Spinoza’s betekenis voor de gemeenschap

Een week geleden had ik een blog n.a.v. een fraai overzichtsartikel in The Jewish Week over de groei van het seculiere jodendom en het ontstaan van seculiere joodse organisaties. Ik dacht daarmee voor langere tijd wel weer genoeg aandacht gegeven te hebben aan wat Spinoza voor hedendaagse, zowel seculiere als gelovige, joden blijkt te betekenen. Maar gisteren kwam ik weer een citaat tegen dat ik niet zomaar voorbij kon laten gaan en waar ik de bezoekers van dit weblog graag op wijs.

NemesisHet was naar aanleiding van de ‘viering’ van Philip Roth en zijn laatste boek, Nemesis, dat weer overal positieve recensies ontving.
Dit 31e boek van de inmiddels zevenenzeventigjarige Philip Roth kwam een half jaar geleden uit. Nemesis speelt in de zomer van 1944 tijdens een polio-epidemie die de kinderen van Newark overvalt. Roth schrijft in deze roman over een 23-jarige hoofdpersoon en zijn privé-oorlog tegen die epidemie, en over wat zo’n bedreiging met een gemeenschap doet. Roth stelt kernvragen aan de orde als: welke keuzes van mensen hebben een noodlottige invloed op de loop van hun leven? Hoe weerloos staat de mens tegenover de macht van het toeval?

Op de avond van op 18 mei waarop tijdens het Writers' Festival in Sydney Philip Roth als winnaar werd bekend gemaakt van de Man Booker International Prize 2011 (die op 28 juni 2011 in Londen zal worden uitgereikt; zie hier), was Roth als eregast aanwezig op het YIVO Institute of Jewish Research in New York, waarbij over Nemesis en Roth gesproken werd. Gisteren bracht de Yewish Daily Forward samenvattingen met links naar een aantal toespraken die bij die gelegenheid gehouden werden. Jonathan Brent, directeur van het YIVO, typeerde Nemesis als “a deeply Proustian narrative of remembrance and loss in which the invisible power of the past takes its vengeance upon a 5-foot-4, short-sighted, earnest and physically powerful young man of limited imagination but innocent and good intentions.”

En Stevan J. Zipperstein, de Daniel E. Koshland Professor in Jewish culture and history at Stanford University, ging in op Roth’s “Jewish preoccupation with community.” En daarin – en dat is de aanleiding voor dit blog – zei hij het volgende:

“Is it mere happenstance that Jewry’s entry into modernity is punctuated by the afterglow of Spinoza’s own excommunication from community, the appearance of that solitary person shorn of obligatory fellowship, coolly isolated and whose identity is so indelibly marked by his being, now and always, communally adrift?”

Een nadenkertje over hoe de joodse gemeenschap blijft worstelen met die historische gebeurtenis van de cherem die later zo invloedrijk zou blijken te zijn:

“Is het louter toeval dat de toetreding tot de moderniteit van het jodendom wordt gekenmerkt door het nagloeien van Spinoza's eigen excommunicatie uit de gemeenschap, het verschijnen van die eenzame persoon ontdaan van lidmaatschapsverplichting, koeltjes geïsoleerd en wiens identiteit zo onuitwisbaar gekenmerkt is door zijn, nu en altijd, communaal op drift zijn?”

We zien even af van de foutieve beeldvorming over de eenzaamheid en het geïsoleerd zijn van Spinoza. Maar het moge duidelijk zijn dat er geen sprake is van toeval, maar van “God’s hand” – wellicht in alle betekenissen van de term ‘God’, maar in ieder geval in die van Spinoza.
Maar hoezo was Spinoza ‘communaal op drift’? Als je ziet hoeveel vrienden hij had, hoe hij contacten onderhield met wetenschappers en de "Republiek der geletterden" en hoeveel ‘gemeenschappen’ op hun beurt sindsdien met Spinoza bezig zijn – hoeveel hij voor de wereld betekend heeft en almaar meer betekent! Hoezo was iemand dan "communaal op drift"?

Hier een video-interview dat Benjamin Taylor de dag na de bekendmaking van de Man Booker International Prize 2011 had met Philip Roth. Lees desgewenst mee in dit transcript van het video-interview.