Nog éénmaal over deze recentste Spinoza-uitgave

Hier kort mijn bespreking van Alex C. Klugkist en Jacob van Sluis (red.), Spinoza: zijn boeken en zijn denken, Uitgeverij Spinozahuis, 2010, 69 p, dat ik in een eerder blog meldde.

Het boekje bevat de vier lezingen van het Spinoza-Symposium dat in de Universiteitsbibliotheek te Groningen op 7 maart 2008 werd gehouden bij gelegenheid van de tijdelijke verhuizing van de bibliotheek van het Spinozahuis i.v.m. de renovatie.

[1] Fokke Akkerman biedt met “Spinoza en de humanistische traditie” een boeiende en erudiete tekst. Hij laat nog eens heel goed zien, net als in zijn inleiding op de TTP, en net zoals Zweerman uitvoerig aantoonde aan de hand van de inleiding op de TIE (Spinoza's Inleiding tot filosofie.  Ethiek als verhuiskunde), wat voor een behoorlijk gedegen opleiding Spinoza nog in de Aristotelische of Ciceroiaanse retorica heeft genoten. Akkermans hermeneutische zoeken naar de retorische structuur die Spinoza in zijn TTP zou kunnen hebben aangebracht, zie ik als erg waardevol. Dit heeft helemaal niks met getallenmystiek te maken. Om dit met kabbalistiek te vergelijken, zoals Wim Klever deed (“kabbabistische fantasiejen”) vind ik nogal belachelijk. De Regels van de klassieke retorica vormen een volstrekt andere wereld dan een esoterische inlegkunde a la de kabbala.

Ik ervaar een tekst als deze van Akkermans als een kostbaar kleinood. Het reikt op een rustige toon overwegingen aan om een tekst als de TTP qua opbouw en naar intentie beter te doorgronden en genieten. Als er ooit nog eens een boekje “Meditaties bij teksten van Spinoza” zou worden samengesteld, zou dit er fraai in passen.

Het stuk opent met twijfel te zaaien of Spinoza nou wel terecht zo in het seculiere kamp wordt getrokken. En nadat hij in zijn analyse heeft laten zien hoe centraal de figuur van Christus staat in het ‘diepste’ hoofdstuk 4, over de goddelijke wet, eindigt hij opvallend met de “de-seculariserende strekking” die hij in Spinoza’s werk ontwaart! Met die opmerking geeft hij wat mij betreft serieus te denken. (De daarbij geplaatste losse flodderige vergelijking met Pascal laat ik het liefst buiten beschouwing). Maar bij die “de-seculariserende strekking” kan ik mij wel iets voorstellen, hoewel het een term met het risico van misverstaan is. Als het als een vlaggetje bedoeld wordt dat opgestoken wordt tegen al degenen die te makkelijk en onreflexief Spinoza als de grote voorvechter zien van de geseculariseerde moderniteit, alsof Spinoza bijvoorbeeld tegen religie zou zijn, dan stel ik mij daarnaast als medestander op.

De vraag is echter: wat wordt als het tegenovergestelde gezien van het seculiere, van het wereldse? Toch niet enig ‘boven-wereldse’ of zelfs een supernatuurlijke? Wie dat laat meeklinken trekt Spinoza de verkeerde kant op. (Die vergelijking met de gelovige Pascal doet eigenlijk toch het ergste vrezen).

[2] Van Henri Krop hadden we uit hetzelfde jaar, waarin hij deze lezing hield, al een beschrijving van Spinoza’s bibliotheek in het boekje Cis van Heertum (red.) Libertas philosophandi. Spinoza als gids voor een vrije wereld. Hier geeft hij het resultaat van zijn studie nog iets uitvoeriger. Het is best handig om deze beschrijving, analyse en evaluatie van het boekenbezit van Spinoza, waaronder een vergelijking met de verzameling van Jacob Osten, te kunnen raadplegen.

[3] Piet Steenbakkers lezing “Spinoza leest Machiavelli” is informatief en uiterst erudiet – ontmoedigend erudiet zelfs met al die verwijzingen naar onvindbare of ontoegankelijke Italiaanse, Franse e.a. verwijzingen. Het interessants is voor mij de paragraaf over "Virtù – fortuna, virtus – potentia – conatus". Dat gedeelte had wat mij betreft best wat uitgebreider mogen zijn en ten koste moge gaan van een aantal andere delen van zijn beschouwing. Met zijn precieze uiteenzettingen over bepaalde thema’s in Spinoza’s teksten, acht ik Steenbakkers op z’n best. Hier vind ik hem nu jammer genoeg wat aan de korte kant.

Ik vind interessant wat hij schrijft dat de 8e definitie van deel IV van de Ethica waarschijnlijk tot stand is gekomen onder invloed van Machiavelli die hij voor zijn TTP was gaan (her?)lezen. Daarna werkte hij weer verder aan de Ethica.

Die 8e definitie luidt: “Onder ‘deugd’ (virtus) en ‘vermogen’ (potentia) versta ik hetzelfde, dat wil zeggen (volgens stel. 7 van dl 3), wanneer zij op de mens betrekking hebben is de deugd zijn wezen en natuur, voorzover zij het vermogen heeft iets te bewerkstelligen dat men alleen uit de wetten daarvan kan begrijpen.”

Volgens Steenbakkers stelt Spinoza niet zoals Machiavelli virtus tegenover fortuna.

Maar hoe opvallend is het dan niet dat Spinoza vlak na deze 8e en laatste definitie het enige (nogal ‘dreigende’) axioma van deel IV formuleert: “Er bestaat in de werkelijkheid geen individueel ding, dat niet door een ander in vermogen en kracht overtroffen wordt. Welk individu men ook neemt, er bestaat altijd een ander met een groter vermogen dat het kan vernietigen.”

Hier heeft Spinoza in één klap heel duidelijk virtus (8e def.) tegenover fortuna (vervat in ‘t axioma) gezet, zonder dat hij het woord heeft hoeven gebruiken – en meer dan die krachtige ene keer heeft hij niet nodig. De hele ‘fortuna’ zit als het ware samengebald in de krachtige klaroenstoot die dit axioma afgeeft.

Verderop zal Spinoza dan o.a. over het nut van samenwerking spreken. 

[4] Over Detlev Pätzold's “Spinoza’s lof van het lichaam”  heb ik niets toe te voegen aan hetgeen ik in dit blog schreef.

Reacties

Ik had natuurlijk al lang een reactie van Wim Klever verwacht. En ik zou het denk met die reactie eens zijn geweest. Ik durf toch ook wel het woord 'lariekoek' in de mond te nemen m.b.t de conclusie van Akkerman dat 'Spinoza's werk een de-seculariserende strekking heeft'. Alsof Spinoza's leer te vinden is in de TTP. Het is van dezelfde orde als op basis van de TTP beweren dat Spinoza's God ook transcendent is. Hij zal en moet toch een beetje christelijk zijn.

Net zomin als Spinoza's leer te vinden is in wat hij zei tot, meen ik, de vrouw van zijn huisbaas.

OK, Stan, wij verschillen van mening over het nut van Akkerman's explicatie van de TTP door zijn kunstmatige en totaal inefficiente belichting met behulp van de klassieke retorica-regels. Ik vermoed dat jij daar wat in ziet om jezelf te troosten.Heb je tot nu toe ondanks enkele toezeggingen niet steeds vermeden om het heikele onderwerp (wat de echte bedoeling van de TTP is) aan de orde te stellen? Het is belachelijk dat je daar nog niet uit bent (zoals je zei), maar intussen wel weet dat gochelarij met getallen en ringcomposities een bijdrage zijn tot een beter verstaan van het onbekende geschrift. Wat heb je daarvan dan geleerd, mijn beste? Akkerman's stokpaardje is zonder meer bespottelijk; dat blijkt ook uit de onzin die hij uitkraamt over de 'de-seculariserende strekking'. Ging het in de TTP soms niet om politiek? Was de TTP soms niet een apologie? Was de TTP niet gericht op destructie van alle vormen van uitwendige godsdienst die hetzij apolitiek willen zijn hetzij de politiek aan zich willen onderwerpen?

Ik benn het eens met Henk en Wim. Ik respecteer Akkerman zeer als een uitstekend vertaler van de TTP. Ik ben het met hem eens dat de TTP retorische elementen bevat, daarvoor hoef de eerste bladzijden van de Voorrede maar te lezen. Maar het soort constructies dat hij in zijn artikel toepast draagt niets bij aan het begrip daarvan, en is even gekunsteld als Theo Zweerman's elliptische retorica-constructies voor de TIE in diens 'Ethiek als verhuiskunde' - de idiote ondertitel zegt al genoeg.