Spinoza temidden van de debatten over het cartesianisme

Vandaag verscheen in Trouw een interessant artikel ter afsluiting van de maand van de filosofie (die over de ziel ging), over de volksziel (de ‘ware volksaard’), een term die Johan Godfried Herder (1744-1803) uitvond, of zoals we tegenwoordig liever zeggen: de nationale identiteit. Herder is – ten onrechte, althans betwistbaar – verweten de uitvinder van het nationalisme geweest te zijn.

Die nog altijd gaande zoektocht naar identiteit/eigenheid leidde eind jaren ‘80 van de vorige eeuw, in aanloop naar de versterking van Europa in 1992 (waarbij de binnengrenzen wegvielen en naar de euro werd toegewerkt) tot een gigantisch wetenschappelijk onderzoeksproject naar 'De Nederlandse Cultuur in Europese Context'.

'De Nederlandse Cultuur in Europese Context'
Was een gigantisch zgn. alfa en gamma-wetenschappelijk prioriteitsprogramma van de NWO dat negen jaar duurde (begon na twee voorbereidingsjaren in 1991), waaraan 10 universiteiten deelnamen, in het kader waarvan een 20-tal monografieën en dissertaties verschenen en een groot aantal publicaties in wetenschappelijke en vaktijdschriften, maar dat vooral vijf kloeke boekdelen opleverde die verschenen vanaf 1999 en die in 2004 ook nog eens in het Engels vertaald werden. Zo’n grootschalig project (waarin niet alleen nieuwsgierigheid en ca tien miljoen euro, maar ook een hoeveelheid angst geïnvesteerd was: dat de Nederlandse cultuur dan 'patsboem' zou verdwijnen) zal niet gauw meer worden opgezet. Het ging over de plaats van de Nederlandse cultuur in Europa en – omgekeerd - over de betekenis van de Europese context voor de Nederlandse cultuur. De aanleiding voor het programma was het besef dat vanaf 1992 de nationale grenzen in toenemende mate aan belang zouden verliezen als gevolg van de Europese eenwording. Het onderzoek richtte zich op ‘vier ijkpunten’, namelijk de jaren 1650, 1800, 1900 en 1950. Van ieder ijkpunt verscheen een boek. De serie sloot af met het deel Rekenschap, dat een terugblik op de ijkpunten bood. In elk boekdeel kwamen telkens zes thema’s aan de orde: literatuur, kunst, onderwijs, religie, filosofie en wetenschap.

Voor geïnteresseerden in Spinoza is nog steeds vooral het eerste deel van belang:

Willem Frijhoff en Marijke Spies, 1650; Bevochten eendracht. Geïll., 704 blz. Sdu, Den Haag, 1999, ISBN 90 12 08721 3, een studie over Nederland in de zeventiende eeuw.
De tweede druk van 2000 staat sinds 2008 gedigitaliseerd bij de DBNL.

Daarna verschenen nog: '1800; Blauwdrukken voor een samenleving' (Joost Kloek en Wijnand Mijnhardt), '1900; Hoogtij van burgerlijke cultuur' (Jan Bank en Maarten van Buuren) en '1950; Welvaart in zwart-wit' (Kees Schuyt en Ed Taverne) en de genoemde terugblik Rekenschap: 1650-2000 (Douwe Fokkema en Frans Grijzenhout).

Veel van wat wij als 'de Gouden Eeuw' zien was in 1650 nog niet vanzelfsprekend. De vorm die de Republiek met de Vrede van Munster (1648) en de Grote Vergadering van 1651 kreeg, bleef en ontwikkelde zich via veel discussie en overleg. In 1650 was slechts eenderde van de inwoners gereformeerd en is een derde nog altijd katholiek en tien procent doopsgezind. De godsdienst ging zich vanaf toen pas institutioneel vestigen. Overleg was de enige manier om de eendracht te handhaven. Voor allerlei kwesties werden oplossingen bedacht, en die kwamen bijna altijd eigenlijk neer op het respecteren van de bestaande verschillen.

Een van de genoemde deelstudies was een beschrijving van de felle debatten over het cartesianisme, geschreven door Wiep van Bunge. De hele 17e eeuw werd gekenmerkt door veel discussie (pamfletten), maar hier voerde het wel de boventoon. Dit deelonderzoek verscheen uiteindelijk als hoofdstuk Filosofie in het boek 1650; Bevochten eendracht (p. 280 – 249). Het accent ligt daarin dus op de ontwikkeling van het cartesianisme, maar daarbinnen gaat het uiteraard ook over de radicalisering ervan door Spinoza en zijn kring (de publicaties van Meijer, Balling, Koerbagh e.a.). Ik heb onlangs dit hoofdstuk van 70 bladzijden gelezen. Het zou, apart gedrukt, op zich al een boekje van ca. 150 bladzijden hebben opgeleverd. Je krijgt er m.i. een heel goed idee van de context waarin Spinoza’s gedachten en preoccupaties zich ontwikkelden. Men, o.a. Spinoza, claimde op basis van dit cartésianisme een volledige libertas philosophandi.

De bedoeling van dit blog is slechts om de bezoekers te wijzen op dit hoofdstuk bij de DBNL en te laten weten dat het van de hand van Wiep van Bunge is.

                                                    * * *

Zie uitgebreide kritische bespreking en verdediging van de serie in:
BMGN Low Countries Historical Review, Vol 117, No 4 (2002) Inhoud met aanklikmogelijkheid per artikel, resp PDF met het hele nummer.

NWO