Zijn Pina Totaro en Leen Spruit gebrouilleerd?

Zoals ik gisteren blogde ontving ik Yitzhak Y. Melamed (Ed.) The Young Spinoza. Oxford University Press, 2015. Het laatste hoofdstuk daarin is van de hand van Pina Totaro.

Het valt een beetje buiten de focus van het boek die gericht is op de jonge Spinoza en daartoe de vroege geschriften analyseert. Met een wat kunstmatige titel is getracht het stuk over de ontdekking van het Vaticaanse Ethica-manuscript en de betekenis ervan voor de kennis van Spinoza’s hoofdwerk bij de rest aan te doen sluiten: “The Young Spinoza and the Vatican Manuscript of Spinoza’s Ethics” [p. 319-329]. Doordat volgens haar het eerste deel van de Ethica al in 1662 gereed gekomen zou zijn, zou je zo ook de Ethica voor een deel als het werk van de jonge Spinoza kunnen zien. Ach, hij is ook nooit echt oud geworden.

Het is best te begrijpen en zelfs verstandig van de redactie om, naast de Engelstalige Brill-uitgave nog eens het verhaal te laten vertellen over deze belangrijke ontdekking. Ik besloot dit laatste hoofdstuk als eerste te lezen en merkte dat het nogal slordig is geredigeerd. Er komen enige eigenaardigheden in voor, die wellicht vooral met de vertaling naar het Engels te maken hebben. Al op de eerste bladzijde staat de blunder dat het bij de in de 19e eeuw ontdekte Korte Verhandeling zou gaan om manuscripten uit de 16e resp. 17e eeuw. Dat had de eindredacteur uiteraard moeten corrigeren in 17e resp. 18e eeuw. Een bladzijde verder krijgen we deze vreemde zin te lezen die uitlegt hoe Stensen een uiterst verontrustend manuscript ontving van "a stranger to the Lutheran religion". “In the summer of that year, therefore, Stensen met a Lutheran in Rome (before his departure to northern Europe where he was Vicar Apostolic and Bishop), and gave him Spinoza's unpublished work.” Zo lijkt het alsof Stensen het manuscript aan de lutheraan gaf. Knullig.

             

Maar het merkwaardigste vond ik wat een voetnoot te lezen gaf waarin ze inging op een andere voetnoot, n.l. in een publicatie van Leen Spruit. Ik geef eerst de betreffende voetnoot van Spruit in

Leen Spruit, “Het Vaticaanse manuscript van Spinoza’s Ethica” [tekst van zijn voordracht in Rijnsburg op 26 november 2011, in: Mededelingen vanwege het Spinozahuis nr 100, Voorschoten, 2012]. Deze Mededelingen bevat verder nog van Piet Steenbakkers, “De lotgevallen van de Ethica. Over het belang van het Vaticaanse handschrift” [licht bewerkte tekst van de (namens hem gehouden) voordracht in Amsterdam op 20 september 2011 bij de presentatie van het boek van Leen Spruit en Pina Totaro, The Vatican Manuscript of Spinoza’s Ethica [Brill, Leiden, 2011]

Spruit schrijft over de aanklacht over Spinoza, gedateerd 4 september 1677, die Stensen bij het Heilig Officie indiende. Daarbij gaf hij deze voetnoot:

23 ACDF, so, Censurae librorum, 1680-1682, Folia extravagantia, n. 2: ‘Libri prohibiti circa la nuova filosofia dello Spinosa.’ Dit document werd gevonden in de herfst van 1996 door het onderzoeksteam ‘Catholic Church and Modern Science' (onder leiding van Ugo Baldini) en werd voor het eerst gepubliceeerd in P. Totaro, ‘Documenti su Spinoza nell'Archivio del Sant'Uffizio dell'Inquisizione', in Nouvelles de la republique des lettres, 20 (2000), pp. 95-12o, pp. 100-103.

In haar hoofdstuk is Totaro heel kort over de vondst zelf: “Spruit found the manuscript Vat Lat. 1,2838 in the manuscript section of the Apostolic Vatican Library.” [p. 319-20]; niets over hoe en onder welke omstandigheden dat tot stand was gekomen. Maar goed, dat is ook niet háár verhaal. Veel uitvoeriger is ze over haar eigen rol. “Some years ago, I found the tekst of the complaint against Spinoza that was submitted on 4 Sept. 1677, by Danish scientist and theologian to the court of Sant’Uffizio.” Waarna ze verder uitvoerig ingaat op hoe ze de veronderstelling uitsprak dat mogelijk nog ergens in een Italiaanse bibliotheek of in Vaticaanstad een manuscript tevoorschijn zou kunnen komen... Maar het gaat me om de voetnoot die zij bij de geciteerde tekst gaf:

Cf. P. Totaro, Documenti su Spinoza nell'Archivio del Sant'Uffizio dell'Inquisizione, 95-120. The text of the complaint against Spinoza, preserved in the archive of ACDF (shelf mark: S.O. C.L. 1680-82, Folia extravagantia n. 2), is part of a larger size of paper on which is written "Libri prohibiti circa la nuova filosofia dello Spinosa" ("Books forbidden about the new philosophy of Spinoza"). It does not appear that, as L. Spruit seems to believe (Het Vaticaanse Manuscript van Spinoza's Ethica, 3-32; page 9, note 23), the documents published by me were first discovered by a research team. But on the methods of Spruit, cf. T. Gregory, Les sources oubliees d'une introduction à l’ "Ethica," 2012.

Je voelt hier duidelijk de ergernis. Ze zou hebben kunnen toelichten hoe een misverstand had kunnen ontstaan en wat (if any) de rol van het researchteam dan wél was, o.i.d. Maar ze kiest voor een insinuerende beschuldiging dat er iets met de werkwijze van Spruit aan de hand is (‘But on the methods of Spruit’).

Het is al merkwaardig dat ze een correctie wil aanbrengen in een publicatie, waarbij niet iedereen de Nederlandse Mededelingen bij de hand heeft of kan lezen. Zo ga je uiteraard niet om met iemand met wie je samen de redactie hebt gevoerd van de uitgave bij Brill in 2011 van het Vaticaanse Ethica-manuscript. Een collega met wie je, samen met Steenbakkers nog een publicatie op je naam bracht:

Totaro, P., L. Spruit, P. Steenbakkers. "L' Ethica di Spinoza in un manoscritto della Biblioteca Apostolica Vaticana." In Miscellanea Bibliothecae Apostolicae Vaticanae XVIII, pp. 583-610. Citta del Vaticano: Biblioteca Apostolica Vaticana, 2011.

Kortom, dat stugge zinnetje geeft te denken: ergens is er iets misgegaan en is kennelijk de klad gekomen in een ooit vruchtbare samenwerking.