Willem Meijer (1842-1926) - een gedreven Spinoza propagandist

Dr. Willem MeijerDe 'onvermoeibare Dr. Willem Meijer', zoals prof.dr. F. Akkerman deze spinozist aanduidde in de verantwoording van zijn vertaling van Spinoza's "René Descartes. De beginselen van de wijsbegeerte" (Meijer had de andere werken wel, maar dit niet vertaald); 'den volijverigen Spinoza-vereerder en vertaler', zo omschreef J.H. Leopold de heer Meijer in zijn bespreking van "Nachbildung der im Jahre 1902 noch erhaltenen eigenhändigen Briefe des Benedictus Despinoza. Herausgegeben von W. Meyer, Haag. 1903. (hier op dbnl)

Tijdens de de 160ste Jaarvergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde op 9 juni 1926 herdacht de voorzitter, Dr. H.T. Colenbrander, in zijn openingsrede de leden die de Maatschappij ontvallen waren, waaronder Willem Meijer (hier op dbnl). Men kan er de enigszins gezwollen voordracht, zoals in die tijd gebruikelijk, uit aflezen:

"Willem Meyer (sic, beide spellingen werden gebruikt) was bijzonder om de mate waarin hij zich in den geest met Spinoza vereenzelvigd had. Zijn leven is uitgegroeid tot een eeredienst van Spinoza, voltrokken in een houding van innigste veneratie en tegelijk hem tot rustelooze werkzaamheid prikkelend. Een man van wien getuigd is dat hij aan de wijsbegeerte een levenshouding wist te ontleenen; de minsten zeker die op het modevak der jongste jaren afstormden, vermochten dat. De zijne voldroeg hij in een edele karakterkracht, die, zonder schittering, onverduisterd straalde."

Theun de Vries in een terugblik op despinoza.nl:

'Willem Meijer, de allereerste secretaris van de vereniging (Het Spinozahuis, SV), was in het bezit van een beroemd boek, Der junge Spinoza van Dunin Borkowski, een Poolse jezuïet. Dat boek gaat over middeleeuwse joodse filosofen door wie Spinoza zou kunnen zijn beïnvloed. Meijer gaf dat boek aan Van der Tak, zijn opvolger als secretaris van de vereniging. Die heeft het weer overgedaan aan de Rotterdamse advocaat Dirkzwager, ook een vurig spinozist. Dirkzwager heeft het aan mij gegeven en ik heb het verleden jaar aan Klever gegeven met de opdracht om het weer aan een jongere spinozist door te geven.'  

Siebe Thissen hield tijdens de jaarvergadering van de Vereniging Het Spinozahuis te Katwijk in 1999 een voordracht, waarin het leven en de verdiensten van Willem Meijer werden herdacht. Deze is te vinden op zijn website waaruit ik hier een stukje overneem:

Willem Meijer (1842-1926):
'Macon zonder schootsvel'

Willem Meijer, schrijft Willem Gerard van der Tak in een brochure naar aanleiding van diens overlijden in 1926, "is de meest ware Spinozist geweest sedert Spinoza". Onder Nederlandse spinozisten neemt Meijer een bijzondere plaats in, want hij zou zich ver hebben verwijderd van een spinozisme dat in Nederland gedurende de negentiende eeuw opgang maakte. Terwijl zijn voorgangers - van Bernard Nieuhoff tot Johannes van Vloten - steeds hebben gestreefd naar een 'loutering' van het spinozisme, dat wil zeggen, een kneden van Spinoza's leer naar persoonlijke overtuigingen en maatschappelijke ontwikkelingen, heeft de dogmaticus Meijer voortdurend een zuiversystematisch en hermetisch spinozisme bepleit waarin geen ruimte meer bestaat voor eclecticisme en persoonlijke overtuigingen. In de inleiding van zijn in 1896 gepubliceerde Ethica-vertaling stelt hij nadrukkelijk vast:

"Dichterlijk gevoel komt hier niet van pas en persoonlijke vooroordelen moeten geheel ter zijde worden gesteld. Men heeft enkel met begrippen te doen en evenals bij de wiskunde niets anders te vragen dan of de stellingen daaruit op de juiste wijze zijn afgeleid".

Ons land kent twee categorieen van spinozisten, schrijft de veel te jong gestorven jurist en wijsgeer Hendrik du Marchie van Voorthuysen negen jaar eerder in zijn Nagelaten Geschriften (deel II): namelijk, 'ijverige discipelen' en 'aanhangers'. De eerste groep onderschrijft weliswaar Spinoza's wijsbegeerte, maar meent dat ieder filosofisch stelsel leemtes en fouten bevat die aanvulling en correctie verdienen. We zouden hier van loutering kunnen spreken. De 'aanhangers' daarentegen verdedigen de meester door dik en dun en menen dat Spinoza in besliste termen het laatste woord der waarheid heeft gesproken. Spinozisme is hier de 'vera philosophia' - de enige ware filosofie - aldus een typering van Meijer die daarmee het predikaat aanhanger verdient. Deze indruk - als zou hij "de meest ware spinozist sinds Spinoza" zijn - wordt bevestigd door Meijers leerlingen in de filosofische verenigingen die hem in de wandelgangen doorgaans met 'Meijer-Spinoza' aanspreken.

Willem Meijer dient inderdaad te worden aangemerkt als de meest systematische spinozist van de negentiende eeuw: zijn ontvouwing van het integrale plan - zoals geschiedt in de bijlage van zijn Ethica-vertaling uit 1896 - is een unicum in de Nederlandse Spinoza-receptie. Ook de ernst en de toewijding waarmee hij Spinoza's teksten vertaalt en toegankelijk maakt; zijn gedrevenheid in het verbreiden en populariseren van Spinoza's inzichten; en zijn historische studies van de zeventiende eeuwse context waarin Spinoza zijn denkbeelden formuleerde, getuigen van een professionaliteit die zijn gewaardeerde voorganger Johannes van Vloten doet verbleken tot een sloddervos of een goedbedoelende amateur.

Maar is hij daarmee "de senior van het moderne, Europese professionele Spinoza-onderzoek", zoals Carl Gebhardt in Chronicon Spinozanum (IV 1926) beweerde? Ik waag dat te betwijfelen en reken Meijer, net als zijn voorgangers en tijdgenoten, tevens tot de ijverige discipelen voor wie loutering het eerste doel is.

Zie hier het complete artikel htm en hier in pdf.

ten slotte
Willem Meijer was een wat ouderwetse, knorrige man die zich vastklampte aan een eenduidige heilsleer die hij beschouwde als de enige weg naar 'oprechte vroomheid' in een door God verlaten wereld. Het primaat van wetenschap en economie was hem een doorn in het oog omdat het ieder authentiek bestaan dwarsboomde en mensen tot slaven van geld, kennis, competitie en eerzucht zou maken. Emancipatie van arbeiders, vrouwen en jongeren, een nivellering van maatschappelijke verhoudingen, en de erosie van het huwelijk hadden uiteindelijk de eenheidsstaat doen oplossen en maatschappelijke verdeeldheid gezaaid.

In zijn kruistocht tegen die wereld heeft Meijer tot op hoge leeftijd een scala van activiteiten ontplooid die het Nederlandse Spinoza-onderzoek en de Nederlandse Spinoza-verering van een gedegen infrastructuur hebben voorzien. Vandaag plukken we daarvan nog steeds de vruchten - deze jaarvergadering is daarvan een voorbeeld. Meijer was wellicht niet "de senior van het moderne, Europese Spinoza-onderzoek", zoals Gebhardt met enige gevoel voor overdrijving schreef, maar wel een typisch Nederlandse spinozist die buiten de academie, in de alledaagse samenleving, velen nader tot het wijsbegeerte in het algemeen en het spinozisme in het bijzonder heeft gebracht.
Als Van der Wijck Meijer in 1906 een ere-doctoraat aanbiedt, kritiseert deze weliswaar Meijers verouderde mechanistisch-naturalistische wereldbeschouwing, maar vat hij diens verdiensten keurig samen. Ik zou dan ook gepast willen besluiten met een citaat van Van der Wijck:

"Gij hebt jarenlang in stilte een werk verricht dat ook buiten onze grenzen waardeering heeft gevonden. Gij hebt niet alleen Spinoza's werken opnieuw vertaald, gij hebt ze zoo vertaald dat het kernige Latijn van den 17den eeuwschen wijsgeer in even kernig en helder Nederlandsch is overgebracht. Daarbij hebt Gij gedreven door Uwe groote en belanglooze liefde tot Spinoza, geen moeite ontzien om zijne nagedachtenis door de Vereeniging 'Het Spinoza Huis' te doen herleven en bewonderen onder onze tijdgenooten en zijt Ge, sinds jaren, de volijverige secretaris, wien niets te veel is, waar het de roemrijke herdenking van Spinoza geldt. Bovendien zoo Uw ijver groot zij, de nauwgezetheid, waarmee Gij Uwe naspringen en Uw wetenschappelijk onderzoek verricht, is dermate vertrouwbaar, dat Gij, onder de talrijke Spinozakenners, aan wien de Duitsche philosooph Freudenthal, in de voorrede tot zijn groot werk over Spinoza, hulde en dank betuigt, de eenige zijt die genoemd wordt".

Katwijk, 15 mei 1999

Tak, Willem Gerard van der (1885 - 1958) schreef een artikel over zijn voorganger Willem Meijer, de vrijdenker-spinozist in het Spinozanummer van Bzzlletin Jaarg. 13 (1984/85) p. 33 t/m 35

En veel eerder schreef hij het uitvoerig Levensbericht van Dr. W. Meijer in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1926 [= Handelingen en mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, over het jaar 1925-1926. E.J. Brill, Leiden 1926], te vinden bij DBNL

Aanvulling 17 november 2012

Portretfoto uit Chronicon Spinozanum IV geplaatst.

Zie ook dit blog van 17 nov. 2012 met Gebhardt over meijer

Zie ook dit