Léon Brunschvicg (1869 - 1944) deed veel aan kennisverspreiding over Spinoza

Sinds ik in het overzicht, “Spinoza Scholarship”, dat Wiep van Bunge schreef voor The Continuum Companion to Spinoza, zag dat hij voor Frankrijk wel melding maakte van Taine, Renan en Delbos, maar niet van Brunschvicg, wilde ik een blog wijden aan deze filosoof die best veel gedaan heeft aan het verspreiden van kennis over Spinoza.

Léon Brunschvicg was een Frans filosoof die van 1891 tot 1895 doceerde aan het Lyceum van Tours, daarna tot 1900 aan het Lycée Pierre Corneille in Rouen en van 1909 tot aan zijn dood colleges gaf aan de Sorbonne. Hij stond een soort Platoons idealisme voor én een humanisme. Zijn filosofie waarmee hij behoorlijk wat invloed had op het Europese denken, wordt meestal omschreven als ‘kritisch idealisme’. Hij breidde de filosofieën van Kant en Hegel uit met het denken van Plato, Descartes, Spinoza en Pascal. Wiskunde zag hij als het hoogste dat het menselijk denken bereikt had en dat voorafging aan alle activiteiten van de geest. God was voor Brunschvicg dat wat ons in staat stelt om een leven van de geest te leiden. Z’n voornaamste werken waren: La Modalité du jugement (1897); Les Étapes de la philosophie mathématique (1912); Le Progrès de la conscience dans la philosophie occidentale (2 vol., 1927 – Vol II op internet), waarin hij zijn overtuiging uitte dat het doel van filosofie was om zodanige intellectuele activiteit te ontplooien met wiskunde, wetenschap en ethiek dat grotere zelfbewustzijn en eenheid bereikt werd; La Raison et la religion (1939).

 

Hier gaat het uiteraard om zijn bemoeienissen met Spinoza. Als eerste verscheen het artikel

 

• La logique de Spinoza. In: Revue de Métaphysique Et de Morale 1 (5):453 - 467 (1893)

 

 

Vervolgens verscheen, toen hij nog docent was aan het Lyceum van Tours, het boek, waarmee hij veel succes had en dat achtereenvolgens in meerdere edities uitkwam:

• Spinoza, Felix Alcan, 1894 [in te zien bij archive.org]

 

 

La révolution cartésienne et la notion spinoziste de la substance. In: Revue de métaphysique et de morale (1904)

• Spinoza, deuxième édition, revue et augmentée, 1906 [in te zien bij archive org]

Zijn Spinozaboek breidde hij daarna uit tot
Spinoza et ses contemporains, [Paris, Alcan (Bibliothèque de philosophie contemporaine), 1923]. Een latere editie kwam uit bij Les Presses universitaires de France [Paris,
1951. Van de 5e editie die verscheen eveneens bij PUF [Paris, 1971], werd een digitale versie (o.a. in PDF) op
internet gebracht.

Samen met Bergson, Bréhier, Léon en Lévy Bruhl nam Brunschvicg deel aan een Frans Comité dat de festiviteiten n.a.v. de 250e sterfdag van Spinoza voorbereidde (cf blog, waarin hij Brunschvicq werd genoemd).

Brunschvicg was lid van het curatorium van de internationale Societas Spinozana en schreef een drietal artikelen voor het Chronicum Spinozanum:

L. BRUNSCHVICG - Sur l'interprétation du Spinozisme. In: Chronicon Spinozanum, Vol I

L. BRUNSCHVICG - Le Platonisme de Spinoza. In: Chronicon Spinozanum, Vol III

L. BRUNSCHVICG - Sommes-nous spinozistes? In: Chronicon Spinozanum, Vol V

Deze artikelen uit Chronicumon Spinozanum zijn te vinden via dit blog. Het laatste, „Sommes-nous spinozistes?,” Staat ook gedigitaliseerd bij de AAS.

 

“La philosophie est la science des problèmes résolus”
[Brunschvicg, spottend?]

 

 

Zwaar tegenvallend
De secretaris van het Spinozahuis, W.G. van der Tak, gaf in 1931 op verzoek van uitgever J. Philip Kruseman "eene vrije bewerking van de door Léon Brunschvicg, Lid van het Institut de France en Hoogleeraar aan de Sorbonne, reeds in 1894 in het licht gegeven, bekroonde studie Spinoza, een werk, dat ik immer met toenemende bewondering las."

 

Je proeft de hier en daar nogal idealistische aanpak. Spinoza wordt op een tamelijk gezwollen, krampachtige en ingewikkelde manier 'naverteld', waarbij kriskras uit diens diverse boeken beweringen worden aaneengeregen. Je kunt je niet voorstellen dat er ooit iemand die verder niets van Spinoza las, hieruit enig begrip van Spinoza's denken heeft kunnen opdoen. Indien ooit, dan geldt vooral hier het advies: begin hier niet aan en lees vooral Spinoza zelf. Of dit boek een goed beeld gaf van het origineel kan ik niet beoordelen, maar ik vrees dat Van der Tak tamelijk slaafs Brunschvicg heeft gevolgd.

                                                  * * *

In het vijfenvijftigste jaarverslag [MCMLI-MCMLII] van Het Spinozahuis. Brill, Leiden, 1952, [books.google] schreef secretaris Van der Tak:

Waarvan acte.  

Over Brunschvicg en Spinoza

 

Vincent Duclert, La pensée de Spinoza et la naissance de l’intellectuel démocratique dans la France du tournant du siècle. Dossier: Intellectuels juifs (I). Le savoir et la cité. Archives Juives, 2003/2 (Vol. 36) [hier]

 

Vincent Duclert, « Il y a de l’or dans cette poussière. » L’intellectuel démocratique et la résistance aux tyrannies. Dossier: Intellectuels juifs (II). Histoire, politique et identité juive à l'ère des tyrannies. Archives Juives, 2005/1 (Vol. 38) [hier]

 

Jean-Michel Le Lannou, “Un temple pur”. Léon Brunschwicg, lecteur de Spinoza. In: André Toisel, Pierre-François Moreau, Jean Salem (Ed.) Spinoza au XIXe siècle: actes des journées d'études. Publications de la Sorbonne, 2007, p. 295 - 310
Table des matières [PDF [books.google]