Walter Benjamin (1892-1940) zijn Theologisch-politisches Fragment...

... hád dat wel iets van doen met Spinoza's Tractatus theologico-politicus?

Er is iets merkwaardigs aan de hand met deze korte tekst van Walter Benjamin die getiteld is Theologisch-politisches Fragment.Dat doet uiteraard denken aan Spinoza's Tractatus Theologico-Politicus, maar is die referentie terecht? Het stukje tekst is gaan behoren tot de cult van een deel der hedendaagse filosofie. Als je op Youtube de ontstellend saaie 'voordracht' beluistert van Judith Butler, "One time traverses another, Benjamin's Theologico-Political Fragment", kun je je niet voorstellen dat er ook maar iemand ook maar iets van zal hebben opgestoken, maar zo gaat dat met camp van haast mythische proporties.

Idit Dobbs-Weinstein, Associate Professor of Philosophy  aan de Vanderbilt University, is ooit vanwege deze tekst de TTP helemaal opnieuw gaan lezen: Idit Dobbs-Weinstein, "Rereading the Tractatus theologico-politicus In Light of Benjamin's 'Theologico-Political Fragment'" [In: P.J. Bagley, Piety, Peace and the Freedom to Philosophize. Springer, 1999 - Cf.]

VoorkantHet is dan wel opmerkelijk in het dit jaar uitgekomen boek van Eric Jacobson, Metaphysics of the profane. The political theology of W. Benjamin and G. Scholem [Columbia University Press, 2013 - books.google en PDF] te lezen dat het Adorno was die bij het uitgeven van het werk van Benjamin die titel eraan gaf. Uit het Fragment zelf en uit dit boek is duidelijk dat Benjamin vooral in gesprek ging met Ernst Bloch en diens boek »Geist der Utopie« van 1918 en met Gershom Scholem. Adorno meende dat de tekst in 1937 was geschreven. Volgens Scholem moet hij geschreven zijn in 1920 of 1921 en proefde Adorno er ten onrechte een mystiek-anarchistische allusie op het Marxisme in.

Walter Benjamin had Ernst Bloch (1885-1977) in 1917 in Zwitserse ballingschap leren kennen, een jaar voor diens Geist der Utopie verscheen [archive]. Het was het begin van een jarenlange ook spanningrijke vriendschap. Beiden probeerden politiek, filosofie en jodendom met elkaar te verbinden. Maar beiden bewandelden ze volstrekt andere wegen. Bloch vervolgde zijn weg van 'politischen Messianismus' als projekt van een 'revolutionären Gnosis, Benjamin 'poogde eschatologie en aards geluk met elkaar te verzoenen.  

Uit het Fragment (zie hieronder de Duitse tekst):
"Niets historisch [kan] uit zichzelf naar het messiaanse verwijzen. Daarom is het rijk Gods niet het telos van de historische dynamis; het kan niet als doel worden gesteld’." Met andere woorden, aldus Thijs Lijster: het politieke kan het theologische begrip van verlossing niet als doel stellen. De profane orde moet zich volgens hem daarentegen richten op de idee van het geluk. Even verderop schrijft hij echter: "Het profane is dus weliswaar geen categorie van het rijk, maar een categorie, en wel een van de meest passende, van zijn stilste naderen’." Benjamin is er kortom van overtuigd dat historische, politieke verandering kan bijdragen tot het vervullen van de messiaanse belofte, zelfs als het rijk Gods niet als doel gesteld kan worden. *)

Als je de tekst, die ik aan het eind van het blog opneem, leest zie je hoe Benjamin hierin met volstrekt andere dingen en op een geheel andere manier bezig is dan waar het Spinoza in zijn TTP om ging, bij wie het hele begrip Messias en messianisme geheel ontbreekt, zodat onbegrijpelijk wordt dat naar een connectie met Spinoza wordt gezocht.

Toch houdt Idit Dobbs-Weinstein, die dus al eens de TTP in het licht van het Fragment van Benjamin las, in een interview dat Jeffrey Bernstein met haar had, vol (ik markeer waar ik op wil wijzen):

So I see my research for the next few years as being centered around the Renaissance, moving both forward from the ancients and medievals and backward from Spinoza. Where I hope to end this phase of the research is really on Spinoza as a radical alternative to--and critic of--Descartes. Now this is clearly going to take a couple of years. [...]

From there, the only way I can see my research moving, at this point, is toward German Idealism--clearly via Leibniz and Kant--with a focus on what is known as the "Spinozism of German Idealism." I want to look at the different modalities of Spinozism that emerge, but with a certain focus on Schelling, and then move from there to Nietzsche, whom I see as the only Spinozist in the history of philosophy up to the turn of this century. The other thing I am always compelled by can be located around certain issues in contemporary philosophy--questions concerning the "ethical" and the "political." I will continue to do this primarily through Critical Theory (in particular, Adorno and Benjamin). I hope to be able to do a lot more work on Benjamin in particular; I find some very rich relations between Benjamin and Spinoza (amongst others). It was not by chance that he wrote a "Theologico-Political Fragment" (echoing Spinoza's Theologico-Political Treatise). I want to really think that fragment very seriously, especially in the context of how we are to understand history, which is what this very brief text is a curious reflection on. And then, clearly, there are themes in Lyotard, Blanchot, and Derrida that I am very interested in. [Cf.]

                                                  * * *  

Theologisch-politisches Fragment [vermutlich 1920/21 entstanden]

Erst der Messias selbst vollendet alles historische Geschehen, und zwar in dem Sinne, daß er dessen Beziehung auf das Messianische selbst erst erlöst, vollendet, schafft. Darum kann nichts Historisches von sich aus sich auf Messianisches beziehen wollen. Darum ist das Reich Gottes nicht das Telos der historischen Dynamis; es kann nicht zum Ziel gesetzt werden. Historisch gesehen ist es nicht Ziel, sondern Ende. Darum kann die Ordnung des Profanen nicht am Gedanken des Gottesreiches aufgebaut werden, darum hat die Theokratie keinen politischen sondern allein einen religiösen Sinn. Die politische Bedeutung der Theokratie mit aller Intensität geleugnet zu haben ist das größte Verdienst von Blochs »Geist der Utopie«.

Die Ordnung des Profanen hat sich aufzurichten an der Idee des Glücks. Die Beziehung dieser Ordnung auf das Messianische ist eines der wesentlichen Lehrstücke der Geschichtsphilosophie. Und zwar ist von ihr aus eine mystische Geschichtsauffassung bedingt, deren Problem in einem Bilde sich darlegen läßt. Wenn eine Pfeilrichtung das Ziel, in welchem die Dynamis des Profanen wirkt, bezeichnet, eine andere die Richtung der messianischen Intensität, so strebt freilich das Glückssuchen der freien Menschheit von jener messianischen Richtung fort, aber wie eine Kraft durch ihren Weg eine andere auf entgegengesetzt gerichtetem Wege zu befördern vermag, so auch die profane Ordnung des Profanen das Kommen des messianischen Reiches. Das Profane also ist zwar keine Kategorie des Reichs, aber eine Kategorie, und zwar der zutreffendsten eine, seines leisesten Nahens. Denn im Glück erstrebt alles Irdische seinen Untergang, nur im Glück aber ist ihm der Untergang zu finden bestimmt. — Während freilich die unmittelbare messianische Intensität des Herzens, des innern einzelnen Menschen durch Unglück, im Sinne des Leidens hindurchgeht. Der geistlichen restitutio in integrum, welche in die Unsterblichkeit einführt, entspricht eine weltliche, die in die Ewigkeit eines Unterganges führt und der Rhythmus dieses ewig vergehenden, in seiner Totalität vergehenden, in seiner räumlichen, aber auch zeitlichen Totalität vergehenden Weltlichen, der Rhythmus der messianischen Natur, ist Glück. Denn messianisch ist die Natur aus ihrer ewigen und totalen Vergängnis.

Diese zu erstreben, auch für diejenigen Stufen des Menschen, welche Natur sind, ist die Aufgabe der Weltpolitik, deren Methode Nihilismus zu heißen hat.

Walter Benjamin [Tekst van hier]

Briefkaart van Walter Benjamin aan Gershom Scholem [van Judith Wechsler, van  hier

____________

*) Thijs Lijster, "Een zwakke messiaanse kracht. Nu-tijd en gedenken in Walter Benjamins geschiedfilosofie." In: Krisis, 2010, Issue 1 [PDF]

Walter Benjamin en zijn geschiedfilosofie [op isgeschiedenis]

Walter Benjamin op en.wiki

Gershom Scholem en Walter Benjamin vroegen zich af - zoals Scholem het omschreef in zijn ‘Verhaal van een vriendschap’ (met Benjamin) - of het jodendom nog een levend erfgoed of ervaring was, eventueel in ontwikkeling, of dat het alleen nog als kennisobject  bestond. Zie daarover dit blog van 10 april 2011: "Spinoza gezien als niet alleen ketterse jood maar ook onmessiaanse marraan."

Gerard Visser, "Walter Benjamins mystieke opvatting van geschiedenis. Een benadering vanuit vroege brieven." Benjamin Journaal, 1 (1993) 1 [PDF 

Roland Faber, Messianische Zeit. Zu Walter Benjamins "mystischer Geschichtsauffassung" in zeittheologischer Perspektive. [PDF]

Warren S. Goldstein, "Messianism and Marxism: Walter Benjamin and Ernst Bloch's dIalectical Theories of Secularization."In: Critical Sociology March 2001 27: 246-281 

David Wachter, "Das entstellte Nachleben der Religion. Neue Studien zu Walter Benjamins Dialektik der Säkularisierung." [PDF] Zeer informatief; bespreekt o.a.

Daniel Weidner (Hrsg), Profanes Leben. Walter Benjamins Dialektik der Säkularisierung. Frankfurt am Main, Suhrkamp, 2010

Notes On Political Theology [Cf.]