Tjitze Jacobs de Boer (1866 - 1942) over Maimonides en Spinoza

Gisteren kwam ik een essay tegen van Tj. de Boer, Maimonides en Spinoza. Zodadelijk zal ik het internetadres geven. Merkwaardig is dat er vanuit ‘wetenschappelijke kringen’ soms documenten op internet worden gezet, zonder dat daarin enige herkomstgegevens worden meegegeven. Waarin is het stuk oorspronkelijk geplaatst? Wanneer? En zo meer. Maar goed, de aanhoudende zoeker wint, want vindt meestal wel iets. Onder bibliografie zal ik die gegevens geven met de link naar het url.

Het artikel is van dezelfde De Boer van wie ik op 8 jan. 2011 een blog had. Het ging toen om de voordracht EENIGE OPMERKINGEN OVER SPINOZA's AMOR DEI INTELLECTUALIS die T.J. de Boer op 30 Juni 1918 hield op de jaarvergadering van de vereeniging ,,Het Spinozahuis" te Amsterdam. Ik vroeg me toen af of het om dezelfde De Boer ging die arabist was en een boek over De wijsbegeerte van den Islam had geschreven? Ja, ik had het raak, het is dezelfde, zo blijkt uit het Levensbericht Tj. de Boer dat het H.J. Pos schreef voor het Jaarboek Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 1945-1946 [Amsterdam, pp. 215-220 - PDF]. Daaruit de volgende schets:

Tj. de BoerTjitze Jacobs de Boer werd in het Friese Wirdum geboren en ging naar de School met de Bijbel, was vervolgens werkzaam op het veehoudersbedrijf van zijn ouders. Maar toen hij zeventien was wilde hij graag predikant worden. In Kampen volgde hij de voorbereidende klassen voor de Theologische School. Na z'n theologisch kandidaatsexamen trad hij in een aantal kerken in Friesland op. Op aanraden van prof. H. Bavinck ging hij in Bonn semitische talen studeren. Hij keerde echter de theologische studies de rug toe en zette z'n Oosterse studies te Straatsburg voort onder Nöldeke. In 1893 promoveerde hij bij hem op Die Ewigkeit der Welt bei Al Ghazzali und Ibn Roschd.

Daarna werd hij bibliothecaris van het Friesch Genootschap en conservator aan het Fries Museum te Leeuwarden. In 1897 werd hij conservator aan de Universiteitsbibliotheek van Groningen. Daar kwam hij in contact met Heymans en verdiepte zijn psychologische studies. In 1904 werd hij onderbibliothecaris der K.B. en in 1906 volgde zijn benoeming tot hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam, waar hij geschiedenis der wijsbegeerte, logica, metafysica en psychologie doceerde.
Zijn inaugurale rede hield hij over Nietzsche en de wetenschap. Zijn hoofdwerk werd Geschichte der Philosophie im Islam [Stuttgart, 1901], dat vertaald werd in het Engels, Frans, Arabisch en Hindoestaans. Jarenlang gold het als hét standaardwerk. Een korte versie ervan verscheen als De wijsbegeerte in den Islam in de Volksuniversiteit Bibliotheek [ Bohn, Haarlem, 1921]. Hij leverde een groot aantal bijdragen aan tijdschriften, encyclopedieën e.d. Jarenlang was hij redacteur van De Beweging, een afdeling van de Akademie, waarin hij in 1920 schreef over de Medicina mentis van den arts Razi en in 1927 over Maimonides en Spinoza. Daarin kondigde hij aan: “Liever wil ik trachten te schetsen , hoezeer het denken van Spinoza van dat van Maimonides verschilt en dat, ook waar zij beiden hetzelfde schijnen te zeggen, het niet hetzelfde is.” Ook hield hij zich bezig met het Amerikaanse pragmatisme van John Dewey en anderen.

Prof dr. Tj de Boer was, zo blijkt uit het 39e jaarverslag 1935 – 1936, bestuurslid van de Ver. Het Spinozahuis. Hij was aftredend in 1946, maar overleed in 1942 in Den Haag. [cf books.google]

In datzelfde jaarverslag schreef de secretaris, W.G. van de Tak, ‘toevallig’ (?) uitvoerig over publicaties over Maimonides en geeft hij zijn medebestuurslid een pluimpje. Door dr. Leon Roth, hoogleraar te Jeruzalem, werd in diens Spinoza, Descartes & Mamonides (1924) Spinoza's volledige afhankelijkheid van Maimonides betoogd. "De daarin gehuldigde voorstelling werd echter bestreden, en naar wij gelooven, afdoende weerlegd door Prof. Dr. Tj. de Boer in eene ten jaren 1927 voor de Koninklijke Akademie van Wetenschappen uitgesproken verhandeling over Maimonides en Spinoza,” aldus Van der Tak.

Ook H.J. Pos schrijft in zijn levensbericht dat “de Boer zich een scherpzinnig bestrijder van Leon Roth's stelling [toont], als zou Spinoza geheel van Maimonides afhangen.”

Biblografie Tj. de Boer over Spinoza

Spinoza in Engeland, in: Tijdschrift voor Wijsbegeerte, jg 10, 1916. Ik vond het wel aardig bij gelegenheid van dit blog deze tekst op te sporen en als PDF op benedictusdespinoza.nl te plaatsen]  

• Eenige opmerkingen over Spinoza's "amor intellectualis", in: Tijdschrift voor Wijsbegeerte, jg 12, 1918 - neerslag van de voordracht die Tj. de Boer hield op 30 juni 1918 tijdens de jaarvergadering van de vereeniging ,,Het Spinozahuis" te Amsterdam. [zie PDF op benedictusdespinoza.nl]

• Maimonides en Spinoza, in: Verhandelingen en Mededeelingen der Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen, Amsterdam 1927. [PDF bij KNAW]

Het Spinozisme van Santayana, in: Tijdschrift voor Wijsbegeerte, 1929.

 

Levensbericht Tj. de Boer door H.J. Pos [bij KNAW]

cf Poortman

T.J. de Boer bij DBNL

Reacties

Werkelijk heel interessant biografietje van Tj. De Boer! Je bent een soort annalist van het Nederlandse Spinoza-gebeuren geworden. Ik heb De Boer's MAIMONIDES EN SPINOZA (30 pagina tekst 20 pagina geleerde noten) ingezien: waarlijk indrukwekkend en zeer geleerd / informatief. Moet ik nog eens gaan bestuderen.