Ted Stolze's fraaie analyse van Matheron over Spinoza's 'eeuwigheid van de geest'

Graag attendeer ik op het vorig jaar begonnen online tijdschrift Crisis and Critique van het Kolektivi Materializmi Dialektik. Het verschijnt tweemaal per jaar en biedt de artikelen als gratis PDF”s aan. Het omschrijft zich als: “a peer-reviewed philosophical journal. It is dedicated to exploring and critically developing political and social issues from the Marxist perspective, as well as exploring and addressing the emancipatory potential of Marxist thought and tradition. It also discusses the developments within the contemporary currents in philosophy.”

Wat in de eerste nummers opvalt is, dat er veel werk van bestudering van Althusser wordt gemaakt en daarbinnen dus van zijn wending tot Spinoza (noem ik het maar). Zo bijvoorbeeld:

• Ted Stolze, Revisiting a Marxist Encounter with Spinoza: Alexandre Matheron on Militant Reason and the Intellectual Love of God [PDF]

• Ed Pluth, Freeing Althusser from Spinoza: A Reconsideration of Structural Causality [PDF]

• Ted Stolze, Hegel or Spinoza: Substance, Subject, and Critical Marxism [PDF]

Vooral het eerste artikel raad ik aan allen aan die bezig zijn met het onderwerp van de “eeuwigheid van de geest.” Ted Stolze belooft een close reading van Alexandre Matheron, Individu et communauté chez Spinoza (1969, pp. 647), “one of the landmarks of Spinoza scholarship.”

Het accent ligt op de analyse van het tweede deel van deel vijf in contrest met het eerste deel van dat vijfde deel. Laat je eventueel niet afschrikken door zijn opzet: “reassessing the value of Matheron’s project for contemporary Marxist theory and practice (154) of zijn opzet antwoord te vinden op de vraag "what is the value for Marxists to encounter Matheron’s reconstruction of Spinoza’s philosophical system?" (154)

Hij focust op “Matheron’s warm embrace of Spinoza’s conceptions of eternity and the “Intellectual Love of God” as laid out in part 5 of the Ethics” (155). En inderdaad geeft hij, via de ogen van Matheron, een uiterst boeiende inhoudelijke analyse van dat zo moeilijk gevonden laatste deel van de Ethica. Boeiend is de duiding van het verschil van de amor erga Deum, resp. de amor intellectualis Dei. En met name de verbinding met Spinoza’s politieke visie, juist in dat deel aangetroffen, is frappant.

Als je nagaat hoe vaak in de secundaire Spinozaliteratuur naar dit boek van Matheron wordt verwezen, “one of the landmarks of Spinoza scholarship,” volgens Stolze, is het merkwaardig dat na 47 jaar dit boek nog altijd niet naar het Engels is vertaald.

 

_____________

Cf. het blog van 18-06-2012: "Spinoza remains an enigma" - Themanummer Mediations: Marx or Spinoza

_______________________

Hoewel dit niet direct met het vorige te maken heeft, breng ik hier toch de cover van dit boekje van de Althusserianer Moreau, want verder zoeken naar de oorspronkelijke Franse uitgave bracht mij op het spoor van bovenstaand tijdschrift:

Pierre-François Moreau, Marx und Spinoza. Aus dem Französischen von Rolf Löper. VSA-Verlag, Hamburg, 1978

Toen ik de cover hier aantrof ging ik op zoek naar de oorspronkelijke Franse uitgave, maar die schijnt er niet te zijn. Het bestaat blijkbaar alleen in het Duits. [Zie Moreaus’s werk op Spinoza.wikia]. Al surfend zag ik nog een betere cover bij Amazon.

Eerst stuitte ik op Ted Stolze's artikel op zijn  pagina bij academia.edu en ontdekte daarna Crisis and Critique.   

Reacties

Stan, dit stukje tekst komt uit het andere artikel dat jij aanhaalt: “Hegel or Spinoza: Substance, Subject, and Critical Marxism”

Het verduidelijkt het begrip postulaat zoals ik dat probeer te zien.

“As Macherey compellingly argues, Spinoza rejected the Cartesian conception of ideas as “mute paintings on canvas” and defended the perspective that all ideas are acts that “always affirm something in themselves, according to a modality that returns to their cause, that is, in the last instance the substance that expresses itself in them in the form of one of their attributes, thought.” The upshot is that “there is no subject of knowledge, not even of truth beneath these truths, that prepares its form in advance, because the idea is true in itself—singularly, actively, affirmatively, in the absence of all extrinsic determinations that submit it to an order of things or the decrees of the creator.””

Dit “subject of knowledge” zien als de mens van vlees en bloed is inderdaad verkeerd.
Maar ‘de act van affirmerend begrijpen’ zien als het (buiten menselijke) “subject van het weten”, is volgens mij, transcendent-immanent en een postulaat zonder woordspelletje te zijn. Wat denk je?

Inderdaad, er is geen "subject of knowledge” waarbij 'subject' kennelijk wordt geduid als iets dat boven bepaaldheden uitstijgt en vanuit een wil (of als schepper) kennis zou máken. Onzin uiteraard: adequate kennis is intrinsiek ware kennis die onze geest als een spirituele automaat overkomt. Dat geldt voor alle kennis - ook intuïtieve.
Maar voor BEGRIJPEN is wel een subject nodig: een instantie die affirmeert wat hem overkomt; die ja-zegt, tegen wat hij als ware ideeën ontwaart - en begrijpt!
Ik moet zeggen dat ik je zin voorafgaande aan je vraag niet begrijp.

“Maar voor BEGRIJPEN is wel een subject nodig: een instantie die affirmeert wat hem overkomt; die ja-zegt, tegen wat hij als ware ideeën ontwaart - en begrijpt!”

Stan, hier een poging om deze complexe zin verduidelijkend om te zetten.

BEGRIJPEN - de act van begrijpen zelf – zie ik als subjectworden. Er is geen subject dat reeds kant en klaar zich vooraf inspant om te begrijpen, daar zijn we het beiden over eens.
Het - ‘Maar voor begrijpen…’ - uit jouw zin, als je deze drie woorden verstaat als ‘Maar om te kunnen begrijpen heb je een subject nodig’ – dan blijven we binnen de dualiteit van Descartes.
Eerst gebeurt ‘begrijpen’, en door begrijpen ontstaat tegelijk affirmeren. ‘Twee acties’ - begrijpen én affirmeren - die de Geest als spirituele automaat overkomt. Dit alles noem ik met Deleuze subjectworden.
Er is geen ‘hem’ of ‘instantie’ die iets overkomt, pas door het affirmerend begrijpen ontstaat die ‘instantie’. Er is geen ‘hij’ die ja-zegt tegen iets dat hij ontwaart. Pas na het ontwarend begrijpen ontvouwt zich een subjectworden en vervolgens loopt er in de wereld een ‘mens’ die iets begrepen heeft en daar eventueel over spreekt en zegt: ‘Ik heb dit en dat...’
Deze ‘ik’ is het eenheidsgevoel dat ontstaat in een Uitgebreidheid. (Denken en Lichaam)

Waarom schrijf ik liever subjectworden en niet subject? Omdat subjectworden een verschuivende actie is in wisselende verhouding met affectiones die iets in de Uitgebreidheid aandoen. Een - of het - subject is te vastliggend in het denken van Spinoza. (Ed is de naam van iets in de Uitgebreidheid dat gegroeid is uit een zaadcel en vervolgens steeds verder gegroeid, uitgezet, misschien meermaals uitgezet en na diëten terug ingekrompen, misschien in lengte al ingekort met cellen die afsterven en dat lichaam heeft wel een karakter dat in duur een poos wel of niet hetzelfde blijft en uit dat lichaam komen klanken die misschien zinnen vormen… Zie je het plaatje Stan of denk je al, wat een onzin?)

Subjectworden is de spirituele machine en vervolgens ontstaan hierdoor nu pas subject en object. (En beter is te zien dat subject en object één zijn.) Dan worden een instantie (die ‘ik’ zegt) en een verhouding (met een object). Als je iets adequaat begrijp omtrent ‘de wereld’ dan ontstaat die wereld nu pas. Die verhouding IS niet aanwezig, die openbaart zich als aanwezig. (Natuurlijk zijn aarde en bergen enzo al miljoenen jaren aanwezig! Maar jouw verhouding hiermee, als subject, ontstaat seconde per seconde.)

Ik heb het al drie keer herlezen en denk niet dat het veel verduidelijkt. Het zij zo.

Ed, dit verduidelijkt juist een heleboel. Ik kan me in jouw schets vinden en ben het er behoorlijk mee eens. Jij licht het zorgvuldiger en uitgebreider het ontwikkelingsproces toe. Mij ging het er even alleen maar om dat 'iemand het begrijpen moet doen'. Dat begrijpen kan niet ergens in de lucht of de natuur hangen. Inderdaad die iemand ontstaat in en door het begrijpen - als iets voorbij het spirituele automaatje. Goed om dat 'subjectworden' te noemen. Het 'ik' is inderdaad geen Cartesiaans vertrekpunt, maar iets dat ontstaat als een menselijk individu z'n best doet om de wereld en zichzelf te begrijpen - een dynamische lichaamgeesteenheid die zich in en tot de wereld, waarin vooral de andere mensen van belang zijn, verhoudt.
Ze komen we goed verder.

Wel, wel, ik ben blij dergelijke harmonieuze verstandhouding te zien over een zo moeilijke materie. De inhoud kan ik moeilijk volgen, maar ik hoop dat dit beter zal gaan als ik ook de Zen-geïnspireerde Spinoza-interpretatie van Paul Wienpahl zal doorgenomen hebben. Ik heb het boek in de bibliotheek gevonden, en, eerlijk, ik moet jullie twee bedanken om me op het spoor gebracht te hebben, want het is een heel originele Spinoza benadering. Spijtig dat het boek niet meer herdrukt wordt - voor de resterende nieuwe exemplaren betaal je nu tussen de 1500 en 2000 dollar op Amazon.com of vergelijkbare internetwinkels. Of kent iemand een alternatieve weg om er aan te geraken?

Dag Marc,

Dat de inhoud moeilijk te volgen is lijkt me vreemd omdat het een ‘gewone’ lezing van BdS is, dit alles heeft niets met dat prachtige boek van Wienpahl te maken.
Het volgt wel uit een lezing van Spinoza’s Ethica die zich ver weg houdt van de Descartiaanse scheiding van subject en object.
Er is geen Ik met hoofdletter die zich autonoom opstelt tegenover een boekobject (bijvoorbeeld de Ethica) en het even met kant en klare kennis eigen maakt. Pas in het lezen ontstaan een wordend leessubject en een wordend gelezen tekstobject. Het zijn twee Lichamen die elkaar ontmoeten in wederzijdse aandoeningen. Misschien kan je dit, een beetje overdrijvend, een ‘lezend Monisme’ noemen. Pas in en door een lezing ontstaan hier subject en object, tijdelijk en zich telkens vernieuwend met elke andere lezing. Je kan een lezend subject(ontstaan) zien als een wordende modus.
En zo zijn er etende, wandelende, vriendelijk handenschuddende, dromende en wat nog allemaal subjectwordingen.

Wie leeft vanuit een Ik(denk) als tegenoverstaande een ‘wereld’ blijft in de illusie van Descartes, niet?

Een aanvulling bij mijn vorige tekst om misverstanden te vermijden.
Binnen de wetenschappen heeft die Descartiaanse houding van een kennend subject dat zich afstandelijk opstelt tegenover zijn onderzoeksgebied-object prachtige resultaten opgeleverd. Laat daar geen misbegrijpen ontstaan. Alleen is dit een objectiverende verhouding met de maten en gewichten die we zelf in stelling daarvoor gebracht hebben. Als je onder ‘de dingen’ iets als een dier aanduidt en vervolgens één van die dieren zoogdieren noemt, dan doe je geen ontdekking van een ‘waarheid’. Dit is het denken van de wetenschap dat Heidegger omschrijft als ‘niet denken’.

Spinoza’s ‘De mens Denkt’ in axioma 2 van E2 gaat een ander avontuur aan met ‘de wereld’. Een avontuur van zinsverhouding, en dat is iets anders dan louter wetenschappelijke kennis.