'Sub specie aeternitatis' zeggen - 'sub specie temporis' doen

Dit werkstuk zette Lotte Egtberts gisteren op haar website, nadat ze er eerder, toen ze het nog als work in progress onder handen had, al een afbeelding van in haar blog had opgenomen. Lotte over wie ik eerder blogs had [hier en hier], reageerde hier wel eens, maar heeft het nu te druk (of er speelt iets anders).

Enfin, nu is het werkstuk af. En ons interesseert uiteraard die titel en we kunnen ons afvragen wat de kunstenares voor ogen stond, of wat het beeld ons zegt en dergelijke meer. Maar mij gaat het om het volgende:

Het mooiste vind ik de grandioze tegenstelling tussen ‘het eeuwige’ en ‘het tijdelijke’ die hier geïllustreerd wordt, niet door de ‘twee werken’ op zich (het zijn blijkbaar twee werken en niet tezamen één), maar door die werken én de bijgeleverde tekst. Die begint aldus: “Dit zijn twee werken, gemaakt voor research, en ze zijn AF.” En eindigt met: “... het feit dat ik mijn Sub Specie Aeternitatis voor mijn doen 'af' heb!” Daartussen verwoordt ze haar klacht over hoe op haar kunstopleiding iets nooit af is! Ik neem die tekst niet over maar verwijs naar haar blog.

Zij weet uit ervaring dat op haar HKU de dingen niet met een blik als ‘vanuit de eeuwigheid’ worden bekeken, want dat er altijd wel iets over te zeggen is: een voorstel voor een verandering kan worden gedaan, terwijl het vanbuitenaf gezien (zonder tijdsaspect) af is, perfect is, is wat het is en dat het niet anders had kúnnen zijn; dat precies dit object een eeuwige essentie heeft. Want werkelijkheid en perfectie zijn voor Spinoza hetzelfde [2/Def7]

Lotte weet, als Spinozist (d.w.z. op de hoogte met Spinoza’s filosofie), dat zijzelf en anderen er op den duur toe kunnen komen individuele dingen zó - sub aeternitatis specie - te bekijken: hun plaats in het totale netwerk van de eeuwige werkelijkheid te begrijpen (hoewel wij mensen dat nooit helemáál kunnen doorgronden). Maar ze is ook realist (zoals Spinoza dat als practicus ook was) en weet dus dat in de dagelijkse realiteit we er vanuit gaan dat dingen ánders hadden kunnen zijn dan ze zijn – dat we dus beslissingen ‘richting zus of zo’ hebben te maken. Kortom ze wéét dat haar werken door de haar beoordelende docenten niet ‘sub specie aeternitatis' gezien en begrepen zullen worden.

Is dat geen schitterde tegenstelling: iets 'sub specie aeternitatis' benoemen en willen zien en er 'sub specie temporis' over spreken. In die dualiteit, dus illustratie mét bijschrift, vind ik het een volmaakt kunstwerk. Hoe ze het op school inlevert weet ik niet. Ik hoop voor haar dat haar blog haar werkstuk mag zijn.

Reacties

Beste Stan, bedankt voor je bericht. Ik was het meest blij dat je de dualiteit van het werk had opgemerkt, dat stemt mij weer gelukkig. Ik heb er ook een voldoende voor gehad. En inderdaad, de leraar keek wel praktisch: Het had nog perfecter gekund.