Voltaire (1694 - 1778) toch redelijk mild over Spinoza

Roger Pearson: Voltaire de almachtige. Een leven lang op zoek naar vrijheid. De Bezige Bij, Amsterdam, 2006 [510 blz.]

Terwijl ik Jonathan Israels Verlichting onder vuur aan het lezen ben, waarin behoorlijk vaak veel over Voltaire wordt gezegd, kreeg ik behoefte via het lezen van een biografie meer over hem te weten te komen. Daarom leende ik uit de bibliotheek dit boek dat volgens de Biblion recensie van dr. D.G. van der Steen “niet alleen veruit het beste dat in het Nederlands verkrijgbaar is over Voltaire en zijn tijd, het behoort ook in het genre biografie tot de top. Pearson schrijft met een superieur gemak in een verfijnde stijl, vol humor, zo boeiend dat de lezer nauwelijks merkt hoeveel feiten, hoeveel kennis, hoeveel inzicht hij al lezend in zich opneemt. Het resultaat is een intieme vertrouwdheid - wetenschappelijk voortreffelijk gefundeerd en gedocumenteerd - met een centrale figuur uit de Franse Verlichting, wiens leven intrigeert en fascineert, en wiens denken in veel opzichten nog steeds uitermate actueel is.” Ik kan me in dit oordeel wel vinden, maar of de lezer al die feiten ook echt opneemt?  

Het boek is geestig en soms laconiek. De auteur heeft zich zeer in zijn onderwerp verdiept en hij overstelpt de lezer met feitjes en gebeurtenissen. Halverwege het boek vroeg ik me bij al die beschreven verplaatsingen en feesten, liefdesaffaires en eindeloze gevechten met critici, clerici en het koningshuis: wil ik dit allemaal wel lezen? Waarom zo uitvoerig? Maar overwegend krijg je een interessant inkijkje in het volle en drukke leven van deze man die de meest uitgebreide correspondentie had die je je maar kunt voorstellen.

Hij bemoeide zich met veel en was door dubieuze speculaties bij een loterij en handig bijna-bankieren schatrijk geworden. En zoals Pearson hem beschrijft vraag je je steeds af hoe serieus je deze toneelschrijver en toneelspeler moet nemen. Hij maakte van zijn leven en omgaan met anderen een spel en wist zich op te werken in zijn zelfontworpen paradijselijke tuin en landgoed Ferney dat toen in Zwitserland lag en waar hij groots resideerde in bijna-een-koninkrijkje.

Sympathiek wordt hij wanneer hij zijn grote kennis en zijn ruime bekendheid gebruikt om zich in te zetten tegen het onrecht dat sommigen die vals werden beschuldigd werd aangedaan: langdurig konden mensen worden vastgezet, marteling was een normaal onderdeel van de rechtspraak, veel gebeurde achter gesloten deuren en afhakken van handen, uitrukken van tongen en verbranden van de rest kon het oordeel zijn. Door de wijze waarop hij waarop hij partij koos voor slachtoffers en zich inzette voor Calas, La Barre, Sirven en Monbailli heeft hij zeker bijgedragen aan het latere ontstaan van mensenrechten.

Hij meende ook God te moeten verdedigen, tegen enerzijds de kerken en anderzijds de atheïsten. Zo concludeert Roger Pearson: “Voltaire was geen oorspronkelijk denker. Zelfs zijn optreden als pleitbezorger van Newton ging steeds conservatiever aandoen, als de arbeid van een deïst die God tegen het vermeende atheïsme van Spinoza en zijn volgelingen verdedigde.”(p. 467)

Nadat hij in 1768 de Traité des trois imposteurs had gelezen, dat in 1719 voor het eerst was uitgegeven en deels gebaseerd was op teksten van Spinoza, liet Voltaire in zijn satire in versvorm over metafysica Les Systèmes (De stelsels), Spinoza zich tot de godheid richten met de woorden: “Onder ons gezegd, geloof ik niet dat u bestaat.”  [Zie in een eerder blog van 19-09-2008 een groter deel van dit gedicht] 

En verderop in dat gedicht benadrukt hij nog eens dat God bestaat en dat het geloof in zijn bestaan de zedelijke orde en sociale stabiliteit waarborgt. Het loopt uit op de beroemde woorden:
     Als de hemel, van zijn verheven signatuur beroofd,
     Ooit zijn aanwezigheid niet langer uit zou dragen,
     Als er geen God bestond, dan moest hij worden uitgevonden.”

Maar dat was grappig bedoelde spotternij, want volgens hem waren de bewijzen voor zijn vernuftige werking overal aan zijn scheppingsarbeid te zien.

Interessant vond ik het uitvoerige schouwspel in de vorm van een seculiere processie te lezen dat werd 'opgevoerd' bij de bijzetting van Voltaire, bijna dertien jaar na zijn dood, in het Pantheon, waar hij nu rust naast Descartes en tegenover zijn vijand Jean-Jacques Rousseau.

Voor mij blijft de vraag of hij werkelijk de grootste philosophe was van de 18e eeuw, waarvoor hij door velen is gehouden. Hij was indertijd in ieder geval een gigantische hype.

Fanatisme erger dan atheïsme
In zijn Filosofisch Woordenboek schreef Voltaire onder het lemma Atheïsme dat Bayle i.p.v. te onderzoeken wat erger was atheïsme of afgoderij, dat beter had kunnen nagaan tussen atheïsme en fanatisme. En dan schrijft hij: “Spinoza was niet alleen atheïst, hij predikte het atheïsme, maar hij had part noch deel aan de gerechtelijke moord op Van Oldenbarnevelt. Hij was ook niet degene die de gebroeders De Witt in stukken reet en de geroosterde brokken opat.” Dat Spinoza nog geboren moest worden toen Van Oldenbarnevelt al lang geleden vermoord was, vergeven we hem. Z’n bedoeling is duidelijk: hij vind Spinoza niet zo gevaarlijk als de onverdraagzame fanatiekelingen.

Op internet vond ik het lemma 'Liberty of the Press' dat ik in mijn exemplaar van de vertaling door J.M. Vermeer-Pardoen (Van Gennep, Amsterdam, 2001, 32007) niet terugvind. Ik neem daaruit een passage over waarin hij over Spinoza spreekt. [Van hier]

"See into what horrible decay the liberty of the press brought England and Holland. It is true that they possess the commerce of the whole world, and that England is victorious on sea and land; but it is merely a false greatness, a false opulence: they hasten with long strides to their ruin. An enlightened people cannot exist."

None can reason more justly, my friends; but let us see, if you please, what state has been lost by a book. The most dangerous, the most pernicious of all, is that of Spinoza. Not only in the character of a Jew he attacks the New Testament, but in the character of a scholar he ruins the Old; his system of atheism is a thousand times better composed and reasoned than those of Straton and of Epicurus. We have need of the most profound sagacity to answer to the arguments by which he endeavors to prove that one substance cannot form another.

Like yourself, I detest this book, which I perhaps understand better than you, and to which you have very badly replied; but have you discovered that this book has changed the face of the world? Has any preacher lost a florin of his income by the publication of the works of Spinoza? Is there a bishop whose rents have diminished? On the contrary, their revenues have doubled since his time: all the ill is reduced to a small number of peaceable readers, who have examined the arguments of Spinoza in their closets, and have written for or against them works but little known.

For yourselves, it is of little consequence to have caused to be printed "ad usum Delphini,” the atheism of Lucretius—as you have already been reproached with doing--no trouble, no scandal, has ensued from it: so leave Spinoza to live in peace in Holland. Lucretius was left in repose at Rome. [Van hier]

Enfin, ik ga weer verder met J. Israels Verlichting onder vuur.

Jean Huber (1721-1786) Un dîner de philosophesJean Huber (1721-1786) Le dîner des philosophes à Ferney [men herkent in 't midden Voltaire, links Condorcet, rechts Diderot die echter nooit in Ferney is geweest]

Reacties

Stan,
1. In dit citaat zet Voltaire Spinoza in de traditie van de Epicurus en Lucretius. Ik denk dat Spinoza meer epicurisme dan stoïcisme in zijn filosofie heeft.
2. Ik vraag me af of dit Voltaire-citaat wel uit zijn Filosofisch Woordenboek komt. Wegens de aanspreektoon lijkt met eerder uit een van zijn brieven te komen.
3. De Nederlandse uitgever Van Gennip van het voorbeeldig door Vermeer-Pardoen vertaalde 'Filosofisch woordenboek' verdient een geseling, omdat hij niet een alfabetisch trefwoordenregister afgedrukt heeft achterin het boek. Op trefwoord iets opzoeken, een van de leukste en effectiefste bezigheden om je te oriënteren, wordt ons zo ontnomen.

Adrie,
Grappig wat je opmerkt over het ontbreken van een index. Dat viel mij uiteraard ook op toen ik naar deze tekst op zoek was - is lastig. Ik zie nu dat ik de link naar het origineel er nog niet bij het geplaatst (ga ik alsnog doen). Je kon best eens gelijk hebben dat het een andere tekst betreft, inderdaad misschien een brief. Dan is onze Van Gennep-uitgave wellicht toch compleet.
Overigens, mede door toedoen van Voltaire worden uitgevers niet meer gegeseld...

In mijn uitgave (Van Gennep 2001) op pag 80.

Dag Arno,
80 de pagina waarop het citaat staat dat ik aanhaalde en waar ik boven zette: Fanatisme erger dan atheïsme. Maar een stuk over persvrijheid zul ook jij niet in de uitgave van 2001 aantreffen.