De zelfbehoud-paradox

Vanmorgen ergens tussen 9:30 en 9:45 uur gaf Wim Klever op een recent blog een reactie, waarop ik reageerde. Het ging over paradox. Vervolgens reageerde hij in diezelfde periode met deze tweet:

Zelfbehoud eigen werk? Neen. 'Ik heb NUL kracht mij in het leven te houden ... AB ALIO CONSERVOR / word door buitenwereld bewaard' (of niet)

— Wim klever (@wimklever) 5 mei 2013

En ik zie daarin zo’n schitterende Spinozistische paradox. Er líjkt sprake van een tegenstelling, maar dat is schijn, want oplosbaar resp. uitlegbaar.

Zelfbehoud is de samenvatting in één woord van het “in suo esse perseverare”.  

Zou de ogenschijnlijke tegenstelling wellicht zitten in het woordgebruik: want hoezo spreken van ZELFbehoud, als er niets is wat je ZELF aan je behoud kan doen? Als je er niets zelf aan kunt bijdragen en het helemaal de krachten om je heen zijn die jou onderhouden en behouden (of niet, en dan ga je eraan)?

Zo wil Wim Klever het voorstellen en zo brengt hij het altijd weer (want het is niet de eerste keer dat het hierover gaat). Hij citeert hier Spinoza uit de PPC, het bewijs van de 7e stelling van het eerste deel. Het mooie is dat het zeker is dat daar op die plek in de PPC Spinoza zelf aan het woord is, want hij is in discussie met Descartes en bezig Descartes’ bewijsvoering te verbeteren. Het doel daar is het bewijs van het a posteriori godsbestaan te verbeteren. Dat laat ik verder rusten.  

Altijd twee perspectieven
Bij Spinoza zijn er altijd twee kanten waarmee je naar dingen dient te kijken. Bij hem moet je je altijd afvragen: is dit het nu helemaal? En meestal blijkt dan dat er nog een ander perspectief is waarmee hij wil dat je naar de zaak kijkt.

Zo maakt hij op meerdere plaatsen, o.a. in 2/10cs een onderscheid tussen essentie(zijn) resp. bestaan (existentie) en in dat Scholium voegt hij er – chiastisch - de andere omschrijvingen aan toe: secundum fieri (naar het worden; ‘qua worden’ vertaalt Corina Vermeulen) resp. secundum esse (naar het zijn; ‘qua zijn). Je kunt bij enkeldingen kijken naar hoe het wordt, tot stand komt, in het bestaan wordt gebracht en duur krijgt. En je kunt kijken wat iets (eenmaal geworden) in wezen, in essentie is en vermag.  

Een belangrijke passage vinden we dan in 2/45s. “… want ook al wordt elk ding door een ander afzonderlijk ding aangezet om op een bepaalde wijze te bestaan, toch volgt de kracht die elk ding in zijn bestaan doet volharden uit de eeuwige noodzakelijkheid van Gods natuur.” (vetdruk van mij). Spinoza verwijst er naar 1/24c. Ik wijs erop dat hier vooruit wordt gewezen naar wat later in 3/7 als de conatus wordt ingevoerd. Conatus is natuurkracht die je in elk enkelding vindt. Ik en met mij de andere dingen hebben niet NULkracht.

Voor de essentie van elk individueel ding, d.w.z. voor de kracht die elk ding heeft (om in zijn bestaan te volharden) moet je niet naar de omringende andere dingen kijken die je in bestaan gebracht hebben en die voor je onderhoud (regeneratie) zorgen, maar moet je kijken naar de kracht van God of de natuur die jou - ogenschijnlijk langs die omweg, maar rechtstreeks - iets van zijn kracht geeft. En dat maakt dat jij – met behulp van je omringende derden-enkeldingen – in staat wordt gesteld tot ZELFbehoud. Dat maakt mij uiteraard geen volstrekt zelfstandig iets, zeker geen substantie; ik ben en blijf voor mijn wezen (rechtstreeks) en voor mijn bestaan (via andere eindige dingen) afhankelijk van God, blijf in God, dat hoeven we niet steeds te blijven herhalen. Maar binnen dat kader ben ik wel een individu, een subject, een ZELF dat ook tot iets in staat is, namelijk “in suo esse perseverare.” En dat verzin ik niet zelf, maar lees ik bij Spinoza.

Zelfbehoud en 'ab alio conservor' is slechts een schijnbare tegenstelling. 

Stan Verdult 

Reacties

Inderdaad, Stan, was mijn tweet gisteren tegen jouw paradox-blog gericht en heb ik in het verleden al vaak verdedigd dat er geen twee causaliteiten in mij werkzaam zijn , maar dat de verticale enkel in/als de horizontale werkzaam is. Ik beperk mij nu tot een citaat uit het grote genie achter de hele Moderne Tijd, Epicurus. In zijn DE RERUM NATURA IV 830-831 lezen we:
OMNIA COMMUTAT NATURA ET VERTERE COGIT. Als wij veranderen, ons leven sturen of een andere wending geven, dan is dat allemaal en altijd iets dat de natuur doet en afdwingt. Ook als wij, zoals dat tegenwoordig heet, onze verantwoordelijkheid nemen. ONS streven naar (conatus) is in wezen gods aktiviteit. Wij zijn EFFECTUS naturae.

Wim, dit is op twee manieren weer geen reactie: 1) het gaat niet over Spinoza maar over Epicurus voor zover eeuwen later verwoord door Lucretius; 2) als ik bij Spinoza lees dat een individu, een subject, een ZELF ook tot iets in staat is, namelijk “in suo esse perseverare” is zijn kracht, dan heb ik toch niet beweerd dat dat subject iets buiten de natuur zou zijn? Opvallend dat jij alleen weer komt met dat wij EFFECTUS naturae zijn, hetgeen alleen weer (secundum fieri) op het worden, het ontstaan ziet. Maar wij zijn zelf vanuit onze aard (secundum esse) ook weer oorzaak van iets zijn, CAUSA naturae (1/36, "er bestaat niets uit wiens aard niet een of ander gevolg voortvloeit"). Wij behoren ook - als subject - tot de natuur en vertegenwoordigen een stukje kracht ervan.