Spinoza in 1881 al ingezet in "Het vraagstuk van den eed in de Tweede Kamer"

Van de week bleek er een meerderheid van de Tweede Kamer voor een motie van CDA, ChristenUnie en SGP om voor ambtsdragers nog slechts de sinds 1911 gangbare eed (’Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’) toe te staan naast de belofte (’Dat beloof en verklaar ik’). Het gaat er dus om dat precies het woord God en niet Allah of een andere godsnaam mag worden ingevuld. Te gek voor woorden. De kop van het redactionele commentaar van Trouw van vanmorgen luidt terecht: "Kabinet kan motie om eed op God te verengen beter niet uitvoeren."

Toen er eenmaal een standbeeld van Spinoza in Den Haag was opgericht (waarover m'n vorige blog ging), kon het uiteraard in spotprenten gebruikt worden. Zo deze spotprent van 4 oktober 1881 over "Het vraagstuk van den eed in de Tweede Kamer"

Voor wie het niet goed kan lezen. In het onderschrift staat  Spinosa tot den Minister van Justitie:
"Wat praat gij ijdelijk over de onzinnelijke dingen die ook gij niet begrijpt?
Wat stoot gij buiten wet en maatschappij die uw Godsbegrip niet deelen?
Wat treedt gij terug door uwe onverdraagzaamheid tegen het vrije denken?"

We denken misschien meer dan een eeuw verder te zijn, maar het schiet niet op...

Toevoeging 6 juni 2013

De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad, van 15-10-1881 had dit commentaar op de prent:

“De nieuwste Spectator-prent geeft ons den heer Modderman te zien, staande met de banier van het geloof aan den voet van het standbeeld van Spinoza. Het onderschrift bevat een boet-predikatie, die geacht wordt door den atheïstischen wijsgeer den minister te worden toegestuurd, wijl hij ijdel heeft geoordeeld over bovenzinnelijke zaken, die ook hij niet begrijpt en zich schuldig heeft gemaakt aan onverdraagzaamheid. Duidelijker kan wel niet worden te kennen gegeven, welken geest men in ons staatsleven wenscht te doen zegevieren. Spinoza, den algemeen erkenden vertegenwoordiger van het stelsel, dat den persoonlijken God geheel op zijde schuift en dat niets anders huldigt dan de onpersoonlijke natuur, hem zullen voortaan onze staatslieden als leermeester en leidsman te volgen hebben.” [cf KB Krantenarchief]

Zo was er naast de spotprent ook dit spotcommentaar.