Waarom Spinoza ons in de postmoderniteit zo bevalt

Gisteren herplaatste The Huffington Post een artikel van Adaam J. Levin Areddy (writer, Journalist, videographer and musician) dat eerder, op 4 augustus 2013, in The Times of Israel had gestaan:

                                          "Free by Dissonance"

De schrijver ziet, als zo velen, een zekere dissonantie in Spinoza: enerzijds z’n determinisme, anderzijds zijn pleidooi voor (politieke en filosofische) vrijheid. Deze twee op het eerste gezicht zo tegenstrijdige ideeën, moeten niet ‘opgelost’ worden, zoals de sociaal psycholoog Leon Festinger, uitvinder van de theorie van de ‘cognitieve dissonantie’ voorstond, maar juist vastgehouden worden. De auteur ziet dat als onze levensmogelijkheid: het onbegrijpelijke, ja absurde van het leven accepteren, ja zelf omarmen. Terwijl we ons bewust zijn van de vluchtigheid van alles, in dat inzicht precies geluk te vinden. Het is de manier waarop in de postmoderniteit juist Spinoza zo gewaardeerd kan worden.

Hoe anders klinkt Lieven de Cauter in zijn Metamoderniteit voor beginners. Filosofische memo’s voor het nieuwe millennium [Vantilt, 2015].

We zouden leven in een moderniteit voorbij de moderniteit. Maar liever dan van postmoderniteit spreekt De Cauter over ‘metamoderniteit’. De Cauter sombert er in dit boek nog eens flink op z’n Hobbesiaans op los over de natuurtoestand die ons voortdurend bedreigt. Hij vreest de burgeroorlog op wereldschaal -als mogelijke “planetaire conditie”. Erg veel van Spinoza moet hij niet hebben: je neerleggen bij de melancholie over de naderende ondergang lijkt eerder zijn stemming te zijn.