Spinoza’s Compendium grammatices linguae Hebraeae

Tijdens de VHS-zomercursus van 2013 verzorgde Jossi Efrat een inleiding over het door Spinoza geschreven compendium over de Hebreeuwse grammatica. De tekst reikte Jossi als handleiding uit. Daar er weinig over het Compendium grammatices linguae Hebraeae, te vinden is *) leek het mij nuttig Jossi’s tekst via dit blog een verdere verspreiding te geven. Jossi gaf daarvoor graag toestemming. Zie aan het eind van dit blog een link erheen.

 

Het Compendium grammatices linguae Hebraeae is nooit in het Nederlands vertaald, ook niet in De Nagelate Schriften. De samenstellers ervan schrijven in hun “Voorreeden”:

“Onze Schrijver heeft noch, boven 't geen, dat wy hier voor gedacht hebben, in de Latijnsche taal een Hebreeusche Grammatika, of Letterkunst, in geschrift, doch onvolmaakt, nagelaten; en hoewel de zelfde van verscheide geleerde lieden, onder de welken verscheide afschriften berusten, grotelijks geprezen word; zo hebben wy echter niet dienstig geacht, haar in de Nederlantsche Taal door de druk gemeen te maken, maar geraden gevonden de zelfde voor de Latijnen in de Latijnsche taal in druk te laten: dewijl men zelden tot het leren van 't Hebreeus toetreed, voor dat men de Latijnsche taal machtig is geworden.” [Zie onder een hertaling *]

Dat er in Nederland ook vroeger nauwelijks belangstelling voor dit Hebreeuwse Compendium bestond blijkt uit de editie van Spinoza’s werken die J. van Vloten en J. P. N. Land in 1882-1883 uitbrachten met overgebleven gelden van de inzameling voor het Haagse Spinoza-beeld, Benedicti de Spinoza Opera Quotquot Reperta Sunt, deze Hebreeuwse grammatica niet bevatte. Dat geldt althans voor de laatste editie, 31914, in vier deeltjes; de eerste en tweede, 21895, heb ik niet zelf gezien.

Eberhard Gottlob Paulus (1802) en Carl Hermann Bruder (1846) hadden eerder wél, zoals het uiteraard hoort, dit  Compendium grammatices linguae Hebraeae in hun editie opgenomen.

De Hebreeuwse grammatica is het laatste deel van de Opera Posthuma. Na de uitgebreide “Index rerum” van 16 tweekoloms pagina’s over de in de OP gebrachte werken, volgt apart genummerd van 1 – 112 het Compendium grammatices linguae Hebraeae, waarna nog acht ongenummerde pagina’s volgen met Indiculus Capitum, Indiculus Rerum en Errata voor het Compendium.

                               Hier de link naar het PDF
  [op23 februari 2016 naar nieuwe, veiliger omgeving overgebracht] 

Aanvulling 5 september 2014

Karel D’huyvetters wees mij er - terecht - op dat hij op zijn website Spinoza in Vlaanderen vorig jaar vertalingen bracht van enige delen van Spinoza's Spraakkunstig Compendium van de Hebreeuwse taal, te weten hoofdstuk 5 en (gedeelten van) hoofdstuk 33 [Cf.].
Graag wijs ik hier alsnog op.

Aanvulling 8 september 2014

*] Karel D’huyvetters wees mij er vervolgens op dat hij een hertaling maakte van de Voorreeden en daarin een vertaling inlastte van hetgeen in de Praefatio van de OP over het Compendium grammatices linguae Hebraeae werd geschreven. [Zie hier op zijn website]. Hier volgt eerst de hertaling van bovenstaande tekst over het CGLH in de De Nagelate Schriften en daarna Karels vertaling van de Praefatio-tekst over het CGLH:

"Onze auteur heeft naast wat we hier al vermeld hebben, een in het Latijn geschreven doch onafgewerkte Hebreeuwse grammatica of letterkunst nagelaten. En hoewel dat werk door verscheidene geleerde personen, die over verscheidene afschriften beschikken, grotelijks geprezen wordt, hebben wij toch gemeend dat het niet nuttig was het in het Nederlands te verspreiden in gedrukte vorm, maar het raadzamer geacht het in druk te laten in het Latijn voor wie Latijn kent; men zal zich immers maar zelden aan de studie van het Hebreeuws wagen vooraleer men de Latijnse taal machtig is."

 

Vertaling door Karel D'huyvetters van de Praefatio-tekst over het CGLH:
Aangezien het onze bedoeling was om u, welwillende lezer, de Nagelaten Geschriften van onze auteur te bezorgen, mocht het Compendium van de Hebreeuwse spraakkunst daarin niet ontbreken. De auteur blijkt die spraakkunst te verdelen in twee delen; het eerste deel gaat over de etymologie, ofwel over de verbuiging van de naamwoorden en de vervoeging van de werkwoorden; dat deel is omzeggens volledig afgewerkt. Het tweede deel dat gaat over de syntaxis, of over de constructie van de naamwoorden en de werkwoorden, heeft hij niet voltooid. Het is altijd zijn bedoeling geweest om de Hebreeuwse spraakkunst, op geometrische wijze uiteengezet, te publiceren. Daarin wou hij vooreerst in de inleiding aantonen dat de juiste uitspraak van deze taal destijds is verloren gegaan; vervolgens wou hij aantonen dat de klinkers door meer recente Joden toegevoegd werden in de Bijbel, waarbij aan de oudere namen de toen meer gebruikelijke klinkers werden toegevoegd. Op bladzijde 41 van de Spraakkunst zegt hij: ‘de vrouwelijke vorm werd blijkbaar niet enkel weergegeven als ‘att, maar ook als ‘attî en hî werd van hw’ onderscheiden door andere klinkers. In de Bijbel vindt men ze vaak zo geschreven, maar de masoreten hebben dat overal veranderd, ongetwijfeld omdat het verouderde vormen waren.’ Ten derde wou hij aantonen dat de letter vau de waarde had van u en dat de alef vaak verzwakte tot de vau; ten vierde wou hij bewijzen dat in de Schrift verscheidene dialecten door elkaar voorkomen; en ten slotte wou hij aantonen dat wij de lettergrepen willekeurig mogen veranderen: ‘ashmûrah [nachtwacht] kwam ook voor in de verbogen vorm ‘ashmôret, terwijl wij correct ‘ashmûrat schrijven.

Wat dit Compendium betreft vestigt de auteur op bladzijde 24 er onze aandacht op dat er velen geweest zijn die een spraakkunst van de Bijbel geschreven hebben, maar niemand die een spraakkunst van het Hebreeuws heeft geschreven. U zal, welwillende lezer, hier heel wat zaken aantreffen die men bij andere auteurs niet gemakkelijk zal vinden. Het belangrijkste is, en ook de auteur dringt erop aan dat wij daarover zorgvuldig nadenken, dat al de woorden van de Hebreeuwse taal, met uitzondering van de tussenwerpsels en de voegwoorden en een of ander partikel, de waarde en de eigenschappen van naamwoorden hebben; en omdat de grammatici dit niet inzagen, meenden zij dat talrijke vormen onregelmatigheden waren, die volgens het gebruik van de taal helemaal regelmatig zijn; daardoor zijn zij onwetend gebleven over heel wat zaken die noodzakelijk zijn voor de kennis van die taal en haar welsprekendheid.

Wat anderen uitvoerig genoeg maar verward schreven over de accenten heeft de auteur door het weglaten van al wat overbodig is, bondig samengevat, en het juiste gebruik ervan aangetoond. Wellicht heeft niemand grondiger en meer accuraat de variaties van de vocalisaties onderwezen, en met de zelfde scherpzinnigheid zowel de verbuiging van de naamwoorden als de vervoeging van de werkwoorden en hun betekenis behandeld. Indien iemand op basis van deze grondslagen een Hebreeuwse syntaxis te construeren, zou die op niet weinig dankbaarheid kunnen rekenen van de liefhebbers van het Hebreeuws, want daardoor kan men het genie van de gewijde Taal, dat tot op heden nog onvoldoende gekend is, beter doen begrijpen.

 

__________

Aanvulling 11 september 2014
Zie nog een bescheiden aanvulling op de informatie in dit blog.  

Reacties

Aan het eind van het blog nuttige informatie toegevoegd.

Heden werd wederom aan het eind van het blog nog meer nuttige informatie toegevoegd