Henri de Boulainvilliers (1658 - 1722) ras-Spinozist en ideoloog van de Radicale Verlichting - le 'Spinoza français'

Deze graaf van Saint-Saire was een Frans historicus, schrijver en radicaal ‘philosophe’ die naast Fontenelle als tweede grondlegger van de Franse Vroege Verlichting kan worden gezien. Als historicus was hij een van de eersten die schreef over de instituties en de fundamentele wetten van de staat.

Hij begon met het idee Spinoza te moeten bestrijden, maar hij raakte meer en meer in de ban van Spinoza’s krachtige argumentaties en, zoals Jonathan Israel, op wie ik me voornamelijk baseer, het noemt, raakte doordrenkt van de filosofie van Spinoza. Hij ontwikkelde zich tot een ras-spinozist. En door de kring waarvan hij het middelpunt was had hij grote invloed op de verspreiding van het spinozistische gedachtegoed.

Aan zo iemand mag op dit weblog wel eens aandacht worden besteed, vooral ook daar de Nederlandse wikipedia hem negeert. 

Boulainvilliers opleiding begon hij aan het cartesiaans georiënteerde college der Oratorianen in Fuilly ten N-Oosten van Parijs. Hij diende van 1679 tot 1688 bij ’s konings musketiers (hij was niet een van de legendarische mousquetaires). En toen hij daaruit ontslagen werd kon hij zich geheel overgeven aan het genoegen van te studeren. Hij werd getypeerd als een zachtaardige en bescheiden edelman en een diepzinnig erudiet. Door de tegenslagen van zijn lot (hij verloor vrouw en kinderen) liet hij het najagen van roem achterwege en wijdde zich aan intensieve en brede studie; met een neiging om teveel zaken aan te pakken en zo zijn aandacht te versnipperen.

Hij ontwikkelde zich tot tegenstander van de absolutie monarchie van Lodewijk XIV die hij ‘l’Autorité arbitraire’ noemde. Hij was het grondig oneens met de stijl en de pretenties van diens regering die hij despotisch en ‘odieux’ noemde. Vooral de retoriek van het ‘goddelijk mandaat’ en het gebruik van theologische argumenten, waarmee de kerk (i.c. Bossuet) deze regering ondersteunde, waren hem een gruwel. Hij was echter geen volbloed democraat, maar stond meer een ‘democratische’ participatie van de adel voor; een soort ‘gekroonde republiek’ als sinds 1688 in Engeland.

Hij kwam in aanraking met de Tractatus Theologico-Politicus in 1694 en begon (daarvoor misschien gevraagd door Bossuet?) een onderzoek naar de zwakke plekken in dat boek van Spinoza, maar raakte in de ban van de argumentaties. Hij zag Spinoza’s ‘sofismen’ en spitsvondigheden als gevaarlijk. Maar hij streefde er wel naar Spinoza’s gedachten juist weer te geven. Van een publicatie van die studie kwam het niet.

Daarna begon hij aan een groot werk waaraan hij van 1699 tot 1703 werkte: Abrégé d’histoire universelle. Ook dat bleef ongepubliceerd. Daarna ging hij zich weer eens bezighouden met Spinoza, nadat hij, op zoek naar een Hebreeuwse grammatica, gewezen was op de Opera Posthuma, waarin Spinoza’s Hebreeuwse grammatica was opgenomen.

Vervolgens publiceerde hij zijn Exposition du Système de Benoît de Spinosa et sa défence contre les objections de mr. Régis. Hij bekritiseerde de in zijn ogen tekortschietende kritiek op Spinoza door Régis. Je moest Spinoza wél in zijn waarde laten en hij vond dus niet Spinoza, maar Régis obscuur, onlogisch en verwarrend bij het definiëren van ‘substantie’, ‘God’, en ‘natuur’. Spinoza’s godsbewijs kon in zijn ogen niet anders dan worden geaccepteerd. Alleen de ‘ruïneuze consequenties’ die hij er aan ontleende, dienden bestreden te worden. Een beschuldiging van atheïsme vond hij daarentegen weer te ver gaan, ook al stelde Spinoza’s ‘staats-godsdienst’ niets voor. Boulainvilliers concludeerde liever dat veel voor de rede verborgen is – dus laat de wonderen e.d. maar onverklaard.

De laatste stap in Boulainvilliers’ geleidelijke ‘bekering tot het spinozisme’ was zijn Essai de métaphysique dans les principes de Benoît de Spinoza waaraan hij tussen 1704 en 1712 moet hebben gewerkt. 

Hij vertaalde in 1705 voor eigen gebruik en ten behoeve van zijn kring van intimi de Ethica, en dat zou hij zorgvuldig doen. [Deze vertaling werd pas in 1907 uitgegeven en is bij gallica in te zien].  Het toont de intensiteit waarmee Boulainvilliers met Spinoza bezig was.

Voor zijn Essay gaf hij de Ethica weer, ontdaan van de ‘wiskundige saaiheid’. Hij herformuleerde en vereenvoudigde het stelsel en hoewel hij in de inleiding het excuus gaf dat dat het hem makkelijker maakte Spinoza’s leer te verwerpen, is duidelijk dat hij er de Ethica mee verdedigde en aan de man bracht. In tegenstelling tot vroeger verwierp hij nu de scheppingsgedachte, onderstreepte hij de noodzakelijke en absolute onderlinge afhankelijkheid van alles wat gebeurt. Hij verwierp dat God los zou staan van het universum of dat hij een wil of verstand zou hebben en hij bevestigde dat alles vooraf was bepaald en dat er geen vrije wil bestaat.

Jonathan Israel noemt het ‘een meesterwerk van de Vroege Verlichting’. En hoewel het niet tijdens zijn leven gepubliceerd was, werd het via manuscripten een voertuig voor het spinozisme. In 1731 werd het clandestien in Amsterdam uitgegeven, samen met andere werken , als Réfutation des erreurs de Benoît de Spinosa. Het was dit boek waarvan Voltaire later zei dat Boulainvilliers wel het gif gaf, maar vergat het tegengif te geven.

Over Voltaire gesproken, waar deze in zijn in 1741 verschenen tragedie Mahomet de grondlegger van de islam op de meest hatelijke wijze schilderde en daarmee de aloude vooroordelen tegenover Mohammed bevestigde, verscheen van Henri de Boulainvilliers in 1731 te Amsterdam het veel positievere La vie de Mahomed; avec des réflexions sur la religion mahometane, et les coutumes des musulmans. Anders dan in de levensbeschrijvingen van Mohammed door Ockley en Prideaux die kort tevoren waren verschenen en waarin de profeet nog steeds een oplichter en een charlatan werd genoemd, schetste Boulainvilliers Mohammed als ‘een verlichte en wijze wetgever ‘,  een soort proto-Spinoza volgens Jonathan Israel, net zoals Toland Mozes als proto-Spinoza typeerde. “Te geloven dat alleen door beloftes van een paradijselijk leven achteraf en veelwijverij nu, een werk als de moslimcultus tot stand kwam is de mens onderkennen,” schreef Boulainvilliers in zijn voorwoord.

Boulainvilliers behoorde tot de paar vertegenwoordigers van de Verlichting die gefascineerd raakten door het rationalistische karakter van de islam. Kom daar tegenwoordig bij vele zgn. Verlichtingsaanhangers nog maar eens om. Het feit dat Mohammed geen wonderen nodig had om zijn goddelijke zending te bevestigen, gold bij sommigen aan het begin van de 18e eeuw als een teken van de inwerking van een ‘natuurlijke’, niet aan het kerkelijke dogmatisme gebonden godsdienst op de islam, aldus Bettina Noak [in een artikel over Pieter van Woensel].

Aanvulling 10 juni 2020

« L’emprise de Spinoza sur Boulainviller est donc considerable… C’est un fait que Boulainviller, tout autant et plus que Bayle, demeure le veritable entroduceur de spinozisme en France; sa prétendue réfutation, répendue en manuscrits dès 1712, et imprimée en 1731, sera le bréviaire du spinozisme aux xviiie siècle; elle dispencera bien souvent Voltaire et Diderot de recouris au text latin… Boulainviller est le ‘Spinoza français’. »
Paul Vernière, Spinoza et la pensée Française avant la Révolution, Paris, 1954, p. 306-322 [geciteerd in: Wim Klever, David Hume (1711-1776) Wetenschappelijke Ethica van een overtuigd spinozist, Vrijstad 2010, p. 68-69n

Aanvulling 28 december 2013

Nieuw blog: "Hoe kreeg Henri, Comte de Boulainvilliers (1658–1722) zo'n interesse in Spinoza?" [Met informatie over nieuwe vindplaatsen]

Bronnen

Voor zijn bibliografie zie hier.  Daar wordt de Traité des trois imposteurs van 1719 eveneens toegeschreven aan Henri de Boulainvilliers, maar dat wordt betwist; o.a. door Sir Frederick Pollock in zijn Spinoza. His Life and Philosophy.  [Zie hier] Boulainvilliers' Mohammed-biografie maakt toeschrijving van het auteurschap aan hem ook zeer ongeloofwaardig.

Jonathan Israel, Radicale Verlichting, Van Wijnen, Franeker, 2005, hfst 30, Boulainvilliers en de opkomst van het Franse deïsme; en verspreide opmerkingen. 

Henri de Boulainvilliers bij Enc. Britannica

Henri de Boulainvilliers bij En.wikipedia

Over Henri de Boulainvilliers krijgt men uit het lemma in de Catholic Encyclopedia een heel ander beeld; legt de nadruk op zijn hang naar het feodalisme wat toch weer iets heel anders is dan de Radicale Verlichting. Daar komt de naam van Spinoza ook niet voor.

Bettina Noak (Berlijn): Met een vreemde blik: Pieter van Woensel over de Turkse en de westerse samenleving. In: Neerlandistiek in contrast. Handelingen Zestiende Colloquium Neerlandicum. Rozenberg Publishers, Amsterdam 2007 [op DBNL]

Luc Foisneau on the French philosophers eclipsed by rationalism (general editor of the Dictionary of Seventeenth-Century French Philosophers) - zet in een tekst die vorige maand werd gepubliceerd op The Philosophers' Magazine, wat vraagtekens achter de grootte van Spinoza's invloed aan het eind van de 17e en begin van de 18e eeuw.

Er is op internet geen portret van Henri de Boulainvilliers te vinden. Er schijnt er wel een te bestaan, gezien deze uitgave:
Renée Simon: Un révolté du Grand Siècle: Henri de Boulainvilliers. Avec un portrait, un autographe, un horoscope et quatre traités inédits. Éditions du Nouvel Humanisme, 1948 [zie hier]
Een bewerking van haar dissertatie Un révolté du Grand Siècle: Henri de Boulainviller, Lille, 1940 [daar werd de naam iets anders gespeld] 

Zie blog La Tradizione Libertaria, o.a. over Boulainviller

Reacties

Het is echt belachelijk om Spinoza of Israel voor een religieus, of en reli-spinozistisch karretje te spannen. Alsof Spinoza niet alles schreef om religie te bestrijden en het gezonde verstand en daarmee het menselijk geluk te bevorderen. Het is zeer teleurstellend dat op deze weblog en elders voortdurend de suggestie wordt gewekt, want niets wordt beargumenteerd, dat Spinoza religieus zou zijn. Niets is absurder. In feite haalt men hiermee de angel uit Spinozas filosofie en wordt die paradoxaal en onbegrijpelijk.

Lees bijvoorbeeld wat Spinoza schrijft in een brief aan Albert Burgh, een vroegere aanhanger van Spinoza, maar ondertussen zeer verrassend, in Italië tot het katholicisme bekeerd. Spinoza geeft toe dat de katholieke kerk qua macht en inkomsten buitengewoon goed georganiseerd is. Hij zou bijna denken dat het de beste kerk is om mensen te bedriegen en hun verstand te bedwingen, als die niet royaal voorbijgestreefd werd door de 'Mohammedaanse kerk', niet alleen wat betreft omvang en greep op de gelovigen, maar ook door haar eenheid. (Engels); I should believe that there was no other more convenient for deceiving the people and keeping men's minds in check, if it were not for the organization of the Mahometan Church, which far surpasses it.

Spinoza in Theologisch Politiek Traktaat;
Niets regeert de massa effectiever dan het bijgeloof.

Zo komt het dat het volk onder het mom van godsdienst dan weer de ene leider vereert alsof het een god was en dan weer de andere vervloekt en verafschuwd als de pest.

Om dit te vermijden heeft men erg zijn best gedaan om de ware godsdienst, of met pracht en praal of met strenge soberheid en strenge regels te brengen dat mensen denken dat dit zo belangrijk is dat het stipt moet worden nageleefd.

De moslims hebben hierin het meeste succes gehad, doordat bij hen zelfs discussie voor erge zonde geldt en zij zoveel invloed uitoefenen op de mening van iedereen, dat er in hun hoofd geen plaats meer overblijft voor het gezonde verstand, zelfs niet om te twijfelen.

Ook Jonathan Israel is heel duidelijk in zijn lezing 9-6-7 in Amsterdam;

Dat er heden nog sommigen zijn die Spinoza met vijandelijke ogen bekijken moet in verband gebracht worden met het feit dat Spinoza eigenlijk de eerste grote filosoof was die een vaste grondslag legde waar op de hedendaagse, zuiver seculaire humanisten, de agnostici, atheïsten, naturalisten, vrijdenkers van allerlei aard en voorstanders van volle tolerantie allemaal konden voortbouwden. Spinozas tolerantieleer, bijvoorbeeld, was geheel anders dan de in sommige aspecten vrij beperkte verdraagzaamheid van John Locke, die niet alleen atheïsten daarvan uitsloot maar in bepaalde omstandigheden ook katholieken; bovendien heeft Locke alleen louter theologische grondslagen gegeven om de tolerantie te rechtvaardigen. Gegeven dat bijna alle echte radicale vrijdenkers uit de vroeg 18 de eeuw Henri de Boulainvilliers, Toland, Anthony Collins, Radicati, Tyssot de Patot, Van Leenhof, de hoofdlijnen van Spinozas leer volgden, moet Spinoza zeker ook beschouwd worden als de allerbelangrijkste figuur van de Europese Vroeg Radicale Verlichting, zoals dat tegenwoordig in Nederland wordt genoemd.
Hoewel vrijheid van godsdienst volledig in Spinozas tolerantieconcept te begrijpen was, was de vrijheid van geloof geenszins de kern van zijn tolerantieleer, die eigenlijk veel meer gericht was op andere prioriteiten. Want, verdraagzaamheid gaat bij Spinoza, in de eerste plaats over individuele vrijheid, vooral van denken, spreken, van drukpers en van levenstijl, en niet zozeer over het geloof of het naast elkaar bestaan van kerken en pluraliteit van kerkinstellingen, en uiteraard nog minder over vrijheid voor kerkelijke structuren en gezag om hun aanhang te vermeerderen, hun eigendommen uit te breiden, en hun onderwijsinstellingen zo sterk mogelijk op te bouwen.
Dit is een erg belangrijk punt. De vrijheid van de individuele mens zou beslist niet door politieke tirannie beperkt moeten worden, maar zeker ook niet door kerkgenootschappen of door de tirannie van vooraanstaande theologen en woordvoerders over hele geloofsgemeenschappen. Volgens Spinoza was de grondslag van het staatkundige leven, dat het uiteindelijke doel van de politiek niet is om te heersen, of de mensen met vrees in bedwang te houden en aan een ander ondergeschikt te maken, maar integendeel om de enkeling van vrees te bevrijden, zodat hij, voor zover dat mogelijk is, veilig leeft, dat wil zeggen, dat hij zijn natuurlijke recht om te bestaan en zich te doen gelden, zonder schade voor zichzelf en voor een ander, optimaal behoudt.

Het gaat dus absoluut niet op om Spinoza of Israel voor wat voor religieus karretje dan ook te spannen!

Als A grote waardering en bewondering heeft voor B en B voor C, dan heeft A waarschijnlijk ook bewondering en waardering voor C. Boulainvilliers adoreert Spinoza. Hume is een verwoed lezer en bewonderaar van Boulainvillier. Ergo. De argumentatie is niet wiskundig, maar geeft te denken. Feit is dat Hume herhaaldelijk (in zijn ESSAYS, MORAL AND POLITICAL alsook in zijn THE NATURAL HISTORY OF RELIGION) met instemming gebruik maakt van de beschouwingen van Boulainvielliers. Zie daarover mijn FORTHCOMING boek over DAVID HUME. WETENSCHAPPELIJKE ETHICA VAN EEN OVERTUIGD SPINOZIST (sectie 55). - Ik vind, Stan, dat je een fantastische blog hebt gemaakt over de grote figuur Henri de Boullainvilliers en dat de reactie daarop van Haije Bouwman allerminst terzake is (zoals meestal).

Wim, dank voor de lof. Ben benieuwd naar je Hume-boek.
De niet terzake doende en ondermaatse reactie van Haije Bouwman met zijn (niet voor het eerst geuite) "reli-spinozistisch karretje"-fantoom negeer ik.

Beste heren, dank voor uw reactie, ook alle lof voor het werk van Stan. Het terzake doende van mijn bijdrage is dat de positieve waardering van Boulainvilliers voor Mohammed, of voor de Islam helemaal niet bij Spinoza terug te vinden is en dit dus juist een niet-spinozistisch aspect van het denken van deze man is. Het zou dus apart gezet moeten worden van zijn overige, heel spinozistische opvattingen en niet gebracht moeten worden als zou dit bewijzen dat Boulainvilliers Spinoza aanhanger was, want het bewijst juist het tegendeel.
Grappig dat Wim Klever zijn bijdrage, waarin hij mijn reactie niet ter zake noemt, begint met niet ter zake zijnde reclame voor zijn boek, wat hem natuurlijk helemaal vrij staat, maar als je in het zelfde bericht iets doet wat je en ander verwijt, tja

Stan, nog even dit. Enkele jaren gelden ontving ik van de auteur Rolando Minuti zijn studie ORIENTALISMO E IDEE DI TOLLERANZA NELLA CULTURA FRANCESE DEL PRIMO '700 (Firenze: Olschki 2006, 421 pp) met waarlijk verrukkelijke pagina's over het Mohamet-boek van Boullainvilliers. Ik heb het toen ook aan mijn vriend Jonathan Israel aanbevolen en nam mij voor om daar eens iets mee te doen. Helaas is het er niet van gekomen. De kwestie die Boullainvillier en nu ook Minute aanraakt is hyperactueel (vooral nu Hirsi Ayaan haar boek NOMADE heeft gepresenteerd), maar is te ingewikkeld om hier samen te vatten.