De stamvaders der tolerantie": "In de republikeinse politieke theorie van Spinoza is de scheiding van kerk en staat min of meer éénrichtingsverkeer. De kerk dient zich niet te bemoeien met de staat, en de staat bepaalt de speelruimte die de kerk heeft." [Hier]

In die laatste twee citaten herken ik een betere weergave van Spinoza's positie. In hoofdstuk 19 van TTP schrijft Spinoza: "Aangetoond wordt dat het recht betreffende godsdienstzaken geheel en al berust bij de hoogste overheden, en dat de uiterlijke eredienst zich moet voegen naar de vrede in de staat, als wij God op de juiste wijze willen gehoorzamen."

Hoe mensen denken (ook over zaken van God) en wat ze zeggen: daarin hoort men vrij te zijn, zoals Spinoza in hoofdstuk 20 betoogt. De vrijheid van filosoferen geldt ook ten opzichte van de theologie (de theologen, dominees en de kerk), zoals Spinoza in de hoofdstukken 1 t/m 15 heeft aangetoond.

Maar die vrijheid heeft - met het oog op ieders veiligheid en het voortbestaan van de staat - grenzen en die liggen in het handelen. Alle daden in de openbaarheid, vallen onder de wetten van de overheid. Ook als het gaat om gelovige handelingen (zaken van eredienst etc.): die worden alle door de hoogste overheid bij wet geregeld. De kerk valt dus onder de staat, en dient zich te ordenen naar de wensen van de staat.

Ik vind het dan ook te ver gaan om de controle van de staat over de kerk te typeren als: scheiding van kerk en staat. Eerder gaat het om onderordening, onderschikking van de kerk onder de staat.

 ____________________________

Hier wil ik even een tekstje parkeren dat ik aantrof hier op de site van uitgever Damon - een gesprek met Wim Klever n.a.v. diens boek Spinoza Classicus, waarin hij nagaat welke klassieke Latijnse schrijvers terug te vinden zijn in het werk van Spinoza. In dat gesprek wordt van Klever het volgende (waarover ik nog eens wil nadenken) genoteerd:

Scheiding van kerk en staat is strikt genomen zowel overbodig als onmogelijk. En waar die toch wordt nagestreefd komt de eenheid van de staat in het geding: Staatsvorming maakt godsdienst, in elk geval in haar geïnstitutionaliseerde vorm, overbodig. Want wat is godsdienst? En dan volgen we Spinoza weer. Het betekent God dienen, rechtvaardigheid beoefenen en naastenliefde betrachten, en dit gezamenlijk, langs politieke weg. Daarbij zijn de laatste twee de feitelijke betekenis en invulling van het eerste.
boek van Wim Klever

____________________________________

Ook deze tekst, ter inleiding van een universitaire master-cursus  Sociale en politieke wijsbegeerte gegegen door dr. M.J. Terpstra aan de Radboud Universiteit Nijmegen (zie hier), vind ik wel interessant om hier in te passen.

In 1674 wordt Spinoza's Theologisch-politiek traktaat (anoniem verschenen in 1670) door onder meer de Staten van Holland verboden, een verbod dat tot aan de opheffing van de republiek van kracht bleef (eind achttiende eeuw). Reden van dit verbod: ketterse opvattingen over de heersende religie. De door Spinoza geboekstaafde religiekritiek blijkt hier in de ogen van vele tijdgenoten niet verenigbaar met de politieke orde. In onze tijd lijkt het daarentegen eerder zo dat de politieke orde mede steunt op de (moderne) religiekritiek: religie is verbannen uit de politieke orde naar de persoonlijke levenssfeer en het maatschappelijk verenigingsleven (kerkgemeenschappen).
Was Spinoza niet voorzichtig genoeg om zijn ketterse opvattingen te verbergen en werd hij voortdurend van atheïsme beschuldigd (hetgeen levensgevaarlijk was), vandaag de dag vermoeden velen achter de verhulling van modern, seculier gedrag het gevaar van de religie. Leo Strauss (1899-1973) heeft veel geschreven over de problematische verhouding tussen filosofie en de heersende politieke en religieuze denkbeelden: filosofische teksten kennen een esoterische inhoud die voorzichtigheidshalve verhuld wordt. Ook hij leest daarom achter Spinoza's tekst, die ogenschijnlijk de politieke orde en de heersende religie verdedigt, een verborgen leer: een atheïstisch wereldbeeld dat weldra als 'radicale Verlichting' in de openbaarheid zal treden. Strauss schreef in 1930 een studie over Spinoza's religiekritiek, waarin deze stelling wordt uiteengezet.
Strauss leest Spinoza als een radicale breuk met het traditionele denken, dat filosofie en theologie naast elkaar liet bestaan. Deze breuk vinden we vooral terug in de herziening van het natuurrechtsdenken, het denken van een morele grondslag van de politieke orde. Spinoza's natuurbegrip ondermijnt de gangbare voorstellingen en betekent een opening naar het moderne relativisme en nihilisme, aldus Strauss.
In deze cursus confronteren we Strauss' interpretatie met de tekst van Spinoza zelf en zullen we onderzoeken of de uitleg houdbaar is.

 

 

Literatuur

  • Benedictus de Spinoza, Theologisch-politiek traktaat, Wereldbibliotheek, Amsterdam 1997.
  • Leo Strauss, Spinoza's Critique of Religion (translated by E.M. Sinclair), University of Chicago Press, Chicago 1997.
  • Leo Strauss, Natural Right and History, University of Chicago Press, Chicago 1953 (of latere herdrukken).