Verwantschap tussen twaalfde eeuwse Arabische Verlichting en de Spinozistische Radicale Verlichting

Jonathan Lyons: Het Huis der Wijsheid. Hoe Arabieren de westerse beschaving hebben beïnvloed [Bulaaq, 2010]. Een fraai en boeiend boek.

Veel sterker – door de focus – dan Floris Cohen in De herschepping van de Wereld. Het ontstaan van de moderne natuurwetenschap verklaard, die de belangrijkste feiten ook wel heeft, laat Lyons zien en meevoelen hoe sterk het westen leunde op de erfenis van de hoge Arabische cultuur ten tijden van de Abbasiden die omstreeks 825 in Bagdad hun nieuwe hoofdstad stichtten met daarbij veel aandacht en staatssteun voor een ‘Huis der Wijsheid’ (Bayt al-Hikma), waarin door aantrekken van erudiete mensen uit India, Perzië en Griekenland en vooral door het aanleggen van een gigantische bibliotheek en via een intensief vertaalproject veel werken uit de oudheid werden bewaard en verder bewerkt. Dit vond z’n hoogtepunt in hun 3e en 4e (onze 9e en 10e eeuw). Een project dat in Cordoba nog eens flink werd voortgezet door de naar Noord-Afrika en vervolgens naar al-Andalus uitgeweken kleinzoon van de tiende Omajjaden-kalief, Abd al-Rahman.

In het eerste deel schetst Lyons de eerste Kruistochten in welks kielzog Adelard naar het Oosten trok. Het tweede deel vertelt de hoofdlijnen van het ontstaan van de Arabische wetenschap door het Bagdad-project met ‘Huis der Wijsheid’ van kalief Abu Jafar al-Mansur, een opvolger van Haroen al- Rashid. Het in kaart brengen van sterrenhemel, de wereld, en de geneeskunde ging er daar veel geavanceerder aan toe dan in het westen. Alles wel gemengd met veel occulte en magische elementen: de werking van de talisman, astrologie en alchemie, maar heel veel op feitelijke waarneming en proefneming gebaseerd.

De schrijver volgt, en dat is een gouden greep, de door sterke kennisbehoefte gedreven Adelard van Bath, een begaafde jongeman die vanuit deze plaats in het Zuidwesten van Engeland eerst een opleiding volgde aan de Franse kathedraalschool van Tours, vervolgens naar het voormalige moslimeiland Sicilië ging en verder trok naar Antiochië, waar de kruisvaarders inmiddels zaten, op zoek naar de door hem felbegeerde Arabische kennis (studia Arabum). Hij kwam na vele jaren terug met kostbare boeken die tot dan in het westen onbekend waren en die hij uit het Arabisch naar het Latijn vertaalde. Het ging om de Zij al-Sindhind, het astronomische tabellenboek van al-Khwarizmi, waarmee getoond werd hoe de mathematische astronomie van de Arabieren werkte. En om de Elementen van Euclides. Voor veel begrippen had het middeleeuws Latijn (nog) geen termen en zo transcribeerde hij vele Arabische termen die aldus hun weg vonden naar het westen, zoals diameter, tangens en ratio (als verhouding). Meerdere bewerkingen heeft Adelard van Euclides’ Elementen gemaakt. Hij merkte op: “zonder lijnen, hoeken en figuren is het onmogelijk de ware natuur van de dingen te kennen.”(p. 165)

Tot dan was de aandacht vooral uitgegaan naar de mathematische en natuurfilosofische werken, maar sinds Averroes (Ibn Rushd) medio twaalfde eeuw op voordracht van Ibn Tufayl, de opdracht kreeg van de Berberse Almohaden-leider om de werken van Aristoteles samen te vatten en uit te leggen, kwam er ook aandacht voor de meer omvattende metafysisch-filosofische kant van Aristoteles.

Boeiend, zeker ook voor Spinozisten, is de schets van het debat over ‘de eeuwigheid van de wereld’. Volgens Aristoteles was het universum eeuwig. Volgens de monotheïstische godsdiensten was de wereld geschapen en kende dus een begin in de tijd. De ‘oplossing’ van Augustinus dat de tijd was ontstaan met de schepping van de wereld en dat het derhalve geen zin had te vragen naar een toestand van toen, daarvoor, want die was er niet (er was geen toen), was onbevredigend – een soort taaltruc.

Voor Avicenna (Ibn Sina) was God het enige in het heelal dat geen oorzaak heeft; alleen hij is noodzakelijk en al het andere is van hem afhankelijk. Die schepping gebeurde onmiddellijk, niet door een wilsdaad, maar in een noodzakelijk onmiddellijk ogenblik. Zo was er tegelijk een door de eerste oorzaak ‘geschapen’ en tegelijk eeuwig universum.
We herkennen iets van deze denkfiguur bij Spinoza.
En in het bezwaar van Al-Ghazali, n.l. “of Avicenna’s God nog wel in enige zinvolle betekenis van het woord God kan worden genoemd” (p. 249), herkennen we de latere christelijke bestrijders van Spinoza.

Ja, in deze twaalfde eeuwse Verlichting in de Arabische wereld herkennen we thema’s van de zeventiende eeuwse radicale Verlichting. Zo zien we in het commentaar van Averroes (Ibn Rusd) op al-Ghazali dezelfde denkfiguur van Spinoza:

 

De theologen maken de kardinale fout de mens en God te verwarren en de laatste de rol van een soort superman te laten spelen. “Wie dit gelooft, maakt God tot een eeuwig mens en de mens tot een sterfelijke God,” schrijft Averroes in ‘De verwarring van de verwarring’, zijn directe reactie op al-Ghazali. “Het blijkt duidelijk dat zij (de theologen) God enkel tot een eeuwige mens hebben gemaakt, want zij vergelijken de wereld als geheel met de ambachtelijke voorwerpen die zijn voortgebracht door de wil en de kennis en de vermogens van de mens. […] Deze theorie is echter niet meer dan een metafoor en een poëtische uitdrukkingswijze.”
[…] De theologen verzetten zich met hand en tand tegen elke aantasting van Gods almacht, terwijl de filosofen onder aanvoering van Averroes metafysische ruimte trachten te creëren voor de rede en voor een natuurlijke wereld waarin onveranderlijke wetten heersen – beide noodzakelijke bestanddelen van ware wetenschap.”
[p. 254]

Er is nog geen spoor gevonden van hoe het is gelopen, maar onder deskundigen (het is ook te vinden bij Floris Cohen) is er overeenstemming over het feit dat de Poolse Copernicus drie eeuwen later kennis had van het zgn Tusi-koppel van omstreeks 1260, een ingenieuze oplossing voor de ongerijmde loop van planeten die ‘zich niet hielden aan’ het model van Ptolemaeus. Langs meerdere lijnen weet Lyons overtuigend te laten zien hoe de westerse wetenschap ontstond in het verlengde van de Arabische wetenschap, die echt wel meer deed dan het louter doorgeven van Griekse en Indiase kennis, maar die daarmee werkte en de kennis verder bracht.

Uitdrukkelijk heeft Lyons het steeds over Arabische en niet islamitische kennis, daar hij wel weet dat de Arabieren gebruik maakten van niet-islamitische (Indiase, hebreeuwse, Syrisch- of Spaans-christelijke, Griekse en andere deskundigen).
Opmerkelijk is dan hoe een ‘Jihad-watcher’ Lyons’s boek overdreven fel bekritiseert (zie hier en hier). Overigens is er – en terecht – veel waardering voor dit boek van deze historicus en journalist, dat met gebruikmaking van veel recente wetenschappelijke literatuur een zeer leesbare en vruchtbare schets op de hoofdlijnen biedt van een belangrijke episode in het ontstaan van de westerse wetenschap in de zeventiende eeuw.

                                                * * *

Zie recensie van Michiel Leezenberg in NRC Handelsblad

The Times review by Ziauddin Sardar

Recensie door Christopher Assendorp in: Filosofie Magazine 7/2010 [Hun website geeft geen toegang, dus neem dit achterdeurtje]

Reacties

Stan,
1. Volgens Leo Strauss (Spinoza's Critique of Religion, blz 47 e.v.) is Averroes van belang geweest voor Spinoza, omdat hij invloed had op Maimonides, en deze op Spinoza. De opvatting van Averroes is een aanpassing aan het monotheïsme van de epicuristische godsdienstkritiek, en er werd in de Middeleeuwen, ondanks de verschillen, geen onderscheid gemaakt tussen de opvattingen van Averroes en Epicurus. Volgens Epicurus ontstaat godsdienst van nature, volgens Averroes door instelling via een charismatische profeet(Mozes, Christus, Mohamed). Voor Epicurus is kennis van belang, voor Averroes de profetie. Kennis leidt bij Epicurus tot een innerlijke overtuiging, en profetie leidt bij Averroes tot gehoorzaamheid. Kennis doet een beroep op het verstand, profetie op de verbeelding, enz.
2. Je hebt gelijk dat de opinies over de Islam tegenwoordig erg gepolariseerd zijn. Voor de geschiedschrijving geldt dat helaas ook. Michiel Leezenberg is daar een voorbeeld van. Ik lees zijn recensies graag, hij is kundig en heeft een goede pen. Maar hij ziet nogal eens over het hoofd dat de Islam tegenwoordig gekaapt is door de extremisten, die haar van Rabat tot Islamabad terroriseren met hun bigotte geloof, en elke verstandige opmerking vermoorden. Een historische godsdienstkritiek, zoals Spinoza die beschreef, is een absolute onmogelijkheid, tenzij je bereid bent die met de dood te bekopen. De Republiek in de 17e eeuw was een oase van tolerantie in vergelijking met alle huidige islamitische landen, van Marokko tot Indonesië. Niets verstandigs kan daar over de Islam gepubliceerd worden. Spinoza zou, als hij in die landen woonde en daar heden een islamitische TTP geschrevenn had, terstond vermoord zijn. Diep treurig, vooral omdat hij in de Middeleeuwen waarschijnlijk alleen maar beknord zou zijn in die landen..

Interessante reactie, Adrie.
Ik heb er geen commentaar bij, maar wil alleen even laten weten dat ik het gelezen heb en er zeer tevreden over ben.
Het is uiteraard niet uitgesloten dat Spinoza ook rechtstreeks van Averroes kennis heeft genomen.