Spinoza en het begrip van de goddelijke accommodatie in de TTP

Dit blog is bedoeld om u erop te wijzen dat op internet het artikel te lezen staat dat Ruben Buys schreef over het accommodatiebegrip bij Spinoza. Zoals blijkt uit de samenvatting die ik zodadelijk daaruit overneem, begon hij vanuit een nogal traditioneel theologisch Gods-begrip. Hij begint te spreken over hoe God zich in het spreken tot de profeten zich aanpaste aan hun begripsvermogen, en deze dat op hun beurt ook weer eens deden in hun spreken tot het volk. Er zou bij Spinoza dus sprake zijn van een dubbele accommodatie, of dubbele vertaalslag. Je weet niet wat je leest.

Kortom hij begint uitvoerig z’n artikel op te zetten vanuit een antropomorf gedachte God, zoals bijvoorbeeld theoloog en predikant Arnold Huijgen kan doen in het proefschrift waarop hij in april van dit jaar promoveerde: Divine Accommodation in John Calvin’s Theology. Analysis and Assessment, Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen , 2011.

Uit e-mails die wij in 2009 wisselden begreep ik dat het zijn bedoeling was om ook het accommodatiebegrip bij Spinoza te bespreken. Hij vond de Latijnse TTP via dit weblog en ik attendeerde hem op Leo Strauss en diens accommodatie-idee m.b.t. de TTP zelf. Of Spinoza in dit boek aan de orde komt weet ik niet; ik ga het uiteraard niet aanschaffen en op mijn e-mail met een vraag hierover vernam ik niets meer.

[Aanvulling: inmiddels is dit via boooks.google na te zien: ja Spinoza en de grote invloed op de bijbelhermeneutica die hij heeft gehad, komt er flink in voor]

Terug naar het artikel van Ruben Buys, “Scriptura humana loquitur; Spinoza en het beginsel van de goddelijke accommodatie.” Iemand die al iets van de TTP weet, moet zich eerst bladzijden lang met kromme tenen door een paradoxale tekst lezen, waar de auteur eerst het accommodatiebegrip op traditionele manier definieert en er onderscheidingen in aanbrengt. Je zit dan voor de merkwaardige paradox dat vanuit een volstrekt antropomorfe vraagstelling (over “aanpassend spreken”) het vraagstuk van de oneigenlijke, antropomorfe beeldvorming wordt opgeworpen.

Telkens komen opmerkingen in je boven: en Spinoza’s godsbeeld dan? En Spinoza’s benadering van de Bijbel als gewoon mensenboek dan? Gaat hij daar aan voorbij? En heeft iemand die schrijft “De wonderen vertegenwoordigen dus een aanpassing van gebeurtenissen aan mensen zonder ontwikkeling,” Spinoza wel begrepen? Gebeurtenissen worden toch niet aangepast, maar verhalen erover!

Maar vanaf ongeveer 2/3 deel van de tekst komt alles op z’n pootjes terecht en kunnen we lezen dat “het accommodatiebeginsel in een spinozistisch naturalisme alleen mogelijk is als daarmee bedoeld wordt dat de [door passies gedreven, onwetende] mens niet alleen de aanleiding van de aanpassing van de Schrift is maar bovenal de directe oorzaak.” Hier het artikel:

Ruben Buys, “Scriptura humana loquitur; Spinoza en het beginsel van de goddelijke accommodatie”. In: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland - documentatieblad van de Werkgroep "Sassen." - 13 (2002 [= 2005]), pp. 165-1842005

De verhouding tussen geloof en weten is in het christelijke Westen vaak problematisch geweest. Men zou deze spanning, de pogingen haar te neutraliseren en het uiteindelijke failliet van deze pogingen kunnen zien als een belangrijke rode draad in de intellectuele geschiedenis van dit deel van de wereld. Welwillende en vrome geleerden werden niet moe de bijbel te verdedigen tegen elke vorm van kennis die haar goddelijke herkomst leek te ontkennen of te problematiseren. Een belangrijk instrument dat is ontwikkeld om het hoofd te kunnen bieden aan de ongerijmdheden in de bijbel, is het beginsel van accommodatie. Kort gezegd gaat dit beginsel er vanuit dat God zich aanpast, accommodeert, aan het beperkte bevattingsvermogen van de mensen tot wie Hij spreekt, bijvoorbeeld via de heilige Schrift. Uit begrip voor de menselijke onwetendheid laat de alwetende God, zogezegd, niet het achterste van zijn tong zien maar hurkt Hij als een genadevolle Vader bij zijn mensenkinderen, de kroon van zijn schepping. Het belang van dit beginsel van accommodatie voor een goed begrip van de intellectuele geschiedenis van ons werelddeel, waaruit de bijbel als inspiratiebron immers nauwelijks is weg te denken, staat in opvallend contrast met de bescheiden aandacht die het tot nog toe in het academische onderzoek ten deel is gevallen. Dit gebrek aan studie is des te opvallender omdat het accommodatieprincipe geen onbelangrijke rol speelt in de opkomst van de moderne bijbelkritiek in de zeventiende eeuw. Als Spinoza in zijn Tractatus theologico-politicus (TTP) een wetenschappelijke (en dus niet-religieuze) lezing van de Schrift ontwikkelt, grijpt hij met verrassende regelmaat naar de gedachte van de goddelijke aanpassing. Dit roept belangrijke vragen op – zeker omdat sommige van Spinoza’s zo mogelijk nóg ketterse trawanten er evengoed mee schermen. Is het idee van een zich aanpassende Auteur verworden van vrome strategie tot instrument van het atheïsme? Zoals we zullen zien stoppen de bestaande studies over de goddelijke accommodatie echter juist vóór dit spannende hoofdstuk of geven het wel erg summier aandacht. Dit artikel wil met name een aanzet zijn tot het schrijven van dat ontbrekende hoofdstuk. Het zal dan ook niet verbazen dat Spinoza de centrale plaats inneemt. Zijn Tractatus geldt immers als belangrijk icoon van de moderne bijbelkritiek. Vandaar dat dit artikel handelt om de vraag welke plaats het idee van de goddelijke accommodatie inneemt in Spinoza’s bijbelkritiek. Bovendien wordt Spinoza’s accommodatiebegrip bezien tegen de achtergrond van de traditie. Hieronder zal eerst het beginsel van de goddelijke aanpassing ingeleid en gedefiniëerd worden. Vervolgens wijden wij ons aan Spinoza’s accommodatiedenken; hier kijken we naar de TTP en de rol die de accommodatiegedachte daarin speelt. Als dat is gebeurd, zal Spinoza’s plaats met betrekking tot de traditie worden belicht; Spinoza wordt dan afgezet tegen twee belangrijke ‘accommodatiedenkers’ – twee denkers die bovendien een grote invloed op de zeventiende-eeuwse rationalist hebben gehad: Moses Maimonides en Johannes Calvijn. Afsluitend wordt een poging ondernomen om het accommodatiedenken van de TTP een zinvolle plaats te geven in het licht van Spinoza’s naturalistische metafysica. [PDF]

Om te zien met wie we van doen hebben, hier nog enige verwijzingen naar boeken en hoofdstukken van zijn hand:

Voorkant

 

R. Buys, De kunst van het weldenken: lekenfilosofie en volkstalig rationalisme in de Nederlanden (1550-1600). Bibliotheca dissidentium Neerlandicorum. Amsterdam University Press, 2009, 311 pagina's

Voorkant

 

Ruben Buys: Coornhert in het klein. Korte teksten over deugd, onwetendheid en volmaakbaarheid. Bibliotheca Dissidentium Neerlandicorum. Amsterdam University Press, 2010, 300 pagina's

Voorkant

 

Ruben Buys: 'Hola alle Heydenen en zijn gheen godtloosen gheweest noch onsaligK - Coornhert en het redelijke alternatief. In: Jaap Gruppelaar & Gerlof Verwey (Ed.): D.V. Coornhert (1522-1590): polemist en vredezoeker. Bijdragen tot plaatsbepaling en herwaardering. Bibliotheca Dissidentium Neerlandicorum. Amsterdamse Gouden Eeuw reeks. Amsterdam University Press, 2010, 300 pagina's