Spinoza en Maimonides - slechts een antitheton?

Zoals de regelmatige bezoeker van dit weblog wel gemerkt zal hebben vind ik het soms leuk om uit het verleden iets op te duiken. En als ik iets aardigs ontdek geef ik dat hier graag door. Gestimuleerd door het lezen van de autobiografie van Solomon Maimon, wilde ik iets meer weten over wat Spinoza (wellicht) met en van Maimonides heeft. Uiteraard is daarover bij Harry Wolfson veel te vinden (zie dit blog).

Bij Haithi Trust Digital Library is volledig in te zien de niet erg dikke dissertatie von Salomo Rubin (1823-1910): Spinoza und Maimonides: ein psychologisch-philosophisches Antitheton. Wien : Herzfeld & Bauer, 1868. 

Een antitheton (Grieks) is een retorische figuur, waarin twee tegengestelde gedachten tegenover elkaar worden geplaatst zonder tegenspraak te vormen (waarin het zich onderscheid van een antithese).

In dit boekje van 50 bladzijden (dissertaties konden toen soms dun zijn!) bestrijdt de schrijver de opvatting van de Fransman A. Foucher de Careil, die aan de hand van een drietal niet uitgegeven manuscripten van Leibniz, waarin deze studie maakte van Mozes Maimonides’ Gids voor de verdoolden, meende te kunnen aantonen dat Spinoza de mosterd helemaal bij deze “Arabische Aristoteles” vandaan had.

Rubin gaat dan aantonen dat Spinoza zeker wel ongeveer alles van Maimonides gelezen moet hebben, maar de ‘antogonisie’ van Spinoza tegenover Maimonides betrof volgens hem niet diens hele denken, zeker niet de Platoons-Alexandrijnse elementen daarin. De auteur is ervan overtuigd dat Spinoza meer had van en meeging met de Platoons georiënteerde en zeer dichterlijke Aben-Esra (Ezra) en… de Kabbala (waarvoor hij vele getuigen aanhaalt).

De auteur voelt zich zeer verwant met Spinoza die hij als een vriend lijkt te beschouwen - en die hij af en toe Spino noemt. Tegen ene Senior Sachs betoogt hij dat Spinoza wél in esthetische dingen, zoals muziek en dichtwerk, geïnteresseerd was. En ook in lekker eten. Hij noemt Spino zelfs een Gourmand (iemand die vreugde beleeft aan ‘Gourmandise’ of Feinschmeckerei)! En dat Spino niet alleen de rede maar ook het gevoel aansprak, daarvan getuigen de vele dichters en andere kunstenaars die affiniteit met Spinoza hebben. Daarvoor behandelt hij een en ander van Heinrich Heine van wie hij citeert: „Keiner hat sich jemals erhabener über die Gottheit ausgesprochen, wie Spinoza. Statt zu sagen, er läugne Gott, könnte man sagen, er läugne den Menschen.“ Wat doet denken aan Maimon’s tegenstelling atheïsme – akosmisme, waarover ik eerder blogde [hier en hier].

Enfin, best aardig om van zo’n boekje kennis te nemen. Veel van de thematiek is gedateerd, en het Hebreeuws dat geen vertaling bijgeleverd krijgt, schept enige afstand. Maar als je daaroverheen leest, is er altijd weer wat van op te steken. Zeker als een schrijver zoveel affiniteit met onze filosoof heeft. De manier waarop hij uitlegt hoe en waarom Spinoza wil en verstand bij God ontkent, is alleen al het kennisnemen van dit boekje waard.