Uit de jaarvergadering van de Ver. Het Spinozahuis

Gisteren kwam ik iets te laat aan in de oude raadszaal van Rijnsdorp, waar de jaarvergadering van de Ver. Het Spinozahuis werd gehouden en Genevieve Lloyd inmiddels al met haar lezing begonnen was. De trein had een flinke vertraging opgelopen en al nam ik daarna een taxi om de schade in te halen, het lukte me niet om op tijd te komen. Daarom heb ik hier geen foto van haar, want ik heb de – misschien wat ouderwetse fatsoens- - gewoonte om vooraf toestemming te vragen om zo’n foto te mogen nemen. Voor de inhoud van haar toespraak verwijs ik naar de uitgave die daarvan gemaakt zal worden.

Ze maakte een uitvoerige vergelijking tussen Locke en Spinoza, waarbij ze vanuit Lockes brief over de tolerantie hét grote verschil liet zien in hoe Locke vanuit een geloof in een hiernamaals en het voortbestaan van de ziel tot heel andere conclusies inzake tolerantie kwam dan Spinoza. In zijn religieuze gelovigheid was Locke bepaald geen Spinozist. Het interessantste deel vond ik eigenlijk het slot, waarin ze wegens tijdgebrek heel kort was in het behandelen van de vraag in hoeverre je eigenlijk begrippen die in de 17e eeuw niet bestonden of een andere betekenis hadden, zoals secularisatie, tolerantie maar ook atheïsme, met terugwerkende kracht kunt toepassen op een 17e eeuwse denker. Ze ging daarover in discussie met Jonathan Israel en Charles Taylor, maar zoals gezegd, erg kort. Misschien dat het in de uiteindelijke publicatie iets verder uitgewerkt zal blijken te zijn.

Na het huishoudelijk gedeelte van de jaarvergadering, sprak Miriam van Reijen over het hedendaagse vrije-wil-debat en hoe het toch opvalt dat de filosofie van Spinoza daarin geen rol speelt, terwijl hij zulke duidelijke argumenten aandroeg tegen het bestaan van de vrije wil, argumentaties die qua filosofisch gehalte heel wat meer in hun mars hebben dan waar neurologen als Lamme en Swaab mee komen. Ze nam de typering van Bert Keizer over die hen (niet positief bedoeld) als “neurosofen” betitelde. Ze wees erop hoe in de loop der eeuwen telkens bepaalde gebiedjes van manieren waarop de kosmos, de natuur en de mens door de filosofen begripsmatig verkend waren, door wetenschap met z’n waarnemingen en theorievormingen werden overgenomen. Het zag er naar uit dat tegenwoordig de neurowetenschap zich is gaan ontfermen over de – misschien wel laatste – bolwerken van de filosofie: de geest en de wil. Maar volgens spreekster was er nog alle aanleiding voor filosofen om die terrein niet prijs te geven, daar zij op het punt van begripsverheldering en kritisch wegen van argumenten van neurowetenschappers bepaald nog niet gemist kunnen worden. Zij liep daartoe drie thema’s na: a) er worden te snelle conclusies getrokken; b) over de gehanteerde terminologie is een en ander aan te merken; c) over de vermeende gevolgen van de resultaten is nog wel wat te zeggen.

Heel kort enige notities bij deze thema’s: de conclusies passen niet bij het onderzoek (een al dan niet vrije wil kun je in de hersenen niet zien, net zoals (voeg ik eraan toe) Joeri Gagarin indertijd God in de ruimte niet kon zien, wat net zo’n belachelijke uitspraak was). Dat hersenen ‘besluiten’ zouden nemen is een taal die hoort bij handelende mensen toepassen op een terrein waar die niet toepasselijk is: hersenen nemen geen besluit resp. verantwoording. Kortom filosofen kunnen nog heel wat conceptuele analyse aandragen.

Aan de hand van het boek Spinoza van Michael Della Rocca, en vooral diens toepassing van het PSR-beginsel (Principle of Sufficient Reason) dat Spinoza in sterkere en consequentere mate zou hebben gehanteerd dan de munter van het begrip, Leibniz. Het gaat om de overtuiging dat alles een oorzaak heeft, dat alles bepaald is om op een bepaalde manier te bestaan en te werken. Ook de mens hoort tot de natuur en daar zit geen vrije wil tussen die de mens tot iets aparts, tot een staatje binnen de staat zou maken. Zo'n uit het niets komende, onveroorzaakte vrije wil zou alles onbegrijpelijk maken.

Ze wees erop dat dit naturalistische determinisme ten onrechte verweten is een fatalisme te zijn, want zolang wij niet alle oorzaken kennen is de toekomst ons onbekend. Spinoza heeft wel de zekerheid dát alles bepaald is, maar wijst er telkens op dat wij mensen al die bepalende oorzaken niet kennen. Er is dus geen enkele reden om fatalistisch bij de pakken te gaan neerzitten.

Doeloorzaken bestaan volgens Spinoza niet. Het is dan ook riskant om conatus met ‘streven’ te vertalen; beter is ‘gedreven worden’, ‘genoopt zijn’ – we worden niet vanuit een doel gericht.

Vanuit het principe van de PSR komt Spinoza tot ‘ware filosofie’ hetgeen niet een claim is de waarheid te bezitten, maar een claim de juiste methode te hebben om tot waarheid te komen: zijn rede inzetten en nadenken hoever de rede, vanuit de PSR, kan komen is wat hij doet; waarbij Spinoza niet terugschrikt voor de consequenties waar hij op stuit.

Spinoza wil kennen; kennen is verklaren, dat is: oorzaken kennen, begrijpelijk maken, uitleggen.
Maar kennis van de waarheid heeft niet op zichzelf enig effect in de wereld. De macht van de ratio over de passies wordt door velen (m.n. de stoïci) overschat. Pas als de kennisverwerving zelf een passie wordt kan de overheersing door andere passies ermee weggedrukt worden.

Bij Spinoza is de (geestelijke) belevingskant en de lichamelijkheid even werkelijk, benadrukte ze in een kritische bespreking van de manier waarop Della Rocca de lichaam-geest thematiek  behandelde (hij beweert ten onrechte dat Spinoza met “zijn parallellisme” zelf een zeker dualisme zou invoeren; maar parallellisme is geen term van Spinoza, die neemt Della Rocca zelf over van Leibniz).

[Hier volgt later nog iets uit het slot van haar toespraak resp. uit haar behandeling van enige vragen. Bij nader inzien heb ik er liever dit aparte blog van gemaakt]

Dit zijn uiteraard slechts enige grepen uit haar lezing, die te zijner tijd zal worden gepubliceerd.

Inhakend op mijn vorige blog, "Morgen horen hoe we Spinoza hier tussen kunnen krijgen", waarin ik citeerde: "[o]mdat de inbreng van Spinoza node wordt gemist in het actuele debat...", stelde ik voor dat de vereniging van de lezing, samen met enige sprekende teksten van Spinoza (zoals brief 58, het voorwoord bij deel V, de appendix van deel I en zo nog enkele) een publicatie richting docenten in het voortgezet onderwijs zou sturen als aanvulling op de zgn 'blauwe en rode boeken' met de documentatie bij het filosofie-examenonderwerp 2012 - 2015, te weten "de vrije wil", waarin Spinoza niet voorkomt (op een klein tekstje na in de rode docentenhandleiding). Dat werd door de voorzitter als weinig zinvol beschouwd. De betreffende organisatie van filosofiedocenten zou alergisch zijn voor inmenging en daarvoor volstrekt niet openstaan. Dat was de vorige keer bij het examenonderwerp "rede en religie" Waarvan akte.

Reacties

Geachte heer Verdult, dank u voor deze samenvatting. Zelf kon ik niet aanwezig zijn op de jaarvergadering. Met dit verslag heb ik toch enig idee van wat er gezegd werd.