Jacques Lacan (1901 – 1981) Spinozistisch psychoanalyticus?

Jacques Lacan omstreeks 1925Lacan, na Freud als de belangrijkste psychoanalyticus van de 20e eeuw beschouwd, injecteerde op jonge leeftijd de psychoanalyse met een snufje Spinoza; en op latere leeftijd voelde hij zich behandeld als Spinoza.

Lacan groeide op in een middenklasse gezin in Montparnasse te Parijs. Hij bezocht een prestigieuze katholieke school, het Collège Stanislas, waar hij als briljante leerling gold, maar niet exceptioneel. Hij excelleerde wel in godsdienst en Latijn. Vanaf zijn schooltijd ontwikkelde hij een levenslange passie voor filosofie en in het bijzonder voor Benedictus de Spinoza en diens nadruk op het idee van Gods bestaan terwijl hij toch door joden en christenen als atheïst werd gezien. Spinoza fascineerde hem. Op het schoolinternaat hing Lacan een diagram van de Ethica op zijn slaapkamer - bepaald een subversieve actie terwijl hij in een katholieke omgeving werd grootgebracht. Dit is te zien als een vroege indicatie voor Lacan's houding ten opzichte van instituties en gezagsdragers.

Na deze opleiding studeerde hij medicijnen en specialiseerde hij zich in psychiatrie met een bijzondere interesse in psychose. Vervolgens begon hij een gewone psychiatriecarrière tot de jaren '30. In 1930 las hij een artikel over paranoia van de toen nog onbekende schilder Salvador Dali (1904-1989) en in 1931 begon hij Freud te lezen. Dit zette hem aan tot een levenslang durend engagement met de omvorming van de psychoanalyse - een transformatie van de psychoanalyse van een theorie over en behandelmethode voor neurose tot een overkoepelende theorie waarmee ook uitspraken over de maatschappij gedaan kunnen worden. Daartoe liet hij zich behalve door Freud tevens beïnvloeden door de structuralistische taalkunde van De Saussure en de structurele etnologie van Lévi-Strauss en… ook Spinoza.

Zo lees je: “In the work of Jacques Lacan, Spinoza is often present in the background and occasionally cited. For instance, proposition 57 of part 3 of Spinoza's Ethics appears as an epigraph to Lacan's medical dissertation (1932).” Liefdevol sprak hij over Spinoza als "polisseur de lunettes".

Een voorbeeld van zijn toepassing van Spinoza is het volgende. Lacan maakte, nauwkeuriger dan Freud, onderscheid tussen behoefte en verlangen. Een behoefte, als dorst en honger, kan bevredigd worden. Verlangen daarentegen gaat dieper dan menselijke behoefte en is onverzadigbaar. Voor Lacan is verlangen een veel breder en abstracter concept dan libido of 'wens' bij Freud. In "seminar XI omschrijft hij het, in navolging van Spinoza, als 'het wezen van de mens'. Verlangen maakt de kern uit van wat we zijn en is als zodanig essentieel een relatie tot gebrek: verlangen en gebrek zijn onlosmakelijk verbonden. Lacan definieert verlangen dan ook als de rest die overblijft na aftrek van ‘nodig hebben’ van de vraag.

Hij werd almaar bekender en spraakmakender vanwege zijn afwijkende theorieën. In de 60-iger jaren voerde hij een soort guerrillaoorlog met de Internationale Psychoanalytische Gemeenschap (IPA) en de Société Française de Psychoanalyse (SFP) waarmee het uiteindelijk tot een breuk zou komen. Na strubbelingen over de publicatie van teksten waaraan door velen lang gewerkt was ging het in dec. 1963 vanwege het zich terugtrekken van Lacan niet door. In de kersttijd van dat jaar, terwijl hij z'n lezing voor een nieuw seminarie over "De vier fundamentele concepten van de psychoanalyse" voorbereidde,  las hij de Spinozabiografie van Colerus. En voordat hij in januari 1964 tot z'n eigenlijke onderwerp kwam, begon hij over wat er gebeurd was op de 27e juli in 1656! Spinoza was toen geëxcommuniceerd door de synagoge waarop de schamatta, de uitsluiting zonder mogelijkheid van terugkeer, volgde. Welnu, net zo voelde hij zich uit de IPA gezet, hetgeen geratificeerd was door de SFP. "Ik wil niet zeggen dat de psychoanalytische gemeenschap als een kerk is, hoewel dat mogelijk wel zo is, want ontegenzeggelijk komt de vraag op of dit geen echo is van een religieuze praktijk," zei hij over het feit dat hem verboden was nog psychoanalytische trainingen te geven. Z’n praktijk en theorie-ontwikkeling was hem niet afgenomen, alleen zijn bevoegdheid om psychoanalitici op te leiden. Hij was niet buiten de psychoanalytische gemeenschaap gestoten. Maar hij voelde zich toch net zo behandeld als Spinoza!

Hij maakte van het fabeltje dat Colerus over de ban vertelde een historische realiteit en maakte voor eigen gebruik een Spinozistische excommunicatie-metafoor.

__________

Ik maakte gebruik van:

Sean Homer: Jacques Lacan. (Routledge critical thinkers) Routledge, 2005, p. 3 en p. 73 [books.google]

Élisabeth Roudinesco: Jacques Lacan & Co: a history of psychoanalysis in France, 1925-1985. University of Chicago Press, 1990 [books.google]

Douglas Collins: L'Amour intellectuel de Dieu: Lacan's Spinozism and Religious Revival in Recent French Thought. In: Anthropoetics - The Electronic Journal of Generative Anthropology. Volume III, number 1 (Spring/Summer 1997) [html]

Spinoza and Psychoanalysis op Answers.com

Over Lacan en Spinoza weer niets in:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacques_Lacan

http://www.iep.utm.edu/lacweb/