Was de naturalist en rationalist Spinoza tegelijk ook een mysticus? [5] de casus Wetlesen

Het vorige blog eindigde ik met “de draad van deze discussie [over of Spinoza mysticus was] werd enige jaren later weer opgepakt in Siegfried Hessing (Ed.), Speculum Spinozanum 1677-1977 [Routledge & Kegan Paul, Londen etc., 1977].  Jon Wetlezen leverde daarin de bijdrage: “Body awareness as a gateway to eternity: a note on the mysticism of Spinoza  and its affinity to Buddhist meditation.” Waarop Hubbeling commentaar gaf met: “The logical and experiential roots of Spinoza’s mysticism – an answer to Jon Wetlesen.”

Jon Wetlesen was inmiddels in 1976 gepromoveerd op The sage and the way: Spinoza's ethics of freedom, dat in 1979 als deel 4 in de door Hubbeling opgezette reeks Philosophia Spinozae perennis bij Gorcum in Assen zou verschijnen. In dat boek komt het onderwerp van Spinoza’s mysticisme slechts zijdelings aan de orde en wordt hier en daar volstaan met een verwijzing naar bovengenoemd artikel. Hij had een diepgaande studie van zijn onderwerp gemaakt, waarin, zo laat Hubbeling in zijn reactie weten, hij hem even bijna had overtuigd. Dat Wetlesen in die tijd flink met Spinoza bezig was blijkt ook uit de volgende publicatie:

J. Wetlesen, (Ed.), Spinoza’s Philosophy of Man: Proceedings of the Scandinavian Spinoza Symposium 1977, Oslo, University of Oslo Press, 1978.

Omdat ik het bovengenoemde hoofdstuk als zo’n fundamentele en diepgravende beschouwing zie, ben ik zo vrij geweest het te scannen en op internet te zetten (als er bezwaar komt tegen de schending van de copyrights zal ik het weer moeten verwijderen). Hier het PDF van “Body awareness as a gateway to eternity”.

Het stuk geeft veel stof tot denken. Wetlesen steunt erg op Gueroult en met name op diens interpretatie dat de derde kenvorm, de scientia intuitiva, geen kennis verschaft van singuliere essenties, maar van generale essenties van particuliere dingen. Ik ben het daar niet mee eens, maar zo komt er ruimte voor de lezing van Wetlesen dat pas kennis van individuele/particuliere essentie via de body awareness, het daadwerkelijk voelen van het één zijn met/onderdeel zijn van het geheel verschaft.

Maar los van het bezwaar tegen het fundament waarop het betoog wordt opgebouwd, zit er m.i. toch veel waardevols in. Wetlesen is er van overtuigd dat het Spinoza niet alleen om rationele/intellectuele kennis gaat, maar om een ook emotionele/existentiële betrokkenheid bij de kennis waarin hij je meeneemt.

Hij eindigt zijn stuk met: “[..] it seems to me that when we approach the philosophy of Spinoza, there is always a certain danger of becoming overly involved in its technical apparatus of definitions, axioms, propositions, demonstrations and so forth. Our approach may easily become more intellectualistic or academic than was intended by Spinoza himself. However, if we desire to avoid this, it may be helpful to ask what is the living experience which served Spinoza as a source of his philosophy? If we suppose that there is a mystical experience at the bottom of it, we may perhaps also ask if Spinoza's reflec-tions may be of any help to us in order to penetrate somewhat deeper into this experience, and to see its implications somewhat clearer, both in theory and in the practice of our own lives.”

Ik ben het hier grotendeels mee eens, maar denk dat dit ook kan zónder de aanname van een mystical experience. Dat ‘mystical’ kunnen we ook weglaten met eenzelfde resultaat.

Het weerwoord van Hubbeling heb ik eveneens gescand. Ter evenwicht hier het PDF van “The logical and experiential roots of Spinoza’s mysticism – an answer to Jon Wetlesen.”

Reacties

Weer bedankt voor de downloads Stan!