Spinoza als grondlegger van onze seculariteit enigszins een 'invented tradition'?

De lezing die Spinoza scholar Genevieve Lloyd op 14 mei 2011 tijdens de jaarlijkse ledenvergadering van de Ver. Het Spinozahuis gaf, was één van de brochures die de leden begin deze maand ontvingen: Genevieve Lloyd, Spinoza and the Idea of the Secular. Over haar had ik eerder twee blogs (op 25 en 26 april 2011).

Ze behandelt hier Spinoza in het kader van Taylor’s A Secular Age, dat overigens slechts bescheiden aan de orde komt en die zelf nauwelijks op Spinoza in ging. Ze geeft een boeiende (en natuurlijk niet onbekende) typering van Spinoza, waarbij uiteraard Spinoza’s naturalistisch zicht op moreel deugdzaam leven centraal staat, in het licht van een ontkenning van onsterfelijkheid of een nabestaan waar beloond en vooral gestraft zou worden – een deugdzaam leven dat z’n beloning in zichzelf vindt en dat vooral bestaat uit het zoeken naar waarheid en begrip. Ze behandelt Spinoza's verzet ertegen als atheïst getypeerd te worden, waarbij ze goed laat zien dat het hem daarbij niet ging om zijn reputatie, maar om de juiste erkenning van zijn filosofie. Voorts laat ze duidelijk zien dat hij niet religie als zodanig verwierp, maar superstitie (vooral ook binnen religies). En de hoofdoorzaak van superstitie was de vrees en daarachter weer het geloof in een straffende god in een hiernamaals. Dat was wat Spinoza vooral bestreed.

Interessant is een middendeel waarin ze laat zien dat Spinoza een onderscheid maakte tussen hoe je tot een overtuiging komt (al dan niet oprecht en met de rede zoekend naar waarheid, versus je afhankelijk opstellen in een geloof) resp. wat dan de inhoud van een overtuiging werd. Hij kon alleen maar waardering opbrengen voor degenen die op de eigen authentieke handelingen van de rede vertrouwden. Ze vat zijn positie aldus samen: “Strong intellectual disagreement can coexist with shared respect for the autonomous activity of the mind.”(p. 13). En daarna nog eens: “.. respect for the autonomous activity of individual minds, regardless of what may divide minds in relation to the content of the beliefs they held.” (p. 14).

Dit contrasteert ze vervolgens uitvoerig met Locke’s religieuze tolerantiebegrip, waarbij ze aantoont dat het grote verschil van Locke met Spinoza (waardoor hij ook atheïsten van die tolerantie kon uitsluiten), was zijn geloof in de onsterfelijkheid van de ziel en dus in een nabestaan, hetgeen de voorwaarde vormde voor de mogelijkheid van moraliteit. Dat was volgens haar hét verschil met Spinoza, waardoor deze uiteindelijk méér invloed kon hebben op de verdere ontwikkeling van de latere secularisatie.  

Maar dit zwakt zij wel weer enigszins af daar je voorzichtig moet zijn om latere ontwikkelingen helemaal terug te vinden in de oorsprongen. De secularisatienotie zoals die zich later ontwikkelde bestond nog nauwelijks in Spinoza’s tijd. Zie ziet enige verbeelding aan het werk in “identifying pre-conditions for the emergence of an idea which is not itself yet there.” (p. 20)

Op dit punt heeft ze dan ook wat aarzelingen t.a.v. Jonathan Israel’s teruglezen van alle latere verworvenheden van de Verlichting b.v. op het punt van seculariteit in Spinoza. Zij gebruikt die notie niet, maar het zou me niet verbazen als ze zou vinden dat Israel verantwoordelijk is voor een ‘invented tradition’ (begrip gemunt door Eric Hobsbawm) waar het om de rol van Spinoza gaat. Althans ik zou het hoofdresultaat van Israel’s werk aldus willen typeren, hetgeen hier en daar een zekere vervalsing van Spinoza geeft, b.v. wat betreft zijn ‘atheïsme’ en zijn houding t.a.v. religie. Maar hier heb ik mijn korte bespreking van Lloyds boeiende tekst inmiddels reeds verlaten.

Reacties

Het zal je niet verbazen, Stan, - ik wachtte daarvoor op jouw recensie - dat ik kritiek heb op Lloyd's "Spinoza and the Idea of the Secular". Ik ken Genevieve vanaf September 1986, toen ik (met De Dijn en Hubbeling particpeerde aan een internationae Spinoza conferentie in Chicaho en tijdens een lange wandeling op het complex van de North Western University een indringende discussie met haar voerde. Zie proceedings in E. Curley & PF
Moreau (eds)' SPINOZA. ISSUES AND DIRECTIONS (Leiden: Brill 1990). Ik heb haar verdere werken, ondanks de feministische richting ervan, op afstand gevolgd; zij heeft me ook nog wel eens gevraagd een artikel van mij in een bundel te mogen opnemen. Je 2 eerdere blogs waren mij welkom.
Maar wat zij nu schrijft mbt tot Locke raakt kant noch wal en slaat de plank totaal mis, hoewel zij zich voor haar Locke-visie kan beroepen op een berg secundaire literatuur. De Australische 'grande dame' presenteeert een religieuze Locke ipv de clandestien spinozistische Locke die voor de Bühne de godsdienst maar niet bestreed. In feite deed hij het na publicatie van zijn hoofdwerken in 1689 bijna voortdurend in zijn broek van angst voor vervolging en deed hij in alle mogelijke onoprechtheid zijn uiterste best om elk verdachtmaking onschadelijk te maken.
Het lijkt mij zeker dat Lloyd geen kennis heeft van mijn 'Spinozistic Locke' op de website www.benedictusdespinoza.nl/secundaire literatuur.
Genevieve - in case you happen to see this blog - would you, please, be so kind to send your e-address to the owner of this blog who will then pass it to me. I would like to refer you to my above mentioned essay on Locke and
discuss with you its arguments against your fallible assessment of Locke your Rijnsburg lecture.