Spinoza-meisje gevonden

Ik denk dat ik het meisje van 22 jaar dat volgens Martin Šimek in Spinoza de bestemming van haar leven had gevonden, heb kunnen traceren.

Op de Spinozadag op 22 november in Paradiso besprak Šimek op een grappige manier hoe hij voor zijn bijdrage aan die dag geworven was door een meisje van 22 jaar, met een aardige stem, met wie hij in Café Eijlders had afgesproken en die vol van Spinoza bleek te zijn. Grappig was hoe hij zei teleurgesteld te zijn in die liefde van haar voor een ander, maar ja, hij met zijn 61 jaar kon natuurlijk niet concurreren met een man van 377 jaar...
[Zie de YouTube-video die ik ervan maakte]

Ik denk nu dat ik dit - met een knipoogje naar Novalis - 'Spinozabetrunkenes Mädel' heb getraceerd: ik denk dat het Manon Schotman geweest is.

 

Mijn fotoAlles klopt: Manon Schotman is 22 jaar, student wijsbegeerte/Italiaans/Portugees aan de Universiteit van Amsterdam, doet de hoofdredactie van Cimedart, de tweemaandelijkse uitgave van de Afdeling Wijsbegeerte van de Faculteit der Geesteswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Zij plaatste een persbericht over de Spinozadag, heeft op haar weblog links naar flickr.com waar de Spinozaposters en foto's van haar te vinden zijn.  Zou zij die posters ook ontworpen hebben?* Op dat weblog schreef ze dit stuk in 2007 over Spinoza. Daaruit blijkt dat ze toen Frank van Kreuningen, voorzitter van de Amsterdamse Spinoza Kring, al ontmoet had. Ze schreef een scriptie over Spinoza, schreef ze op een ander weblog: "Alles gaat zoals het moet gaat (al was ik een paar keer te laat, maar goed, Spinoza zegt dat ook die dingen gaan zoals ze gaan volgens hun eigen natuur)" [hier]. En lees hier een prachtig verhaal over een botsing met een Italiaanse docent over Aristoteles en Spinoza. Ze heeft trouwens nóg een weblog, maar ze maakt het zich op al die weblogs niet erg druk.

        Pinodagje2 by Securitas et Pax.
*) Wat die poster betreft zat ik wel in de buurt. Ik ontdek nu dat de vormgever van Cimedart, Floor Wesseling, hem ontworpen heeft.

Manon Schotman heeft het zelfbewustzijn dat ook de jonge Spinoza gehad moet hebben. Zie hoe ze op een website over Kant en Schopenhouwer schreef en daar een pagina aan toevoegde met: “Goed, nou hebben we de mening gezien van de 18 eeuwse invloedrijke filosoof Kant en de mening van de iets minder invloedrijke 19e eeuwer Schopenhauer, maar de mening van de 21ste eeuwse filosoof Manon, waarvan de invloed nog zal blijken, bleef nog in het ongewisse.” In het stukje dat ze daarna schreef, noemde ze de naam van Spinoza niet, maar bleek ze wel duidelijk door zijn benadering geïnspireerd. Ze schreef:

Ik ben het met zowel Kant als Schopenhauer niet eens dat het principe voor de moraal per se buiten de empirie moet worden gezocht. Volgens mij komt het gegeven dat we dingen als goed of kwaad bestempelen puur voort uit wat wij prettig en niet prettig vinden. Na deliberatie komen we dan op bepaalde dingen die we waardevol en niet-waardevol achten, dus welke werkelijkheid we in de wereld gerealiseerd willen zien. Dit kan een werkelijkheid zijn waarbij niemand liegt, dan lijkt het meer deontologisch te zijn, of een werkelijkheid waarin geen oorlog voorkomt, dan lijkt het meer op utilisme. Dit is volgens mij zo individueel bepaald dat het zoeken naar bepaalde morele principes bij voorbaat gedoemd is te mislukken. Ik ben het dus nog steeds eens met de categorische imperatief van Kant, en ben het met Schopenhauer eens dat het geen principe in zichzelf is, maar het zoeken naar een methode van ethisch juist handelen, waarbij je naast het belang hechten aan je eigen waarden ook de waarden van andere mensen in acht neemt en daarop je handelen baseert. Ik ben het met Kant eens dat dit niet zozeer leidt tot een optimalisering van het geluk, maar dat geluk wel in veel gevallen een neveneffect is van ethisch juist handelen. (omdat de gerealiseerde stand van zaken beantwoordt aan wat veel mensen belangrijk vinden) Dit is echter niet het doel. Het doel is namelijk het realiseren van een bepaalde werkelijkheid die jij waardevol acht. Er moet dus volgens mij niet uitsluitend op dingen die in zichzelf waardevol zijn (niet liegen), noch op bepaalde uitkomsten van handelen (geen oorlog) worden gelet. [Van hier]

Maar ik kwam Manon Schotman op het spoor door een stukje dat ze gisteren op het filosofieblog plaatste en dat eerder in Cimedart had gestaan. Ik neem het hier over en zie met grote belangstelling uit naar het eerste grote essay dat ze aan de filosofie van Spinoza zal wijden. Ik daag haar uit om te schrijven over wat voor sommigen dé paradox is bij Spinoza: hoe is het mogelijk dat wij, zonder een substantieel ik, zonder een echt centrum van actie te zijn met een vrije wil, toch de mogelijkheid hebben om ons bestaan te sturen en richting te geven, tóch door naar kennis te streven de regie in handen kunnen nemen van een gelukkiger bestaan dat uitmondt in een amor Dei intellectualis.

Dat ze zich ontwikkelt tot Spinoza-deskundige blijkt eruit dat op de 31e Nederlands-Vlaamse Filosofiedag die de Universiteit van Tilburg op 30 oktober 2009 organiseerde, Manon Schotman geprogrammeerd stond in een parallelsessie met: Voorbij de kloof tussen het analytische en het continentale: Spinoza als voorbeeld van een synthetisch filosoof. [Hier]

Hier haar stukje op filosofieblog:

Eτymoλογiα της Φiλοσοφiας.
Een kleine geschiedenis van het woord ‘object’

Het is lastig filosoferen met Aristoteles als de woorden die hij tóen gebruikte, nu niet meer hetzelfde betekenen. Daarom hier een kleine reis door de geschiedenis van het woord ‘object’.

Het woord ‘object’ komt van het Latijnse ‘obiectum’, dat weer een vertaling is van het Griekse woord ‘άντικείμενον’ (antikeimenon). Het is een verzelfstandiging van het werkwoord ‘objicere’, dat ‘voor iets werpen’, ‘voor iets stellen’ of ‘tegen iets stellen’ betekent. Deze betekenis is goed te herkennen in de Duitse vertalingen van ‘object’: ‘Gegenworf’, ‘Vorwurf’, ‘Gegenstand’.

Aristoteles gebruikte het woord ‘άντικείμενον’ om het vermogen van de geest om begrippen te kennen mee aan te duiden. Het woord ‘object’ was dus aan de kennende geest gelieerd, en is pas later verzelfstandigd. Deze betekenis heeft het nog tot de achttiende eeuw gehouden. In de mystiek werd het bijvoorbeeld gebruikt om God mee aan te duiden als het ‘object van het streven van de ziel’. En in Descartes’ subject-objectscheiding en zijn opvatting van de idee als objectieve realiteit klinkt nog sterk een scholastische klank door.

De nominalistische herinterpretatie die ‘object’ later kreeg, is al in het werk van Spinoza aanwezig: ‘Objectum ideae, humanam mentem constituentis, est corpus, sive certus extensionis modus actu existens et nihil aliud’ (Het object van het idee dat de menselijke geest constitueert is (het) lichaam, of een bepaalde modus van extensie die actueel bestaat, en niets anders). Dezelfde betekenis is ook al bij Locke te vinden, die de vraag naar de oorsprong van onze ideeën in een beroemde frase beantwoordt: ‘To this I answer, in one word, from experience.’ Die ervaring is zowel gebaseerd op ‘internal operations of our mind’ als op ‘external, sensible objects’.

Kant en de Duitse idealisten gebruikten het woord ‘object’ nog in de oude betekenis, om te verwijzen naar het object van het weten, van de geest, en niet om over het ‘Ding an sich’ te spreken. Maar langzamerhand kreeg toch de verzelfstandigde betekenis van het woord de overhand. De Van Dale geeft anno 2009 als betekenis van ‘object’: ‘voorwerp’. Zo voltrok zich de verandering van de betekenis van het woord, van ‘tegenoverstaande van de geest’ naar ‘ding (op zichzelf)’.

Door: Manon Schotman

Deze bijdrage verscheen eerder in Cimedart. [van Filosofieblog]

Deze foto die zij op flickr.com plaatste gaf ze de titel mee:
Goddelijk licht. Als dat geen aanwijzing is...

Goddelijk licht by Securitas et Pax.

Zie in dit nummer van Cimedart twee stukken van Manon, een over haar ervaringen in Italië, en een over Russell & Wittgenstein.
En in het laatste (sept-)nummer van Cimedart haar bespreking (initialen Msc) onder de titel Spinoza als mysticus, van een doctoraalscriptie van een medestudente over Spinoza.

Reacties

Wat een prachtige beschrijving van een prachtig meisje met prachtige verhalen. Zou Martin Simek ook verliefd zijn?

Ik denk dat hij minstens een beetje flirte...

Kreeg van Manon Schotman bericht dat mijn detecteer- en combineerwerk klopte: zij was het!

Knap gedaan Stan, Manon is al van grote betekenis geweest binnen de Amsterdamse Spinoza Kring, vorig jaar heeft zij een Spinozastudiegroepje begeleid over het TPT. En het hele jaar mee gefunctioneerd in de redactiegroep van de Spinozadag. En voor mij persoonlijk was zij een fijne gesprekspartner binnen de ASK over de filosofie van Spinoza.
Frank