Vondel en Spinoza: gelijkgerichte stemmen in ‘t maatschappelijk debat

Het lopende nummer van het tijdschrift De Zeventiende Eeuw [28 (2012) 1, p. 66-81] bevat een artikel van Mike Keirsbilck, “‘Sou niet te duchten staen gewetens scharpe dwang’. Politieke beschouwingen in Joost van den Vondels Palamedes en Baruch de Spinoza’s Theologisch-Politiek Traktaat”.

Mooi is dat de PDF’s van deze artikelen te downloaden zijn [zie hier]

 

Tijdens de Spinoza-zomerweek 2011 van de Ver. Het Spinozahuis, was Mike Keirsbilck al eens komen vertellen over zijn doctoraats-studie naar “politieke discoursen” in drie werken van Joost van den Vondel (1587 – 1679) die hij analyseert in het licht van Foucaults gouvernementalité-begrip. In dat verband vergelijkt hij ook de mogelijke ideeënrelatie tussen Vondel’s Palamedes oft Vermoorde Onnooselheyd (1625), waarin via Palamedes de verontwaardiging over de onthoofding van Oldenbarneveld onder Mauritz wordt geuit, en Spinoza’s TTP (1670), waarin die verontwaardiging 50 jaar later nóg op diverse plaatsen doorklinkt. ]zie hier]

Keirsbilck behandelt de literatuur tot heden over de mogelijke connectie tussen Vondel en Spinoza, waarin het steeds ging over Vondels Bespiegelingen van Godt en Godtsdienst (1662) en Spinoza’s Ethica (1677), waarvan de uitkomst eigenlijk is dat er geen raakvlakken tussen beiden te ontdekken zijn (maar Wiep van Bunge zou in twee boeken die dit jaar bij Brill verschenen ervan uitgaan dat Vondel Spinoza’s ideeën bestreed).

Keirsbilck pakt het eens anders aan door ander werk met elkaar te vergelijken, en dan niet zozeer naar een relatie tussen hen te zoeken, maar na te gaan in hoeverre ze in hun tijd aan eenzelfde discours deelnamen. En dat doet hij aan de hand van hoe Foucoult liet zien hoe sinds de 16e eeuw in West-Europa nieuwe manieren ontstaan om het volk te besturen. Hij onderscheidt een vanouds juridico-legaal mechanisme, een archaïsch vorm van strafrecht (met accent op verboden en straffen) die tot in de 18e eeuw bleef bestaan. Het andere, het disciplinaire mechanisme, ontstond in de 17e eeuw waarbij het accent ligt op opleggen van geboden: naast het justitionele opsporings- en bestraffingsapparaat ontstaat een politioneel, medisch en onderwijskundig opvoed en toezichtapparaat ter disciplinering en ter bevordering dat de burgers zich de gebeden eigen gaan maken en internaliseren. Maar de strikte regulatie ervan kenterde met de opkomst van een derde ‘mechanisme van de veiligheid’; er komen niet meer één-op-één bepalingen van wat mag en niet mag , maar er worden bandbreedte-regelingen opgelegd, waarbinnen veel meer (gedoog)vrijheid bestaat – speelruimten lieten mechanismen minder vastlopen. Het gaat bij deze vorm van bestuur minder om het opleggen van wetten, maar meer om tactieken, waarbij ook vermogen tot zelfregulering worden ingecalculeerd. De mechanismen blijven naast elkaar bestaan, waarbij geleidelijke verschuivingen in het relatieve belang van de naast elkaar bestaande bestuursvormen optreden.

Vervolgens analyseert hij de thema’s beleid (politiek) en religie waarbij hij laat zien dat beide auteurs, de dichter en de filosoof, gelijkaardige politieke ideeën en standpunten voor ogen hadden: absolute soevereine macht kan niet meer aan de orde zijn (wordt tirannie), in plaats daarvan wordt een bestuur bepleit dat veel meer rekening met het volk houdt. Verder zijn beiden van mening dat religieuze leiders geen wereldlijke staatsmacht in handen mogen krijgen, want dat zou elke tolerantie van andere religieuze opvattingen aantasten en vrijheid inperken. Beiden vertolkten ze stemmen in een soort overkoepelend maatschappelijk debat.

[Hier ook nog eens de link naar het PDF]

                                                   * * *

Eerdere blogs over Vondel & Spinoza 

2 februari 2010: Joost van den Vondel (1587-1679) bestrijder van Spinoza?
3 februari 2010: Vondel is niet in verband met Spinoza te brengen
6 februari 2010: Vondel is wel degelijk in verband met Spinoza te brengen