Koningin Sophie der Nederlanden (1818 – 1877) "Spinoza, de grootste Nederlander die ooit geleefd heeft"

Zoals blijkt uit het blog van gisteren hield ik me afgelopen dagen even bezig met het zgn. Spinoza-portret dat zgn. van Hendrik van der Spyck zou zijn. Daarbij was ook te lezen dat koningin Sophie, de echtgenote van koning Willem III, volgens Ernst Altkirch “einer Verehrerin des Philosophen”, dat is: Spinoza, geweest zou zijn. Daar wilde ik wel iets meer over te weten zien te komen, want een mede Spinoza-fan wil ik graag nader leren kennen. En het zou toch wel iets bijzonders zijn als er ooit in paleis Noordeinde en later in Huis ten Bosch iemand had gewoond die zich in Spinoza verdiepte. Daartoe ging ik het in de Maastrichtse bibliotheek Centre Céramique beschikbare materiaal na wat ik daarover kon vinden.

Het hád gekund. Ze was een intellectueel begaafde vrouw met grote culturele belangstelling. Ze had een voortreffelijke opvoeding en privé opleiding genoten en veel groten leren kennen. Haar vader, de koning van Württemberg, had haar altijd bij staatszaken betrokken en haar b.v. uittreksels en vertalingen laten maken van in het Frans gestelde politieke stukken en dikwijls met haar over Europese politieke zaken gesproken. Deze achtergrond werd wellicht de belangrijkste bron van haar latere ellende met haar man, de latere manische koning Willem III die haar overal buitensloot en geen enkele taak toebedeelde – haar zelfs buitensloot van de opvoeding van haar oudste zoon ‘Wilwil’. Ze had aanleiding in de vele brieven die ze schreef aan haar Engelse vriendin, Lady Mallet, dikwijls over haar situatie te klagen: “Mijn leven is hard en eenzaam” (29 april 1844); “Ik geloof niet, dat doodgaan moeilijk is. Leven is een veel zwaardere opgave” (23 maart 1876).

Uit die omvangrijke briefwisseling is een boek samengesteld door Hella Haasse en prof. S.W. Jackman, Een vreemdelinge in Den Haag. Uit de brieven van Koningin Sophie der Nederlanden aan Lady Malet [Sijthoff, Amsterdam, 1984], maar daarin is niets te vinden over Spinoza dan één zin, waarin ze hem foutief een citaat toeschrijft, maar waaruit in ieder geval blijkt dat ze van Spinoza heeft gehoord en hem zeer hoog heeft. Op 31 augustus 1867 schreef ze: “Helaas, in deze wereld is misverstand de bron van alle kwaad. Indien we alles konden uitspreken, zou het ook te dragen zijn. ‘Tout comprendre c’est tout pardonner,’ zei Spinoza, de grootste Nederlander die ooit geleefd heeft.” (voetnoot. Deze uitspraak is niet van Spinoza, maar van madame de Staël, uit haar roman Corinne) [p. 227]. Sophie had kunnen weten dat Spinoza geen Frans schreef.

Als meisje en jonge vrouw had ze in haar paleis in Stuttgart veel gelezen en schreef daarover later: “Ik had een lievelingsstudie waarover ik weinig sprak, uit angst te worden uitgelachen: ik las Kant en Hegel. Ik dweepte met Hegel. Het lijkt een zonderlinge voorliefde, zeker voor een vrouw, want wat drijft men al de spot met abstracte filosofen en metafysici. Men vergeet daarbij hoe belangeloos deze dorst naar kennis is die ons meevoert naar een ver verschiet, ons doet uitstijgen boven onze beperkingen naar hoogten van inzicht waardoor wij onszelf kunnen vergeten.”

Door haar vriend, neef en ex-minnaar prins Napoleon (1822-1891) aan wie ze wel 600 brieven schreef, werd zij “femme philosophe” genoemd, vanwege haar dorst naar kennis en intellectuele belangstelling. Later werd ze bekend als “la reine savante” (de geleerde koningin). Je zou verwachten dat als Spinoza haar lievelingsfilosoof was, deze toch ergens genoemd zou worden of dat ze ergens zou laten doorschemeren dat diens filosofie haar tot enige steun was – niets daarvan.

                    Koningin Sophie

Ze had vele intellectuele contacten met geleerden in Europa, o.a. de historicus Ernst Renan. Dit levert de enige keer de naam Spinoza op in de biografie die Dianne Hamer over haar schreef, maar uit een brief van Renan. “Die schreef op 12 februari 1877 dat hij ter gelegenheid van de herdenking van Spinoza naar Den Haag wilde komen: voor de grote geleerde Spinoza, op 21 februari, als Uwe Majesteit het toestaat, zal ik haar mijn werk laten zien, en dat was niet het geringste motief om de uitnodiging te accepteren. Door een verkoudheid stond hij in dubio of hij werkelijk naar Nederland zou kunnen vertrekken, maar gelukkig knapte hij weer wat op. Tot zijn vreugde kon hij het eerbetoon aan deze glorieuze herinnering bijwonen en ook de koningin bezoeken.” [p. 231]

Sophie was in die tijd voortdurend ziek en voelde haar einde al naderen. Ze stierf op 2 juni 1877 in Huis ten Bosch.

Uit het feit dat er helemaal geen signalen over hoe belangrijk Spinoza voor haar was, te vinden zijn, vrees ik te moeten concluderen dat niet alleen het Spinoza-portretje een onjuiste toeschrijving betreft, maar dat ook de uitspraak van Altkirch (einer Verehrerin des Philosophen”) nergens op gebaseerd is dan die enige uitspraak van haar over Spinoza die de kop van dit blog leverde, maar die geen vlees op de botten kan krijgen. Theoretisch is uiteraard mogelijk dat de eventuele sporen van die verering door de biografen en redacteuren van briefuitgaven systematisch uitgefilterd zijn, maar dat vind ik toch niet goed voorstelbaar. Hiermee moeten we het, wat koningin Sophie en Spinoza betreft, doen.

________________

Bronnen

Dianne Hamer, Sophie, koningin der Nederlanden. Biografie van Sophie van Württenberg (1818-1877) op basis van brieven en dagboeken. Verloren, Hilversum, 2011

Hella Haasse en prof. S.W. Jackman, Een vreemdelinge in Den Haag. Uit de brieven van Koningin Sophie der Nederlanden aan Lady Malet. Sijthoff, Amsterdam, 1984

Tentoonstellingscatalogus Rondom een album van Koningin Sophie. Terugblik op het leven van Koningin Sophie der Nederlanden (1818-1877). Oranje Nassau Museum -  Stedelijk Museum “Het Prinsenhof”, Delft 12 maart - 24 april 1977.