Yitzhak Y. Melamed bespreekt boek Joseph Almog

Vandaag heeft NDPR het review door Yitzhak Y. Melamed van
Joseph Almog, Everything in Its Right Place: Spinoza and Life by the Light of Nature, Oxford University Press, 2014, 143pp., $45.00 (hbk), ISBN 9780199314393. [cf. signalement op eerst dit blog en dan dit blog]

Melamed heeft gemengde indrukken bij het boek: ""The book is marked by the freshness of an independently thinking mind, a mind which appears at some moments to be celebrating a quasi-religious "new-birth." Maar hij proeft ook een "New Age" attitude.

"There are plenty of insightful moments. Almog's explication of Spinoza's view of men as completely imbedded in nature -- just as the wave is "part of" the sea -- as well as his attempt to spell out an ethical foundation free from the metaphysical fairy-tales of humanism (such as Kant's "homo noumenon") are, to my mind, the most valuable and deep contributions of the book. But since it is clear that Almog does not even attempt to engage considerable parts of Spinoza's metaphysics, I think it would be proper to see the book as a certain kind of contemporary Spinozism. Still, I have to admit that I am far more impressed by Spinoza's Spinozism. Why? Because it is far bolder. Almog domesticates many of Spinoza's most daring and innovative theses, such as the absolute infinity of God/Nature and the nature of eternity and time. Almog is averse to the existence of Platonic atemporal realms (132, n. 9), but a close reading of Spinoza's discussion of eternity would show that it has very little to do with such Platonism. Similarly, Almog's view of Spinoza's Nature as limited to the kind of entities that are accessible to the human mind -- bodies and minds (or modes of the attributes of extension and thought, in Spinoza's terminology) -- asserts precisely the kind of anthropocentrism that Almog (rightly) takes Spinoza to challenge. "Nature is as rich as anything could ever be," Almog aptly writes (7). But why should we limit the richness of nature to the capacities of our mental glasses (especially if we have strong reasons/arguments to ascribe an absolute infinity of attributes to God/Nature)?"

"Ik denk wel dat ik t.z.t. nieuwsgierig ben naar dat boek" schreef ik in het eerste signalement. Melamed heeft mij toch aan het twijfelen gebracht.

Reacties

Spinoza zegt in 1/def6: "Onder God versta ik een absoluut oneindig zijnde, d.w.z. een substantie die bestaat uit oneindige attributen ('infinitis attributis') .... De meeste vertalers geven de onjuiste vertaling 'een oneindig aantal attributen', waarschijnlijk omdat ze denken dat dit de juiste invulling is van 'een absoluut oneindig zijnde'. Zo ook Melamed hier (laatste regel). Spinoza legt in een Explicatio uit waarom hij spreekt van 'absoluut oneindig' en niet 'oneindig in zijn soort'. Hij spreekt van 'absoluut oneindig' omdat dit uitdrukt dat tot het wezen van dit zijnde behoort alles wat een wezen (essentie) uitdrukt en dat het geen negatie omvat (d.w.z. dat er geen negatie is door attributen die er buiten dit wezen zijn).
De betekenis van 'absoluut oneindig zijnde' is dus dat dit zijnde alle attributen omvat die er zijn en niet dat het 'een oneindig aantal attributen' omvat.

Hoe zou Spinoza ook kunnen weten dat er een oneindig aantal attributen is? Hij zou zichzelf tegenspreken (wij kunnen er slechts twee kennen). Wat hij wel weet is dat er één macht is die alles bestiert en dat er daarnaast niet nog iets kan zijn 'dat een wezen uitdrukt'.

Henk,
in blogs van lang geleden heb ik ongeveer getracht een benadering als jij hier hebt te brengen:

17 febr. 2009
De oneindige attributen van Spinoza's God of de natuur
http://spinoza.blogse.nl/log/de-oneindige-attributen-van-spinozas-god-of-de-natuur.html

31 mei 2011
Infinita absolute attributa
http://spinoza.blogse.nl/log/infinita-absolute-attributa.html

Hoe krakkemikkig indertijd ook opgeschreven, ik bedoelde iets vergelijkbaars als jij hier aangeeft.

Stan, we hebben er dus beiden over geschreven (ik ook al eens eerder), maar dat dringt nog niet zo gemakkelijk door in Amerika (haha, ben ik geneigd er aan toe te voegen). Overigens geeft Krop de juiste vertaling. Zelfs Curley geeft een onjuiste vertaling (die dus blijk geeft van een onjuiste interpretatie).

Merkwaardig toch dat ik in zoveel (de meerderheid?) vertalingen "oneindig aantal attributen" zie staan. Kan de meerderheid verkeerd zijn? Uiteraard, maar het zet toch aan tot twijfelen...Ik zie volgend argument tegen slechts twee attributen: waarom twee, en geen drie of... In Spinoza's metafysica lijken slechts drie "getallen" een logische grond te hebben: nul (geen), één en oneindig veel.

Mark, kijk niet naar aantallen, maar naar mijn argumentatie. Alleen langs die weg kun je twijfel zaaien aan mijn interpretatie.
Twee, omdat Spinoza er via kennis van de particuliere dingen slechts twee kan/wil onderscheiden (zie 2p1 en 2p2). Dat is ook heel plausibel, Descartes deed dat ook al, alleen noemde hij het substanties. En die logische grond?

Spinoza bewijst dat er één substantie is, dat er een oneindig aantal tijdelijke modi zijn, en dat er geen (nul) vierkante cirkels zijn. Ik zie niet in hoe hij zou kunnen bewijzen dat er van iets juist twee zijn. Een getal is volgens Spinoza trouwens iets van de verbeelding, een illusie. Je kan bv. in 2p7s zien dat Spinoza minstens de mogelijkheid openliet dat er meer dan twee attributen zijn ("...onder het attribuut van de Uitgebreidheid, onder dat van het Denken, dan wel onder enig ander attribuut...".

Inderdaad Mark, Spinoza liet de mogelijkheid open dat er meer dan twee attributen zijn. Dat zit ook in mijn interpretatie: alle attributen die er zijn, hij weet alleen niet hoeveel dat er zijn: twee, drie, vier of meer. Hij zegt alleen NIET dat er oneindig veel attributen zijn. Spinoza 'bewijst' ook niet dat er juist twee attributen zijn. Hij geeft alleen aan dat wij er twee kennen (de twee die Descartes ook kende) en laat door 1def6 + toelichting uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat er meer zijn. Sorry dat ik het zeg, Mark, maar ik twijfel nu toch wat aan je scherpte van dit moment.
En: ik hoor nog steeds geen commentaar op mijn argumentatie voor de interpretatie van 1def6.

Spinoza zegt dus ook niet dat er NIET oneindig veel attributen zijn. Hij weet het gewoon niet. Daarom zegt hij: alle attributen die er zijn (ga nu eens in op mijn argumentatie voor deze interpretatie). Hij weet alleen dat hij er twee herkent als hij de particuliere dingen beschouwt.

Inderdaad Henk, ik had je argumentatie onzorgvuldig gelezen: ik dacht dat je wilde zeggen dat er geen oneindig aantal attributen zijn, maar slechts twee. En dat is inderdaad niet je stelling. Ik ben het volledig met je eens: Spinoza bedoelt met infintis attributis alle attributen die er zijn.

Dank henk,
Zeer verhelderend voor mij.Als beta ben ik het latijn onvoldoende machtig en moet het van een juiste vertaling hebben.
Op de idee " oneindig veel attributen" was ik bijna afgehaakt. Alle SF wordt dan werkelijkheid.

Dag Teun, ook ik ben het Latijn onvoldoende machtig, maar dit had ik een keer heel goed nagevraagd. Fijn dat je er wat aan had.