Spinoza in Nederland als reisthema

Na Charles Chatwin In Patagonië, V.S. Naipaul Among the Believers en Cees Nooteboom De omweg naar Santiago is er nu van Rudi Rotthier, De naakte perenboom. Op reis met Spinoza [Atlas Contact, 2013 - 352 pagina’s - ISBN 9789045025520 - €21,95].

Hoewel het bij Atlas Contact nog niet onder 'verwachte boeken' wordt vermeld, het kómt eraan. A.s. maandag ligt het in de winkel, zo is aangekondigd. Het komt ook als e-book beschikbaar.

Ik had naar het boek uitgezien. Op de eerste plaats daar het boek over Spinoza gaat, maar tevens daar ook ik ervoor geïnterviewd werd door deze Vlaamse literaire non-fictie reisschrijver [zie blog]. Wellicht om die reden ontving ik al een exemplaar; of misschien wel als blogger-recensent. Wel, hier mijn leeservaring van dit reisverslag waarin ik zal uitleggen waarom ik het voor driekwart geslaagd vind. Maar voor dát deel dan ook werkelijk zeer geslaagd.

Het boek is van alles - ook een verslag van een misschien wel tientallen jaren bestaande interesse in en nieuwsgierigheid naar Spinoza: de gefascineerdheid door Spinoza en de verandering van het Spinozabeeld van de auteur door de jaren heen, spat van sommige bladzijden af. Met af en toe een passend Spinozacitaat tussen de tekst, een mooi hoofdstuk over het 17e eeuwse Nederland, een fraaie samenvatting van Spinoza's kijk op bijgeloof en religie, met veel interessante weetjes uit de Spinozastudie. Merkwaardig vond ik het weetje te vernemen uit het gesprek met Fokke Akkermans dat er onder het voorzitterschap van de christelijke Hubbeling voor de lunch bij vergaderingen van de Ver. Het Spinozahuis werd gebeden! Heerlijk cryptisch is Akkermans antwoord op de vraag: "Bent u gelovig?": "Ja, in spinozistische zin." (p. 284) En zo is er méér.

Ambivalentie
De auteur van het boek heeft een ambivalente houding tegenover Spinoza. Diens filosofie houdt hem al jaren bezig, fascineert hem. Maar hij krijgt er uiteindelijk niet genoeg vat op. Vooral met de God van Spinoza heeft hij moeite. Waarom blijft Spinoza toch zoveel van God spreken? Wat is dat voor God? Boeiend mee te maken hoe iemand mét die 'moeite' toch zo gefascineerd blijft. Een paar maal lees je dat gesprekspartners tegen hem zeggen: ik begreep hem [Spinoza] niet, maar voelde wel dat hij gelijk had.

"Ongedeelde wetenschap"
Daarbij voelt Rotthier zich ook niet echt bij de Spinozisten horen. Nu is dat laatste wat minder verbazingwekkend, want zij voelen zich zelf ook niet goed bij elkaar horen. Dat is wat Rotthier in dit boek goed duidelijk laat zien: hoe verschillend de Spinoza-bestudeerders met hun studieobject omgaan. Het interessante is dat dit boek laat zien, dat er evenveel smaken Spinozisme bestaan als er Spinoza-studerenden zijn. Juist uit hun passie voor Spinoza blijkt hoe 'het' Spinozisme trekken van een religie krijgt.
In het slothoofdstuk citeert hij een India-specialist die het over het hindoeïsme heeft als: "gedeelde onwetendheid." Dit is typisch zo'n manier van als religiewetenschapper van buitenaf tegen religie aankijken (deed Spinoza ook). Vanuit hun eigen perspectief spreken hindoeïsten uiteraard niet van onwetendheid; maar is er wel ervaren verbondenheid als iets gedeelds. Spinozisten met elk hun eigen smaak, voelen dát - verbondenheid - vaak niet. Zij hebben dus geen "gedeelde onwetendheid", maar eerder een "ongedeelde wetenschap". Spinoza had gelijk: ratio, inzicht brengt mensen naderbij (Rotthier citeert het) - smaken, passies brengen verdeeldheid. Met hoeveel passie wordt er Spinozisme bedreven! Nee, Spinozisme is zelf bepaald geen geometrische wetenschap.

Tweemaal twee delen
Toen ik op ongeveer de helft van het boek was, begon ik er nogal gemengde gevoelens over te krijgen. Het boek is een studie, een ontdekkingsreis naar Spinoza en Nederland, hetgeen mij in hoge mate intrigeert. Het bestaat uit twee delen. Het eerste deel waarin Rotthier het leven en werk van Spinoza naloopt door de plaatsen te bezoeken waar Spinoza gewoond heeft of geweest is.

In het tweede deel gaat hij op bezoek bij een aantal mensen die zich, professioneel of als amateurs, in Spinoza's filosofie verdiepen.
Zijn opzet is, zoals hij het op p. 16 beschrijft: "door in Nederland rond te reizen iets van Spinoza begrijpen, en door Spinoza te lezen, door me te verdiepen in zijn leven en zijn tijd, iets opsteken wat Nederlanders en bij uitbreiding misschien wel de wereld begrijpelijker kan maken, of aan het denken kan zetten."

Het is duidelijk dat hij intussen veel ge- en herlezen heeft van en over Spinoza. In het eerste deel blijkt het een voortreffelijke formule: op de plek waar hij op dat moment heen ging en soms een poosje verblijft, soms - verspreid over jaren - meermalen verblijft, op de plaatsen waar Spinoza zelf verbleef, haalt hij de daarbij passende gegevens uit de biografie naar boven. En dat doet hij zeer deskundig; hij weet veel. Hij brengt dat samen met allerlei associatieve gedachten aan denkbeelden van Spinoza die de auteur op die locatie naar boven komen: het is het aantrekkelijke van dit genre: het beschrijven van de eigen reiservaringen én het tegelijk op zoek gaan naar historie op die locatie. Af en toe is er een fraaie mijmering zoals bijvoorbeeld op de joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel, waar de ouders van Spinoza begraven liggen. En tussendoor is het regelmatig een verslag van zijn worsteling met Spinoza.

Iets vergelijkbaars gebeurt in het tweede deel, waarin hij Spinozisten ontmoet, en in Deventer waar hij Rikus Koops ontmoet, vertelt hij uitvoerig en boeiend over het fictieve reisboek van de Deventenaar Simon Tyssot de Patot.

Maar er loopt nóg een tweedeling door het boek. De schrijver heeft eigenlijk twee doelen: Spinoza en Nederland. Niet alleen in de zin dat hij de relatie Nederland - Spinoza wil onderzoeken, maar hij wil ook vanuit Vlaamse blik Nederlanders en hun eigenaardigheden onderzoeken (los van Spinoza). En zo zit het boek vol observaties en meningen van een Vlaamse Belg over wat hem als eigenaardig opvalt, zoals hij het op zijn pad door Nederland aantreft of juist opzoekt. Misschien is dat leuk voor lezers die het om de reisboeken van Rotthier gaat, of voor hen die op zoek zijn naar zulke literatuur over Nederland vanuit buitenlanders (ik heb iemand gekend die er een hobby van maakte om juist zulke literatuur door de eeuwen heen te verzamelen). Maar voor mij die het toch voornamelijk om het Spinoza-thema gaat, waren de vele uitvoerige passages over gebakkelei in de tram, de speurtocht in barre kou naar de laagste plek in Nederland, het uitgebreide hoofdstuk over de stadsontwikkeling van Almere, evenzovele (onnodige) afleidingen. Enigszins als lachwekkend ervoer ik de poging om Almere bij het andere thema te betrekken door een vraag aan de wethouder of er geen Spinozastraat was (die bleek er niet te zijn).

Dat het boek inderdaad op twee bijeengebrachte doelstellingen hinkt, verraadt de schrijver op blz. 129: "Toen al [begin van het Millennium] speelde in mijn achterhoofd dat ik ooit over Nederland en over Spinoza zou schrijven, eventueel in combinatie." Dat laatste is het dus (enigszins) geworden, maar dat dubbele breekt op veel plaatsen door waar die combinatie niet te maken was of op een te ver gezochte manier werd gemaakt. En dat beschouw ik als het manco van het boek. Voor mij zou het veel sterker en interessanter zijn als Rotthier zich beperkt had tot één duidelijke opzet: Spinoza en Nederland: historisch en in de tegenwoordige tijd. Daar hij dat niet deed is het boek voor mij slechts voor ca. driekwart geslaagd; ik heb mij door teveel bladzijden, waar geen enkele Spinoza-link te bespeuren was 'moeten heen worstelen' (oké dat klinkt wat overdreven, want ook die zijn wél goed geschreven, maar voor mij was dat niet waarom het bij dit boek om ging - of hoorde te gaan). Had hij zich tot dat ene thema beperkt, dan had hij er nog wat meer uitstapjes kunnen inlassen, bijvoorbeeld naar de vele cursussen en lezingen die er over Spinoza in Nederland worden gegeven; of hoe kunstenaars met Spinoza bezig zijn (beeldhouwers, Theo Loevendie van wie in oktober 2014 een Spinoza Opera uitkomt); en zo nog wel het een en ander.  

Na dat Almere-hoofdstuk kwamen die voor mij wat irrelevante uitstapjes niet meer voor en verdween die ontstane kregelige indruk naar de achtergrond. Maar ik wilde dat gevoel wel melden: het was mijn leeservaring bij de eerste helft van het boek.

In het tweede deel krijgen we dus de verslagen van de gesprekken met de Spinoza-kundigen. Wim Klever, Fokke Akkermans en Miriam van Reijen gaven fraaie en zeer verschillende inkijkjes over hun manieren van 'tot Spinoza komen' en met Spinoza omgaan. Het is een fascinerend deel van het boek. Ik had de indruk dat Rotthier het meeste tegenspel gaf aan, in discussie ging met Miriam van Reijen - misschien wegens een sterker gevoelde 'evengelijkheid' (om een term van Van den Enden te gebruiken)? Voorts zijn er enige gesprekken met hen die niet vakmatig, maar meer als amateur zich met Spinoza bezig houden of hielden: zoals kamerlid Ahmed Marcouch. Ik begrijp nu, waarom mij diens lezing bij de Amsterdamse Spinozadag in 2010 wat gemaakt overkwam. Ik lees nu dat hij, voor hij daarvoor door de ASK gevraagd was, zich nog niet eerder met Spinoza had bezig gehouden. Maar uit het gesprek dat Rotthier met hem had, komt hij wel naar voren als iemand die veel van Spinoza's benadering van mensen en hun samenleven lijkt te hebben opgestoken. Ik vond dat best indrukwekkend. Voorts zijn er gesprekken met Jan Krol, interessant om iets van zijn ontwikkeling te vernemen en hoe hij tot het schrijven van zijn boekjes over Spinoza kwam; met Nanne Bloksma, Adrie Hoogendoorn, Rikus Koops en ondergetekende. Het hadden er voor mij best nog wat meer mogen zijn, want het is, voor zover mij bekend, het eerste van dit soort onderzoek dat hier werd opgepakt.

Soms kwam ik een mij onbekend, kennelijk Vlaams woord tegen. Een enkel woord, zoals 'aflijvig' (voor overleden) dat drie à vier keer voorkomt zou zo ook in het Nederlands gebruikt kunnen worden. 'Weerbots' en nog een enkel woord zou ik hebben moeten opzoeken.

Ik betrapte de auteur slechts op een enkel klein foutje dat ik vermeld met het oog op een eventuele herdruk die ik het boek zeker zie krijgen. Zo vluchtte Adriaan Koerbagh niet naar vrijplaats Culemborg nadat hij 'Een Ligt' naar de drukker had gebracht, maar hij deed dat vanuit Culemborg (p. 84). Spinoza liet Meijer in het voorwoord bij de PPC niet zeggen dat hij er slechts twee weken aan gewerkt had; die twee weken golden alleen het eerste deel van de Principia (p. 78). (En op p. 268 MVHZ = MVZH).

Ondanks de door mij aangevoerde bezwaren, zie ik dit als een welkome aanvulling op de Spinozaliteratuur. Zo'n boek als dit was er nog niet. Het is een verademing om een boek te lezen van iemand die zich ergens tussenin bevindt bij de sterk geïnteresseerden, maar met nog veel vragen, ver van de Spinozabestrijders maar ook ver van de 100% gelovigen; hij verkeerde voor het schrijven van dit boek even Among the Believers, maar bleef zelf iemand die "zeker niet de bedoeling heeft om Spinoza buiten proportie op te hemelen"(p. 16). Hij brengt met dit boek een interessante, niet opgehemelde Spinoza.

Stan Verdult

___________

Zoals het tegenwoordig een nieuw op de markt gebracht boek betaamt, krijgt het een facebook-pagina mee.


Foto van L.M. Tangel in 1950 van dezelfde verplaatsing als op de cover

Reacties

Ad Leerintveld bespreekt onder de titel "Nederland, België en Spinoza" op het KB-blog Rudi Rotthiers Spinoza-boek. Hij
vindt dit "een meesterlijk boek. Het is inspirerend en het is in dubbel opzicht leerzaam. Ik leer over Spinoza en zijn plaats in het tegenwoordige (academische en filosofische) debat én ik leer over Nederland. Rotthier houdt ons op een charmante, erudiete en humoristische wijze een spiegel voor. Ik ben er trots op dat de Koninklijke Bibliotheek met zijn grote Spinoza-collectie aan dit boek heeft kunnen bijdragen."

http://blog.kb.nl/collecties/filosofie/nederland-belgi-en-spinoza

bespreking door Carel Peeters op 20 jan. 2014 op website Vrij Nederland

http://www.vn.nl/Literaire-kroniek-2/Literaire-kroniek/Spinoza-tussen-de-Bossche-Bol-en-de-Ethica.htm

Vandaag. 11 april 2014, bespreking door Luc Devoldere (deels te lezen) in De Standaard - met illustratie van Siegfried Woldhek.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140410_01062846