Waarom ik denk dat het 'Graat-Spinoza'-schilderij een vervalsing is

Sinds mijn blog van 30 december, “2016 bracht én een nieuw Spinoza-schilderij én twijfel erover,” waarin ik schreef: “[Ik] meng mij niet meer in de discussie,” bleef de kwestie (authentiek 17e eeuw of vervalsing?) mij bezig houden en mijn nadere overwegingen doen mij besluiten om toch nog eens een knuppel in het hoenderhok te gooien.

In mijn “Open brief aan de eigenaar van het 'Graat-Spinoza'-portret” in het blog van 23 mei 2016, was ik de eerste die – juist door de grote gelijkenis met de bekende portretten (Wolfenbüttel en Opera] – in het openbaar uitsprak "dat serieus rekening met een vervalsing moet worden gehouden." Daarop is, behalve met weerleggingsreacties door Constant Vecht, jammer genoeg niet door anderen gereageerd.

In dit blog wil ik de nadruk leggen op één aspect dat – naast de hoogst opvallende gelijkenis – bij mij de overtuiging doet postvatten dat we hier zeer waarschijnlijk met een vervalsing te maken hebben, en dat is: de spiegelbeeldigheid van het zgn. ‘Graat-Spinoza’-portret.

De mogelijkheid van een verloren gegaan bij leven geschilderd Spinoza-portret

In zijn "Spinoza in beeld: het onbekende gezicht" [in: De steen vliegt/A stone in flight, Arti & Amicitiae, Amsterdam, 1997, pp 130-160] oppert Rudi Ekkart het volgende:

“Vergelijkt men het [Wolfenbüttel-]schilderij met de Opera-prent, dan valt op dat de geschilderde beeltenis, met zijn nogal glad afgewerkte gezicht en zijn gestileerde haren en wenkbrauwen, verder van een naar het leven vervaardigde beeltenis lijkt af te staan dan de prent. Dit doet veronderstellen dat de kopergravure niet naar het schilderij, maar het schilderij naar de gravure werd gemaakt of, hetgeen wellicht nog waarschijnlijker is, dat beide werken teruggaan op een niet meer aanwijsbaar origineel portret, dat tijdens het leven van Spinoza was vervaardigd.” [p. 140]

In het onderschrift bij het Wolfenbütteler-portret op blz. 142, schrijft hij:

“Het is echter zeer waarschijnlijk dat het schilderij een kopie is, hetzij naar de kopergravure van omstreeks 1680, hetzij naar een niet meer bekend portret, waarop ook de maker van de gravure zijn werk baseerde. “

Let wel, het betreft een veronderstelling over wat mogelijk of waarschijnlijk het geval was. Nergens oppert Ekkart daarbij dat het dan om een t.o.v. het Opera-portret spiegelbeeldig origineel zou moeten zijn.

De spiegelbeeldigheid

Er zijn gravures naar schilderijen gemaakt, waarbij de gravure een spiegelbeeld laat zien van het origineel. Daar zijn vele voorbeelden van, maar het is geen wet van Meden of Perzen, dat dit altijd het geval is. Zo werd in het begin van de 19e eeuw de kopergravure die Johann Heinrich Lips maakte voor het tweede deel van de Spinoza-Opera omnia-uitgave van Heinrich E. G. Paulus, waarvan we weten dat dit geschiedde aan de hand van wat nu als het Haagse Spinoza-portret bekend staat, geen spiegelbeeld daarvan. Zie maar

Maar de vervalser of diens opdrachtgever die goed op de hoogte was van Spinoza-literatuur en de door Ekkart geopperde mogelijkheid wilde gebruiken om met dat verloren origineel te komen, ging blijkbaar uit van de veronderstelling dat een gravure altijd tot een spiegelbeeld leidde. En dus moest met een spiegelbeeldig “origineel” op de proppen gekomen worden, dat tevens een jongere uitstraling had én een snorretje vertoonde: allemaal aspecten die de authenticiteit zouden moeten onderstrepen.

 

Maar hiermee verraadde(n) hij (zij) zich. Want, zoals ik meermalen heb laten zien (zie hierboven en ook de Youtubevideo): het zgn. ‘Graat-Spinoza’-schilderij lijkt uiterst sprekend op het Wolfenbütteler-portret. Maar waarom zou dat laatste, als we moeten aannemen dat het een kopie van het eerste zou zijn, in spiegelbeeld geschilderd zijn? In hun nieuwste versie van “Een tot nog toe onbekend portret van Benedictus de Spinoza,” gaan Anna Koldeweij MA en Constant Vecht hierop in het geheel niet in. Wel lezen we

“Dat de afgebeelde denker, ofschoon jonger, precies dezelfde zijwaartse blik heeft, als de wat oudere Spinoza op de kopergravure en op de Duitse kopie, mag een zeer opmerkelijk gegeven worden genoemd. Graats portret zou dan ook best als direct voorbeeld kunnen hebben gediend voor de ets en de kopie. Het feit dat de ets en de kopie qua kijkrichting en lichaamshouding volkomen spiegelbeeldig zijn ten opzichte van het portret van Graat, versterkt deze hypothese ten zeerste. De ets zou dan naar het portret van Graat zijn vervaardigd en het doek te Wolfenbuttel naar de ets of naar zowel de ets als het schilderij van Graat. Maar of dit nu waar is of niet, die opvallende blik was blijkbaar een gezichtskenmerk van Spinoza, waar geen enkele portrettist omheen kon.” [p. 4] En even verderop op dezelfde bladzijde:

“Het is ondenkbaar dat 18e of 19e eeuwse schilders die op basis van beide postume portretten een nieuw Spinoza-portret vervaardigden, een snorretje zouden hebben toegevoegd, of voor een exact gespiegelde kijkrichting zouden hebben gekozen.”

En in de conclusie:

“De filosoof op het schilderij met het monogram BGf is, zoals hierboven uiteengezet, op grond van biometrisch onderzoek hoogstwaarschijnlijk dezelfde persoon als de Spinoza van Wolfenbüttel en die op de gravure uit de Opera Posthuma. Extra opvallend is het feit dat de geportretteerde op alle drie de kunstwerken met een loensend oog is uitgebeeld en dat diens portret het spiegelbeeld vormt van het geëtste portret en dat te Wolfenbüttel. Hierdoor is het zeer wel mogelijk dat het ten grondslag heeft gelegen aan deze postume portretten. Een kopie, die naar de postume portretten zou zijn vervaardigd, zou immers eenzelfde hoofd/lichaamshouding en kijkrichting moeten hebben gehad.”[p. 12]

Maar op wat de mogelijke reden zou zijn dat het Wolfenbütteler in spiegelbeeld zou zijn geschilderd, gaan ze niet in. Blijkbaar zien ze niet in dat juist de spiegelbeeldigheid ertegen pleit dat het Wolfenbütteler-portret naar het ‘Graat-Spinoza’-portret zou zijn geschilderd. En zo wordt – juist door de buitengewoon grote gelijkenis van deze beide portretten (Wolfenbüttel en ‘Graat’) – de spiegelbeeldigheid de kuil waarin gevallen werd en de onthulling van het valse!

_________________________

Toevoeging. Dit schilderij is intussen diep in Rusland doorgedrongen.

In een reactie noem ik al een Russische url waarin van deze afbeelding gebruik gemaakt wordt. Hier een dia uit een presentatie van een Russische student [cf.

Er zou vlgs google.translate staan:

Benedict Spinoza en zijn filosofie
student presentatie voorbereid OD-206 Alexander Plotnikov Van Yekaterinburg, 2016
Rijksbegroting onderwijsinstelling van HBO «Ural State Medical University" van de Russische Federatie ministerie van Volksgezondheid 

Toevoeging 21 febr. 2017. En wat blijkt... deze afbeelding is op de Russische Wikipedia over Spinoza geplaatst als dé afbeelding. Het gaat op deze manier helemaal mis; zo ontstaan alternatieve feiten...

Reacties

Het blijft opvallend stil geen enkele reactie op dit blog, ook niet van de heer Vecht, die anders altijd met uitgebreide reacties kwam. Misschien is er geen speld tussen te krijgen?

Hierbij laat ik even weten dat ik, nadat ik dit blog had geplaatst, via t reactieformulier op de website (en daarna ook via de email) het volgende bericht naar de AVROTROS stuurde:
De aanleiding waarom ik u mail is uw intrigerende programma Jasper Krabbé op zoek naar het geheim van de meester, waarvan ik er een aantal heb gezien. Het doel van mijn mail is: ik hoop dat u, met een vergelijkbaar team deskundigen als in die serie, een programma zou willen maken over de kwestie of een schilderij dat Constant Vecht in 2013 op een veiling verwierf (en waarop hij dit jaar op de TEFAF stond), een authentiek 17e eeuws schilderij is dat onze grote filosoof Spinoza voorstelt (al dan niet geschilderd door Barend Graat) of dat het een recente vervalsing is.

Ik heb mij laten vertellen dat de BBC vorig jaar een serie uitzendingen had waarin de juistheid van de toeschrijving van een onbekend kunstwerk aan een bepaalde (beroemde) kunstenaar werd nageplozen door een team deskundigen. Iets dergelijks lijkt mij van nut in dit geval, want het gaat wél om Spinoza. Als het inderdaad zou gaan om een schilderij dat tijdens diens leven is geschilderd en waarvoor hij mogelijk heeft geposeerd, dan is dat uiteraard groot nieuws!
Maar er lijkt met dat schilderij iets aan de hand te zijn, zonder dat duidelijk wordt wat dan precies [zie b.v. het artikel in NRC-Handelsblad van Arjen Ribbens van 16 april 2016 Is-ie het of is-ie het niet? https://www.nrc.nl/nieuws/2016/04/16/is-ie-het-of-is-ie-het-niet-1609191-a1183832
Ik hoop dat u iets ziet in het maken van een programma met deskundigen dat de zoektocht ontwerpt, uitvoert en in programma's vastlegt naar de vraag: is het authentiek of niet? Ik hoop ook zeer (en verwacht eigenlijk niets anders dan) dat de eigenaar, de heer Constant Vecht (onder zijn adres), eraan mee wil werken, door het schilderij vrij te geven voor gedegen authenticiteitsonderzoek; bij voorkeur door het onafhankelijke Netherlands Institute for Conservation, Art and Science [www.nicas-research.nl/].

Ik heb op mijn Spinoza-blog vele malen over dit schilderij geschreven. U komt er via de links naar eerdere blogs in dit laatste blog, waarin ik betoog dat het om een vervalsing gaat:
http://spinoza.blogse.nl/log/waarom-ik-denk-dat-het-graat-spinoza-schilderij-een-vervalsing-is.html
Volgde adres van Kunstzalen A.Vecht,

Heer Verdult,
Waarom zou een kopieïst voor een andere kijkrichting kiezen dan de twee postume portretten? U gaat uit van een meestervervalser die vanwege de kijkrichting van de kopergravure gedacht moet hebben: ik schilder Spinoza spiegelbeeldig omdat bijna iedereen ervan uit gaat dat een gravure vanwege de techniek vrijwel altijd het spiegelbeeld vormt van een nagetekend schilderij.Laat ik uw redenering volgen en uitgaan van de hypothese dat er een meestervervalser aan het werk was. Zou deze meestervervalser dan ook van het snorretje hebben geweten dat pas in de jaren vijftig bekend werd? Het zou kunnen. Zou hij alle stilistische kenmerken van het oeuvre van de schilder Graat in zich hebben opgenomen? Het is in theorie niet uit te sluiten. Zou hij de mouw van dat andere Graat-portret uit 1666 zo grondig hebben kunnen bestuderen dat hij dezelfde mouw afbeeldde op zijn Spinoza-portret en er het jaartal 1666 aan toevoegde? Tja.... Uw stelling kan volkomen worden weerlegd door de volgende onderzoeksresultaten met elkaar te combineren: 1.Het weefsel van het linnen is eeuwenoud (prof. Johnson). De wijze waarop de verflagen op elkaar inwerkten, wijst op een zeer oud schilderij (directeur Hoppenbrouwers van de SRAL). 3. De snor werd pas weer bekend in de jaren vijftig.
Waarom doen mensen zoveel moeite om aan de hand van 1 aspect van de zaak (de spiegelbeeldigheid) aan te tonen dat we met een vervalsing te maken hebben. Die spiegelbeeldigheid is juist een sterk punt in onze bewijsvoering dat de overgrote meerderheid van gravures naar schilderijen spiegelbeeldig zijn. En van een schilderij naar een ander schilderij dat het spiegelbeeld vormt van het nageschilderde voorbeeld heb ik nog nooit gehoord. Maar afgezien hiervan, moet uw hypothese an de hand van de 2 bovengenoemde onderzoeksfeiten toch echt helemaal naar het rijk der fabelen worden verwezen.... En wat het Nicas betreft, dit instituut kan alleen worden ingeschakeld als het Rijksmuseum zo'n onderzoek relevant vindt. Gregor Weber (hoofdconservator beeldende kunst) vindt het raat-Spinoza onderzoek niet relevant. En - laatste nieuws - de RKD is niet bereid het onderzoek te heropenen. Alleen als mijn verzoek om heropening zou worden ondersteund door kunsthistorici van enige naam zou men het misschien willen overwegen. Daar wordt nu van mijn kant aan gewerkt. Druk vanuit de wereld van de Spinoza-kenners zou hierbij kunnen helpen.

O ja, nog 1 ding: het Wolfenbütteler portret is geschilderd naar de kopergravure, zoals ook Ekkart vermoedt. Op beide portretten is de kledij van Spinoza hetzelfde en het eerstgenoemde portret doet enigszins geïdealiseerd aan. Niettemin kan de kopiist ook naar het Graat-portret hebben gekeken. Ekkart meent inderdaad dat het verloren gegane portret mogelijkerwijze niet alleen aan de gravure maar ook aan 'Wolfenbüttel' ten grondslag heeft gelegen. Dit zo zijnde, ligt het echter eerder voor de hand dat de kopiîst uitging van de kijkrichting van de gravure dan van het 'oerportret'. Hij koos in elk geval voor eenzelfde gestrenge compositie als op de gravure, mede gelet op de aard van de andere ovalen filosofenportretten in de bibliotheek.

Heer Vecht,
Wat u schrijft ["En van een schilderij naar een ander schilderij dat het spiegelbeeld vormt van het nageschilderde voorbeeld heb ik nog nooit gehoord"] was nu juist een van de punten van mijn verhaal. Ik acht het dan ook ongeloofwaardig dat het Wolfenbütteler Spinoza-portret geschilderd zou zijn naar het zgn. 'Graat-Spinoza'-portret en wel in spiegelbeeld! De argumenten die u later noemt (eenzelfde gestrenge compositie als op de gravure, mede gelet op de aard van de andere ovalen filosofenportretten in de bibliotheek) acht ik weinig overtuigend. Die andere portretten zijn die van Niccolò Machiavelli, Thomas Hobbes en Pierre Bayle. Als we weten dat 't Spinoza-schilderij pal naast dat van Thomas Hobbes hangt, zou een andere kijkrichting juist wel uitgekomen zijn.

Mijn antwoord op uw weerleggingen:
"1.Het weefsel van het linnen is eeuwenoud (prof. Johnson)." De vervalser heeft dus kennelijk op (doek van) een oud schilderij gewerkt.
"[2.] De wijze waarop de verflagen op elkaar inwerkten, wijst op een zeer oud schilderij (directeur Hoppenbrouwers van de SRAL)." Dat zou ik graag in verder onderzoek bevestigd willen zien, n.l. dat het authentiek 17e eeuws is.
"3. De snor werd pas weer bekend in de jaren vijftig." Ja, de vervalsing is dus van na de jaren '50; ik denk zelfs van na '99: het verschijnen van Steven Nadler's "Spinoza. A Life", waarin over dat snorretje te lezen is.

Zie voor die Gemälde der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel de website

http://www.hab.de/de/home/bibliothek/bestaende/sondersammlungen/gemaelde-buesten-moebel/gemaelde/bestandsliste.html

Heer Verdult,
Het doek werd in 1982 gekocht van een Franse antiquair. Hoe die eraan kwam, viel niet te achterhalen. De heer Hoppenbrouwers is zeer ervaren, hij bekeek de verflagen en het door de bovenlagen heenbrengen van de rode grondering (typisch des Graats) onder een zeer sterke microscoop. De handtekening van Graat kan alleen worde nagebootst aan de hand van detailopnames van meerdere van zijn werken. Alleen Mw Van der Hut maakte zulke opnames in het RKD-archief, de enige plek waar foto's van doeken van Graat bijeen zijn gebracht. De volgorde van de filosofenportretten in de bibliotheek is niet meer te achterhalen. Alle portretten zijn geschilderd naar gravures, als ik het wel heb. Alleen Macchiavelli vertoont dezelfde kleuren als op een geschilderd portret van hem. Het is veel logischer dat de gravure naar het Graat-portret werd gemaakt, dan dat een moderne Graat-falsificatie naar 'Wolfenbüttel'' werd geschilderd. Waarom? 1.bijna alle gravures zijn spiegelbeeldig ten opzichte van hun geschilderde of getekende voorbeeld. 2. Het in spiegelbeeld naschilderen van een portret is een huzarenstuk 3. Het toegevoegde snorretje 4. Het stokoude onbeschilderde linnen 5. De werking van de stokoude verflagen 5. Het oogkasvet dat alleen geschilderd is op de gravure en op het Graat-portret 6. Een kleine huidplooi naast de mondhoek die alleen zichtbaar is op de gravure en het Graat-portret. De laatste 2 punten onderstrepen het geïdealiseerde karakter van 'Wolfenbüttel', waaruit Ekkart afleidt dat dit bibliotheek-portret naar het postume gravure-portret werd vervaardigd met een 'oerportret' als rechtstreeks voorbeeld voor deze gravure (en heel misschien ook als rechtstreeks voorbeeld voor 'Wolfenbüttel').

Tot slot: u acht het ongeloofwaardig dat Wokfenbüttel naar Graat is geschilderd wegens de spiegelbeeldihheid. Ik achy het ongeloofwaardig dat het Graat-portret naar Wolfenbüttel is vervaardigd Wehrmacht de spiegelbeeldigheid. Alles valt echter op zijn plaats als Graat voorafgaat aan de gravure en de gravure voorafgaat aan Wolfenbüttel. Voeg daar de snor, het oude linnen en de oude verf aan toe, en de conclusie is onontkoombaar dat mijn idee over de volgorde onontkoombaar is. Dit nog afgezien van de mogelijkheid dat die opvallende spiegelbeeldigheid toeval kan zijn en dat het Graat-portret een op zichzelf staand Spinozaportret uit 1666 is, dat zo verschrikkelijk lijkt op de gravure en Wolfenbüttel omdat Spinoza er nu eenmaal zo uitzag.

Uw laatste woorden dat de besproken portretten volstrekt op zichzelf zouden kunnen zijn ontstaan waarbij de spiegelbeeldigheid op toeval kan berusten "omdat Spinoza er nu eenmaal zo uitzag", zouden sterk en overtuigend over kunnen komen, ware het niet dat de gelijkenis als je beide afbeeldingen over elkaar legt veel verder blijkt te gaan dan "te lijken op Spinoza." Zoals ik in de Youtubevideo aangeef: "Een dergelijke mate van gelijkenis is haast ondenkbaar als beide portretten onafhankelijk van elkaar geschilderd zouden zijn: het identieke drie-kwart profiel, de exact samenvallende contouren van wenkbrauwen, neus, mond, kin, kaken en wangen en tot slot ook de bijna identieke lichtinval laten daarover zo goed als geen twijfel bestaan." Nee, duidelijk is dat de een geschilderd is naar de ander, maar in spiegelbeeld.
Dat de maker van´t Wolfenbütteler portret het Graat-portret zou spiegelen, voor zo´n huzarenstuk dat het in spiegelbeeld naschilderen van een portret zoals u terecht zegt is, daarvoor is geen verklaring te geven, want waarom zou hijdat in 's hemelsnaam doen. De aandachtspunten die u daarvoor aandroeg zijn onvoldoende voor een verklaring.

Het feit "bijna alle gravures zijn spiegelbeeldig ten opzichte van hun geschilderde of getekende voorbeeld", zoals u @ 23:03 schreef, gaf ik juist aan als overweging van de vervalser om het Graat-portret naar 't Wolfenbütteler portret te spiegelen. Er echter niet aan denkend dat dan de vraag zou opkomen waarom de maker van 't Wolfenbütteler portret 't Graat-portret zou gaan spiegelen.

Ekkart schreef dat "wellicht nog waarschijnlijker is, dat beide werken [Opera en Wolfenbüttel] teruggaan op een niet meer aanwijsbaar origineel portret, dat tijdens het leven van Spinoza was vervaardigd." Het ging slechts om een waarschijnlijkheid die ook anders geweest zou kunnen zijn. Uw voorstel om deze historische volgorde aan te nemen: eerst 't Graat-Spinoza-portret, daarop gebaseerd 't Opera-portret en op dat laatste gebaseerd 't Wolfenbütteler portret... is niet houdbaar vanwege de al hiervoor benoemde hoogstopvallend gelijkende 'gelijkenis' van de eerste met de laatste. Die beide zijn niet meer van elkaar los te koppelen.

U houdt hardnekkig vast aan een meestervervalser die na de jaren 50 het Graat-portret bewust spiegelbeeldig vervaardigde om ons te laten denken dat het aan de kopergravure voorafging. Bovendien toverde de meestervervalser een onbeschilderde linnen doek uit de hoed en gaf hij Spinoza een snor. Daarenboven verdiepte hij zich op briljante wijze in de stijl van Graat. En om de oudheid te onderstrepen plakte hij ook nog een steundoek achterop het sleets geworden oude linnen. Waarom hij dit deed, is onduidelijk. Het zal hem weinig geldelijk gewin hebben gebracht, daar niemand in Frankrijk in de geportretteerde Spinoza herkende. Deze hele hypothese is niet alleen van een grote onwaarschijnlijkheid, maar zij kan ook onderuit worden gehaald. En wel door het op elkaar inwerken van de verflagen in ogenschouw te nemen. De werking van de verf bevestigt onze gedachte dat het om een zeer oud doek gaat en dat er geen reden is om aan het jaartal 1666 te twijfelen, mede gelet op de stijl- en compositorische verwantschap met een ander portret van Graat uit dat jaar. Ekkarts veronderstelling dat de kopergravure voorafging aan Wolfenbüttel (dezelfde kijkrichting, dezelfde kleding, geen snor, het geïdealiseerde karakter van het bibliotheek-portret) lijkt mij juist. Ekkarts suggestie dat het nog waarschijnlijker is dat zowel de kopergravure als Wolfenbüttel teruggaan op een verloren gegaan portret, lijkt mij ook juist. En wel omdat volgens zijn redenering ook het portret te Wolffenbüttel postuum is en er derhalve aan b e i d e werken een verloren gegaan portret ten grondslag moet hebben gelegen.
Wij lieten een forensische vergelijking maken van alle drie de afbeeldingen, en de conclusies was dat in alle drie de gevallen om dezelfde persoon ging. Op het oog lijkt Wolfenbüttel wat meer op Graat dan dat de kopergravure op Graat lijkt. Dat kan echter te maken hebben met het technische verschil tussen een gravure en een olieverfschilderij. Bij een gravure worden met een burijn lijntjes gekrast in een koperen plaat, een penseelstreek is altijd gladder. Bovendien ontbreekt het oogkasvet te Wolfenbüttel. Toch kan het zeker zo zijn dat de kopiïst van Wolfenbüttel naar Graats portret gekeken heeft. Daarom stonden wij in ons artikel zo lang stil bij de mogelijkheid dat Graats portret via Van den Enden en/of Kerckring bij Leibniz terecht was gekomen. Daarom doken we in de archieven om in de boedelbeschrijvingen van Spinoza's vrienden naar het Graat-portret te speuren. In geval van een rechtstreekse link zonder tussenkomst van de gravure tussen Graats portret en dat te Wolfenbüttel zou u er gelijk in hebben dat de spiegelbeeldigheid van beide werken bepaald merkwaardig is. Maar als Wolfenbuttel gebaseerd is op de gravure en als de maker van Wolfenbuttel daarnaast ook goed naar het doek van Graat heeft gekeken, dan is de spiegelbeeldigheid tussen Graat en Wolfenbuttel helemaal niet vreemd, en zeker geen reden om aan een Graat-vervalsing te denken. En nogmaals: het Graat-doek en de Graat-verf zijn van eeuwen geleden!!!! Overigens wordt het meedenken van uw kant door ons zeer gewaardeerd.

Alles wat ik te zeggen had, heb ik gezegd. Ik heb dus niets toe te voegen, zeker niet als u, heer Vecht, niet ingaat op b.v. de m.i. verder dan 'gelijkenis' gaande bijna-gespiegelde-gelijkheid van de besproken portretten. Ik laat het hier bij. Opmerkelijk dat er verder niemand een duit in 't zakje doet.

Ik be op de ongelooflijk grote gelijkenis ingegaan door te opperen dat de maker van Wolfenbüttel het Graat-doek wellicht als voorbeeld heeft gebruik naast de ets. Ik wil u trouwens op de gelijkenis van het dikke, in golfjes naar beneden hangende haar op de ets en in Wolfenbüttel en het ietwat dunnere, lossere haar bij Graat. Naast de argumenten inzake verf, doek, snor, oogkasvet en de gespiegelde weergave, is dit ook een argument om mijn volgorde als de juste te zien en het gedachte-spoor te verlaten dat Graat naar Wolfenbüttel is vervaardigd.

Prof Manuth bepleit een artikel over het portret geschreven door Anna Koldeweij en bijv Norbert Middelkoop in een kunsthistorisch tijdschrift. Laatste nieuws: Hij zal de zaak niet aankaarten bij de RKD uit vrees voor 'belangenverstrengeling'. Hij is nl lid vd raad van toezicht van dit instituut. Wetenschap heeft meer met diplomatie te maken dan men doorgaans vermoedt;) Mw Craft vh RKD vroeger we nog aan te dringen bij Graat-expert Van der Hut op een reactie op ons artikel. Weinig fiducie of die er komt, but you never know. Een verklaring voor de toga werd mij zaterdag aangereikt door een Italiaanse Spinozakenner. Spinoza hechtte zo wij weten belang aan de toga die hij drown torn hij werd neergestoken. Hij zou het kledingstuk altijd hebben new aard.

Als ik een gok zou moeten doen..... Als het schilderij uit 1666 is, zou het gemaakt kunnen zijn voor een van de nieuwe bewoners van de Gouden Bocht (kapitale huizen aan de Herengracht), die omstreeks die tijd gereed was. Ik heb begrepen dat Graat ook Katholieke interieurs beschilderde; onder de huiseigenaren waren ook Katholieken en Joden. Dus dat zou kunnen. Je ziet dat deze rijken hun woningen vaak lieten decoreren in de stijl van het kunst-gezelschap NIL ('Niets is moeilijk voor hen die willen'), zoals door Gerard de Lairesse; deze schilders maakten Rembrandt belachelijk en hadden een classicistische stijl, die wij nu niet erg mooi meer vinden, althans ik. Lodewijk Meijer was voorman van NIL, maar van de toneeltak. Ik denk niet dat Spinoza er voor heeft geposeerd en zich zo zou hebben willen laten vereeuwigen; in die tijd woonde hij al lang niet meer in Amsterdam.

Geef me uw email adres en we sturen u ons zeer gedegen onderzoek. Het heeft geen zin te speculeren zonder kennisname van het resultaat van 3 jaar studie te kennen.

Zie hoe de afbeelding al op een Russische site is doorgedrongen. Men gaat het zgn. 'Graat-Spinoza'-schilderij eenvoudig als feit accepteren. Zo gaan die dingen....

http://www.biblgorlov.ru/novosti/181-chitaem-spinozu

Mw. Brandes op bezoek gehad. Zij wees mij nog op het feit dat de drukker van Spinoza's boek over de leer van Descartes pennen verkocht aan de Amsterdamse Schouwburg, waar Graat rondliep. Weer een mogelijke connectie erbij. Mw. Brandes stelde bovendien zeer terecht dat een eventuele latere maker van het portret, die Graats monogram zou hebben gekopïeerd, al deze verbindingen niet kon kennen. Waarom in hemelsnaam Graat uitgekozen als zogenaamde maker. Er zijn trouwens geen vervalsers van Graat bekend, Plus, zoals al eerder betoogd, het snorretje was eeuwenlang niet meer bekend, en de verf en het linnen zijn zeer oud... Ik blijf dus bij mijn stellige overtuiging dat Mw. Van der Hut ernaast zit als ze het doek niet als een werk van Graat beschouwt en dat Ekkart ernaast zit als hij betwijfelt of het Spinoza wel is. Die mening gaf hij alvorens wij twee forensische onderzoeksbureau's in de arm namen. Op het resultaat van deze forensische onderzoeken heeft hij nooit willen reageren. En evenmin op alle overige teksten onzerzijds betreffende het schilderij. En dat terwijl je er toch vanuit zou mogen gaan dat de man geïnteresseerd zou zijn in een Spinoza-portret, gelet op het boekje dat hij over dit onderwerp schreef. Afschuwelijk gewoon.

Stan bedankt dat je Constants Vecht mailadres toestuurde. Als je alles op een rijtje zet is er voor mij geen twijfel over dat het Spinoza betreft. Het is geschilderd vanuit de classicistische kring rond Spinoza in 1666 van NIL, waar Meijer, De la Court, Bouwmeester vaak samen en schilders als De Lairesse kwamen in café Stil Malta (Singel 167). Van den Enden waarschijnlijk op Singel 267. Vlakbij de Nieuwe Zijds Kolk en de Van Hasseltsteeg, waar Tymon Haackhout en Riewertsz zaten. Mogelijk was toen al de bedoeling het schilderij te gebruiken voor een gravure maar Spinoza's TPT zal in ieder geval anoniem worden uitgegeven en dan is een portret niet handig. Een gravure van een schilderij, dit kan de omkering verklaren. De verandering in stijl, niet meer zo classicistisch, verklaar ik eruit dat Spinoza na 1666 duidelijk wat meer op afstand is komen te staan van Meijer en diens kring en dichterbij de collegianten. Ik heb nog gevraagd wat meer biografische gegevens op te zoeken, maar ik denk niet dat dit een heel ander beeld zal opleveren.

Margreet, als je mijn blogs over dit schilderij (uitmondend in dit blog) een beetje gevolgd hebt, zul je weten dat "of het Spinoza voorstelt" voor mij de vraag niet is. Integendeel juist. Daar heb ik al diverse bewijzen voor aangedragen. Zoals ik in de blog schrijf is juist de opvallende 'gelijkheid' (verdergaand dan 'gelijkenis') hetgeen mij op de hypothese van mogelijke vervalsing bracht. Voor mij is de vraag of het wel authentiek 17e eeuws is. Laat dát bewezen worden. Jij gaat daar kennelijk gewoon van uit. Toch dank voor het aandragen van gegevens waarmee Constant Vecht misschien zijn voordeel kan doen. hoewel alles een sterk hypothetisch karakter draagt. Nog één opmerking: waaruit blijkt dat Spinoza "na 1666 duidelijk wat meer op afstand is komen te staan van Meijer en diens kring en dichterbij de collegianten." Ik betwijfel dat: zie Meijers grote betrokkenheid bij de uitgave van de OP.

Het doek is 17e eeuws; de verflagen zijn stokoud; er is een zeer grote overeenkomst tussen dit doek van Graat en een ander doek van diens hand uit 1666; Graat en Spinoza kunnen zeer wel via de toneelwereld, waar Graat als schilder actief was, een aantal contacten gemeen hebben (Meijer, Bouwmeester, De La Court, De Vallan, Van den Enden (zie mijn uitgebreide netwerkanalyse); Spinoza draagt een in 66 nog niet afgeschoren snorretje; en hij kijkt precies de andere kant uit dan op de kopergravure en het schilderij te Wolfenbüttel. Daarmee is de kans op een vervalsing totaal uitgesloten en is het aannemelijk dat het portret door Graat als voorbeeld diende voor de gravure en het doek te Wolfenbüttel. Hier is m.i. geen speld tussen te krijgen. Het RKD en Graat-kenner Mw. Van der Hut weigeren echter om op mijn artikel terzake te reageren. Hierdoor gaan mensen helaas twijfelen. Bedenk evenwel dat de RKD-ers Ekkart en Craft twijfels hadden a l v o r e n s zij werden geconfronteerd met de forensische onderzoeken. En dat zij zich niet verwaardigden om op deze onderzoeken te reageren. En bedenk ook dat Mw. Van der Hut aanvankelijk niet twijfelde aan Graat. Waarom zij het doek niet opnam in haar oeuvrecatalogus ( al was het maar als een verworpen werk) mag Joost weten. Zij zwijgt immers in alle talen, maar voedde intussen wel het RKD met flinterdunne kanttekeningen, die ik alle impliciet besprak en pareerde in mijn onderzoeksrapport. Mijn argumenten waarom het wel een doek van Graat is, zijn ijzersterk: rode grondering, stoffering, signatuur, allegorie, italianiserende stijl, en de vergelijking met het andere portret uit 66 (handen, mouw, houding, stenen tafel, zuil, standbeeld). Kortom, we hebben hier volgens mij van doen met een onwaarschijnlijk grote misser van de betreffende kunsthistorici. Desinteresse, angst om de handen te branden, tijdgebrek, de kunsthistorische pikorde - de verklaring moet daar ergens worden gezocht. Als iemand mij ervan kan overtuigen dat ik er naast, dan zal ik de eerste zijn om dat toe te geven. Het doodzwijgen van de zaak, terwijl het hier om SPINOZA gaat, is een grotere horreur dan dat ik de plank zou hebben misgeslagen.........

"een vervalsing totaal uitgesloten"? Laat dat een onafhankelijke instantie uitzoeken. Hopelijk duikt AVROTROS erop [cf. reactie 19-01-2017 @ 10:40], heb nog niets vernomen.

Ik zie in de aanvullende gegevens een bevestiging van wat ik dacht. 1. Graat is opgegroeid in Quaker milieu (vader is begraven op Karthuizer kerkhof) en woonde in de Tuinstraat, vlak bij Cunradus; 2.hij laat zijn dochter dopen in dezelfde huiskerk De Lely als Vd Enden een dochter laat dopen; 3. de schoonzoon van Graat is plaatsnijder, ofwel graveur. Stan, het is toch erg onwaarschijnlijk dat iemand in later eeuwen op het idee komt om het signatuur van deze onbekend gebleven man te gebruiken?

Ik juich het overigens zeer toe als je stimuleert dat (ook in het algemeen) meer historisch onderzoek naar Spinoza wordt gedaan in Amsterdam!!

Dat Meijer meer op afstand is komen te staan, hiervoor heb ik veel aanwijzingen. Enkele: Spinoza levert kritiek op Descartes, terwijl Meijer meer cartesiaan blijft; waar bij Spinoza de 'vrije wil niet bestaat', is voor Meijers club 'niets moeilijk voor hen die willen'. Meijer is Racine georienteerd (eer boven liefde), waar Spinoza weinig opheeft met eer. Spinoza heeft contacten (afgezien van met Constantijn Huygens, die Descartes wel heeft geholpen, maar atheïsme ervan vreest; voor hem zijn bijbel en boek van de natuur evenwaardig) met de Hartlibgroep (Serrarius, Adam Boreel, Oldenburg, Comenius; Behalve Oldenburg wonen ze in Amsterdam). Deze zijn zacht gezegd niet blij met de Interpres, maar weten misschien niet van wie precies dit komt; Spinoza besteedt in de TPT verschillende hoofdstukken eraan dat je de bijbel niet moet gaan verbeteren, hij richt zich dan op Maimonides, maar dit geldt net zo goed voor Meijer, zoals Akkerman het ook toelichtte. Volgens mij kwam Thijsse-Schouten ook tot zo' conclusie. Dan nog het voortvarende vertaalwerk in het Nederlands, waar Spinoza een stokje voor moet steken via Jelles. De reden dat Meijer bij de uitgave betrokken blijft, is naar mijn mening dat hij een vooraanstaand redacteur was, goed in taal (halfbroer Kók; contacten met Vossius), de materie goed begreep en natuurlijk omdat ze ook wel veel hadden gedeeld, ook met Van den Enden, o.a. op toneelgebied.

Mooi, Margreet, al die interessante gegevens die je aandraagt.
Maar zó onbekend bleef Graat nu ook weer niet.
Het gebruik van diens signatuur kan dan juist een sterke truc zijn om herkomst uit de 17e eeuw te suggereren.

Wat het verschil Spinoza-Meijer betreft dat je construeert:
ook Spinoza kent 'willen' (een vorm van streven, cf. 2/9s); alleen wil hij af van het idee van 'vrije wil' - het 'onveroorzaakt willen': ook willen heeft een oorzaak of oorzaken.

De vervalser van Verdult voegt een snor toe, schildert Spinoza spiegelbeeldig, vervalst Graats handtekening (maar voegt merkwaardig genoeg een cirkel toe, kiest voor Graat omdat hij blijkbaar meer weet van hun relatie dan wie ook, neemt elementen over uit een ander portret van Graat uit 1666, vond een eeuwenoud doek, gebruikte hele oude verf, koos voor een rode grondering zoals Graat vaker deed etc etc. Hij was zelfs zo geraffineerd dat hij het oogkasvet dat de kopergravure siert maar het geïdealiseerde portret niet, ook nog verwerkte op het portret. Echt, beste meneer Verdult, dit is onmogelijk. Laat u niet van de wijs brengen door het zwijgen van het RKD of Mw Van der Hut. Hun gedrag is de wetenschap onwaardig. Wie zou hier nou niet induiken als uomo universele, de draagwijdte van de vondst juist inschattend. Ze willen hun eerdere oppervlakkige oordeel niet herzien, uit desinteresse, om prof Ekkart niet voor het hoofd te stoten, uit koudwatervrees of wat ook. Geen enkel commentaar mocht ik uit die hoek ontvangen, geen enkele inhoudelijke tegenwerping. Ik noem het een afgang voor de museumwereld en het RKD, die de publieke zaak behoren te dienen.

Update: Op de TEFAF mag het Spinoza-portret niet hangen. De keuringscommissie Oude Meesters is niet van zins haar standpunt te herzien. Zij weigert inhoudelijk te reageren op mijn onderzoeksrapport. Het opperhoofd van alle keuringscommissies, conformeert zich aan die opstelling. Dat is de trieste uitkomst van mijn poging de dames en heren tot een zelfstandig oordeel op te wekken, nadat eerder het RKD en Mw. Van der Hut het lieten afweten. Geen enkele kunsthistoricus is dus bereid mijn onderzoeksrapport kritisch te beoordelen. Het is droevig gesteld met dit land.

Dan lijkt het me het beste om het wat dit blog betreft 't hierbij te laten en de reactiemogelijkheid te sluiten. Het wachten is op een soort doorbraak uit een geheel andere hoek, misschien AvroTros, maar van die kant heb ik nog niets vernomen. Ik heb er dus een zwaar hoofd in dat het van zo'n of een andere doorbraak nog eens komt.