Speelde Spinoza mee in de vriendschap tussen Goethe en Schiller?

Rüdiger Safranfski, de Duitse filosoof en schrijver van biografieën, kan maar niet genoeg krijgen van de Duitse Klassieke en Romantische periode die in Duitsland met z’n toen nog vele vorstendommen, van 1780 tot 1820 de plaats innam van de Revolutie in Frankrijk. Het is de tijd van Kant, Schelling, Hegel, Herder, Schiller, Goethe en de romantici Novalis, de Schlegels, Hölderlin, Kleist e.a.

Safranski schreef er meerdere boeken over: de dikke pil Friedrich Schiller of de uitvinding van het Duitse idealisme (2004, Ned. vert. 2005), gevolgd door Romantiek. Een Duitse affaire (2007, Ned. vert. 2009) en nu dan onlangs Goethe en Schiller. Het verhaal van een vriendschap (2009, Ned. vert. 2010).

Uiteraard was die vriendschap Goethe en Schiller ook al in het Schillerboek aan de orde geweest , maar in dit boek staat die centraal en laat Safranski in zijn boeiende stijl zien hoe ze elkaar wederzijds stimuleerden, juist door hun verschillen in persoonlijkheid: Goethe meer dichter, meer openstaand voor het onbekende en duistere, meer een man van de wereld, het uitwendige. Schiller meer een denker, een filosofische man-van-de-geest, van de analyse. Goethe was dol op Schillers analyses van zijn werk, terwijl Schiller in zijn soms stokkend dichterschap veel van Goethe kon opsteken.

Samen met Goethe gaf Schiller vorm aan de “Sturm und Drang”-periode van de Duitse literatuur. Zij werden zulke goede vrienden dat Goethe na Schillers overlijden in 1805 schreef: “Ik verlies met hem de helft van mijn bestaan.”

Er zijn twee motieven waarom ik er op dit weblog een melding van maak. Enerzijds om mijn verbazing erover te uiten dat Spinoza volstrekt niet in dit boek aan de orde komt. Zou Goethe die zo vol van Spinoza was, nooit met zijn vriend Schiller over Spinoza’s filosofie hebben gesproken? Waarom zijn daar dan geen sporen van in dit boek? Of is het de auteur Safranski die hem weglaat? Elders wordt wel overgeleverd dat Schiller en Herder tijdens een lange parkwandeling uitvoerig over Kant en Spinoza spraken.1) Lange gesprekken over Spinoza tussen Goethe en Jacobi worden eveneens gerapporteerd. Maar hoe zat het wat dit aangaat met Goethe en Schiller? Om daar antwoord op te krijgen, moet je dus niet bij dit boek zijn.

Een tweede motief is dit. Voor Schiller is vrijheid hét thema dat een grote rol speelt in zijn toneelstukken, maar ook in zijn esthetische theorie. Hij is wel de dichter van de vrijheid genoemd. En eerder al, toen hij nog met een medische opleiding bezig was en aan zijn medische proefschriften werkte, was hij zeer geïnteresseerd in en op zoek naar vrijheid. Toen zocht hij naar vrijheid als iets, een bemiddelende kracht, tussen het materiële en geestelijke in. Hij probeerde vrijheid ergens in de hersenen te betrappen. Later in zijn literatuur speelt vrijheidsstreven een centrale rol. In zijn eerste stuk, de Rovers (1781) uitte hij vrijheidsidealen en zijn beroemde stuk Wilhelm Tell, waarop Rossini zijn eveneens beroemde opera baseerde, is een ode aan de vrijheid.

Er is wel geschreven dat Schiller zich vooral op het vrijheidsbegrip van Kant baseerde. Maar ik vraag mij af of hij toch niet meer op de lijn zat van het vrijheidsbegrip van Spinoza. Als hij van mening was dat niet alleen de natuur de mens maakt, maar dat de mens met zijn vrijheid ook zichzelf maakt, zat hij misschien op de Kantlijn. Maar in zijn esthetica en ethiek[-politiek] lag dat anders. Voor Schiller was schoonheid: “de ongehinderde uitdrukking van het wezen van een lichaam”. Ware schoonheid straalt dus van binnen naar buiten. Schiller verzette zich fel tegen de onderdrukking van de menselijke natuur, omdat die de vrije ontplooiing der innerlijke krachten in de weg zou staan.

Hij verkeerde bij zijn fysiologische zoeken naar vrijheid soms op dwaalwegen, maar soms had hij, buiten zijn fysiologie, in zijn esthetica iets fraais te pakken. Schoonheid definieerde hij als “vrijheid in verschijning”. En dat gold niet alleen voor de mens, maar voor de hele natuur. “Het natuurschoon moest daarom als zich organisch en ongedwongen ontwikkelende vorm worden opgevat. Een paard dat zich vrij ontwikkelt en vrij beweegt, is mooi; een door afmattend werk getekend karrenpaard is dat niet,” zo geeft Safranski Schiller weer (p. 107)

Duidelijk is hier voor mij: Schiller heeft hier een vrijheidsbegrip als dat van Spinoza. Vrijheid als onbelemmerdheid, als iets wat helemaal voldoet aan zijn eigen ‘wetten’ - als het streven dat niet door iets externs wordt tegengehouden.

Ik weet niet of Schiller dit rechtstreeks van Spinoza heeft opgepakt, maar ik proef hier een flinke hoeveelheid Spinoza in. Maar ook daarvoor biedt dit overigens zeer boeiende boek verder geen aanknopingspunten.

Nieuwsgierigmakend is intussen de uitspraak van Violetta L. Waibel: "As for Spinoza, one can say that his amor dei intellectualis has, at least for the sake of argument, the same function as Schiller's idea of beauty." [in: How Shall We Read Schiller Today? In: Inquiry, Volume 51, Issue 1 2008 , pages 50 - 62]

                                              * * *

Hier mijn eerdere blog met Schillers gedicht Spinoza

Het blog Friedrich Schiller (1759-1805) Das verschleierte Bild zu Sais

 

1) Hjalmar Hjorth Boyesen: Goethe and Schiller; Their Lives and Works, Including a Commentary on Goethe's Faust. BiblioBazaar, LLC, 2009.  448 pagina's [booksgoogle]

Er is een boek waarin misschien meer te vinden is:

 


Rodney Taylor: Perspectives on Spinoza in works by Schiller, Büchner and C.F. Meyer (five essays). (North American Studies in Nineteenth-Century German Literature).  Peter Lang Publishing, 1995.
This study is an investigation of the impact of Spinozan metaphysics on German-speaking writers of the eighteenth and nineteenth centuries. In terms of specific works by Friedrich Schiller and C.F. Meyer, this influence has hitherto gone unnoticed. Though it has long been recognized that George Buechner was profoundly affected by Spinozism, in-depth treatments of this important dimension of his thought have, by and large, been lacking. This book contains an attempt to come to terms with significant aspects of Buechner's reception of Spinoza, as found both in his literary and non-literary writings.  [hier]  

René Gude en Babs van den Bergh: De moraaltoeteraar van Säckingen. Bij de tweehonderdste sterfdag van Friedrich Schiller. In:  Filosofiemagazine, jg 2005, nr 1

Om vast te houden:

Henry E. Allison: Kant's theory of freedom. Cambridge University Press, 1990. 304 pagina's [books.google]