Spinoza via de Argentijnse spiegel

Miriam van Reijen: Het Argentijnse gezicht van Spinoza. Passies en politiek. Klement, Kampen, 2010, 444 blz., €34,50, isbn 978-90-8687-063-9  [zie blog van 31 aug. 2010 met bericht van uitkomen ervan]

Het boek kon minder omvangrijk zijn, maar de politiek-filosofische inhoud ervan is sterk en van groot belang.

Op basis van haar grote kennis van de passieleer van Spinoza, door de wol geverfd in de Ethica via het jarenlang geven van lessen, lezingen en cursussen en dan vooral over de delen II t/m IV, heeft Miriam van Reijen voor dit boek, haar proefschrift, via de Argentinië-route, een diepgaande studie gemaakt van Spinoza’s politieke filosofie en dan met name de relatie tussen de passies en de politiek.

Vanuit Argentinië heeft ze geen kant-en-klare Spinozareceptie naar hier gehaald, maar ze heeft zich in dat Zuid-Amerikaanse land laten aansteken en besmetten met het gebruik van Spinoza aldaar, waartegen ze zich tegelijk door haar Spinozistische immuunsysteem teweer heeft kunnen stellen. Met een nog krachtiger geworden immuunsysteem kwam ze terug en trakteerde ze ons op wat ze met de van hier én daar gehaalde ingrediënten kon bakken.

Miriam van Reijen was als een 20e eeuwse ontdekkingsreiziger die al veel bagage meesleepte zodat ze daar minder hoefde bij te laden, maar wel een paar zaken kon uitwisselen – en dus wat kon achterlaten tijdens de conferenties die ze in het Argentijnse Cordoba bezocht, en in de gesprekken die ze er gevoerd moet hebben.

Hier is dan – eindelijk – mijn leeservaring met dit boek.

Waarom kom ik nu pas met de bespreking van mijn leeservaring. Ik vond dat het toch zeker vóór 21 juni moest geschieden, de dag waarop ze een jaar geleden promoveerde. Maar toch, waarom zo laat? Het boek was er toch zo omstreeks eind augustus 2010? Meestal ben ik toch sneller? Ook nu zette ik mij direct aan het tot mij nemen van dit boek. Het bestaat uit vier delen, als ik het ongenummerde Besluit als ook een deel tel. Deel I, Spinoza over passies en politiek, sloeg ik eerst over, want dacht al wel zo ongeveer te weten wat Van Reijen over Spinoza’s politiek te berde brengt (ten onrechte, zo zou nog blijken) en ik begon meteen met het Argentijnse deel. Maar ook van Deel II, Het eerste Argentijnse gezicht van Spinoza, sloeg ik vooralsnog de eerste twee hoofdstukken over die gingen over de Argentijnse geschiedenis en over de filosofie in Argentinië. Ja, ik ben een eigenwijze lezer en ik verlangde eerst naar Spinoza in Argentinië en begon dus aan het derde hoofdstuk in Deel II: Spinoza in Latijns Amerika en in Argentinië. Best informatief en interessant, die eerste sporen van Spinoza die met de joodse immigranten uit Oost-Europa daarheen kwamen. Zij namen Spinoza met zich mee. Interessant ook te lezen over het Krausisme in Argentinië, waar bij ons Thorbecke door beïnvloed was. Interessant te lezen over pater Beniti Fejioo (1676 - 1764) die dingen van Spinoza overnam en verdedigde. Ze geeft inlichtingen over Lisandro de la Torre, Alejandro Korn (1860 – 1936) en Carlos Astrada (1894-1970) die een lezing vertaalde die Max Scheler op 21 februari 1927 bij de herdenking in Den Haag van Spinoza’s 250e sterfdag had zullen houden, maar die nooit gehouden is. Waarom niet? Dat we daar nu via de Argentinië-route van moeten horen. Het lijkt me interessant daarover ooit nog wat meer te weten te komen. [cf. blog van 19 juni 2011]

Vooral Leon Dujovne (ik zal de jaartallen geven, die zij niet geeft: 1898-1984) die vier dikke delen publiceerde, waarin hij alles wat er over Spinoza bekend was en alle secundaire literatuur wilde verwerken, krijgt haar aandacht. Best schokkend is het om te lezen dat de latere generaties die boeken helemaal niet gebruiken, er niet naar verwijzen, en – zo lijkt het – er eigenlijk niet van wíllen weten: “The forgotten book” luidt een laat artikel erover. Enfin, in dit boek van Miriam van Reijen krijgt zijn werk in ieder geval een uitvoerige beschrijving. Zou die verwaarlozing door de latere generaties ermee te maken hebben dat Dujovne een te religieuze Spinoza fabriceert en dat hij hem alsnog lijkt te willen inlijven terug in het joodse? Het zou een verklaring voor dat ‘vergeten’ kunnen zijn. In plaats van vergeten gaat het dan om ‘er niet aan willen’ – een passende uitleg in dat land met zo’n hoog psychoanalyse-gehalte. ‘De verdrongen Leon Dujovne’ wordt het  dan.

We lezen over de mysterieuze vertaler van werk van Spinoza, Oscar Cohan, over wie niemand iets weet en die zich steeds terugtrok en zich overal afzijdig van hield.

Maar toen ik, aanbeland in het tweede hoofdstuk van het Derde Deel, een uitvoerige paragraaf over Diana Sperling probeerde te lezen waar geen touw aan vast te knopen was door nogal grote eigenzinnigheid… (misschien teveel kunstzinnigheid?)… bleek ik met een niet eens korte hoofdpijnparagraaf bezig te zijn, waarin Van Reijen minstens tweemaal noteerde dat zij het ook niet snapte. Maar toch probeerde zij samen te vatten. Toen wierp ik het boek verbolgen van mij – vol onbegrip waarom het nodig is om zoveel wartaal door te geven. Waarom gaat iemand onbegrijpelijke dingen samenvatten? En waarom moest ik dit lezen? Dat moest ik niet, dus, en ik liet het boek vele maanden liggen waar het lag en keek er niet meer naar om. Maar nadat ik mij met vele andere dingen aangaande Spinoza had bezig gehouden, trokken mijn ogen toch vaker naar die fraaie cover en zeiden die sympathieke ogen van Spinoza dat hij toch ook via dit boek en via Argentinië tot mij wilde doordringen. En zo begon ik ergens vorige week aan die zelfopgelegde taak.

Miriam van Reijen geeft cursus stoïcijnse levenskunst bij de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden - Foto: Heidi de Gier in VK 2011-05-28Nu begon ik netjes helemaal opnieuw van vooraan aan het boek. En nu ontdekte ik tot mijn grote verrassing een zeer boeiende en tamelijk eigen interpretatie van Spinoza’s politieke filosofie en vooral de andere insteek ervan dan in de Ethica. Het is dus niet zo – en hier volg ik Miriam van Reijen – dat Spinoza’s politieke filosofie al te vinden is in de Ethica of anders gezegd, dat de politieke filosofie een voortzetting zou zijn van wat hij in de Ethica al begonnen was. Niet dus, hij begint op een andere manier.
Die voortzetting is er wel wat betreft de analyse van de emoties, de negatieve en positieve passies. Maar die voortzetting is er niet wat betreft de inzet, het streven om de rede een rol te geven in de politiek. Die relatie w.b. passies en politiek kwam ze in sterke mate in Argentinië tegen, maar daar kwam ze ook veel de in haar ogen verkeerde interpretatie tegen, als zou het er in de politiek om gaan de mensen te bewegen om naar de inzichten van de rede te leven. Onvoldoende werd gezien dat het Spinoza uitsluitend en helemaal er om gaat om in de politiek goed met de passies om te gaan: bij voorkeur door de blijde passies te stimuleren (hoop arrangeren) en desnoods de trieste passies te benutten (angst manipuleren).

Ook bijzonder vond ik dat zij benadrukte dat wat betreft het ontstaan van de staat uit de natuurtoestand, die Spinoza niet eens zo uitvoerig behandelt, want we hebben nu met ontstane staten te maken, dat dat ontstaan bij Spinoza niet via een contract is gegaan. Aan het ontstaan van de staat is geen rede te pas gekomen en aan contracten houdt men zich niet, als dat niet meer tot voordeel strekt (dat geldt niet alleen voor staten, maar ook voor individuen). De staat is op een natuurlijke wijze gegroeid uit de passies, waaronder de passionele behoefte om samen te klonteren en samen te werken, daar dat ons voordeel oplevert. Er is wat Spinoza betreft nooit een breuk met duidelijke grenzen ontstaan tussen de natuurstaat en de civiele toestand. Die natuurtoestand vormt nog steeds onze ondergrond. De mens is door en door passioneel; ook de redelijke mens. Alleen is er bij sommigen, enkelingen, een passie ontstaan voor kennisverwerving. Door te velen echter is ook bij Spinoza een contracttheorie gelezen.

Heel plezierig, het zij en passant vermeld, besteed ze niet al te veel aandacht aan de Franse filosofen die verantwoordelijk zijn voor de zgn. ‘politieke wending’ in de Spinozakunde. Ze behandelt die niet uitvoerig en expliciet, maar kennis ervan speelt duidelijk wel op de achtergrond mee. Maar ze heeft zich voorgesteld en de lezer beloofd om voornamelijk naar Spinoza’s eigen teksten te kijken.

Dan wat de Argentijnse invloeden betreft. Waarschijnlijk is via het diepgaande speuren, lezen en houden van gesprekken in haar Argentijnse Spinoza-onderzoek, deels door overname of eerder accentuering van denkbeelden, deels door contrastwerking, bij haar een lezing van en inzicht in Spinoza’s politieke filosofie ontstaan die nooit zo vormgegeven zou zijn als zij die Argentijnse excursie niet had gemaakt. Maar het resultaat is háár product dat ze ook nergens in Argentinië precies zo aantrof. Hier is een nieuw inzicht uit wisselwerking en dialoog ontstaan dat waarschijnlijk op geen andere wijze zo vormgegeven had kúnnen worden.

Ze heeft geleerd van Gregorio KLaminsky over het belang van de passies en van het imaginaire voor de samenleving. Ze heeft geleerd van Diego Tartián, die veel publiceert en veel Spinozastudies organiseert en zelf veel over het belang van genegenheid en vriendschap bij Spinoza heeft geschreven, maar in haar ogen enigszins escapistisch. En ze moet veel hebben geleerd van Eduarde Grüner en diens scherpe onderscheiden en scheiden van Spinoza en Hobbes.
Het zou misschien goed zijn als van deze drie of minstens een van hen iets zou worden vertaald. Dat zou dan in het Engels moeten zijn, maar ik begreep uit haar proefschrift dat er een grote kloof bestaat tussen de Argentijnse en Angelsaksische filosofiewerelden. Dus daar zal het wel niet van komen.

Maar goed, nu kan die omweg over Argentinië weer worden vergeten en worden teruggebracht tot een aantal voetnoten bij een eventuele heruitgave van het passioneel-politieke gedeelte: Deel I met het Besluit daarin geïntegreerd. Met niet al te veel redactioneel werk zou zo’n boek kunnen ontstaan – wat ik hierbij aanbeveel.

Tot die tijd of als zo’n boek er nooit van komt, raad ik iedereen die in de politieke filosofie van Spinoza geïnteresseerd is (en wie is dat niet), aan: koop dit boek en lees desnoods alleen het eerste en laatste deel – alleen dat al is de aanschaf waard van deze Tractatus passio-politicus. Laat de rest maar zitten, tenzij u heel nieuwsgierig bent naar nog meer.

O ja, het boek is over de linie waar het op aan komt goed en helder geschreven en dat geldt dus zeker voor de delen I en Besluit. Ik noteerde aan het slot van het eerste deel in mijn exemplaar: “Heerlijk, helder, nuchter en reëel – een rijk en rijp boekdeel over de relaties tussen politiek en passies.” Deze aantekening geef ik u graag even door. De rest, vooral stukken van de delen II en III, is soms erg opsommend, hele stukken zijn nogal encyclopedisch van opzet en ik vroeg mij af waarom zij van dat alles, vooral van al die colloquia, de chroniqueur wilde zijn. Maar ik had al aangeraden om dat eventueel over te slaan.

Dit is mijn recensie – wat nog volgt is slechts bijzaak

Want uiteraard is er altijd ook wel iets kritisch op te merken of te zeuren. Om daar niet al teveel nadruk op te leggen, plaats ik in kleinere letter puntsgewijs enige opmerkingen: ·         Het boek mist een index;

·         Spaanse titels worden soms wel, maar meestal niet vertaald;

·         Van Franse citaten wordt geen vertaling geboden;

·         Veel aandacht krijgen de geïmmigreerde Ashkenasische joden, maar de aparte Jiddische gemeenschappen in Zuid-Amerika krijgen geen aandacht;

·         Soms volgt het commentaar al tijdens de weergave van een auteur en geeft ze haar eigen ideeën, waarbij in sommige gevallen niet duidelijk is wie daar aan het woord is. Dat gold in sterke mate vanaf de pagina’s 244 e.v. (over Kaminsky, misschien juist door haar enthousiasme over hem ); maar het gebeurt op meer plaatsen.

·         Een vraag waar ik mee bleef zitten: is al het Spinoza-onderzoek in Argentinië politiek, of is dat een vertekening door selectie?

·         Als een boekhouder of archivaris beschrijft ze alle papers van alle Spinoza-colloquia en deze lezer vroeg zich af: waarom dat alles in vredesnaam?

·         Het hele hoofdstuk over psychoanalyse en Spinoza in Argentinië heeft mij niet overtuigd. Oké Argentinië is een land met een grote psychoanalytische dichtheid, en de schrijfster heeft zelf veel belangstelling voor Freud. Maar ik kreeg niet de indruk dat er veel bijdrage aan Spinoza’s politieke filosofie vanuit ging. De Spinoza-oriëntering van iemand als Enrique Carpintero die aan Freuds doodsinstinct vasthield en dat in verband met Spinoza niet thematiseert is m.i. niet serieus te nemen. Diens Spinoza-gebruik deed nogal oppervlakkig aan.

·         Het vele gebruik van Spinoza’s “niemand weet nog wat een lichaam vermag” dat daar blijkbaar te pas en te onpas wordt geciteerd heeft men van Gilles Deleuze. Hij was het die die passage eruit lichtte en door veel herhalen sterk (over)belichtte.

 

_______________

Aanvulling Hier bewaar ik de link naar wat ik 16 aug. 2015 ontdekte:  

LA BIBLIOTECA, revista undada por Paul Groussac. ¿Existe la filosofia argentinia? N° 2-3 | invierno 2005 [PDF]  Daarin o.a.:

Spinoza, pasajes argentinos. Por Diego Tatián

León Dujovne: una lectura de Spinoza en clave judía. Por Florencia Gómez