Verslag van de crematie van dr. Willem Meijer

Toen de nabestaanden van de joodse bankier George Rosenthal (1828-1909), de man die het Spinozahuis aan de Ver. Het Spinozahuis geschonken had en de reconstructie van Spinoza’s bibliotheek had gefinancierd, zijn crematie wilden organiseren, moesten ze daarvoor in 1909 uitwijken naar Duitsland, want cremeren kon in het “christelijke Nederland” niet.

Maar enige jaren later, in 1913, werd op de begraafplaats "voor alle gezindten" Westerveld in Driehuis bij Velzen het eerste crematorium van Nederland gebouwd. Op 1 april 1914 vond er de eerste crematie plaats [foto van wikipedia]. Dit gebeurde a.h.w. ‘illegaal’ – maar werd toen door de overheid gedoogd. Pas in 1955 werd cremeren in Nederland wettelijk geregeld.

Toen de Spinozist dr. Willem Meijer op zondag 3 januari 1926 overleed, kon hij op 7 januari 1926 in Westerveld worden gecremeerd. Daarvan verscheen in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 7 januari 1926 dit verslag [ook op 8 jan. cf. Delpher]. Zulke verslagen worden tegenwoordig zo niet meer gemaakt.

Dr. W. Meyer. †

Op Westerveld heeft hedenmiddag, onder zeer grote belangstelling, de verassching plaats gehad van het stoffelijk overschot van dr. W. Meyer, den bekenden Spinozist. Onder de aanwezigen merkten wij op prof. dr. Leo Polak uit Leiden, prof. dr. G. A. van den Bergh van Eysinga van Santpoort, dr. Wijnandts Francken uit Leiden, dr. N. Japikse, conservator der Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De Vereeniging voor Wijsbegeerte in Den Haag was vertegenwoordigd door K. H. E. de Jong en den heer Eckstein; de Vereniging voor Wijsbegeerte te Amsterdam door prof. Polak en den heer Verkerk.

Gesproken werd allereerst door een familielid, de heer Herman Hesse uit Duitschland, die er op wees, dat de overledene was een man van groote gedachten, die deze gedachten ook schitterend wist uit te beelden. Hij kon het verdragen, dat anderen anders dachten dan hij. Hij was een man met een groot hart, die hielp waar hij helpen kon. Hij zal voor zijn familie onvergetelijk blijven.

Dr. J. D. Bierens de Haan sprak namens de Vereniging Het Spinozahuis en de redactie van het Tijdschrift voor Wijsbegeerte. Spreker wees er op, dat dr. Meijer een gelukkig leven heeft gehad. Hij heeft de taak gevonden, die zijn liefde had, al vond hij die niet dadelijk. Maar toen hij ze vond, heeft hij zich met zijn fijn en scherp verstand daaraan geheel toegewijd. Voor de beschavingsgeschiedenis in de laatste halve eeuw heeft hij een bijzondere beteekenis voor zeer velen, die de wijsbegeerte in hun leven hoog stellen en daaraan hun levenshouding ontleenen. Door de studie van Spinoza en de vertaling van Spinoza's werken heeft hij zich een monument gewrocht. Spreker schetste welk een reuzenarbeid de vertaling van Spinoza's werken uit het Latyn in modern Hollandsch is geweest. Zijn liefde voor den grooten wijsgeer was zeer groot en hij zocht naar een blijvend gedenkteeken, dat hij Vond in het huis te Rijnsburg, waar Spinoza eenige jaren, heeft gearbeid. Door de Vereeniging Het Spinozahuis wordt dit thans als een monument bewaard.
Door dr. Meyer werd ook het Tijdschrift voor Wijsbegeerte opgericht en hij werd voorzitter van de redactie. Hij was een scherp omlijnd type, dat men leren moest, ook al was men niet zijn naaste geestverwant. De spreuk van Spinoza „Blij zijn en wel doen” heeft dr. Meyer in zijn leven tot de zijne gemaakt.

Vervolgens sprak dr. Wijnandts Francken uit Leiden, die dr. Meyer schetste als een man van karakter, die recht door zee ging en niet wist van schipperen. Aan wijsbegeerte had hij Zijn hart verpand, vooral aan Spinoza, en hij mocht zijn idealen in dit opzicht in vervulling zien gaan. Zijn groote verdiensten op wijsgerig gebied werden overal erkend, ook in het buitenland. Hij was een man met den moed der overtuigingen en heeft een kring van jongeren om zich heen weten te verzamelen.

Prof. dr. Leo Polak bracht namens de Vereeniging der Wijsbegeerte te Amsterdam een eerbiedige groet en hulde. De overledene heeft in zijn leven de wijsbegeerte uit de academische sfeer uitgedragen naar het volk.

Vervolgens sprak de heer Van der Tak uit Den Haag, die hulde bracht aan den leermeester. Spreker zeide, dat dr. Meyer zich vereenzelvigd had met Spinoza en dat hij na Spinoza een onzer beste wijsgeeren was.

Namens de "Vereeniging voor Wijsbegeerte in den Haag sprak dr. K.H.E. de Jong, die den overledene huldigde als een ruim en vrij denker.

Mr. Spier sprak namens het bestuur der Vereeniging tot zedelijkt opvoeding van voogdijkinderen, waarin de overledene bestuurslid was en waarvoor hij heel veel heeft gedaan. Spreker herinnerde vooral aan den strijd, dien dr. Meyer heeft gevoerd om de vereeniging door de regeering erkend te krijgen.

Namens Societas Spinozanum sprak mr. Carp uit Amsterdam, die zeide dat in een tijd, waarin vereniging van alle Spinozisten uit de wereld ver verwijderd scheen, dit aan dr. Meyer is gelukt, waardoor Societas Spinozanum kon worden opgericht. Hij kon dit doen door de relaties en de vele vrienden die hij in het buitenland had en die hij samengebracht heeft rondom den verzoenenden geest van Spinoza.

Nadat de kist onder het spelen van een treurmarsch was gedaald, dankte namens de familie de heer Molzer voor de groote belangstelling.

                                                     * * *

Ik neem, zomaar, aan dat het om Frédéric Chopin's Marche funèbre zal zijn gegaan, de Sonata Op. 35 No. 2 in B-Flat Minor - hier gespeeld door Arturo Benedetti Michelangeli