Willem Jacobsz Hofdijk (1816 - 1888) schreef in Lauwerbladeren een sympathiek verhaal over Spinoza - met kleurplaat van W.B. IJzerdraad

Deze docent geschiedenis en letterkunde en literator van romantisch-epische stukken, rederijkerstoneelstukken en vele historische werken heeft geen wikipedia-pagina, maar des te meer informatie is over hem verzameld op de DBNL.

Willem Jacobs of Jacobsz. Hofdijk volgde eerst een opleiding tot zilversmid (zijn te vroeg gestorven vader was goud- en zilversmid), daarna werd hij kwekeling voor het onderwijs, waarin hij op 28 mei 1835 als ondermeester begon in de dorpsscholen te Heerhugowaard en Beusichem, tot mei 1839. Hij werd jongste klerk op de Alkmaarse gemeentesecretarie, en begon tevens de dicht- en tekenkunst te beoefenen en ging als landschapschilder in de leer, echter zonder goed gevolg. In 1851 werd hij door bemiddeling van Jacob van Lennep leraar in de Nederlandse Geschiedenis en Letterkunde aan 't Amsterdams gymnasium en bleef dat tot zijn wettelijk emeritaat (op z’n 70ste) in 1886.

En ondertussen schreef en schreef en schreef hij. Wat schreef die man een overstelpende hoeveelheid historische verhalen, toneelwerken en letterkundige stukken en wat droeg hij aldus bij aan de ontwikkeling van een historisch (zelf)bewustzijn. “[E]lk van Hofdijk's historische geschriften ‘getuigt van geweten’. Een man met een schilderachtigen stijl en eene grondige historische studie, als de zijne, werd door verreweg de meeste Nederlandsche uitgevers voor een Magnus Apollo gehouden. Bij elk herinneringsfeest, waar het nationalen roem gold, eischte men twee of drie verhandelingen in proza en ettelijke verzen van hem. Het is uiterst vereerend voor Hofdijk, dat hij telkens ‘met goede trouw’ en veel talent aan zoovele aanvragen wist te voldoen.” Aldus Jan ten Brink in zijn Geschiedenis der Noord-Nederlandsche letteren in de XIXe eeuw [1888, zie bij DBNL] Hij hoorde duidelijk tot diegenen die de Nederlandse identiteit hielpen vormgeven.

VoorkantP.B.M. Blaas spreekt in zijn Geschiedenis en nostalgie (2000) over Hofdijk en diens Ons Voorgeslacht in zijn dagelijksch leven geschilderd[Haarlem, A.C. Kruseman, 1858-64. 6 dln. met platen. Tweede druk, Leiden, P. van Santen, 1873-75. 6 dln. met platen.]: “De zedenmeester Hofdijk die (in het voetspoor van Justus van Effen) niet ophield de zeventiende en achttiende eeuw in zedelijk opzicht te contrasteren, eindigde zijn studie weemoedig met op vergane glorie te wijzen doch troostte zijn lezers met zijn laatste woorden (in hoofdletters gedrukt) aldus: 'Het is schooner het zedelijkste dan het machtigste volk der aarde te zijn.'” Men moest immers nog steeds eraan wennen dat Nederland z’n sterke positie van de Gouden Eeuw (ook al zo’n 19e eeuwse uitvinding) verloren was.

En voor dat ‘zedelijke’ kwam Spinoza Hofdijk goed van pas. Dit blog is er uiteraard alleen maar omdat hij ook over Spinoza heeft geschreven en in 1875 gepubliceerd. Misschien heeft hij ook wel over Spinoza gesproken. In het jaarverslag van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap Amsterdam dat in de jaarvergadering van 25 April 1881 werd uitgebracht lezen we: “De Heeren W. J. HOFDIJK, Dr. H. C. ROGGE, D. C. MEIJER Jr. en Prof. J. A. ALBERDINGK THYM hielden boeiende voordrachten , waarin Benedictus Spinoza; Cornelis en Andries de Graeff; het Stadhuis van Amsterdam, sedert 1808 Paleis des Konings ; Hooft's Warenar" en de Amsterdamsche Stads-, thans Universiteits-Bibliotheek, op interessante en leerrijke wijze besproken werden." [bij DBNL]
Als de volgorde der namen parallel loopt met die der genoemde onderwerpen dan was Hofdijk degene die over Spinoza heeft gesproken voor dat genootschap.

In ieder geval hééft hij serieus studie gemaakt van het leven en de leer van Spinoza, hetgeen zijn weerslag vond in het hoofdstuk “Den Christen ten voorbeeld” in de tweede band van zijn Lauwerbladen uit Neêrlands gloriekrans [2 banden.’s Gravenhage, Joh IJkema, z.j. [1875] dit heeft DBNL nu weer niet]. Deze historische verhalen over Nederland werden voorzien van kleurplaten van o.a. W.B. IJzerdraat.

Het wordt tijd dat deze afbeelding van Spinoza, wandelend in het Haagse bos, eindelijk op internet wordt gebracht. Dat zeer positief over Spinoza gestelde verhaal stel ik via foto’s die ik ervan maakte via benedictusdespinoza.nl beschikbaar [verplaatst zie PDF]. Wel vier keer wordt Spinoza via de formule ‘Den Christen ten voorbeeld’ in dat verhaal neergezet.

Wie weet heeft W.J. Hofdijk wel een kleine bijdrage geleverd aan de Spinoza-interesse van de Tachtigers. De kans lijkt me niet groot, maar wie weet.

Ik beschouw deze blogs als in ieder geval mijn bijdrage aan de zomercursus van de VSH waarin het over Spinoza en de literatuur zal gaan.

 

Enige van zijn werken

Zijn ‘Jonker van Brederode’ maakt hem in Nederland bekend. "Dichter en geschiedvorscher 'dingen beiden om den palm'" [Jan ten Brink]

W.J. Hofdijk, Gedenkboek der nationale feestviering. Haarlem 1874.

W.J. Hofdijk. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 1858-1862, Vijfde druk. Amsterdam, gebroeders Kraay, 1872.

W.J. Hofdijk, Lauwerbladen uit Neêrlands gloriekrans Opgedragen aan Z.M. den Koning. 2 banden. ’s Gravenhage, Joh IJkema, z.j. [1875]